Het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen

 

SAMENVATTING VAN:

Besluit 2013/275/EU betreffende de ondertekening, namens de EU, van het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen

Het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen

WAT IS HET DOEL VAN HET BESLUIT?

Bij het besluit wordt de ondertekening, namens de EU, van het Verdrag van Peking van de WIPO inzake audiovisuele uitvoeringen (het Verdrag van Peking) goedgekeurd, onder voorbehoud van de officiële sluiting van dit verdrag.

Het verdrag voorziet in de modernisering van de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten voor zangers, muzikanten, dansers en acteurs in audiovisuele uitvoeringen in films en op televisie, en omvat ook uitvoeringen van muzikanten op dvd’s of andere audiovisuele platforms.

Het moet een positief effect hebben op alle ondertekenende partijen, waaronder ontwikkelde en ontwikkelingslanden, met betrekking tot de economische ontwikkeling, verbetering van de situatie van audiovisuele kunstenaars en culturele diversiteit.

KERNPUNTEN

Door het verdrag worden aan kunstenaars economische rechten bij live- en opgenomen uitvoeringen toegekend, alsook bepaalde morele rechten ter actualisering van het Internationaal Verdrag van Rome inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (1961) voor het digitale tijdperk en ter aanvulling van het WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (WPPT).

Opgenomen uitvoeringen

Door het verdrag worden aan kunstenaars vier soorten economische rechten toegekend voor hun uitvoeringen die in audiovisuele formaten zijn vastgelegd (opgenomen), zoals video-opnamen:

Live-uitvoeringen

Bovendien worden door het verdrag aan kunstenaars drie soorten economische rechten toegekend voor niet vastgelegde (live-)uitvoeringen.

Morele rechten

Door het verdrag wordt aan de kunstenaar het recht toegekend om te worden aangeduid als de uitvoerende, alsook het recht om zich te verzetten tegen iedere misvorming, verminking of andere wijziging van het opgenomen of uitgezonden materiaal die zijn reputatie zou kunnen schaden.

Overdracht van rechten

De partijen kunnen in hun wetten bepalen dat zodra een kunstenaar toestemming heeft gegeven voor het opnemen van een uitvoering (audiovisuele vastlegging), de exclusieve rechten worden overgedragen aan de producent van de opname (tenzij in een contract tussen de kunstenaar en de producent anders is bepaald). Onafhankelijk hiervan kan de kunstenaar uit hoofde van nationale wetten of andere overeenkomsten het recht hebben om royalty’s of een eerlijke vergoeding te ontvangen voor het gebruik van de uitvoering overeenkomstig het verdrag.

Uitzonderingen, handhaving en rechtsmiddelen

Het verdrag voorziet in beperkingen en uitzonderingen, mits deze voldoen aan de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst. De verdragsluitende partijen mogen nieuwe uitzonderingen en beperkingen die bij de digitale omgeving passen toevoegen als aan vergelijkbare voorwaarden is voldaan. Het verdrag is van toepassing op bestaand en nieuw opgenomen materiaal, maar de partijen mogen besluiten dat bestaand materiaal uit andere landen niet wordt beschermd uit hoofde van het verdrag, in welk geval de betrokken landen het recht hebben om op basis van wederkerigheid te handelen.

De partijen bij het verdrag moeten voorzien in rechtsmiddelen tegen het omzeilen van digitale encryptie die door kunstenaars wordt gebruikt ter bescherming van hun rechten, en tegen het verwijderen of veranderen van informatie (zoals de vermelding van de kunstenaar) die noodzakelijk is voor het rechtenbeheer, inclusief licentieverlening en de verdeling van royalty’s.

De partijen moeten voorzien in handhavingsprocedures en rechtsmiddelen ter voorkoming en ontmoediging van overtredingen van het verdrag.

Bij het verdrag wordt een assemblee van verdragsluitende partijen opgericht om het verdrag te handhaven en ontwikkelen.

VANAF WANNEER IS HET BESLUIT VAN TOEPASSING?

Het besluit is op 10 juni 2013 ondertekend. Het besluit treedt in werking drie maanden nadat dertig in aanmerking komende partijen bij het verdrag het verdrag hebben geratificeerd.

ACHTERGROND

Zie ook:

BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN

Besluit 2013/275/EU van de Raad van 10 juni 2013 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen (PB L 160 van 12.6.2013, blz. 1)

Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen (niet bekendgemaakt in het PB)

Laatste bijwerking 21.03.2019