Beperkende maatregelen tegen Iran

SAMENVATTING VAN:

Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran

Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 961/2010

Besluit 2011/235/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran

Verordening (EU) nr. 359/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran

WAT IS HET DOEL VAN DE BESLUITEN EN VERORDENINGEN?

KERNPUNTEN

Artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bieden het algemene kader voor EU-sancties met betrekking tot Iran.

Besluit 2010/413/GBVB en Verordening (EU) nr. 267/2012

Het besluit en de verordening strekken tot omzetting van VN-sancties in vervolg op de VNVR-resolutie op grond waarvan Iran moet stoppen met de verrijking van uranium voor nucleaire proliferatiedoeleinden. Daarnaast leggen het besluit en de verordening een reeks autonome economische en financiële sancties van de Europese Unie (EU) op aan Iran, waaronder de volgende.

Handel in diverse goederen:

Financiële sector:

Transportsector:

Op werd VNVR-resolutie 2231 (2015) aangenomen en overeengekomen door Iran en de E3/EU+31. Met deze resolutie:

Op (de dag van de toepassing van de overeenkomst) heeft de VN bepaalde nucleair-gerelateerde beperkende maatregelen opgeheven, zoals vastgesteld bij VNVR-resolutie 2231 (2015). Daarnaast heeft de Raad van de Europese Unie alle nucleair-gerelateerde economische en financiële sancties van de EU tegen Iran opgeheven. Sommige andere beperkingen blijven echter van kracht.

Besluit 2011/235/GBVB en Verordening (EU) nr. 359/2011

Besluit 2011/235/GBVB voorziet in een reisverbod en de bevriezing van tegoeden2 en bevriezing van economische middelen3 voor personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten in Iran, en met hen geassocieerde personen. Verordening (EU) nr. 359/2011 geeft uitvoering aan Besluit 2011/235/GBVB met betrekking tot de volgende punten.

Maatregelen ter bestrijding van binnenlandse onderdrukking

Financiële sancties

Humanitaire uitzonderingen

Besluit (GBVB) 2024/1795 strekt tot wijziging van Besluit 2011/235/GBVB en bevat humanitaire uitzonderingen op de beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in het licht van de situatie in Iran. Dit om het beginsel van humanitair optreden door onpartijdige humanitaire actoren in Iran te vergemakkelijken en het zo mogelijk te maken dat bepaalde organisaties en agentschappen die optreden als de humanitaire partners van de EU, worden vrijgesteld van het verbod om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen aan aangewezen personen, entiteiten en lichamen, uitsluitend voor humanitaire doeleinden in Iran.

Verordening (EU) 2024/1796 strekt tot wijziging van Verordening (EU) nr. 359/2011 teneinde de bij Besluit (GBVB) nr. 2024/1795 ingevoerde wijzigingen ten uitvoer te leggen, om ervoor te zorgen dat ze in alle lidstaten op uniforme wijze worden toegepast.

VANAF WANNEER ZIJN DE BESLUITEN EN VERORDENINGEN VAN TOEPASSING?

Besluit 2010/413/GBVB is van toepassing sinds en Verordening (EU) nr. 267/2012 is van toepassing sinds .

Besluit 2011/235/GBVB is van toepassing sinds en Verordening (EU) nr. 359/2011 is van toepassing sinds .

ACHTERGROND

Een afzonderlijke samenvatting heeft betrekking op beperkende maatregelen in het licht van de militaire steun van Iran aan de Russische invasie in Oekraïne en bijstand aan gewapende groepen in het Midden-Oosten en het Rode Zeegebied.

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

  1. E3/EU+3. Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk (een informele regeling voor buitenlandse en veiligheidssamenwerking die is gecreëerd toen het Verenigd Koninkrijk nog lid was van de EU), plus China, Rusland en de Verenigde Staten.
  2. Bevriezing van tegoeden. Het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken of bestemming, of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt.
  3. Bevriezing van economische middelen. Het voorkomen van het gebruik van economische middelen (activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen) om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet beperkt tot, het verkopen, verhuren of verhypothekeren daarvan.

BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN

Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB (PB L 195 van , blz. 39-73).

Achtereenvolgende wijzigingen aan Besluit 2010/413/GBVB werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 961/2010 (PB L 88 van , blz. 1-112).

Zie de geconsolideerde versie.

Besluit 2011/235/GBVB van de Raad van betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran (PB L 100 van , blz. 51-57).

Zie de geconsolideerde versie.

Verordening (EU) nr. 359/2011 van de Raad van betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Iran (PB L 100 van , blz. 1-11).

Zie de geconsolideerde versie.

laatste bijwerking