52008PC0853(01)




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 12.12.2008

COM(2008) 853 definitief

2008/0248 (AVC)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. Bijgaande voorstellen zijn de juridische instrumenten voor de ondertekening en sluiting van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds.

1. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de overeenkomst;

2. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst.

2. De betrekkingen tussen Syrië en de Europese Gemeenschap worden thans geregeld door de samenwerkingsovereenkomst die op 18 juli 1977 is ondertekend (en op 1 januari 1978 in werking is getreden), zoals gewijzigd bij later vastgestelde protocollen. De Raad stelde op 18 december 1997 onderhandelingsrichtsnoeren vast en de Commissie begon op 14 en 15 mei 1998 met de formele onderhandelingen over een associatieovereenkomst. De vorderingen waren de eerste vier jaar zeer beperkt. Het tempo van de onderhandelingen veranderde na de herschikking van de regering in december 2001 en zo kon tijdens de achtste zitting op 5 en 6 juni 2002 overeenstemming worden bereikt over de eerste hoofdstukken van de tekst. Na overlegging van een omvattend Syrisch tariefschema konden in september 2003 intensieve onderhandelingen van start gaan over tariefafbraak. De onderhandelingen werden tijdens de twaalfde ronde op 8 en 9 december 2003 afgesloten en gevolgd door een reeks technische besprekingen. De tekst van de overeenkomst werd op 19 oktober 2004 [en op 14 december 2008] in Brussel door de Commissie en de regering van Syrië geparafeerd.

3. Op 17 december 2004 is de overeenkomst voorgelegd aan de Raad [COM (2004) 808 definitief], maar de Raad heeft om politieke redenen geen overeenstemming bereikt over ondertekening van de overeenkomst.

Gezien de recente positieve ontwikkelingen in het regionale beleid van Syrië, met name wat betreft de betrekkingen met Libanon en Israel, is men het er binnen de EU nu over eens dat de ontwerpovereenkomst aangepast moet worden met het hoog op spoedige sluiting.

De Commissie en Syrië hebben daarom technische aanpassingen afgesproken om de ontwerpovereenkomst van 2004 te actualiseren en op 14 december 2008 is de herziene overeenkomst geparafeerd. De aanpassingen zijn zuiver technisch van aard en weerspiegelen de ontwikkelingen sinds 2004 die van invloed zijn op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, met name de laatste uitbreidingsronde van de EU, de hervorming van de Syrische douanetarieven, veranderingen in het geharmoniseerde systeem en de gecombineerde nomenclatuur.

4. De voorgestelde herziene associatieovereenkomst tussen de EU en Syrië markeert het begin van nieuwe, nauwere betrekkingen binnen de context van het Euro-mediterrane partnerschap dat in 1995 met de Verklaring van Barcelona van start ging. De overeenkomst zal bijdragen tot de vrede en veiligheid in de regio en de handel en economische betrekkingen tussen Syrië en de EU en tussen Syrië en zijn partners in het Middellandse Zeegebied stimuleren. De voorgestelde overeenkomst vormt de laatste ontbrekende schakel voor de totstandbrenging van de Euro-mediterrane vrijhandelszone in 2010, als bedoeld in de Verklaring van Barcelona. In de Verklaring van Barcelona wordt gewezen op de EU-prioriteit om de veiligheidsrelaties en de economische en sociale relaties met de partners in het zuidelijke Middellandse Zeegebied te versterken. De overeenkomsten met Tunesië, Marokko, Algerije, Egypte, Israël, de Palestijnse gebieden (PLO), Jordanië en Libanon zijn reeds getekend. Alleen Syrië rest nog.

5. De associatieovereenkomst EU-Syrië wordt voor onbepaalde tijd gesloten en maakt de weg vrij voor verdieping van de relaties op een groot aantal gebieden, op basis van wederkerigheid en partnerschap. De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten vormt een essentieel onderdeel van de overeenkomst. Overeenkomstig het besluit van de Raad van 17 november 2003 betreffende de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens, is een ander essentieel onderdeel van de overeenkomst de verbintenis om de bestaande verplichtingen in het kader van ontwapenings- en nonproliferatieverdragen na te komen.

6. De associatieovereenkomst EU-Syrië is qua patroon gelijk aan andere Euro-mediterrane associatieovereenkomsten, maar bevat wel meer verreikende en substantiële bepalingen op een aantal gebieden: nonproliferatie, terrorismebestrijding, tariefafbraak voor landbouwproducten, technische handelsbelemmeringen, sanitaire en fytosanitaire maatregelen, handelsfacilitering, recht van vestiging en dienstverlening, overheidsopdrachten, intellectuele-eigendomsrechten en geschillenbeslechtingsmechanismen. In voorlopige toepassing van de handelsbepalingen en handelsgerelateerde bepalingen is eveneens voorzien.

7. De overeenkomst omvat de volgende hoofdcomponenten:

- een regelmatige politieke dialoog, waaronder samenwerking op het gebied van nonproliferatie;

- een economische, sociale en culturele dialoog en samenwerking op een groot aantal gebieden;

- de geleidelijke totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de Europese Gemeenschap en Syrië over een periode van maximaal twaalf jaar. Beide partijen erkennen het belang van vrijhandel, als bedoeld bij de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

- voor industrieproducten wordt de rechtenvrije toegang van de Syrische export tot de Gemeenschap in het kader van de samenwerkingsovereenkomst uit 1978 herbevestigd. Op wederzijdse basis liberaliseert Syrië zijn invoerregeling voor producten uit de Gemeenschap, zodat alle tarieven aan het einde van de overgangsperiode van twaalf jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst zijn verlaagd tot het nulrecht;

- voor bewerkte landbouwproducten zijn specifieke wederzijdse concessies voorzien;

- de uitvoer van landbouwproducten van Syrië naar de Gemeenschap wordt geliberaliseerd overeenkomstig de doelstellingen van het proces van Barcelona (geleidelijke liberalisering met herzieningsclausule). Voor een aantal gevoelige producten worden tariefcontingenten toegepast. De tarieven op producten die van de Gemeenschap naar Syrië worden uitgevoerd, worden lineair afgebroken, zodat deze aan het einde van de overgangsperiode van twaalf jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst tot het nulrecht zijn verlaagd;

- de handel in vis en visserijproducten die vanuit Syrië in de Gemeenschap worden ingevoerd, wordt met uitzondering van een beperkt aantal producten in twee jaar geliberaliseerd. Voor producten waarvoor niet is voorzien in liberalisering, worden in het kader van de overeenkomst contingenten vastgesteld. De tarieven voor vis en visserijproducten die vanuit de Gemeenschap worden uitgevoerd naar Syrië, worden lineair afgebroken over een periode van maximaal twaalf jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst;

- het recht van vestiging en de verlening van diensten, waarbij Europese investeerders bij vestiging in Syrië de status van meestbegunstigde natie of nationale behandeling krijgen (afhankelijk van de vraag welk van de twee het gunstigst is) en vrijwel alle sectoren voor investeringen worden opengesteld, met uitzondering van bepaalde sectoren die gereserveerd worden voor staatsmonopolies. De telecommunicatiesector wordt uiterlijk zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst opengesteld;

- bepalingen inzake de beslechting van handelsgeschillen, overeenkomstig de WTO-regels voor geschillenbeslechting;

- bepalingen inzake het verkeer van personen;

- bepalingen inzake het betalings- en kapitaalverkeer, mededinging, overheidsopdrachten, intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, alsmede inzake normen, technische regelgeving en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

- verbintenissen en samenwerking op het gebied van migratie (waaronder overname), de rechtsstaat, bestrijding van drugs en georganiseerde misdaad, witwassen van geld en terrorismebestrijding;

- institutionele bepalingen voor het beheer van de overeenkomst, onder andere met betrekking tot de instelling van een Associatieraad, die bijeenkomt op ministerieel niveau en toezicht houdt op de implementatie van de overeenkomst, en een Associatiecomité;

- de Associatieraad neemt alle nuttige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en ter bevordering van de contacten tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Syrië.

De overeenkomst is gericht op de ondersteuning van de economische en politieke hervormingen in Syrië, de voorbereiding van het land op integratie in de wereldeconomie en de bevordering van regionale integratie. Via de regelmatige politieke dialoog moet de overeenkomst de EU ook in de gelegenheid stellen met Syrië allerlei onderwerpen van gemeenschappelijk belang te bespreken, met name de mensenrechten en de democratische beginselen, terrorisme en nonproliferatie.

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 310, in samenhang met de eerste zin van de eerste alinea van artikel 300, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie[1],

Overwegende hetgeen volgt :

(1) De Raad heeft op 18 december 1997 de richtsnoeren goedgekeurd op basis waarvan de Commissie onderhandelingen heeft gevoerd over een Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds.

(2) Deze onderhandelingen zijn afgesloten en de overeenkomst is op 19 oktober 2004 [en op 14 december 2008] geparafeerd.

(3) De Europese Commissie en de Arabische Republiek Syrië hebben zich ertoe verbonden enkele bepalingen van de associatieovereenkomst voorlopig toe te passen, in afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst.

(4) De voor de voorlopige toepassing vereiste maatregelen dienen te worden aangenomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[2].

(5) De associatieovereenkomst moet worden ondertekend namens de Gemeenschap en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen ervan moet worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

Onder voorbehoud van eventuele sluiting op een later tijdstip, wordt de voorzitter van de Raad gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) namens de Europese Gemeenschap over te gaan tot ondertekening van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds.

Artikel 2

De volgende artikelen van de associatieovereenkomst worden voorlopig toegepast, in afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst: artikel 2, artikel 7 tot en met 42, artikel 61, artikel 63 tot en met 89, artikel 97, artikel 99 tot en met 102, artikel 107, artikel 120, artikel 132 tot en met 138, artikel 140 en artikel 141.

Artikel 3

De voor de voorlopige toepassing van de overeenkomst vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 4 bedoelde procedure.

Artikel 4

3. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité horizontale vraagstukken inzake handel in verwerkte landbouwproducten die niet zijn opgenomen in bijlage I bij het Verdrag, ingesteld bij artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/1993 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen[3], door het Comité van beheer voor suiker, ingesteld bij artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker[4], als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 680/2002 van de Commissie van 19 april 2002[5] of, voor zover noodzakelijk, door de comités die zijn ingesteld bij de overeenkomstige bepalingen van andere verordeningen betreffende de gemeenschappelijke ordening der markten of door het Comité douanewetboek dat is ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[6]. Bij verwijzing naar dit lid zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op een maand.

4. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

2008/0248 (AVC)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 310, in samenhang met de tweede zin van artikel 300, lid 2, en lid 3, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de instemming van het Europees Parlement[7],

Overwegende hetgeen volgt :

(1) De Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds, is, namens de Europese Gemeenschap, ondertekend te … op … , onder voorbehoud van eventuele sluiting op een later tijdstip, overeenkomstig Besluit …/…/EG van de Raad van ….

(2) De overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds, de daaraan gehechte bijlagen en protocollen, alsmede de aan de slotakte gehechte gemeenschappelijke verklaringen en verklaringen van de Europese Gemeenschap, worden namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst, de protocollen en de slotverklaring maken deel uit van dit besluit.

Artikel 2

Het standpunt dat de Gemeenschap inneemt in de Associatieraad en het Associatiecomité, wordt vastgesteld door de Raad, op voorstel van de Commissie, of, in voorkomend geval, door de Commissie, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de Verdragen.

Het voorzitterschap van de Associatieraad wordt overeenkomstig de artikelen 124 en 127 van de overeenkomst, bekleed door de voorzitter van de Raad. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt overeenkomstig de overeengekomen procedures bekleed door een vertegenwoordiger van de Commissie.

Per geval wordt door de Raad, respectievelijk door de Commissie besloten tot bekendmaking van de besluiten van de Associatieraad en het Associatiecomité in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) namens de Europese Gemeenschap de akte van kennisgeving neder te leggen, als bedoeld in artikel 142 van de overeenkomst.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

EURO-MEDITERRANE OVEREENKOMST

WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT

TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP

EN HAAR LIDSTATEN, ENERZIJDS,

EN DE ARABISCHE REPUBLIEK SYRIË, ANDERZIJDS

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

DE REPUBLIEK MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP , hierna “lidstaten” genoemd, en

de UROPESE GEMEENSCHAP , hierna “de Gemeenschap” genoemd, enerzijds, en

de ARABISCHE REPUBLIEK SYRIË , hierna “Syrië” genoemd, anderzijds,

GELET OP het belang van de historische banden tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Syrië, anderzijds, en hun gemeenschappelijke waarden,

OVERWEGENDE dat de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Syrië, anderzijds, deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, op basis van wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling,

GELET OP het belang dat de partijen hechten aan de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop de associatie is gegrondvest,

GELET OP de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren in Europa en Syrië, en zich bewust van de noodzaak samen te werken om de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling te bevorderen, door samenwerking binnen een alomvattend Euro-mediterraan kader en op subregionaal niveau aan te moedigen,

ZICH BEWUST van de vastberadenheid van Syrië om de wisselwerking tussen zijn economie en de wereldeconomie verder te ontwikkelen en gezien de samenwerking van Syrië in deze context met de Gemeenschap en haar lidstaten,

ZICH BEWUST van het belang van deze op samenwerking en dialoog gebaseerde overeenkomst voor duurzame veiligheid en stabiliteit in de Euro-mediterrane regio,

OVERWEGENDE dat de proliferatie, onder zowel statelijke als niet-statelijke actoren, van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen een van de ernstigste bedreigingen is voor de internationale stabiliteit en veiligheid,

VERLANGENDE samen te werken om de dreiging van het onwettige gebruik van en de onwettige handel in met massavernietigingswapens verband houdende goederen en technologieën het hoofd te bieden en erkennende dat het opzetten van doelmatige nationale systemen voor controle op de uitvoer, de doorvoer en het eindgebruik van goederen ook de verwerving van goederen en technologieën voor de ontwikkeling van Syrië zal vereenvoudigen;

ZICH BEWUST van de dreiging die internationale criminaliteit en terrorisme vormen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst en met het oog op stabiliteit in de regio,

VERLANGENDE een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen,

REKENING HOUDEND MET de bereidheid van de Gemeenschap Syrië te steunen in zijn streven naar economische hervorming en sociale ontwikkeling door middel van effectieve samenwerkingsmechanismen,

REKENING HOUDEND MET het verschil in economische en sociale ontwikkeling tussen de Gemeenschap en Syrië, en verlangende dit verschil door samenwerking te overbruggen en de doelstellingen van deze associatie te verwezenlijken door de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst,

VERLANGENDE de samenwerking te versterken, gebaseerd op een regelmatige dialoog over economische, wetenschappelijke, technologische, audiovisuele, sociale, culturele en milieuvraagstukken, met het oog op beter wederzijds inzicht en begrip,

GELET OP het belang voor de Gemeenschap en Syrië van vrijhandel, als bedoeld bij de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

ERVAN OVERTUIGD dat deze associatieovereenkomst een gunstig klimaat zal creëren voor de verdere ontwikkeling van hun economische betrekkingen, met name op het gebied van handel en investeringen, technologische modernisering, en samenwerking, met inbegrip van passende economische herstructurering,

BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die vallen onder het toepassingsbereik van deel III, titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naar gelang het geval) Syrië ervan in kennis stelt dat het gebonden is als deel van de Gemeenschap, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht,

hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:

Artikel 1

1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Syrië, anderzijds.

2. De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

(a) een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op de ontwikkeling van nauwe politieke relaties op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;

(b) de voorwaarden vast te stellen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;

(c) de contacten te ontwikkelen en evenwichtige economische en sociale relaties tot stand te brengen tussen de partijen, met name door dialoog en samenwerking, teneinde de welvaart en economische en sociale ontwikkeling in Syrië te stimuleren;

(d) de samenwerking te stimuleren op Euro-mediterraan en subregionaal niveau, door integratie tussen Syrië en zijn regionale partners;

(e) de samenwerking te stimuleren op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied, alsmede op andere gebieden van wederzijds belang.

Artikel 2

De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten volgens de definitie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vormt de grondslag voor het binnenlands en buitenlands beleid van de partijen en is een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

TITEL I

POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING

Artikel 3

Er wordt een regelmatige politieke dialoog en samenwerking tot stand gebracht tussen de partijen teneinde de duurzame samenwerkingsrelaties tussen de partijen te stimuleren en een bijdrage te leveren aan de welvaart, stabiliteit en veiligheid in het Middellandse Zeegebied, en een klimaat van interculturele verstandhouding en verdraagzaamheid te creëren.

Artikel 4

De partijen herhalen hun gezamenlijke doelstelling om een wederzijds en effectief controleerbare zone in het Midden-Oosten tot stand te brengen die vrij is van nucleaire, biologische en chemische massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen. Zij komen overeen gezamenlijk de ondertekening, ratificatie en uitvoering door alle mediterrane partners te stimuleren van alle nonproliferatie-instrumenten, waaronder het Nonproliferatieverdrag, het Algeheel Kernstopverdrag, het Verdrag inzake biologische wapens en het Verdrag inzake chemische wapens.

Artikel 5

1. De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de bestrijding van de proliferatie van nucleaire, biologische en chemische massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, door nakoming van hun bestaande verplichtingen op grond van internationale ontwapenings- en nonproliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere bestaande relevante internationale verplichtingen, waaronder de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en door de effectieve uitvoering daarvan te garanderen. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel vormt van de overeenkomst.

2. Zij komen ook overeen samen te werken en aan dit doel bij te dragen door:

te streven naar de ondertekening, ratificatie of toetreding, al naar gelang van het geval, en de uitvoering van andere relevante internationale instrumenten;

het opzetten van effectieve nationale systemen voor de controle op de uitvoer, de doorvoer en het eindgebruik van met massavernietigingswapens verband houdende goederen en technologieën, waaronder strategische goederen, en door handhavingsprocedures met passende sancties te ondersteunen.

3. De politieke dialoog als bedoeld in artikel 6 ondersteunt en consolideert de in de artikelen 4 en 5 bedoelde elementen.

Artikel 6

1. De politieke dialoog omvat onderwerpen van gezamenlijk belang, met name vrede, eerbiediging van het internationaal recht en de territoriale integriteit , regionale stabiliteit en veiligheid, mensenrechten, democratie en regionale ontwikkeling, en is erop gericht de weg vrij te maken voor nieuwe vormen van samenwerking met het oog op gemeenschappelijke doelstellingen op die gebieden.

2. De politieke dialoog en samenwerking hebben met name ten doel:

(a) het proces van toenadering tussen de partijen te vergemakkelijken, door de ontwikkeling van een betere wederzijdse verstandhouding en de bevordering van de convergentie van standpunten door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;

(b) elke partij de gelegenheid te bieden een beter inzicht te verwerven in de standpunten van de andere partij, en met die standpunten rekening te houden;

(c) de internationale nonproliferatie te stimuleren en de wederzijdse veiligheid en stabiliteit in de Euro-mediterrane regio te stimuleren;

(d) gezamenlijke initiatieven te helpen ontwikkelen op basis van de beginselen die ten grondslag liggen aan deze overeenkomst.

3. De politieke dialoog vindt regelmatig plaats en telkens wanneer dat nodig is, meer bepaald:

(a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;

(b) op het niveau van hoge ambtenaren van Syrië, enerzijds, en van het voorzitterschap van de Raad, bijgestaan door de Secretaris-generaal/Hoge Vertegenwoordiger, en de Europese Commissie, anderzijds;

(c) met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, waaronder regelmatige briefings door ambtenaren, overleg bij gelegenheid van internationale bijeenkomsten en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;

(d) telkens wanneer dat nodig is, op elke andere wijze die kan bijdragen tot de consolidatie, verdere ontwikkeling en intensivering van deze dialoog.

TITEL II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

BASISPRINCIPES

Artikel 7

De Gemeenschap en Syrië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) van 1994, hierna “GATT 1994” genoemd.

HOOFDSTUK I

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

Artikel 8

Onder douanerechten worden alle rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd in verband met de in- of uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze in- of uitvoer, met uitzondering van:

(a) interne belastingen of andere binnenlandse heffingen die overeenkomstig artikel 24, lid 1, worden opgelegd;

(b) antidumpingrechten of compenserende rechten die overeenkomstig de artikelen 28 en 29 worden opgelegd;

(c) vergoedingen en andere heffingen die worden opgelegd op grond van artikel VIII van de GATT 1994. Deze dienen beperkt te blijven tot het bedrag bij benadering van de gemaakte kosten of de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de in- of uitvoer voor fiscale doeleinden beogen. De vergoedingen of heffingen dienen te worden vastgesteld volgens specifieke tarieven die overeenkomen met de reële waarde van de verleende diensten.

