Uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EC) No 708/2007 — het gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op:

Deze verordening is niet van toepassing op:

De verordening is van toepassing op alle aquatische soorten, met inbegrip van alle delen die kunnen overleven en zich kunnen voortplanten.

Maatregelen om negatieve gevolgen voor de biodiversiteit te voorkomen

EU-landen moeten:

Vergunningen

Voor iedere verplaatsing van een uitheems aquatisch organisme naar een aquacultuurvoorziening is een vergunning vereist die is afgegeven door het ontvangende EU-land. Voor het verkrijgen van deze vergunning, dient het aquacultuurbedrijf een aanvraag in te dienen, vergezeld van bepaalde informatie, waaronder:

Routinematige verplaatsingen

Voor verplaatsingen van bronnen waarvan bekend is dat zij geen risico met zich meebrengen voor het milieu, mag de bevoegde autoriteit een vergunning afgeven waarop in voorkomend geval wordt vermeld of er een quarantaine6 moet plaatsvinden of een proefuitzetting7.

Niet-routinematige verplaatsingen

Ingeval van niet-routinematige verplaatsingen, dient er een milieurisicobeoordeling te worden verricht. Indien de risico’s groot of middelmatig worden geacht, dienen de aanvrager en de betrokken overheid te onderzoeken of er manieren zijn waarop het risico kan worden verlaagd. Als het risiconiveau is teruggebracht naar een gering niveau, kan de bevoegde autoriteit een vergunning afgeven waarin, in voorkomend geval, vereisten worden vermeld met betrekking tot quarantaine, proefuitzetting of toezicht8.

Verplaatsingen die gevolgen hebben voor naburige lidstaten

EU-landen die mogelijk gevolgen ondervinden van een verplaatsing van mariene organismen, moeten op de hoogte worden gebracht en hun opmerkingen sturen naar de Europese Commissie, die de vergunning zal bevestigen, intrekken of wijzigen.

Register

De lidstaten houden een register van alle introducties en translocaties bij met alle bijbehorende documentatie. De registers worden vrij ter beschikking gesteld van het publiek.

De meeste EU-landen hebben een speciale website aan de verordening gewijd en het register is over het algemeen via deze site te bereiken.

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening is sinds van toepassing, met uitzondering van de hoofdstukken I en II, alsmede artikel 24 (gedetailleerde regels en aanpassing aan technische vooruitgang), die sinds van toepassing zijn.

ACHTERGROND

Invasieve uitheemse soorten zijn een van de belangrijkste oorzaken van het verlies aan biodiversiteit, hetzij door:

Deze beïnvloeding van het milieu heeft belangrijke economische en sociale gevolgen.

Voor meer informatie zie:

KERNBEGRIPPEN

  1. Aquacultuur: de kweek of teelt van aquatische organismen, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de betrokken organismen te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu. Deze organismen blijven in de gehele fase van de kweek of de teelt, tot en met de oogst, eigendom van een natuurlijke persoon of rechtspersoon.
  2. Plaatselijk niet-voorkomende soorten: alle aquatische soorten die om biologisch-geografische redenen niet voorkomen in een bepaald gebied binnen het natuurlijke verspreidingsgebied.
  3. Uitheemse soorten:
    • alle aquatische soorten waar die buiten het bekende natuurlijke verspreidingsgebied en buiten het potentiële natuurlijke verspreidingsgebied voorkomen;
    • alle organismen waarvan het aantal chromosomen kunstmatig is verdubbeld; en
    • vruchtbare kunstmatig gehybridiseerde soorten.
  4. Introductie: de opzettelijke verplaatsing voor aquacultuurdoeleinden van een uitheemse soort naar een omgeving buiten haar natuurlijke verspreidingsgebied.
  5. Translocatie: de opzettelijke verplaatsing voor aquacultuurdoeleinden van een plaatselijk niet-voorkomende soort binnen haar natuurlijke verspreidingsgebied naar een gebied waar deze voorheen niet voorkwam.
  6. Quarantaine: het doel hiervan is de betrokken organismen lang genoeg in volledige afzondering te houden om een vermeerderingsbestand aan te leggen, teneinde per ongeluk aanwezige soorten op te sporen en de afwezigheid van ziekteverwekkers en ziekten te bevestigen. De quarantainevoorziening moet voldoen aan gedetailleerde specificaties overeenkomstig de in de verordening (bijlage III) vastgestelde voorwaarden.
  7. Proefuitzetting: de eerste fase van het op beperkte schaal verplaatsen van aquatische organismen, onderworpen aan speciale beperkings- en preventiemaatregelen. Er moet een noodplan worden opgesteld zodat de betrokken organismen kunnen worden verwijderd of de dichtheid ervan kan worden verminderd in geval van onvoorziene risico’s voor het milieu of de inheemse populaties.
  8. Toezicht: dit moet worden uitgeoefend gedurende ten minste twee jaar na de uitzetting van de organismen in hun nieuwe omgeving, om te beoordelen of de effecten juist zijn voorspeld of dat er sprake is van aanvullende of andere effecten.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EG) nr. 708/2007 van de Raad van inzake het gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur (PB L 168 van , blz. 1-17)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EG) nr. 708/2007 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

laatste bijwerking