Strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de EU schaadt

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn (EU) 2017/1371 over de inzet van strafrecht om de financiële belangen van de EU te beschermen

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

De richtlijn heeft betrekking op:

De richtlijn bevat gemeenschappelijke regels inzake sancties en verjaringstermijnen met betrekking tot de strafbare feiten waarop de onderhavige richtlijn betrekking heeft.

Definities

Elk van de volgende strafbare feiten is op EU-niveau gedefinieerd:

De richtlijn geeft een definitie van “overheidsfunctionarissen” — EU- en nationale functionarissen (ook in lidstaten) — en deze definitie is relevant voor de definitie van witwassen van geld, corruptie en wederrechtelijke toe-eigening.

De strafbare feiten zoals in de richtlijn omschreven, vallen onder de verantwoordelijkheid van het Europees Openbaar Ministerie, een onafhankelijk EU-orgaan dat bevoegd is om deze strafbare feiten te onderzoeken, te vervolgen en aan de bevoegde nationale rechtbanken voor te leggen.

Gemeenschappelijke aanpak

In alle lidstaten (met uitzondering van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk (1)):

Sancties

De richtlijn voorziet in minimale “doeltreffende, evenredige en afschrikkende” strafrechtelijke sancties.

Deze bestaan onder meer uit een sanctie van minimaal vier jaar gevangenisstraf:

Indien met het strafbaar feit een schade van minder dan 10 000 EUR is gemoeid, kunnen lidstaten in andere dan strafrechtelijke sancties voorzien.

Met betrekking tot rechtspersonen bevat de richtlijn naast geldboetes verschillende andere soorten sancties (al dan niet strafrechtelijk).

Het plegen van bovengenoemde feiten in het verband van een criminele organisatie als omschreven in Kaderbesluit 2008/841/JBZ (zie samenvatting) levert een verzwarende omstandigheid op (het feit wordt als ernstiger beschouwd).

Deze sancties vormen geen belemmering voor:

De richtlijn heeft ook betrekking op:

Samenwerking tussen lidstaten en instellingen, organen en instanties van de EU

VANAF WANNEER TREDEN DE REGELS IN WERKING?

De richtlijn moest op in nationale wetgeving zijn .

ACHTERGROND

Artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht de EU en de lidstaten ertoe fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad, te bestrijden met afschrikkende maatregelen.

Meer dan 90 % van de EU-begroting wordt op nationaal niveau beheerd. Schade aan de EU-begroting als gevolg van misdaad en andere onwettige activiteiten bedraagt honderden miljoenen euro’s per jaar en vormt een ernstig probleem. In 2011 heeft de Europese Commissie een mededeling goedgekeurd met voorstellen om de financiële belangen van de EU beter te beschermen (zie IP/11/644).

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

  1. Btw-carrouselfraude. Wanneer fraudeurs goederen btw-vrij uit andere lidstaten invoeren, deze vervolgens aan binnenlandse kopers verkopen en hen btw in rekening brengen. De verkopers verdwijnen vervolgens zonder de btw aan de belastingdienst te voldoen.
  2. Rechtspersoon. Een entiteit die krachtens de wet dezelfde rechten en plichten heeft als natuurlijke personen (mensen); een vennootschap is hiervan een goed voorbeeld.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van , blz. 29-41)

laatste bijwerking

(1) * Het Verenigd Koninkrijk heeft zich teruggetrokken uit de Europese Unie en is per een niet-EU-land geworden.