Artikel 9

1. De douanerechten bij invoer tussen de partijen worden afgeschaft overeenkomstig het bepaalde in de afdelingen 1 en 2.

2. De douanerechten bij uitvoer tussen de partijen worden afgeschaft met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

3. De basisdouanerechten waarop de bepalingen inzake rechtenafschaffing worden toegepast, zijn voor elk product:

a) het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen dat erga omnes wordt toegepast op de dag van ondertekening van de overeenkomst[8];

b) het in bijlage I opgenomen douanetarief van Syrië.

4. Indien een partij voor het einde van de overgangsperiode het door haar toegepaste douanerecht ten opzichte van het in lid 3 bedoelde recht verlaagt, zijn de bepalingen inzake rechtenafschaffing van die partij vanaf de datum van die verlaging van toepassing op de verlaagde rechten.

5. Indien Syrië toetreedt tot de WTO, is het basisdouanerecht waarop de bepalingen inzake rechtenafschaffing moeten worden toegepast, het bij de WTO geconsolideerde recht of het op de datum van toetreding erga omnes toegepaste recht, indien dat lager is. Indien de rechten na toetreding tot de WTO erga omnes worden verlaagd, is het verlaagde recht het basisdouanerecht vanaf de datum van toepassing van die verlaging.

Artikel 10

Met ingang van de datum van ondertekening van deze overeenkomst worden in het handelsverkeer tussen de partijen geen nieuwe douanerechten ingesteld en worden de geldende rechten niet verhoogd.

Afdeling 1

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel 11

De bepalingen in deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Syrië, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en het Syrische douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage II.

Artikel 12

Producten van oorsprong uit Syrië worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten, als gedefinieerd in artikel 8.

Artikel 13

(1) Douanerechten, als gedefinieerd in artikel 8, die van toepassing zijn op de invoer in Syrië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden op basis van het volgende schema lineair verlaagd tot het nulrecht:

1. Alle in bijlage I opgenomen rechten van 1% en 3% worden op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

2. Behalve voor de producten vallende onder de leden 7 en 8, worden alle in bijlage I opgenomen rechten van 5% en 7% gedurende een periode van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

3. Behalve voor de producten vallende onder de leden 7 en 8, worden alle in bijlage I opgenomen rechten van 10% en 15% gedurende een periode van zes jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

4. Behalve voor de producten vallende onder de leden 7 en 8, worden alle in bijlage I opgenomen rechten van 20% gedurende een periode van negen jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

5. Behalve voor de producten vallende onder 8703.23.91 en de producten vallende onder de leden 7 en 8, worden alle in bijlage I opgenomen rechten van 30%, 40% en 50% gedurende een periode van twaalf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

6. Behalve voor de producten vallende onder 8703.23.92, worden alle in bijlage I opgenomen rechten van meer dan 50% op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst teruggebracht tot 50% en afgeschaft gedurende een periode van twaalf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

7. Voor producten vallende onder de Overeenkomst inzake informatietechnologie van de WTO, vermeld in Protocol 8, worden alle rechten afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

8. Voor producten van de categorieën GS 28, 29, 30, 31, 35, 36, 37 en 38, worden alle rechten afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

9. Voor producten vallende onder 8703.23.91, als gespecificeerd in bijlage I, blijft het recht 40% gedurende een periode van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, en vervolgens wordt het recht afgeschaft gedurende de resterende periode van negen jaar van de overgangsperiode.

10. Voor producten vallende onder 8703.23.92, als gespecificeerd in bijlage I, blijft het recht 60% gedurende een periode van vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, en vervolgens wordt het recht afgeschaft gedurende de resterende periode van acht jaar van de overgangsperiode.

(2) Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kan het overeenkomstig lid 1 van toepassing zijnde tijdschema in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Associatiecomité voor een gegeven product geen besluit heeft genomen binnen 30 dagen na het verzoek van Syrië om herziening van het tijdschema, kan Syrië het tijdschema voorlopig schorsen voor een periode van maximaal een jaar.

Artikel 14

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 15

1. Syrië mag tijdens de overgangsperiode in de vorm van verhoogde of opnieuw ingestelde douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van de bepalingen in artikel 13.

a) Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

b) De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door Syrië worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. Het jaargemiddelde van de totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan 20% van het jaargemiddelde van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende de laatste drie jaren waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

c) Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.

d) Deze maatregelen kunnen voor een bepaald product niet meer worden getroffen indien meer dan drie jaar is verstreken sedert de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren.

e) Syrië stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Binnen dertig dagen na deze kennisgeving kan de Gemeenschap verzoeken om overleg over deze maatregelen en de sectoren waarop zij van toepassing zijn, alvorens de maatregelen ten uitvoer worden gelegd. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Syrië het Associatiecomité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat de rechten zijn ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.

2. In afwijking van lid 1, vierde alinea, kan het Associatiecomité, teneinde rekening te houden met moeilijkheden in verband met het oprichten van een nieuwe industrie, Syrië bij uitzondering toestaan de krachtens lid 1 genoemde maatregelen te handhaven voor een periode van maximaal drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar.

Afdeling 2

LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN

Artikel 16

De bepalingen in deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Syrië, die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Syrische douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage II.

Artikel 17

De Gemeenschap en Syrië liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten.

Artikel 18

1. Op landbouwproducten van oorsprong uit Syrië zijn bij invoer in de Gemeenschap de bepalingen van protocol 1 van toepassing.

2. Op landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap zijn bij invoer in Syrië de bepalingen van protocol 2 van toepassing.

3. Op visserijproducten van oorsprong uit Syrië zijn bij invoer in de Gemeenschap de bepalingen van protocol 3 van toepassing.

4. Op visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap zijn bij invoer in Syrië de bepalingen van protocol 4 van toepassing.

Artikel 19

Voor de handel in onder deze afdeling vallende verwerkte landbouwproducten gelden de bepalingen van protocol 5.

Artikel 20

1. In het derde uitvoeringsjaar van de overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Syrië de situatie om vast te stellen welke maatregelen door de Gemeenschap en Syrië vanaf het begin van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst moeten worden toegepast om het in artikel 17 genoemde doel te bereiken.

2. Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid en de omvang van de handel in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen, alsmede de bijzondere gevoeligheid van deze producten in aanmerking genomen, onderzoeken de Gemeenschap en Syrië in de Associatieraad per product en op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om verdere wederzijdse concessies te verlenen.

Artikel 21

1. De partijen verbinden zich tot samenwerking op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen met het doel het handelsverkeer te vereenvoudigen. De partijen zijn, indien zij sanitaire en fytosanitaire maatregelen nemen, gebonden door de beginselen van de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen.

2. Op verzoek identificeren en bespreken de partijen de problemen die voortvloeien uit de toepassing van specifieke sanitaire en fytosanitaire maatregelen om tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel 22

1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid van een partij een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd, of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van dat landbouwbeleid, kan die partij voor de betrokken producten de in deze overeenkomst vervatte regeling wijzigen.

2. De partij die tot een dergelijke wijziging overgaat stelt het Associatiecomité daarvan in kennis. Op verzoek van de andere partij komt het Associatiecomité bijeen om te voorzien in de belangen van de verzoekende partij.

3. Indien de Gemeenschap of Syrië op grond van lid 1 de in deze overeenkomst vervatte regeling voor landbouwproducten wijzigen, verlenen zij voor de invoer van producten van oorsprong uit de andere partij, een voordeel dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze overeenkomst voorziet.

4. Over de toepassing van dit artikel wordt in de Associatieraad overleg gepleegd.

HOOFDSTUK 2

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 23

Alle invoerverboden, uitvoerverboden en beperkingen in het handelsverkeer tussen de partijen, andere dan douanerechten en -heffingen, ongeacht of zij worden toegepast door middel van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen, worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst opgeheven. Dergelijke maatregelen worden niet opnieuw ingevoerd. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van de artikelen 28 en 29.

Artikel 24

1. Uit de andere partij ingevoerde producten worden niet rechtstreeks of onrechtstreeks aan hogere interne belastingen of andere interne heffingen onderworpen dan die welke rechtstreeks of onrechtstreeks op soortgelijke binnenlandse producten van toepassing zijn. Bovendien passen de partijen anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen toe om de binnenlandse productie te beschermen.

2. Uit de andere partij ingevoerde producten krijgen geen minder gunstige behandeling dan soortgelijke binnenlandse producten ter zake van wetten, verordeningen en voorschriften in verband met de verkoop op de binnenlandse markt, het te koop aanbieden, de aankoop, het vervoer, de distributie of het gebruik van deze producten. Dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoersmiddel en niet op de oorsprong van het product.

3. Geen van de partijen mag interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen vaststellen of handhaven die rechtstreeks of onrechtstreeks eisen dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage van een onder de regeling vallend product van binnenlandse oorsprong moet zijn. Bovendien mag een partij niet op andere wijze interne kwantitatieve regelingen toepassen om de binnenlandse productie te beschermen.

4. Dit artikel is niet van toepassing op wetten, verordeningen, procedures of praktijken op het gebied van overheidsopdrachten als bedoeld in de artikelen 67 tot en met 71.

Artikel 25

Samenwerking bij fraudebestrijding

1. De partijen zijn van oordeel dat administratieve samenwerking cruciaal is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferenties die bij deze titel worden toegekend. Zij verbinden zich ertoe onregelmatigheden en fraude in verband met douanekwesties en aanverwante zaken te bestrijden.

2. Wanneer een partij, op basis van objectieve informatie, vaststelt dat er geen administratieve medewerking is verleend en/of sprake is van onregelmatigheden of fraude voor onder deze titel vallende vraagstukken, kan die partij de preferentiële behandeling van het (de) betrokken product(en) overeenkomstig dit artikel schorsen.

