In de richtlijn wordt voorgeschreven dat gegevens die door rechtshandhavingsautoriteiten worden verzameld:
Lidstaten moeten termijnen vaststellen voor het wissen van persoonsgegevens of voor een periodieke evaluatie van de noodzaak van de opslag ervan.
De richtlijn schrijft voor dat rechtshandhavingsautoriteiten een duidelijk onderscheid maken tussen de gegevens van verschillende categorieën personen, zoals:
Personen hebben er recht op dat de bevoegde rechtshandhavingsautoriteiten bepaalde informatie aan hen ter beschikking stellen, of in sommige gevallen aan hen verstrekken, zoals:
Personen hebben het recht om van de bevoegde autoriteiten uitsluitsel te krijgen over of hun persoonsgegevens al dan niet worden verwerkt, om die persoonsgegevens in te zien en om informatie betreffende de verwerking ervan te verkrijgen.
Nationale autoriteiten moeten technische en organisatorische maatregelen nemen om te zorgen dat het niveau van de beveiliging van persoonsgegevens afgestemd is op het risico. Als de gegevensverwerking is geautomatiseerd, moeten een aantal maatregelen worden getroffen, zoals:
Nationale autoriteiten moeten logboeken bijhouden waarin onder andere de volgende informatie wordt opgeslagen: de datum en het tijdstip waarop de toegang tot persoonsgegevens is verkregen en de namen van degenen die de gegevens hebben geraadpleegd of aan wie de gegevens bekend zijn gemaakt. De logbestanden dienen voornamelijk te worden gebruikt om te controleren of de gegevensverwerking rechtmatig is, om de integriteit en de beveiliging van de verwerking en strafrechtelijke procedures te waarborgen.
Met de richtlijn wordt Kaderbesluit 2008/977/JBZ over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken per ingetrokken.
In juni 2020 heeft de Europese Commissie een mededeling uitgevaardigd getiteld “Volgende stappen om het acquis van de voormalige derde pijler aan de gegevensbeschermingsregels aan te passen”.
Op moet het eerste verslag over de evaluatie en toetsing van de richtlijn worden ingediend.
Deze is sinds van toepassing. Lidstaten moesten de richtlijn voor omzetten in nationaal recht.
Zie voor meer informatie:
Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van , blz. 89–131).
Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn (EU) 2016/680 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
laatste bijwerking