Emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2006/40/EG betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

KERNPUNTEN

Technische regels

Toepassingsgebied

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is sinds van toepassing en moest vóór in de EU-landen in nationaal recht worden omgezet.

ACHTERGROND

Voor meer informatie zie:

KERNBEGRIPPEN

  1. Klimaatregelingsapparatuur: apparatuur die hoofdzakelijk bestemd is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de passagiersruimte van een voertuig te doen dalen.
  2. Vermogen tot opwarming van de aarde (GWP): het klimaatopwarmingsvermogen van een gefluoreerd broeikasgas ten opzichte van dat van koolstofdioxide. Dit wordt berekend als het opwarmingsvermogen in een periode van 100 jaar van 1 kg van een gas ten opzichte van 1 kg CO2. De toepasselijke GWP-cijfers zijn die welke zijn gepubliceerd in het derde evaluatierapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering („2001 IPCC GWP-waarden”).

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PB L 161 van , blz. 12-18)

laatste bijwerking