WAT IS HET DOEL VAN DE OVEREENKOMST EN HET BESLUIT?
De overeenkomst heeft ten doel de samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling op het gebied van het vreedzame en niet-explosieve gebruik van kernenergie te vergemakkelijken ten behoeve van zowel de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) als India. De overeenkomst is gebaseerd op gelijkheid en wederkerigheid, om de samenwerkingsrelatie tussen de partijen te versterken, overeenkomstig de behoeften en prioriteiten van hun respectieve nucleaire programma’s.
De Commissie keurt het besluit betreffende de sluiting van de overeenkomst namens Euratom goed (artikel 101 van het Euratom-verdrag).
KERNPUNTEN
Doel en beginselen
De overeenkomst mag de nucleaire activiteiten van geen van beide partijen belemmeren of vertragen en er mag geen inmenging in deze activiteiten plaatsvinden; bovendien dient de overeenkomst te worden uitgevoerd in overeenstemming met de zorgvuldige beheerpraktijken die vereist zijn voor een economisch verantwoord en veilig beheer van deze activiteiten.
De overeenkomst mag niet worden gebruikt:
voor inmenging in het kernenergiebeleid of de kernenergieprogramma’s;
om de bevordering van het vreedzame gebruik van kernenergie tegen te werken;
om het vrije verkeer van materiaal of uitrusting te belemmeren.
Samenwerkingsactiviteiten zijn gebaseerd op:
wederzijds voordeel door een evenwichtige verdeling van de voordelen;
wederzijdse toegang tot de onderzoeksprogramma’s en de technologische ontwikkelingen van beide partijen;
tijdige uitwisseling van informatie die van invloed is op samenwerking;
bescherming van intellectuele eigendom en een billijke verdeling van rechten.
Vreedzaam gebruik
De samenwerking in het kader van de overeenkomst vindt uitsluitend plaats met het oog op vreedzame en niet-explosieve doeleinden. De partijen zorgen ervoor dat overgedragen materiaal of uitrusting uitsluitend voor vreedzame en niet-explosieve doeleinden wordt gebruikt.
Activiteiten
Vreedzame O&O-activiteiten die onder de overeenkomst vallen, omvatten (andere activiteiten kunnen onderling worden overeengekomen):
nucleaire veiligheid van reactoren (behalve reactoren met hoogverrijkt uranium);
stralingsbescherming en toezicht op de omgeving;
beheer van radioactief afval, met name vermindering van het volume, conditionering en gedrag bij opslag;
buitenbedrijfstelling, ontsmetting en ontmanteling van nucleaire installaties;
nucleaire beveiliging: methoden en technologieën om nucleaire en radioactieve ongevallen en incidenten te voorkomen, te detecteren en hierop te reageren;
nucleaire veiligheidscontroles;
onderzoek in nucleaire wetenschappen, met inbegrip van toepassingen in de landbouw, de gezondheidszorg en industriële isotopen;
beheerste kernfusie;
onderwijs en opleiding.
Samenwerking kan de volgende vormen aannemen:
wederzijdse deelname van Indiase en EU-onderzoeksentiteiten aan elkaars O&O-projecten;
gezamenlijke O&O-projecten wanneer een programma voor technologiebeheer (PTB) is ontwikkeld;
bezoeken en uitwisselingen van studenten, wetenschappers en technische deskundigen;
gezamenlijk organiseren van wetenschappelijke seminars, conferenties, symposia, workshops en korte opleidingen, alsmede deelname van deskundigen aan deze activiteiten;
uitwisseling, delen en overdracht van monsters, materialen, instrumenten en apparatuur voor experimentele doeleinden;
uitwisseling van informatie over relevante praktijken, wetten, voorschriften en programma’s.
Nucleair materiaal en uitrusting, overgedragen aan EU-landen, blijven onderworpen aan het Euratom-verdrag (zie samenvatting) en aan de IAEA, met name wat non-proliferatie-veiligheidscontroles betreft, krachtens afzonderlijke overeenkomsten met de andere EU-lidstaten.
Financiering
Samenwerking is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen en van de wet- en regelgeving, het beleid en de programma’s van de partijen. Eventuele kosten zullen niet leiden tot een overdracht van middelen tussen de partijen.
Wanneer specifieke samenwerkingsregelingen financiële steun aan de andere partij inhouden, moet dit in overeenstemming zijn met de respectieve wet- en regelgeving van de betrokken partij en zullen hiervoor specifieke voorwaarden gelden, die niet in strijd mogen zijn met deze overeenkomst.
DATUM VAN INWERKINGTREDING
De overeenkomst treedt in werking nadat beide partijen brieven hebben uitgewisseld over de voltooiing van hun respectieve interne bekrachtigingsprocedures.
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de regering van de Republiek India betreffende samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling inzake het vreedzame gebruik van kernenergie (PB L 440 van , blz. 1-12)
Besluit (Euratom) 2021/390 van de Raad van tot goedkeuring van de sluiting door de Europese Commissie van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de regering van de Republiek India betreffende samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling inzake het vreedzame gebruik van kernenergie (PB L 77 van , blz. 1)
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India (PB L 213 van , blz. 30-37)
Besluit 2002/648/EG van de Raad van tot sluiting van de overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India (PB L 213 van , blz. 29)
Overeenkomst tot hernieuwing van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India (PB L 171 van , blz. 19-26)
Besluit 2009/501/EG van de Raad van betreffende de sluiting van een overeenkomst tot hernieuwing van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India (PB L 171 van , blz. 17-18)
Besluit (EU) 2015/1788 van de Raad van betreffende de verlenging van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India (PB L 260 van , blz. 18-19)