Blootstelling aan carcinogene, mutagene of reprotoxische agentia op het werk

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2004/37/EG — bescherming tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

Vaststelling van de blootstelling en beoordeling van de risico’s

Verplichtingen van werkgevers

Informatie ten behoeve van de verantwoordelijke instantie

Onvoorziene blootstelling

Voorziene blootstelling

Toegang tot de gevaarlijke zones

Hygiëne en persoonlijke bescherming

Voorlichting, opleiding en raadpleging van de werknemers

Werkgevers zien erop toe dat:

De werkgevers moeten de werknemers ervan op de hoogte te brengen welke installaties en bijbehorende recipiënten CMR’s bevatten en er voor te zorgen dat alle recipiënten, verpakkingen en installaties die CMR’s bevatten, duidelijk leesbaar worden gekenmerkt en dat er duidelijk zichtbare gevarensignalen worden aangebracht.

Bij een in bijlage IIIa vastgestelde biologische grenswaarde4 is gezondheidstoezicht verplicht bij werkzaamheden met de betreffende CMR, overeenkomstig de procedures in de bijlage. Werknemers moeten over deze vereiste worden geïnformeerd voordat ze worden toegewezen aan de taak met het risico op blootstelling aan deze CMR.

Maatregelen dienen te worden getroffen om te verzekeren dat werknemers en/of werknemersvertegenwoordigers:

Maatregelen moeten worden getroffen om te verzekeren dat:

Diverse maatregelen

Gezondheidstoezicht

Bewaring van dossiers

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

Richtlijn 2004/37/EG is een codificatie van en vervangt Richtlijn 90/394/EEG en de achtereenvolgende wijzigingen ervan, de Richtlijnen 97/42/EG en 1999/38/EG.

KERNBEGRIPPEN

  1. Carcinogene agentia. Agentia die kanker kunnen veroorzaken in een organisme.
  2. Mutagene agentia. Agentia die het genetisch materiaal van een organisme veranderen.
  3. Reprotoxische agentia. Agentia die de reproductie storen (bijvoorbeeld onvruchtbaarheid, miskramen en foetale misvormingen). In de richtlijn wordt een onderscheid gemaakt tussen de agentia waarvoor een grenswaarde voor blootstelling kan worden gedefinieerd. Onder deze grens heeft het geen schadelijke effecten op de gezondheid van de werknemer (reprotoxische agens met grenswaarde), en de agentia waarvoor er geen veilige grenswaarde voor blootstelling voor de gezondheid van de werknemer kan worden gesteld (reprotoxische agens zonder grenswaarde). Beide worden dusdanig in de kolom Notatie in bijlage III van de richtlijn geïdentificeerd.
  4. Biologische grenswaarde. Grenswaarde van de concentratie in het toepasselijke biologische medium van de betreffende agens, diens metaboliet of een indicator voor effect.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (gecodificeerde versie) (PB L 158 van , blz. 50-76). Tekst gepubliceerd in rectificatie (PB L 229 van , blz. 23-34).

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2004/37/EG werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

laatste bijwerking