3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder niet-verlening van administratieve medewerking onder meer verstaan:

a) herhaaldelijke veronachtzaming van de verplichting om de oorsprong van het (de) betrokken product(en) te controleren;

b) herhaaldelijke weigering van of ongeoorloofde vertraging bij de uitvoering en/of mededeling van de resultaten van de daaropvolgende controle van het oorsprongsbewijs;

c) herhaaldelijke weigering van of ongeoorloofde vertraging bij de verkrijging van toestemming voor administratieve samenwerkingsmissies om de authenticiteit van documenten of nauwkeurigheid van informatie te controleren die betrekking heeft op de verlening van de betreffende preferenties.

Voor de doeleinden van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude, onder andere, worden vastgesteld wanneer de invoer van goederen zo snel stijgt dat de gebruikelijke productie en exportcapaciteit van de andere partij wordt overschreden, zonder dat daarvoor een geldige verklaring bestaat, voor zover dit blijkt uit objectieve informatie betreffende die onregelmatigheden of fraude.

4. Voor de toepassing van een tijdelijke schorsing gelden de volgende voorwaarden:

a) Wanneer een partij, op basis van objectieve informatie, vaststelt dat er geen administratieve medewerking is verleend en/of sprake is van onregelmatigheden of fraude in verband met douanekwesties of aanverwante vraagstukken, dient die partij het Associatiecomité onmiddellijk in kennis te stellen van die bevindingen en de objectieve informatie, en binnen het Associatiecomité, op basis van alle relevante informatie en objectieve bevindingen overleg te plegen, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

b) Wanneer de partijen, als hierboven bedoeld, overleg plegen binnen het Associatiecomité en niet binnen drie maanden na de kennisgeving tot een aanvaardbare oplossing kunnen komen, kan de betrokken partij de relevante preferentiële behandeling van het (de) betrokken product(en) tijdelijk schorsen. Die tijdelijke schorsing dient onmiddellijk te worden aangemeld bij het Associatiecomité.

c) Een tijdelijke schorsing op grond van dit artikel mag niet verder gaan dan nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen. De schorsing mag gedurende ten hoogste zes maanden worden toegepast. Deze periode kan echter worden verlengd. Het Associatiecomité wordt onmiddellijk na vaststelling in kennis gesteld van tijdelijke schorsingen. In het Associatiecomité wordt hierover geregeld overleg gepleegd, in het bijzonder met het oog op afschaffing van de maatregelen zodra de voorwaarden voor de toepassing ervan niet langer aanwezig zijn.

5. Tegelijk met de kennisgeving aan het Associatiecomité op grond van lid 4, onder a), van dit artikel, dient de betrokken partij een bericht aan de importeurs bekend te maken in zijn officiële mededelingenblad. In het bericht aan de importeurs dient voor het betrokken product te worden aangegeven dat, op basis van objectieve informatie, is vastgesteld dat er geen administratieve medewerking is verleend en/of sprake is van onregelmatigheden of fraude.

Artikel 25 bis

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten de preferentiële uitvoerregeling niet op de juiste wijze hebben beheerd, en met name wat betreft de toepassing van het protocol bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en administratieve samenwerking, mag de overeenkomstsluitende partij die te maken krijgt met eventuele consequenties in de vorm van invoerrechten, de Stabilisatie- en associatieraad verzoeken om na te gaan of passende maatregelen kunnen worden getroffen om de situatie op te lossen.

Artikel 26

De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 en Verordening (EG) nr. 704/2002 van de Raad van 25 maart 2002 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.

Artikel 27

1. Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2. De Gemeenschap en Syrië plegen in de Associatieraad overleg over overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Dit overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Syrië.

Artikel 28

1. Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de WTO-Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en overeenkomstig haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.

2. De bepalingen van Titel V (Geschillenbeslechting) van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 29

1. De WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen is van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.

2. Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van de artikelen VI en XVI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en overeenkomstig haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.

3. De bepalingen van Titel V (Geschillenbeslechting) van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 30

1. Artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.

2. Alvorens een partij vrijwaringsmaatregelen toepast krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, verstrekt zij het Associatiecomité alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Teneinde een dergelijke oplossing te vinden, voeren de partijen, zodra de ene partij het verzoek van de verzoekende partij heeft ontvangen, overleg in het Associatiecomité. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden vermeden, kan de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen.

3. Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de ernstige schade te herstellen, en dienen het niveau van de bij deze overeenkomst toegekende preferenties in stand te houden.

4. De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, dat hierover periodiek overleg pleegt, in het bijzonder met het oog op opheffing van deze maatregelen, zodra de omstandigheden zulks toelaten.

5. Titel V (Geschillenbeslechting) van deze overeenkomst is niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 31

1. Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel:

ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of

ernstige tekorten aan voedingsmiddelen of producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij, doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van lid 2.

2. Bij de keuze van maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben of een verkapte beperking van het handelsverkeer inhouden, en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn. Bovendien mogen de genomen maatregelen er niet toe leiden dat de uitvoer van de producten van de betrokken binnenlandse verwerkende industrie wordt bevorderd of dat de bescherming van deze sector wordt verhoogd.

3. De Gemeenschap of Syrië verstrekt, alvorens de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen, of in de gevallen waarin lid 4 van dit artikel van toepassing is zo spoedig mogelijk, het Associatiecomité alle relevante informatie om het in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing voor het probleem te vinden. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde omstandigheden worden ter beoordeling aan het Associatiecomité voorgelegd. Het Associatiecomité kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien het geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product.

4. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen voorafgaande informatie of voorafgaand onderzoek onmogelijk maken, kunnen de Gemeenschap of Syrië onmiddellijk vrijwaringsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, op voorwaarde dat zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stellen.

5. Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden het Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

Artikel 32

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 33

Het begrip “producten van oorsprong” voor de toepassing van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in protocol 6.

Artikel 34

De in de Gemeenschap in te voeren goederen worden ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. De in Syrië in te voeren goederen worden ingedeeld overeenkomstig het Syrische douanetarief.

Artikel 35

Syrië streeft ernaar onderhandelingen te openen met landen die een douane-unie hebben met de EU, teneinde met deze landen dezelfde handelsregeling vast te stellen als die waarin deze associatieovereenkomst voorziet voor alle onder de douane-unie vallende gebieden.

HOOFDSTUK 3

DOUANE EN VERWANTE ZAKEN

Artikel 36

Doelstellingen

De partijen erkennen dat de volledige implementatie van de handelsbepalingen en de wederzijdse voordelen van verbeterde handelsstromen als gevolg van tariefliberalisering gepaard dienen te gaan met efficiënte douanediensten. Daartoe komen de partijen overeen dat de douanewetgeving en -procedures gebaseerd dienen te worden op vereenvoudiging, harmonisatie en automatisering, alsmede op de beginselen van non-discriminatie, transparantie en de noodzaak geen onnodige procedurele handelsbelemmeringen op te werpen. De partijen verbinden zich tot de vergemakkelijking van de legitieme handel en de uitvoering van effectieve controles ter bestrijding van fraude en illegale handel.

Artikel 37

Douane en administratieve samenwerking

1. Om de naleving van de bepalingen in deze titel te waarborgen en de doelstellingen vastgelegd in artikel 1 in de praktijk te brengen, baseren de partijen hun samenwerking op de volgende beginselen:

a) er wordt informatie uitgewisseld betreffende douanewetgeving en -procedures;

b) er wordt gewaarborgd dat douanevoorschriften en douaneprocedures die door de partijen op bilateraal of multilateraal niveau zijn overeengekomen, correct worden toegepast;

c) er wordt samen gewerkt aan wetgevings- en operationele initiatieven met betrekking tot invoer, uitvoer en douaneprocedures, en gezorgd voor efficiënte dienstverlening aan het bedrijfsleven;

d) er wordt samen gewerkt aan de automatisering van de douaneprocedures en, voor zover passend, aan de totstandbrenging van gemeenschappelijke normen;

e) er wordt voorzien in vrijheid van overslag en doorvoer over hun respectieve grondgebied, overeenkomstig artikel V van de GATT 1994 en in de implementatie van overeengekomen relevante internationale en/of regionale normen en instrumenten die op doorvoer van toepassing zijn;

f) er wordt voor gezorgd dat alle administratieve vergoedingen en heffingen in verband met in- en uitvoer, vooraf gepubliceerd worden en in verhouding staan tot de verstrekte diensten, overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994;

g) in internationale organisaties, zoals de WTO, de WCO, de VN en de UNCTAD worden, voor zover mogelijk, op douanegebied gemeenschappelijke standpunten ingenomen; en

h) er wordt, voor zover passend, samengewerkt op het gebied van technische bijstand, met inbegrip van de organisatie van seminars en arbeidsbemiddeling.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 verlenen de administratieve autoriteiten van beide partijen wederzijdse bijstand op douanegebied overeenkomstig de bepalingen van protocol 7.

Artikel 38

Douane- en wetgevingsprocedures

1. De partijen komen overeen dat hun handels- en douanebepalingen en handels- en douaneprocedures gebaseerd worden op:

a) bescherming van de legitieme handel door effectieve naleving en handhaving van de wettelijke voorschriften;

b) wetgeving die geen onnodige last aan het bedrijfsleven oplegt, de bestrijding van fraude waarborgt en voorziet in verdere faciliteiten bij strikte naleving;

c) uniformiteit van het douanewetboek van elk der partijen, dat van toepassing is op het gehele respectieve grondgebied;

d) toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicoanalyse, vereenvoudigde procedures voor douaneafhandeling van goederen, controle achteraf, methoden voor bedrijfsboekhoudkundige controle;

e) transparante, efficiënte en, voor zover mogelijk, vereenvoudigde procedures, teneinde voor het bedrijfsleven, waaronder het midden- en kleinbedrijf, de kosten te verminderen en de betrouwbaarheid te vergroten;

f) ontwikkeling van op informatietechnologie gebaseerde systemen, op basis van internationale normen, voor zowel in- als uitvoer, om de op papier gebaseerde procedures te vervangen en de elektronische uitwisseling van alle officiële gegevens mogelijk te maken tussen bedrijfsleven en douane en tussen douane en andere instanties, met als doel ervoor te zorgen dat de procedures voor het vrijgeven van producten worden verbeterd. Dergelijke systemen kunnen tevens voorzien in elektronische betaling van rechten, belastingen en andere heffingen;

g) voorschriften en procedures die voorzien in bindende uitspraken vooraf voor douanevraagstukken, met name tariefindeling en oorsprongsregels. Uitspraken kunnen te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken, echter niet zonder voorafgaande kennisgeving aan de betrokken onderneming en niet met terugwerkende kracht, tenzij de uitspraak is gedaan op basis van verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens;

h) vereenvoudigde procedures voor toegelaten handelaren volgens objectieve en niet-discriminerende criteria, die kunnen worden vervuld door kleine en middelgrote bedrijven die aan de regels voldoen, maar ook door grotere bedrijven;

i) invoerbepalingen die geen vereisten bevatten inzake inspectie vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-Overeenkomst inzake inspectie voor verzending; en

j) voorschriften die waarborgen dat geen onevenredige of discriminerende sancties worden opgelegd voor kleine overtredingen van de douanewetgeving en procedurele voorschriften, en die waarborgen dat de toepassing ervan niet leidt tot ongerechtvaardigde vertraging, overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994.

