De verordening is van toepassing op overeenkomsten tussen twee of meer partijen die voorzien in:
De verordening is ook van toepassing wanneer de onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst bepalingen bevat over de toekenning of verlening van intellectuele-eigendomsrechten aan de partijen of aan een entiteit die door deze partijen is opgericht, indien de bepalingen nodig zijn voor de uitvoering van de overeenkomst en niet haar hoofddoel zijn.
De onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst moet bepalen dat alle partijen volledige toegang moeten krijgen tot de eindresultaten van de gezamenlijke of tegen betaling verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, met het oog op verder onderzoek, ontwikkeling en exploitatie. Dit omvat alle daaruit voortvloeiende intellectuele-eigendomsrechten en knowhow (praktische informatie die geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is). Er zijn uitzonderingen voor overeenkomsten die productie- of distributietaken toekennen aan een of meer partijen en voor overeenkomsten waarbij onderzoeksinstituten, academische instellingen of bedrijven zijn betrokken die onderzoek en ontwikkeling als dienst leveren zonder normaal actief te zijn op het gebied van de exploitatie van resultaten.
Waar de onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst niet voorziet in de gezamenlijke exploitatie van de resultaten, moet de overeenkomst elke partij toegang verlenen tot de reeds bestaande knowhow van de andere partijen indien die knowhow onmisbaar is om de resultaten te exploiteren.
Elke gezamenlijke exploitatie moet beperkt worden tot de resultaten die onmisbaar zijn voor de productie van de producten of de toepassing van de technologieën die voortvloeien uit de gezamenlijke of tegen betaling verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en die door intellectuele-eigendomsrechten worden beschermd of die knowhow vormen.
Wanneer de productie van de producten die afkomstig zijn van de gezamenlijke of tegen betaling verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten aan een of meer van de partijen wordt toegewezen, verplicht de overeenkomst die partijen tot het uitvoeren van de orders voor de producten van de andere partijen, tenzij:
Wanneer de partijen bij de onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst daadwerkelijke of potentiële concurrenten zijn op markten voor de levering van bestaande producten of technologieën die kunnen worden verbeterd, gesubstitueerd of vervangen door de producten of technologieën die voortvloeien uit de gezamenlijke of tegen betaling verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, is de vrijstelling van toepassing voor de duur van de onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst, indien het gezamenlijke marktaandeel van de partijen op deze markten op het moment van de ondertekening van de onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst niet meer dan 25 % bedraagt. Er zijn speciale regels voor het berekenen van marktaandelen voor tegen betaling verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten.
Wanneer de partijen geen daadwerkelijke of potentiële concurrenten zijn op de markten voor de levering van bestaande producten of technologieën die kunnen worden verbeterd, gesubstitueerd of vervangen door de producten of technologieën die voortvloeien uit de gezamenlijke of tegen betaling verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, is er geen marktaandeeldrempel en geldt de vrijstelling voor de duur van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.
Voor onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten die voorzien in de gezamenlijke exploitatie van de resultaten, blijft de vrijstelling van toepassing gedurende zeven jaar nadat de producten of technologieën die uit de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voortvloeien, voor het eerst in de interne markt op de markt worden gebracht en daarna zolang het gezamenlijke marktaandeel van de partijen op de relevante markten voor deze producten of technologieën niet meer dan 25 % bedraagt. Zodra deze drempel is overschreden, blijft de vrijstelling van toepassing gedurende twee opeenvolgende kalenderjaren.
Marktaandelen worden berekend op basis van gegevens betreffende de waarde van de verkopen of, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, op basis van gegevens over de omvang van de verkopen of andere betrouwbare marktinformatie, zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling.
De vrijstelling is niet van toepassing op onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten met hardcore beperkingen, waaronder:
De vrijstelling geldt niet voor de volgende verplichtingen in onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten (als de verplichting in kwestie van de overeenkomst kan worden losgekoppeld, kan de rest van de overeenkomst nog steeds van de vrijstelling profiteren):
Het voordeel van de groepsvrijstelling kan worden ingetrokken door de Europese Commissie of door nationale mededingingsautoriteiten op grond van artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1/2003 indien zij tot de bevinding komen dat een bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst gevolgen heeft die onverenigbaar zijn met artikel 101, lid 3, VWEU.
In het bijzonder mag de Commissie dit recht uitoefenen wanneer:
Er zijn overgangsbepalingen voor overeenkomsten die op reeds van kracht waren en die onder de vorige groepsvrijstelling voor onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten vielen (Verordening (EU) nr. 1217/2010), maar die niet voldoen aan de voorwaarden van de nieuwe groepsvrijstelling. Deze overeenkomsten blijven vrijgesteld onder de groepsvrijstelling tot en met .
De verordening trad op in werking en was tot van toepassing.
Verordening (EU) nr. 2023/1066 van betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op bepaalde groepen onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten (PB L 143 van , blz. 9).
laatste bijwerking