Verordening (EU) 2024/1252 heeft tot doel de toegang van de Europese Unie (EU) tot een veilige, veerkrachtige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen en de efficiëntie en circulariteit in de gehele waardeketen te bevorderen.
Om dit te bereiken bevat de verordening maatregelen om:
het risico op verstoring van de voorziening van kritieke grondstoffen te verminderen door steun te verlenen aan strategische projecten, invoer te diversifiëren en technologische vooruitgang en een doelmatig gebruik van hulpbronnen te bevorderen;
het vermogen van de EU te vergroten om het voorzieningsrisico te monitoren en hierop te reageren;
het vrije verkeer van kritieke grondstoffen en producten in de EU te waarborgen, en tegelijkertijd een hoog niveau van goed bestuur en milieu- en sociale normen te bieden.
KERNPUNTEN
Strategische grondstoffen
Bijlage I bevat een lijst van 17 grondstoffen die als strategisch worden beschouwd in het licht van hun belang voor groene en digitale technologieën, en voor defensie- en ruimtevaarttoepassingen.
kan de lijst bijwerken om meer grondstoffen op te nemen in het licht van hun strategisch belang voor groene en digitale technologieën en voor defensie- en ruimtevaarttoepassingen en in het licht van de verwachte mondiale vraag- en productieproblemen (in bijlage I, afdeling 2 wordt de methode uiteengezet), of wanneer daartoe wordt verzocht door de Europese raad voor kritieke grondstoffen;
moet de lijst uiterlijk op en vervolgens om de drie jaar herzien.
Kritieke grondstoffen
Bijlage II bevat een lijst van 34 grondstoffen die als kritiek worden beschouwd in het licht van hun belang voor de economie van de EU en het relatief hoge voorzieningsrisico.
De Commissie:
kan de lijst bijwerken om het voorzieningsrisico of het economisch belang van andere materialen te weerspiegelen (in bijlage II, paragraaf 2, wordt de methode uiteengezet);
moet de lijst uiterlijk op en vervolgens om de drie jaar herzien.
Benchmarks
De Europese Commissie en de lidstaten van de EU moeten:
de verschillende stadia van de waardeketen versterken zodat tegen 2030 voor elke grondstof de capaciteit van de EU de volgende benchmarks op EU-niveau nadert of bereikt:
de winningscapaciteit van ertsen, mineralen of concentraten bedraagt ten minste 10 % van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen van de EU,
de verwerkingscapaciteit, met inbegrip van alle tussenstappen, bedraagt ten minste 40 % van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen van de EU,
de recyclingcapaciteit, met inbegrip van alle tussenstappen, maakt ten minste 25 % van het jaarlijkse verbruik van strategische grondstoffen van de EU uit;
de invoer van strategische grondstoffen zo diversifiëren dat geen enkel niet-EU-land in meer dan 65 % van een bepaald goed voorziet.
Strategische projecten
De Commissie beschouwt, op basis van een oproep tot het indienen van aanvragen, projecten als “strategisch” als zij:
een betekenisvolle bijdrage leveren aan de voorzieningszekerheid voor strategische grondstoffen;
binnen een redelijke termijn technisch haalbaar worden met een toereikend productievolume;
ecologisch en maatschappelijk duurzaam zijn;
grensoverschrijdende voordelen binnen de EU creëren of ter plaatse in het niet-EU-land waarin zij actief zijn van toegevoegde waarde zijn, voor ontwikkelingslanden en opkomende markten.
Projecten die als “strategisch” worden aangemerkt, profiteren van de steun van de Commissie en de relevante nationale overheden.
De vergunningsprocedure voor strategische projecten mag niet langer zijn dan 27 maanden voor winningsprojecten en 15 maanden voor verwerkings- of recyclingprojecten. Deze termijnen houden geen rekening met de opstelling van een rapport van milieueffectbeoordeling door de ontwikkelaar en kunnen, in uitzonderlijke gevallen, worden verlengd vanwege de aard, complexiteit, plaats of omvang van het strategische project.
Strategische projecten worden geacht van algemeen belang te zijn. In overeenstemming met het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, kan er extra tijd worden toegewezen voor de betekenisvolle betrokkenheid en actieve deelname van de gemeenschappen die betroffen worden door het strategische project.
Strategische projecten profiteren van het advies en de steun van de subgroep voor financiering van de Europese raad voor kritieke grondstoffen ter voltooiing van de financiering van deze projecten.