2. Teneinde de werkmethoden te verbeteren, onnodige procedurele handelsbelemmeringen te vermijden, discriminatie tegen te gaan en te zorgen voor transparantie, efficiëntie, integriteit en verantwoording, nemen de partijen de volgende maatregelen:

a) zij vereenvoudigen de vereisten en formaliteiten voor de vrijgave en douanebehandeling van goederen, werken samen bij de ontwikkeling van procedures om opgave van in- en uitvoergegevens aan één enkele instantie mogelijk te maken, en zorgen voor coördinatie van douane en andere controlerende instanties, teneinde de overheidscontrole op in- en uitvoer zo veel mogelijk door één instantie te laten uitvoeren;

b) zij nemen verdere maatregelen om de gegevens en documenten die de douane en andere instanties verlangen, te beperken, te vereenvoudigen en te standaardiseren, zoals het gebruik van het enig document of een bericht, gebaseerd op internationale normen en zoveel mogelijk opgesteld aan de hand van beschikbare handelsinformatie;

c) zij passen internationale douanevoorschriften en -normen toe, waaronder de hoofdpunten van de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures;

d) zij voorzien in effectieve, snelle en niet-discriminerende procedures voor beroep tegen administratieve handelingen, uitspraken en besluiten van de douane en andere instanties die betrekking hebben op de in- of uitvoer van goederen, overeenkomstig artikel X van de GATT 1994;

e) zij zien erop toe dat de strengste normen van integriteit worden nageleefd, door toepassing van maatregelen overeenkomstig de beginselen van de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten.

Artikel 39

Betrekkingen met het bedrijfsleven

De partijen:

1) zijn het eens over de noodzaak tijdig te overleggen met het bedrijfsleven over wetsvoorstellen en algemene procedures op douane- en handelsgebied. Elke partij stelt met dit doel voor ogen geschikte mechanismen in voor overleg tussen de douane en het bedrijfsleven;

2) komen overeen nieuwe wetgeving en algemene procedures op douane- en handelsgebied, alsmede wijzigingen daarvan en interpretaties van die wetgeving en procedures zo mogelijk op elektronische wijze te publiceren en bekend te maken, niet later dan de inwerkingtreding van dergelijke wetgeving en procedures. Zij zorgen er tevens voor dat belangrijke informatie van administratieve aard, zoals voorschriften van instanties en invoerprocedures, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en aan grensovergangen, en contactpunten voor verzoeken om informatie, algemeen bekend worden gemaakt;

3) stimuleren samenwerking tussen het bedrijfsleven en relevante instanties door middel van niet-arbitraire en publiekelijk toegankelijke memoranda van overeenstemming, op basis van de memoranda die door de Werelddouaneorganisatie worden uitgevaardigd;

4) zien erop toe dat hun douanevoorschriften en aanverwante voorschriften en procedures blijven voldoen aan de behoeften van het bedrijfsleven, dat beste praktijken worden nagevolgd en procedures worden aangepast, voor zover de doelstellingen van die procedures op een minder belastende manier of op een manier die de handel minder beperkt kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 40

Douanewaarde

1. De WTO-Overeenkomst douanewaarde, zonder de voorbehouden, is van toepassing op de voorschriften inzake douanewaarde voor het handelsverkeer tussen de partijen.

2. De partijen werken samen om te komen tot een gemeenschappelijke benadering van kwesties in verband met de vaststelling van de douanewaarde, vooral bij het opstellen van een “code voor goede praktijken” betreffende werkwijze en operationele aspecten, het gebruik van indicatieve of referentie-indexen, passende documentatie ten bewijze van de juistheid van de douanewaarde en het gebruik van zekerheden.

Artikel 41

Toetsing

De artikelen 38, 39 en 40 worden door het Associatiecomité jaarlijks getoetst.

Artikel 42

Speciaal douanecomité

1. De partijen stellen een speciaal comité voor douanesamenwerking en oorsprongsregels in, samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. Het speciale comité komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap van het speciale comité wordt door de partijen bij toerbeurt bekleed. Het speciale comité brengt verslag uit aan het Associatiecomité.

2. Het speciale comité heeft onder meer de volgende taken:

a) uitoefenen van toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van deze afdeling en de bijlage/het protocol over de oorsprongsregels;

b) uitvoeren van onderzoek naar en van gedachten wisselen over alle problemen in verband met douane, zoals douaneprocedures, douanewaarde, tariefregelingen, douanenomenclatuur, douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;

c) bieden van een forum voor overleg en discussie over problemen in verband met oorsprongsregels en administratieve samenwerking;

d) verbeteren van de samenwerking op het gebied van ontwikkeling, toepassing en handhaving van douaneprocedures, wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, oorsprongsregels en administratieve samenwerking.

3. De partijen kunnen overeenkomen ad-hocbijeenkomsten voor douanesamenwerking of voor oorsprongsregels en wederzijdse administratieve bijstand te beleggen.

TITEL III

RECHT VAN VESTIGING EN DIENSTEN

HOOFDSTUK 1

RECHT VAN VESTIGING

Artikel 43

1. a) De Gemeenschap en haar lidstaten kennen voor de vestiging van Syrische ondernemingen geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan soortgelijke ondernemingen uit enig derde land toekennen;

b) onverminderd de in bijlage III genoemde voorbehouden, kennen de Gemeenschap en haar lidstaten aan in een lidstaat gevestigde dochterondernemingen van Syrische bedrijven ten aanzien van hun transacties geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enig soortgelijk bedrijf uit de Gemeenschap toekennen;

c) de Gemeenschap en haar lidstaten kennen aan in een lidstaat gevestigde filialen van Syrische bedrijven ten aanzien van hun transacties geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van bedrijven uit enig derde land toekennen.

2. a) Onverminderd de in bijlage IV genoemde voorbehouden kent Syrië voor de vestiging van bedrijven uit de Gemeenschap op zijn grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan zijn eigen ondernemingen of aan ondernemingen uit enig derde land toekent;

b) Syrië kent de op zijn grondgebied gevestigde bedrijven uit de Gemeenschap ten aanzien van hun transacties geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan zijn eigen ondernemingen toekent;

c) Syrië kent de op zijn grondgebied gevestigde bedrijven uit de Gemeenschap ten aanzien van hun transacties geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan filialen van ondernemingen uit enig derde land toekent.

3. Lid 1, onder b), en lid 2, onder b), mogen door de op het grondgebied van een partij gevestigde dochterondernemingen of filialen van ondernemingen uit de andere partij niet worden gebruikt om de wetgeving en voorschriften van die partij in verband met de toegang tot specifieke sectoren of activiteiten te ontduiken.

Aan ondernemingen, dochterondernemingen of filialen die op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Gemeenschap of Syrië gevestigd zijn, wordt de in lid 1, onder b) en c), en lid 2, onder b), bedoelde behandeling toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst; aan ondernemingen, dochterondernemingen of filialen die zich na deze datum in de Gemeenschap of Syrië vestigen, wordt de behandeling toegekend met ingang van de datum van vestiging.

Artikel 44

1. Artikel 43 is niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over de binnenwateren en over zee.

2. Wat evenwel de activiteiten van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het multimodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke partij aan ondernemingen van de andere partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden ten aanzien van vestiging en transacties die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen ondernemingen of aan dochterondernemingen of filialen van ondernemingen uit enig derde land toekent. De bedoelde activiteiten omvatten onder meer:

a) het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoersdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf dan wel door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft;

b) aankoop en gebruik, voor eigen rekening of voor rekening van hun klanten (en wederverkoop aan hun klanten) van alle vervoersdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van alle vormen van binnenlands vervoer, in het bijzonder over de binnenwateren, over de weg en per spoor, die voor een geïntegreerde dienstverlening vereist zijn;

c) het opstellen van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;

d) het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle niet-discriminerende beperkingen op het telecommunicatieverkeer);

e) het sluiten van handelsovereenkomsten, met inbegrip van participaties in ondernemingen en het in dienst nemen van plaatselijk aangeworven personeel (of, wanneer het buitenlands personeel betreft, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst), met een in het betrokken land gevestigde scheepvaartonderneming;

f) het optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.

Artikel 45

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a) “onderneming uit de Gemeenschap”, respectievelijk “Syrische onderneming”: een overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat, respectievelijk Syrië opgerichte onderneming die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap, respectievelijk Syrië heeft.

Indien een overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat, respectievelijk Syrië opgerichte onderneming uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap, respectievelijk Syrië heeft, wordt deze onderneming als een onderneming uit de Gemeenschap of als een Syrische onderneming beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een der lidstaten, respectievelijk Syrië naar voren treedt;

b) “dochteronderneming”: een onderneming waarover de eerste onderneming daadwerkelijk zeggenschap heeft;

c) “filiaal”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid, die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zakelijk overleg te voeren met derden, in die zin dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij, waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelszaak die het agentschap vormt;

d) “vestiging”: het recht van ondernemingen uit de Gemeenschap of Syrische ondernemingen, als bedoeld onder a), om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Syrië, respectievelijk de Gemeenschap;

e) “transacties”: het verrichten van economische activiteiten;

f) “economische activiteiten”: activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen;

g) “onderdaan van een lidstaat of van Syrië”: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van een der lidstaten of van Syrië;

h) wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het multimodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk 2 eveneens van toepassing op onderdanen van de lidstaten of van Syrië die buiten het grondgebied van de Gemeenschap of Syrië gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of Syrië gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarin onderdanen van de Gemeenschap of Syrië een meerderheidsbelang hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen in die lidstaat of Syrië geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke voorschriften van de Gemeenschap en Syrië.

