Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (2014-2020)

De verordening bevat beginselen, regels en normen voor de uitvoering van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en de omvang van zijn investering in groei en werkgelegenheid voor de territoriale samenwerking in 2014-2020.

BESLUIT

Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling „Investeren in groei en werkgelegenheid”, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006.

SAMENVATTING

Algemene doelstellingen

Het EFRO is bedoeld om de harmonieuze, evenwichtige en duurzame ontwikkeling van de Europese Unie (EU) te bevorderen door een aantal van de verschillen in ontwikkelingsniveau tussen de regio’s te corrigeren.

Er zal specifieke bijstand uit het EFRO komen om om te gaan met de problemen van regio’s die kampen met natuurlijke belemmeringen (eilanden, bergachtig of dunbevolkt) en ultraperifere gebieden als gevolg van hun afgelegenheid.

Subsidiabiliteit

Alle regio’s van de lidstaten komen in aanmerking, maar de toegekende steun zal afhangen van de prioriteiten van de EU en het type regio.

Kernthema’s

Het EFRO zal zijn investeringen concentreren op vier kernthema’s:

innovatie en onderzoek;

informatie- en communicatietechnologieën (ICT);

steun aan het midden- en kleinbedrijf (mkb);

het bevorderen van een koolstofarme economie.

Soorten investeringen

in het mkb om duurzame werkgelegenheid te creëren en te behouden;

in alle soorten ondernemingen op het gebied van innovatie en onderzoek, de koolstofarme economie alsook ICT waar het mkb bij betrokken is;

in infrastructuur die basisdiensten levert voor energie, milieu, vervoer en ICT, maar ook in sociale, gezondheids- en onderwijsinfrastructuur, en

in de ontwikkeling van het eigen potentieel.

Totale begroting

De begroting voor de periode 2014-2020 bedraagt meer dan 185 miljard EUR.

Beleids- en begrotingsprioriteiten

De vier hierboven genoemde hoofdthema’s zijn zeer belangrijk voor de toewijzing van EFRO-middelen die afhankelijk van het regiotype zullen variëren.

De regio’s worden gedefinieerd in termen van het bbp, uitgedrukt als een percentage van een EU-gemiddelde:

meer ontwikkelde regio’s: bbp van meer dan 90 %;

overgangsregio’s: bbp tussen 75 % en 90 %;

minder ontwikkelde regio’s: bbp van minder dan 75 %.

In meer ontwikkelde regio’s, (overgangsregio’s), (minder ontwikkelde regio’s), moet ten minste 80 %, (60 %), (50 %) van de totale EFRO-middelen in elk land worden toegewezen aan twee of meer van de vier hoofdthema’s, te weten innovatie en onderzoek, het mkb, ICT en een koolstofarme economie. Omdat ze zo belangrijk zijn, moet ten minste 20 %, (15 %), (12 %) van de totale EFRO-middelen in elk land specifiek voor projecten rond koolstofarme economie worden bestemd.

Een minimum van 5 % van de EFRO-subsidie is bestemd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Een netwerk voor stedelijke ontwikkeling moet worden opgezet op EU-niveau om netwerken en uitwisseling van ervaring op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling te bevorderen.

Uitvoering

EFRO wordt uitgevoerd op het nationale niveau door middel van zevenjarige programma’s als deel van een partnerschapsovereenkomst met de EU, waarbij de vijf Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) betrokken zijn: EFRO, Europees Sociaal Fonds (ESF), Cohesiefonds, Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (FMZV) en Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). Deze overeenkomst wordt voorbereid door de lidstaat, die daar partners bij betrekt die de regionale en lokale overheden vertegenwoordigen en een breed scala aan sociale, economische, milieu- en andere belangen vertegenwoordigen.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Verordening (EU) nr. 1301/2013

21.12.2013

-

PB L 347 van 20.12.2013

GERELATEERDE BESLUITEN

Uitvoeringsbesluit 2014/99/EU van de Commissie van 18 februari 2014 tot vaststelling van de lijst van de regio’s die in aanmerking komen voor financiering uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds en van de lidstaten die in aanmerking komen voor financiering uit het Cohesiefonds voor de periode 2014-2020 (PB L 50 van 20.2.2014).

Laatste wijziging: 12.05.2014