De Commissie zal een systeem opzetten om het sluiten van afnameovereenkomsten tussen strategische projecten en andere relevante marktdeelnemers te vergemakkelijken.
De lidstaten moeten andere activiteiten ondernemen om de ontwikkeling van de waardeketen van kritieke grondstoffen te ondersteunen, met name om:
een centraal contactpunt aan te wijzen voor het beheer van de vergunningsproces voor projecten inzake kritieke grondstoffen;
ervoor te zorgen dat de planningsinstanties, in voorkomend geval, voorzien in dergelijke projecten;
uiterlijk nationale exploratieprogramma's op te stellen die gericht zijn op kritieke grondstoffen en mineralen die als dragers daarvoor fungeren, die ten minste om de vijf jaar worden bijgewerkt.
Monitoring en beperking van risico’s
De Commissie monitort, in samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten, de voorzieningsrisico’s met betrekking tot kritieke grondstoffen door het monitoren van parameters zoals handelsstromen of prijsvolatiliteit en door het uitvoeren van stresstests van relevante toeleveringsketens.
Bovendien werkt de Commissie samen met de lidstaten om de strategische voorraden van strategische grondstoffen van de EU te coördineren om mogelijke verstoringen van de voorziening te beperken.
Om de paraatheid te waarborgen, zullen grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken voor de productie van een breed scala aan producten, zoals batterijen voor energieopslag, robotica, drones en satellieten, om de drie jaar een risicobeoordeling uitvoeren van hun toeleveringsketen van strategische grondstoffen. De Commissie werkt ook met een systeem om de vraag naar en het aanbod van strategische grondstoffen op elkaar af te stemmen.
Duurzaamheid en circulariteit
De lidstaten zullen nationale programma's goedkeuren betreffende de circulariteit van kritieke grondstoffen, met name om de technologische vooruitgang, hulpbronefficiëntie en circulariteit te stimuleren.
Exploitanten moeten afvalbeheersplannen opstellen en de mogelijke terugwinning van kritieke grondstoffen uit hun opgeslagen winningsafval beoordelen.
Fabrikanten moeten duidelijk aangeven of items zoals auto's, wasmachines en magnetronovens een of meer permanente magneten bevatten en informatie verstrekken over het recyclingpotentieel van hun kritieke grondstoffen.
De Commissie kan certificeringsregelingen erkennen voor de duurzaamheid van kritieke grondstoffen en regels vaststellen voor d berekening en verificatie van de milieuvoetafdruk van verschillende kritieke grondstoffen.
Bij de verordening wordt een Europese raad voor kritieke grondstoffen met thematische subgroepen opgericht om de Commissie te adviseren en toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van de wetgeving.
VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?
De verordening is sinds van toepassing.
ACHTERGROND
Kritieke grondstoffen zijn van essentieel belang voor de Europese economie en voor een breed scala aan technologieën voor strategische sectoren zoals hernieuwbare energie, de digitale industrie, de ruimtevaartsector en de defensiesector. Vanwege de toenemende internationale vraag naar bepaalde materialen en aangezien de voorziening vaak sterk geconcentreerd is in specifieke gebieden — China voorziet in 100 % van de behoeften aan zware zeldzame aarde in de EU en Turkije in 99 % van het boor — is een betrouwbare toegang essentieel en zeer concurrerend.
De wetgeving, die bekend staat als de Verordening inzake kritieke grondstoffen voor Europa, is een alomvattend antwoord op deze uitdagingen.
Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, van ).
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking) (PB L, 2024/2509, van ).
Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG (PB L 191 van , blz. 1-117).
Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) 2023/1542 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PB L 169 van , blz. 1-44).
Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van , blz. 1-218).
Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van , blz. 1-38).
Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Vijfde deel — Extern optreden van de Unie — Titel IV — Beperkende maatregelen — Artikel 215 (oud artikel 301 VEG) (PB C 202 van , blz. 144).
Richtlijn 2014/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke planning (PB L 257 van , blz. 135-145).
Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van , blz. 52-128).
Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PB L 197 van , blz. 38-71).
Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van , blz. 1-21).
Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van , blz. 17-119).
Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van , blz. 10-35).
Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van , blz. 3-30).
Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van , blz. 82-128).
Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG — Verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 102 van , blz. 15-34).
Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de toepassing van de bepalingen van het verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van , blz. 13-19).
Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de “EG-concentratieverordening”) (PB L 24 van , blz. 1-22).
Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (PB L 197 van , blz. 30-37).
Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende autowrakken — Verklaringen van de Commissie (PB L 269 van , blz. 34-43).
Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van , blz. 1-73).