Artikel 46

1. De partijen vermijden, voor zover het in hun vermogen ligt, het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de activiteiten van ondernemingen uit de andere partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst.

2. Dit artikel doet geen afbreuk aan artikel 57. De situaties waarop artikel 57 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door dat artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.

Artikel 47

1. Een op het grondgebied van Syrië of de Gemeenschap gevestigde onderneming uit de Gemeenschap of Syrië heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het land van vestiging, op het grondgebied van de Gemeenschap of Syrië werknemers die onderdanen zijn van de lidstaten van de Gemeenschap of van Syrië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend door deze ondernemingen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn.

2. Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de eerdergenoemde ondernemingen, hierna “organisaties” genoemd, zijn “binnen de onderneming overgeplaatste personen”, als omschreven onder c), van de hiernavolgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsbelang) waren:

a) leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders van het bedrijf of daarmee gelijkgestelde personen. Deze personeelsleden

geven leiding aan de vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers;

zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

b) binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van de vestiging, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vestiging vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in de bekwaamheid om bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, evenals, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

c) een “binnen de onderneming overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die voor het verrichten van economische handelingen tijdelijk wordt overgeplaatst naar het grondgebied van de andere partij. De belangrijkste handelsactiviteit van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een partij plaats te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging (filiaal, dochteronderneming) van de organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.

3. De toegang tot en het tijdelijke verblijf op het grondgebied van Syrië en de Gemeenschap van onderdanen van de lidstaten of Syrië zijn toegestaan, mits het vertegenwoordigers van bedrijven betreft die leden zijn van het hogere kader, als gedefinieerd in artikel 2, onder a), en die verantwoordelijk zijn voor de vestiging van een bedrijf uit Syrië of de Gemeenschap in de Gemeenschap of Syrië, en:

a) deze vertegenwoordigers zich niet bezig houden met rechtstreekse verkoop of dienstverlening, en

b) het bedrijf geen andere vertegenwoordiger, kantoor, filiaal of dochteronderneming heeft in een lidstaat van de Gemeenschap of in Syrië.

Artikel 48

Teneinde het voor onderdanen van de Gemeenschap en Syrië eenvoudiger te maken zich in Syrië of de Gemeenschap in een vrij beroep te vestigen en als zodanig werkzaamheden te verrichten, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen vereist zijn met het oog op de onderlinge erkenning van diploma’s.

Artikel 49

Artikel 43 vormt voor een partij geen beletsel om bijzondere voorschriften vast te stellen voor de vestiging en de activiteiten van filialen van ondernemingen van de andere partij die op het grondgebied van de eerste partij geen rechtspersoonlijkheid bezitten, mits deze maatregelen gerechtvaardigd zijn op grond van juridische of technische verschillen tussen deze filialen en filialen van ondernemingen die op dat grondgebied wel rechtspersoonlijkheid bezitten, of, voor financiële diensten, om prudentiële redenen. Het verschil in behandeling mag niet verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is op grond van deze juridische of technische verschillen of, voor financiële diensten, om deze prudentiële redenen.

HOOFDSTUK 2

GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER

Artikel 50

1. De partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om geleidelijk het verlenen van diensten mogelijk te maken door bedrijven van de Gemeenschap of van Syrië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de partijen.

2. De Associatieraad doet aanbevelingen met betrekking tot de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstelling.

Artikel 51

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse markttoegang en het verlenen van diensten met betrekking tot het luchtvervoer, het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de partijen na het in werking treden van deze overeenkomst wordt onderhandeld.

Artikel 52

1. Met betrekking tot het maritieme vervoer verbinden de partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt en het internationale vervoer op commerciële basis.

a) De partijen blijven het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en de internationale maritieme handel op commerciële en niet-discriminerende basis toepassen;

b) de partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een essentieel vereiste voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.

2. Wat de toepassing van de beginselen van lid 1 betreft, verbinden de partijen zich ertoe:

a) in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen op te nemen met betrekking tot het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen en het lijnvrachtverkeer. Dit sluit echter de mogelijkheid niet uit om dergelijke regelingen te treffen voor het lijnvrachtverkeer in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;

b) bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle eenzijdige maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationale maritieme vervoer, dan wel af te zien van de invoering daarvan.

Onder meer verleent elke Partij aan schepen die gebruikt worden voor het vervoer van goederen, passagiers of beide en die onder de vlag varen van de andere partij of door onderdanen of vennootschappen van de andere partij worden geëxploiteerd, geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, waar het gaat om de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en ondersteunende maritieme diensten van deze havens, en de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en faciliteiten voor het laden en lossen.

HOOFDSTUK 3

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 53

1. De partijen verbinden zich ertoe verdere ontwikkeling van deze titel overwegen, met het oog op de totstandkoming van een overeenkomst inzake economische integratie als bedoeld in artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS).

2. De in lid 1 bedoelde doelstelling wordt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst door de Associatieraad aan een eerste onderzoek onderworpen.

3. Bij dit onderzoek houdt de Associatieraad rekening met de vooruitgang die geboekt is bij de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de partijen inzake de desbetreffende activiteiten.

Artikel 54

1. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid.

2. Zij zijn niet van toepassing op activiteiten die op het grondgebied van een partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, ook indien dit slechts incidenteel het geval is.

Artikel 55

Voor de toepassing van deze titel vormt geen van de bepalingen van deze overeenkomst voor de partijen een beletsel voor de toepassing van hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, het verrichten van arbeid, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten, op voorwaarde dat zulks niet op zodanige wijze geschiedt dat de toepassing de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet doet of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 54.

Artikel 56

Vennootschappen die onder zeggenschap staan en de exclusieve eigendom zijn van Syrische vennootschappen en vennootschappen uit de Gemeenschap gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van deze titel.

Artikel 57

De in het kader van deze overeenkomst door een partij aan de andere toegekende behandeling is met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen geval gunstiger dan de behandeling die door eerstgenoemde partij in het kader van de GATS en met betrekking tot ongeacht welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

Artikel 58

Voor de toepassing van deze titel wordt geen rekening gehouden met de behandeling die door de Gemeenschap, haar lidstaten of Syrië wordt toegekend op grond van verbintenissen die in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.

Artikel 59

1. Geen van de bepalingen van deze overeenkomst vormt voor de partijen een beletsel voor het nemen van maatregelen in het kader van het voorzichtigheidsbeleid, onder meer ter bescherming van investeerders, depositogevers, verzekeringnemers of personen aan wie een financiële dienstverlener een fiduciair recht verschuldigd is, of teneinde de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Indien dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van de overeenkomst, mogen zij niet worden gebruikt als middel om de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van een partij te ontduiken.

2. Niets in de overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een partij verplicht wordt tot bekendmaking van gegevens over de zaken en rekeningen van individuele cliënten of van vertrouwelijke of beschermde informatie die in het bezit van openbare instanties is.

Artikel 60

Deze overeenkomst vormt voor een partij geen beletsel de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat door haar genomen maatregelen op het gebied van toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze overeenkomst worden ontdoken.

TITEL IV

BEPALINGEN INZAKE HET BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 61

Onder voorbehoud van artikel 63 verbinden de partijen zich ertoe toestemming te verlenen tot alle betaalverrichtingen in vrij converteerbare valuta die verband houden met lopende transacties.

Artikel 62

1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen de Gemeenschap en Syrië vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal in verband met directe buitenlandse investeringen in Syrië in vennootschappen die in overeenstemming met de geldende wetgeving zijn opgericht, alsmede het vrije verkeer van investeringen overeenkomstig de bepalingen van de titel inzake vestiging en dienstverlening, alsook de vrijheid om de opbrengst van die investeringen en alle daaruit resulterende winsten te liquideren of te repatriëren.

2. De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking en verdere liberalisering van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Syrië.

Artikel 63

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van een of meer lidstaten van de Gemeenschap of van Syrië ernstige moeilijkheden voordoen of dreigen voor te doen, kan de Gemeenschap of Syrië, naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de GATT bepaalde voorwaarden en met de artikelen VIII en XIV van de Overeenkomst betreffende het Internationaal Monetair Fonds, beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

De Gemeenschap of Syrië, naar gelang van het geval, brengt deze maatregelen onverwijld ter kennis van de andere partij en verstrekt deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK 2

MEDEDINGING

Artikel 64

1. Met de goede werking van de overeenkomst zijn onverenigbaar, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Syrië daardoor kan worden beïnvloed:

a) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

b) het misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Syrië of op een wezenlijk deel daarvan;

2. De partijen werken samen bij de handhaving van hun respectieve mededingingswetgeving en wisselen informatie uit met inachtneming van de beperkingen die voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim. De procedures voor deze samenwerking zijn omschreven in bijlage V.

3. Indien de Gemeenschap of Syrië van mening is dat een bepaalde praktijk niet verenigbaar is met het bepaalde in lid 1 van dit artikel, en indien die praktijk de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden, kan de Gemeenschap respectievelijk Syrië passende maatregelen nemen na overleg in het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.

Artikel 65

De lidstaten en Syrië passen, onverminderd de verplichtingen die zij in het kader van de GATT zijn aangegaan respectievelijk zullen aangaan, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van Syrië geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor de aankoop en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.

Artikel 66

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Syrië in zodanige mate verstoren dat de belangen van de partijen daardoor worden geschaad. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

HOOFDSTUK 3

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 67

Overheidsopdrachten

1. De partijen stellen zich een effectieve wederzijdse geleidelijke openstelling van de markt voor overheidsopdrachten ten doel.

2. Iedere partij ziet erop toe dat opdrachten door haar in bijlage VII genoemde instanties op transparante, redelijke en niet-discriminerende wijze worden geplaatst, overeenkomstig de definitie in bijlage VII, dat alle leveranciers van alle partijen gelijk worden behandeld en dat het beginsel van open, effectieve concurrentie wordt gewaarborgd.

3. Wat betreft de wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met overheidsopdrachten, alsmede specifieke overheidsopdrachten, waarop deze overeenkomst van toepassing is, verleent elke partij aan producten, diensten en leveranciers van de andere partij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij aan binnenlandse producten, diensten en leveranciers verleent.

