Met het besluit wordt het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats opgericht; een overlegorgaan dat bestaat uit drie partijen. De taakomschrijving van het comité omvat het bijstaan van de Europese Commissie bij het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, en het bevorderen van de samenwerking tussen de nationale overheidsinstanties en de werknemers- en werkgeversorganisaties.
Het comité, dat het overleg op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk moet versoepelen, houdt zich bezig met alle publieke en particuliere sectoren van de economie. De belangrijkste taken van het comité zijn:
Het comité bestaat uit drie gewone leden uit elk EU-land:
Deze leden worden door de Raad benoemd voor een periode van drie jaar. Binnen het comité worden drie belangengroepen gevormd die bestaan uit vertegenwoordigers van de drie bovengenoemde groepen. Elke belangengroep kiest één van zijn leden als woordvoerder en wijst een coördinator aan.
Het comité wordt voorgezeten door de voor sociaal beleid bevoegde directeur-generaal van de Commissie. Het comité komt tweemaal per jaar in plenaire vergadering bijeen. De Commissie (het Directoraat-Generaal voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie) verzorgt het secretariaat van het comité.
De werkwijze van het comité is vastgelegd in zijn reglement van orde, dat door het comité op is aangenomen op grond van een positief advies van de Commissie.
Het reglement van orde bevat ook de besluitvormingsprocedures die moeten worden gevolgd voor het goedkeuren van officiële standpunten van het comité. Mogelijke procedures zijn:
Door het comité goedgekeurde adviezen zijn niet bindend voor de Commissie.
Het besluit is van toepassing sinds .
Voor meer informatie zie:
Besluit van de Raad van tot oprichting van een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats (2003/C 218/01) (PB C 218, , blz. 1–4)
laatste bijwerking