Ze heeft ten doel consumenten te beschermen tegen grensoverschrijdende inbreuken op EU-consumentenwetgeving door de samenwerking te moderniseren van de relevante nationale autoriteiten in landen van de EU, de Europese Economische Ruimte (EER) en de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en met de Europese Commissie.
De nieuwe voorschriften helpen het vertrouwen van consumenten en bedrijven in elektronische handel binnen de EU te vergroten.
Deze verordening vervangt Verordening (EG) nr. 2006/2004 vanaf .
De verordening heeft betrekking op 26 EU-wetten die de belangen van de consument beschermen en zijn opgenomen in de bijlagen bij de verordening (er kunnen in de toekomst nieuwe worden toegevoegd om het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden naar nieuwe wetgevingsgebieden), en is van toepassing in geval van inbreuk op deze wetten.
Deze inbreuken zijn:
De inbreuk kan een handeling of een omissie zijn, en kan zijn beëindigd voordat handhaving begint of is voltooid.
Elk EU-land moet middelen aanwijzen en verstrekken voor:
EU-landen kunnen ook aangewezen instanties instellen, indien nodig, om informatie met betrekking tot de inbreuk te verzamelen of om handhavingsmaatregelen te treffen, onder bepaalde voorwaarden van de verordening.
De verordening bevat een lijst van de minimumonderzoeks- en -handhavingsbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten, waaronder de bevoegdheid om toezeggingen van een handelaar te verkrijgen om een inbreuk te beëindigen of om herstel te bieden aan de getroffen consumenten.
Verder zijn autoriteiten in staat om:
Voor inbreuken binnen de EU stelt de verordening de procedure vast voor verzoeken om informatie en voor handhavingsmaatregelen van het ene EU-land naar het andere.
Autoriteiten moeten binnen dertig dagen op verzoeken om informatie reageren, tenzij anders is overeengekomen, en moeten onmiddellijk en doorgaans binnen zes maanden passende handhavingsmaatregelen toepassen. De verordening bevat tevens de voorwaarden waaronder een dergelijk verzoek kan worden afgewezen.
Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat zich een wijdverbreide inbreuk voordoet, moeten de betrokken autoriteiten de Commissie, andere bevoegde autoriteiten en verbindingsbureaus onverwijld op de hoogte stellen en, indien dat is overeengekomen, een gecoördineerde actie lanceren met een aangewezen coördinator.
De Commissie moet alle vermoede inbreuken waarvan zij kennis krijgt, melden bij de nationale autoriteiten. Indien er een vermoeden bestaat dat zich een grootschalige EU-brede inbreuk voordoet, moeten nationale autoriteiten adequate onderzoeken instellen en een gecoördineerde actie starten indien uit deze onderzoeken blijkt dat er sprake zou kunnen zijn van een inbreuk. Gecoördineerde acties om wijdverbreide inbreuken met een EU-dimensie aan te pakken, moeten altijd worden gecoördineerd door de Commissie.
EU-landen mogen weigeren om deel te nemen aan een gecoördineerde actie, bijvoorbeeld als er al rechtsvorderingen zijn of als uit onderzoek is gebleken dat de daadwerkelijke of potentiële gevolgen van de vermeende inbreuk verwaarloosbaar zijn in dat land.
De verordening introduceert ook een EU-breed waarschuwingssysteem, zodat opkomende bedreigingen sneller worden ontdekt. Dit nieuwe waarschuwingssysteem combineert het systeem dat al bestaat onder de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (Verordening (EG) nr. 2006/2004) met een bredere uitwisseling van relevante en noodzakelijke informatie.
Daarnaast kunnen bepaalde externe instanties (zoals consumenten- en beroepsorganisaties, de Europese Consumentencentra en aangewezen instanties waaraan deze bevoegdheid is gegeven door de EU-landen of door de Commissie) ook waarschuwingen afgeven („externe waarschuwingen”). Dit vergroot de rol van belanghebbenden bij de handhaving van het consumentenbeschermingsrecht.
De autoriteiten kunnen ook besluiten om sweeps1 uit te voeren om inbreuken op te sporen, maar deze moeten normaal gesproken worden gecoördineerd door de Commissie.
Autoriteiten kunnen rechtstreeks om relevante gegevens van derden vragen in overeenstemming met Richtlijn 2000/31/EG (inzake e-handel) en met inachtneming van de wetgeving inzake gegevensbescherming (Verordening (EG) nr. 45/2001 betreffende de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, Verordening (EU) 2016/679 — Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en Richtlijn (EU) 2016/680 — Bescherming van persoonsgegevens bij gebruik door politie en strafrechtelijke autoriteiten).
De verordening is van toepassing met ingang van .
Kijk voor meer informatie op:
Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van , blz. 1-26)
laatste bijwerking