4. Wat betreft de wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten, alsmede specifieke overheidsopdrachten, waarop deze titel van toepassing is, ziet elke partij erop toe dat haar in bijlage VII vermelde instanties:

a) een plaatselijk gevestigde leverancier niet minder gunstig behandelen dan andere plaatselijk gevestigde leveranciers op grond van de mate waarin deze verbonden is met of het eigendom is van een persoon van de andere partij; en

b) een plaatselijk gevestigde leverancier niet discrimineren wanneer de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.

5. Wat betreft de wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met overheidsopdrachten, alsmede specifieke overheidsopdrachten, die openstaan voor producten, diensten en leveranciers van derde landen, verleent Syrië aan producten en leveranciers van de andere partij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die het aan buitenlandse producten, diensten en leveranciers uit een derde land verleent.

Wat betreft alle wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van toepassing is, verleent de Gemeenschap aan de producten, diensten en leveranciers van Syrië onmiddellijk en onvoorwaardelijk een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die zij aan producten, diensten en leveranciers van partijen bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten verleent.

6. De partijen toetsen regelmatig de daadwerkelijke openstelling van de markt voor overheidsopdrachten en openen uiterlijk na drie jaar onderhandelingen over uitbreiding van de lijst van entiteiten in bijlage VII.

7. Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat:

een partij wordt verplicht gegevens te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

een partij wordt belet maatregelen te nemen die zij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen, waar het gaat om overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of de nationale defensie.

8. Dit artikel is niet van toepassing op opdrachten gegund op grond van:

een internationale overeenkomst die gericht is op gemeenschappelijke uitvoering of exploitatie van een project door de partijen;

een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten;

de bijzondere procedures van een internationale organisatie;

niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van overheidsbijstand en overheidsopdrachten in het kader van bijstands- of samenwerkingsprogramma’s.

Artikel 68

Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten

1. Iedere partij publiceert onverwijld in de daarvoor bestemde publicaties genoemd in bijlage VII, met inbegrip van officieel aangewezen elektronische media, alle wetten, voorschriften, rechterlijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en procedures, met inbegrip van standaardclausules voor overeenkomsten, in verband met overheidsopdrachten waarop het bepaalde in deze titel van toepassing is.

2. Iedere partij publiceert onverwijld op dezelfde wijze alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

3. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties voorzien in effectieve bekendmaking van de mogelijkheden tot inschrijving op aanbestedingen van overheidsopdrachten en leveranciers van de andere partij alle informatie verstrekken die zij nodig hebben om aan deze aanbestedingen deel te nemen.

4. Bij de bekendmaking van deze mogelijkheden tot inschrijving wordt informatie verstrekt als voorgeschreven in bijlage VII; de publicatie geschiedt tijdig, in media die de breedst mogelijke niet-discriminerende toegang bieden voor de geïnteresseerde leveranciers van de partijen. Deze media worden nader gespecificeerd in bijlage VII.

Artikel 69

Termijnen in verband met overheidsopdrachten

1. Alle termijnen die door de instanties worden vastgesteld voor de ontvangst van inschrijvingen en verzoeken om deelname, dienen toereikend te zijn om zowel leveranciers van de andere partij als binnenlandse leveranciers in staat te stellen hun inschrijving en in voorkomend geval hun verzoek om deelname of hun aanvraag van erkenning op te stellen en in te dienen. Bij de vaststelling van dergelijke termijnen houden de instanties overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften rekening met factoren als de complexiteit van de voorgenomen opdracht en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en binnen het eigen land.

2. Elke partij ziet erop toe dat haar instanties bij het vaststellen van de uiterste termijn voor de ontvangst van inschrijvingen of aanvragen om tot inschrijving te worden uitgenodigd of voor erkenning in aanmerking te komen, voldoende rekening houden met de tijd die nodig is voor de publicatie.

3. De minimale termijn voor de ontvangst van inschrijvingen wordt vastgesteld in bijlage VII.

Artikel 70

Betwisting van inschrijvingen

1. Elke partij voorziet in niet-discriminerende, snelle, transparante en doeltreffende procedures om leveranciers in staat te stellen beroep aan te tekenen tegen veronderstelde overtredingen van het bepaalde in deze overeenkomst in het kader van aanbestedingsprocedures waarbij zij belang hebben of gehad hebben.

2. Elk beroep wordt voorgelegd aan een onpartijdige en onafhankelijke beroepsautoriteit. Wanneer deze autoriteit geen rechterlijke instantie is, dient zij onderworpen te zijn aan rechterlijke toetsing of haar werkzaamheden te verrichten volgens procedures die dezelfde garanties bieden als die van een rechterlijke instantie.

Artikel 71

Samenwerking en bijstand bij overheidsopdrachten

1. De partijen werken samen op het gebied van overheidsopdrachten door ervaringen en informatie uit te wisselen over goede werkmethoden en goede regelgeving.

2. De partijen streven ernaar samen te werken teneinde tot een beter begrip te komen van elkaars systemen voor overheidsopdrachten en een betere toegang tot elkaars markt.

3. Technische bijstand wordt verleend op verzoek, indien dit verzoek terdege wordt gemotiveerd, en met name door middel van gezamenlijk opgezette opleidingsprogramma’s.

HOOFDTUK 4

ANDERE ECONOMISCHE KWESTIES

Artikel 72

Intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten

1. Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in bijlage VI verlenen en waarborgen de partijen een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten[9] overeenkomstig de strengste internationale normen, waaronder de voorschriften die zijn vastgesteld bij de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs) en bijlage IC bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, alsmede effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.

2. De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage VI wordt regelmatig door de partijen getoetst.

Artikel 73

Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures

1. De rechten en verplichtingen betreffende normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen zijn van toepassing, met inbegrip van de bepaling dat de Leden erop toe zien “dat technische voorschriften niet worden opgesteld, aangenomen of toegepast met het doel onnodige belemmeringen voor de internationale handel te creëren”.

2. De partijen nemen passende maatregelen aan ter bevordering van de toepassing door Syrië van communautaire technische voorschriften en Europese normen voor industriële producten alsmede certificatieprocedures.

3. Op basis van de in lid 2 bedoelde beginselen sluiten de partijen overeenkomsten inzake conformiteitsbeoordeling, wanneer de omstandigheden zulks toelaten.

4. De samenwerking is erop gericht Syrië te helpen bij het aanpassen van zijn wetgeving op dit gebied aan die van de Gemeenschap.

TITEL V

GESCHILLENBESLECHTING

HOOFDSTUK I

DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 74

Doelstelling

Het doel van deze titel is de beslechting van handelsgeschillen tussen de partijen teneinde waar mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel 75

Toepassingsgebied

Het bepaalde in deze titel is van toepassing op alle geschillen betreffende de interpretatie en toepassing van de titels II tot en met V, met inbegrip van gevallen waarin een partij meent dat een maatregel van de andere partij strijdig is met het bepaalde in die titels, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

HOOFDSTUK II

GESCHILLENVERMIJDING

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel 76

Overleg

1. De partijen streven ernaar geschillen over de interpretatie en toepassing van de titels II tot en met V door middel van overleg te goeder trouw op te lossen, teneinde tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen.

2. Een partij kan de andere schriftelijk om overleg verzoeken, in welk verzoek wordt aangegeven op welke wijze haar rechten door de desbetreffende maatregel worden aangetast. Van het verzoek wordt een afschrift gezonden aan het Handelscomité. In het verzoek wordt verwezen naar de betrokken bepalingen van deze titels.

3. Het overleg wordt gehouden binnen dertig dagen na de indiening van het verzoek. Tenzij de partijen anders overeenkomen, vindt het plaats op het grondgebied van de verdedigende partij. Het overleg wordt geacht te zijn afgerond binnen zestig dagen na de datum van het verzoek om overleg, tenzij de partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

4. Indien geen overleg plaatsvindt binnen de in lid 3 vastgestelde termijnen, en geen overeenstemming wordt bereikt over een wederzijds aanvaardbare oplossing, mag de klagende partij direct verzoeken om instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 78.

Artikel 77

Bemiddeling

1. Indien overleg niet tot een wederzijds aanvaardbare oplossing leidt, kunnen de partijen overeenkomen een beroep te doen op bemiddeling door een bemiddelaar, die door het Handelscomité wordt benoemd. Verzoeken om bemiddeling moeten schriftelijk worden ingediend en melding maken van de maatregel waarover overleg is gepleegd en de wederzijds overeengekomen opdracht voor de bemiddeling.

2. De voorzitter van het Handelscomité benoemt binnen tien dagen na de ontvangst van het verzoek een bemiddelaar, die door loting wordt gekozen uit de personen op de lijst bedoeld in artikel 79, lid 2; de bemiddelaar mag geen onderdaan van een van de partijen zijn. De bemiddelaar roept de partijen uiterlijk dertig dagen na zijn of haar benoeming bijeen. Beide partijen doen de bemiddelaar uiterlijk vijftien dagen voor deze bijeenkomst hun argumentatie toekomen; de bemiddelaar brengt uiterlijk vijfenveertig dagen na zijn of haar benoeming advies uit. Het advies van de bemiddelaar kan een aanbeveling bevatten voor maatregelen in overeenstemming met deze titels waarmee het geschil zou kunnen worden opgelost. Het advies van de bemiddelaar is niet bindend.

3. De in lid bedoelde termijnen kunnen, indien de omstandigheden daartoe nopen, in onderling overleg door de partijen worden gewijzigd. Alle wijzigingen moeten door de partijen schriftelijk bij het Handelscomité worden aangemeld.

4. Indien de bemiddeling tot een wederzijds aanvaardbare oplossing voor het geschil leidt, stellen de partijen het Handelscomité daarvan schriftelijk in kennis.

HOOFDSTUK III

PROCEDURES VOOR GESCHILLENBESLECHTING

Artikel 78

Instelling van een arbitragepanel

1. Indien de partijen niet tot overeenstemming zijn kunnen komen bij het overleg bedoeld in artikel 76, of indien na bemiddeling als bedoeld in artikel 77 niet binnen vijftien dagen na het uitbrengen van het advies van de bemiddelaar een wederzijds aanvaardbare oplossing is aangemeld, of indien een partij de wederzijds overeengekomen oplossing niet nakomt, kan de klagende partij verzoeken om instelling van een arbitragepanel door een schriftelijk verzoek daartoe te doen toekomen aan de verdedigende partij en tegelijkertijd aan het Handelscomité.

