vormt een aanvulling op Verordening (EG) nr. 715/2007 en dient ter vaststelling van regels en procedures voor de uitvoering daarvan door middel van diverse tests om de emissies van lichte voertuigen te controleren.
dient ter vaststelling van de allereerste gereglementeerde procedure voor het controleren van emissies onder reële rijomstandigheden (RDE);
De verordening is gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/443 van de Commissie om deze aan te passen aan wijzigingen in de VN/ECE-reglementen (met name de goedkeuring van VN-verordening nr. 154) en andere gerelateerde EU-voorschriften, waaronder Verordening (EG) nr. 715/2007.
Omdat de in Verordening (EC) nr. 715/2007 vastgestelde regels voor toegang tot informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) van een voertuig en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 2018/858 (zie de samenvatting), die van toepassing is sinds , worden bij Wijzigingsverordening (EU) 2023/443 alle verwijzingen naar deze informatie verwijderd uit verordening (EU) 2017/1151.
KERNPUNTEN
Voorschriften voor EU-typegoedkeuring
Om een EU-typegoedkeuring1 te verkrijgen met betrekking tot emissies, moet de fabrikant aantonen dat het voertuig aan de voorschriften van deze verordening voldoet wanneer het volgens de gespecificeerde procedures wordt getest.
Alle voertuigen moeten aan de in Verordening (EG) nr. 715/2007 vastgestelde uitlaatemissiegrenswaarden (uitlaatpijp) voldoen wanneer zij worden getest in het kader van RDE en WLTP, evenals bij diverse andere tests, waaronder de controle van de verdampingsemissies (d.w.z. emissies afkomstig uit het brandstoftanksysteem) of de controle bij lage omgevingstemperaturen.
OBD-systemen moeten op alle voertuigen worden geïnstalleerd om alle vormen van verslechtering of storingen tijdens de hele levensduur van het voertuig te identificeren — de verordening bevat voorschriften voor het OBD-systeem bij normaal gebruik.
Fabrikanten moeten inrichtingen installeren om de hoeveelheid brandstof/energie die voor de bediening van het voertuig wordt gebruikt, continu te meten (boordapparatuur voor het monitoren van het brandstof- en/of energieverbruik, OBFCM-instrument).
Aanvraag om EU-typegoedkeuring
Fabrikanten dienen bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag in om EU-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies betreft, waaronder:
de resultaten van de gereglementeerde emissietests;
gedetailleerde schriftelijke informatie met een volledige beschrijving van de functionele kenmerken van het OBD-systeem;
een beschrijving van de maatregelen die zijn ingesteld om manipulatie en modificatie van de emissiebeheersingscomputer en de kilometerteller, waaronder de registratie van de afgelegde afstand, te voorkomen;
een uitgebreid documentatiepakket aan de hand waarvan een autoriteit kan beoordelen of het verbod op “manipulatievoorzieningen”2 die het niveau van emissiebeheersing verminderen, wordt nageleefd.
Wanneer aan alle relevante voorschriften is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie typegoedkeuring Euro 6 en kent zij een typegoedkeuringscertificaat toe.
Conformiteit van de productie
De fabrikant moet controleren of alle door hem geproduceerde voertuigen voldoen aan de typegoedkeuring en de emissiegrenswaarden.
Conformiteit tijdens het gebruik
Er moeten controles plaatsvinden om te waarborgen dat correct onderhouden en gebruikte voertuigen tijdens hun hele levensduur aan de emissiegrenswaarden voldoen, die zijn vastgesteld op:
15 000 km of 6 maanden, indien dat later het geval is; en
100 000 km of 5 jaar, indien dat eerder het geval is.
Voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing
Voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing, zoals katalysatoren en deeltjesfilters, moeten als aparte technische eenheden een typegoedkeuring krijgen.
De relevante voorschriften worden geacht te zijn vervuld indien de vervangende voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing zijn goedgekeurd overeenkomstig VN-ECE-verordening nr. 103.
Emissies van plug-in hybride voertuigen
Omdat uit recent onderzoek blijkt dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de gemiddelde werkelijke kooldioxide-emissies (CO2) van plug-in hybride elektrische voertuigen en de CO2-uitstoot ervan die door de WLTP worden bepaald, worden de gebruiksfactoren die worden toegepast voor het doel van de bepaling van de CO2-emissies bij typegoedkeuring herzien in Wijzigingsverordening (EU) 2023/443, om ervoor te zorgen dat de CO2-emissies die voor dergelijke voertuigen worden vastgesteld, representatief zijn voor het werkelijke gedrag van de bestuurder.
In de verordening worden nieuwe gebruiksfactoren3 vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens die vanaf september 2023 van toepassing zijn. Deze factoren worden herzien om de werkelijke omstandigheden beter te weerspiegelen, waarbij rekening wordt gehouden met gegevens van boordapparatuur voor het monitoren van het brandstofverbruik van dergelijke voertuigen en die in 2025 en nogmaals in 2027 worden verzameld in overeenstemming met Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392 van de Commissie.
Typegoedkeuring. De procedure volgens welke een product wordt gecertificeerd om te voldoen aan een minimum aantal wettelijke en technische voorschriften.
Manipulatievoorzieningen. Opzettelijke wijzigingen in het emissiebeheersingssysteem, bedoeld om de doeltreffendheid ervan bij normaal gebruik van het voertuig kunstmatig te verminderen.
Gebruiksfactoren. Vergelijkingen op basis van rijstatistieken afhankelijk van het bereik dat wordt gerealiseerd onder omstandigheden met ontlading en die worden gebruikt om de uitlaatgasverbindingen, de CO2-uitstoot en het brandstofverbruik met ontlading en met ladingbehoud van extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen te wegen.
BELANGRIJKSTE DOCUMENT
Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van , blz. 1-643).
Achtereenvolgende wijzigingen in Verordening (EU) 2017/1151 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Verordening (EU) 2023/443 van de Commissie van tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1151 wat betreft de typegoedkeuringsprocedures voor de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (PB L 66 van , blz. 1-237).
VN-Reglement nr. 154 — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen wat de gereguleerde emissies, kooldioxide-emissies en het brandstofverbruik en/of het meten van het elektriciteitsverbruik en de elektrische actieradius betreft (WLPT) (PB L 290 van , blz. 1-625).
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/392 van de Commissie van betreffende de monitoring en rapportering van gegevens met betrekking tot de CO2-emissies van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 1014/2010, (EU) nr. 293/2012, (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153 van de Commissie (PB L 77 van , blz. 8-25).
Reglement nr. 103 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van vervangingsvoorzieningen voor verontreinigingsbeheersing voor motorvoertuigen (PB L 207 van , blz. 30-42).
Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van , blz. 1-16).