De vergunning, invoer en productie van diergeneesmiddelen

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EU) 2019/6 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

De verordening bevat regels voor de verkoop, de vervaardiging, de invoer, de uitvoer, de levering, de distributie, de controle en het gebruik van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (GDG’s), en heeft tot doel:

KERNPUNTEN

De verordening maakt deel uit van een pakket wetgeving inzake de verbetering van de gezondheid van dieren en mensen, waartoe ook behoren:

Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik

Een GDG is elke stof of combinatie van stoffen die bedoeld is voor dieren en die wordt gebruikt:

Een modern innovatief wetgevingskader

De toegenomen beschikbaarheid van GDG’s bevorderen door innovatie en concurrentie te stimuleren

De bestrijding van antimicrobiële resistentie

Met de verordening wordt de strijd van de EU tegen antimicrobiële resistentie voorgezet en versterkt, door de invoering van:

Bovendien moeten niet-EU-landen bij hun invoer in de EU het verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen ter bevordering van de groei of verhoging van de opbrengst en de beperkingen ten aanzien van antimicrobiële stoffen die zijn aangewezen als voorbehouden voor gebruik bij de mens in de EU eerbiedigen. Hierdoor worden de consumenten in de EU beter beschermd tegen het risico van verspreiding van antimicrobiële resistentie door de invoer van dieren of producten van dierlijke oorsprong.

Overgangsbepalingen

In Wijzigingsverordening (EU) 2022/839 worden de overgangsbepalingen uiteengezet die toestaan dat houders van vergunningen voor het in de handel brengen en registreren GDG’s die aan de verpakkings- en de etiketteringsvereisten voldoen van Richtlijn 2001/82/EG of Verordening (EG) nr. 726/2004 (zie samenvatting) in de handel mogen brengen tot , zelfs als deze producten niet voldoen aan de betrokken vereisten van Verordening (EU) 2019/6. De verordening pakt zorgen aan over de praktische toepassing van artikel 152, lid 2, van Verordening (EU) 2019/6 en de noodzaak voor het voorzien van een continue bevoorrading van GDG’s en om rechtszekerheid3 vast te stellen.

Intrekking

Met deze verordening wordt Richtlijn 2001/82/EG met betrekking tot de EU-regels voor de vergunning, invoer en productie betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik met ingang van ingetrokken.

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

Deze is sinds van toepassing.

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

  1. Antimicrobiële resistentie. Het vermogen van micro-organismen (zoals bacteriën, virussen en sommige parasieten) om te voorkomen dat een antimicrobiële stof (zoals een antibioticum, antivirusmiddel of middel tegen malaria) tegen hen werkt. Deze resistentie betekent dat standaardbehandelingen niet meer werken en dat infecties kunnen aanhouden en zich naar anderen kunnen verspreiden.
  2. Diergeneesmiddelenbewaking. De wetenschap en activiteiten die verband houden met de opsporing, beoordeling, kennis en preventie van vermoedelijke ongewenste effecten of andere met een geneesmiddel verband houdende problemen.
  3. Rechtszekerheid. Een eis dat wetgeving op een dusdanige manier wordt opgesteld dat de personen waarop deze van toepassing is, de wetgeving kunnen begrijpen (dat ze duidelijk zijn) en acties kunnen ondernemen met kennis van de mogelijke gevolgen van deze acties.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van , blz. 43-167)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) 2019/6 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

laatste bijwerking