EU-asielbeleid: EU-land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek

In Verordening (EU) nr. 604/2013 (verordening Dublin III), die Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad (verordening Dublin II) vervangt, staan de criteria en instrumenten om te bepalen welk EU-land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek.

BESLUIT

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend.

SAMENVATTING

In Verordening (EU) nr. 604/2013 (verordening Dublin III), die Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad (verordening Dublin II) vervangt, staan de criteria en instrumenten om te bepalen welk EU-land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek.

WAT DOET DEZE VERORDENING?

In verordening Dublin III wordt bepaald welk EU-land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek. Hierdoor kunnen verzoekers beter worden beschermd totdat hun status is vastgesteld. Verder creëert deze verordening een nieuw systeem om problemen in nationale asiel- en opvangstelsels vroegtijdig op te sporen en de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken voordat deze zich tot een regelrechte crisis ontwikkelen.

BELANGRIJKSTE ELEMENTEN

Beginsel en criteria om de verantwoordelijkheid vast te stellen

Deze bestaan in volgorde van belangrijkheid uit:

gezinsomstandigheden

recent bezit van een visum of verblijfsvergunning in een EU-land

of de verzoeker legaal of illegaal de EU binnen is gekomen.

Meer garanties voor verzoekers

Deze verordening biedt meer beschermende garanties voor verzoekers, zoals:

het recht op informatie

persoonlijk onderhoud

meer waarborgen voor minderjarigen, waarbij het belang van het kind bij de procedure vooropgesteld wordt

betere bescherming voor de kinderen, gezinsleden, afhankelijke personen en verwanten van verzoekers

de mogelijkheid van kosteloze rechtsbijstand op verzoek

het recht om in beroep te gaan tegen een overdrachtsbesluit naar een ander EU-land, met inbegrip van de mogelijkheid voor een opschortende werking.

In een nieuw voorstel voor 2014 staan de regels om te bepalen wie verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek van niet-begeleide minderjarigen.

Bewaring

Als algemeen beginsel geldt dat verzoekers niet in bewaring mogen worden gehouden enkel omdat ze om asiel verzoeken. Maar de verordening voorziet in bewaring van verzoekers indien er een risico op onderduiken bestaat (ze worden bijv. overgebracht naar een ander EU-land).

Mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en crisisbeheersing

Door verordening Dublin III wordt het stelsel efficiënter door de instelling van een vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en een crisisbeheersingsmechanisme om:

storingen in nationale asielstelsels aan te pakken of

EU-landen te helpen die aan hun grenzen geconfronteerd worden met grote aantallen asielzoekers die om internationaal asiel verzoeken.

WANNEER TREEDT DEZE VERORDENING IN WERKING?

Deze nieuwe verordening, die vanaf 1 januari 2014 van kracht gaat, vervangt Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad (ingetrokken).

ACHTERGROND

De EU heeft een gemeenschappelijk Europees (d.w.z. EU-breed) asielstelsel (Common European Asylum System - CEAS) opgesteld. Sinds 2011 zijn er verschillende nieuwe teksten aangenomen om het functioneren van het CEAS te verbeteren.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Verordening (EU) nr. 604/2013

1.1.2014

-

PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31-59

GERELATEERDE BESLUITEN

Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9-26).

Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60-95).

Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 96-116).

Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1-30).

Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003,blz. 3-23).

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 118/2014 van de Commissie van 30 januari 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1560/2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 39 van 8.2.2014, blz. 1-43).

Laatste wijziging: 03.01.2015