In de richtlijn zijn regels vastgelegd voor het met achteruitkijkspiegels uitrusten van bedrijfsvoertuigen die zijn ontworpen om meer dan 3,5 ton aan goederen te vervoeren en die na zijn ingeschreven.
Dit is met name bedoeld om de veiligheid van andere weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers en motorrijders, te verbeteren. Voor hen vormt de zijdelingse dode hoek aan de passagierszijde van vrachtwagens een groot risico.
Vanaf en uiterlijk moeten alle vrachtwagens in de EU die zijn ontworpen om meer dan 3,5 ton te vervoeren (categorie N2 en N3) aan de passagierszijde zijn uitgerust met een spiegel van klasse IV (breedtespiegel) en een spiegel van klasse V (trottoirspiegel).
De richtlijn, een tijdelijke maatregel die van toepassing is op voertuigen die na zijn ingeschreven, is erop gericht om het indirecte gezichtsveld te verbeteren van voertuigen die niet onder de nieuwe voertuigvoorschriften uit Verordening (EG) nr. 661/2009 vallen.
De richtlijn is niet rechtstreeks van toepassing, maar verplicht nationale regeringen om wetgeving aan te nemen die de spiegels verplicht stelt.
De EU-landen moeten een lijst met technische oplossingen naar de Europese Commissie sturen. Die maakt de informatie vervolgens algemeen beschikbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de Commissie om er, via de relevante comités, voor te zorgen dat uitrustingen worden aangebracht en aan een conformiteitstest en technische keuring worden onderworpen.
De richtlijn is sinds van toepassing. EU-landen moesten de richtlijn voor omzetten in nationale wetgeving.
Voor meer informatie zie:
Richtlijn 2007/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de uitrusting met spiegels van in de Gemeenschap ingeschreven vrachtwagens (PB L 184 van , blz. 25-28)
laatste bijwerking