2. De klagende partij vermeldt in haar verzoek de maatregelen die volgens haar in strijd is met deze titels en geeft aan welke bepalingen zij relevant acht.

Artikel 79

Aanwijzing van scheidsrechters

1. Een arbitragepanel bestaat uit drie scheidsrechters.

2. Het Handelscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van vijftien personen die bereid en in staat zijn om als scheidsrechter op te treden. Elke partij mag vijf personen kiezen die als scheidsrechter kunnen optreden. De twee partijen dienen tot overeenstemming te komen over vijf personen die geen onderdaan van een partij zijn. Het Handelscomité ziet erop toe dat het aantal personen op de lijst te allen tijde gehandhaafd blijft.

3. De scheidsrechters dienen te beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en/of de internationale handel. Zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een organisatie of een regering[10], en zijn verplicht de in bijlage VIII opgenomen gedragscode na te leven.

Artikel 80

Samenstelling van het arbitragepanel

1. Binnen tien dagen nadat het verzoek om instelling van een panel bij het Handelscomité is ingediend, plegen de partijen overleg teneinde tot overeenstemming te komen over de samenstelling van het arbitragepanel. Kunnen de partijen niet binnen deze termijn over de samenstelling tot overeenstemming komen, dan kan elke partij de voorzitter van het Handelscomité of haar afgevaardigde verzoeken de drie leden door loting aan te wijzen. De voorzitter trekt één naam uit elk van de drie ledencategorieën (dat wil zeggen de lijsten die door de partijen zijn verstrekt met personen van hun nationaliteit, en de gecombineerde lijst met personen die niet de nationaliteit van een partij bezitten). Indien de partijen het eens zijn over een of meer van de leden van het arbitragepanel, worden de overige leden aangewezen door trekking uit de desbetreffende lijsten. Het arbitragepanel bestaat altijd uit een onderdaan van elk van de partijen en een persoon die geen onderdaan van de partijen is. Deze laatste treedt op als voorzitter.

2. De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie scheidsrechters worden aangewezen.

3. Indien een partij van oordeel is dat een scheidsrechter niet voldoet aan de eisen van de gedragscode, voeren de partijen overleg en, indien aldus overeengekomen, vervangen zij de scheidsrechter en kiezen zij volgens lid 4 een vervanger. Zijn de partijen het er niet over eens dat een scheidsrechter moet worden vervangen, dan wordt de zaak voorgelegd aan de voorzitter[11] van het arbitragepanel, wiens oordeel definitief is.

4. Indien een scheidsrechter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen overeenkomstig lid 3, wordt binnen vijf dagen een vervanger gekozen volgens de selectieprocedure die gevolgd is om de oorspronkelijke scheidsrechter te aan te wijzen. Voor de tijdsduur die met deze procedure gemoeid is, worden de werkzaamheden van het panel opgeschort.

Artikel 81

Reglement van orde

1. Het Handelscomité past het door de partijen overeengekomen en aan deze overeenkomst gehechte reglement van orde voor het verloop van de procedures van het arbitragepanel toe.

2. De zittingen van het arbitragepanel zijn overeenkomstig het reglement van orde openbaar, tenzij het arbitragepanel op eigen initiatief of op verzoek van de partijen anders besluit.

Artikel 82

Inlichtingen en technisch advies

Het panel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief inlichtingen en technisch advies inwinnen bij alle bronnen die het voor de werkzaamheden van het panel passend acht. Het panel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen indien het dit nuttig acht. Alle aldus verkregen inlichtingen moeten aan beide partijen bekend worden gemaakt. Belanghebbenden hebben het recht als amicus curiae overeenkomstig het reglement van orde bij het arbitragepanel opmerkingen in te dienen.

Artikel 83

Toepasselijk recht

Het arbitragepanel interpreteert de bepalingen van deze titels overeenkomstig de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht.

Artikel 84

Uitspraken van het arbitragepanel

1. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handelscomité binnen negentig dagen na de instelling van het panel in kennis van zijn uitspraak. Indien het van oordeel is dat deze termijn niet haalbaar is, stelt de voorzitter van het panel het Handelscomité en de partijen daarvan schriftelijk in kennis onder vermelding van de redenen van de vertraging. In geen geval mag de uitspraak later dan honderdtwintig dagen na de instelling van het panel plaatsvinden.

2. De uitspraak vermeldt de geconstateerde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen van deze titels en een fundamentele motivering van alle bevindingen en conclusies.

3. In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om uitspraak te doen binnen vijfenzeventig dagen na de datum waarop het is ingesteld. In geen geval mag dit langer duren dan honderd dagen na de instelling van het panel. Het arbitragepanel kan binnen tien dagen na de instelling een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.

4. Alle beslissingen van het arbitragepanel, met inbegrip van de vaststelling van de uitspraak, worden gedaan bij meerderheid van stemmen.

5. Door schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van het arbitragepanel en de voorzitter van het Handelscomité, alsmede aan de andere partij, kan de klagende partij haar klacht te allen tijde intrekken vóór de uitspraak aan de partijen en het Handelscomité is voorgelegd. Die intrekking doet geen afbreuk aan haar recht om op een later tijdstip een nieuwe klacht betreffende dezelfde kwestie in te dienen.

6. Het arbitragepanel kan te allen tijde op verzoek van beide partijen haar werkzaamheden voor een periode van ten hoogste twaalf maanden schorsen. Wanneer deze periode van twaalf maanden wordt overschreden, vervalt de grond voor de instelling van het panel, zonder dat dit afbreuk doet aan het recht van de klagende partij om op een later tijdstip voor hetzelfde onderwerp opnieuw om instelling van een arbitragepanel te verzoeken.

Artikel 85

Uitvoering van de uitspraken

1. Beide partijen nemen de maatregelen die voor de uitvoering van de uitspraken van het arbitragepanel noodzakelijk zijn; de partijen trachten overeenstemming te bereiken over de tijd die voor de uitvoering van de uitspraak noodzakelijk is.

2. Uiterlijk dertig dagen nadat de uitspraak ter kennis van de partijen is gebracht, deelt de verdedigende partij de klagende partij mede welke termijn (hierna “redelijke termijn” genoemd) zij voor de uitvoering nodig heeft. De partijen moeten ernaar streven over deze redelijke termijn tot overeenstemming te komen.

3. Indien de partijen van mening verschillen over de redelijke termijn voor de uitvoering van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij het Handelscomité om het oorspronkelijke arbitragepanel opnieuw bijeen te roepen, teneinde de lengte van de redelijke termijn vast te stellen. Wanneer het arbitragepanel door het Handelscomité is bijeengeroepen, doet het uitspraak binnen twintig dagen na de datum waarop het opnieuw is ingesteld. Indien het oorspronkelijke panel, of een of meer van de leden ervan, niet bijeen kan komen, zijn de procedures van artikel 80 van toepassing. De termijn waarbinnen het panel uitspraak moet doen, blijft in dit geval twintig dagen na de instelling ervan.

4. De betrokken partij stelt de andere partij en het Handelscomité vóór het verstrijken van de redelijke termijn in kennis van de uitvoeringsmaatregelen die zij heeft genomen of voornemens is te nemen om de uitspraak van het arbitragepanel uit te voeren.

5. Indien er tussen de partijen onenigheid bestaat over de mate waarin de maatregelen aan de uitspraak voldoen, als bedoeld in deze titels en als medegedeeld krachtens lid 4, kan de klagende partij door een schriftelijk verzoek aan het Handelscomité, onder vermelding van de reden waarom de maatregel in strijd is met deze titels, een beroep doen op het oorspronkelijke arbitragepanel, zodat dit over de kwestie kan beslissen. Wanneer het arbitragepanel door het Handelscomité is bijeengeroepen, doet het uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum waarop het opnieuw is ingesteld.

6. Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet bijeen kan komen, zijn de procedures van artikel 80 van toepassing. De termijn waarbinnen het panel uitspraak moet doen, blijft in dit geval vijfenveertig dagen na de instelling ervan.

7. Indien de betrokken partij niet vóór het verstrijken van de redelijke termijn heeft medegedeeld welke uitvoeringsmaatregelen zij neemt of voornemens is te nemen, doet de verdedigende partij op verzoek van de klagende partij een aanbod voor tijdelijke compensatie. Indien geen overeenstemming over compensatie wordt bereikt binnen dertig dagen na het verstrijken van de redelijke termijn, is de klagende partij gerechtigd, na kennisgeving aan het Handelscomité, de toepassing van de op grond van de titels II tot en met V toegekende voordelen op te schorten in een mate die evenredig is met de mate waarin de met deze titels strijdig bevonden maatregel de voordelen voor de klagende partij teniet doet of beperkt. De kennisgeving wordt tegelijkertijd aan de andere partij ter hand gesteld. De klagende partij mag de schorsing tien dagen na de datum van de kennisgeving doen ingaan, tenzij de verdedigende partij heeft verzocht om arbitrage overeenkomstig lid 8.

8. Indien de verdedigende partij meent dat de mate van schorsing niet evenredig is met de mate waarin de maatregel de voordelen voor de klagende partij teniet doet of beperkt, dient zij binnen de in lid 7 genoemde termijn van tien dagen bij het Handelscomité een verzoek in tot wederinstelling van het oorspronkelijke arbitragepanel. Het Handelscomité wordt door het arbitragepanel binnen dertig dagen na het verzoek tot instelling ingelicht over de uitspraak van het panel over de mate van schorsing van de voordelen. Er worden geen voordelen opgeschort voor het arbitragepanel zijn uitspraak heeft gedaan; de schorsing dient in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het arbitragepanel.

9. De schorsing van voordelen heeft een tijdelijk karakter en wordt niet langer toegepast dan tot het tijdstip waarop de maatregel die strijdig is bevonden met de titels II tot en met V is ingetrokken of gewijzigd en in overeenstemming is gebracht met deze titels, of de partijen tot overeenstemming zijn gekomen over een oplossing voor het geschil. Indien de verdedigende partij meent dat zij maatregelen heeft genomen om de uitspraak uit te voeren, maar de schorsing van voordelen wordt gehandhaafd, kan de verdedigende partij verzoeken dat het oorspronkelijke arbitragepanel uitspraak doet over de vraag of de schorsing moet worden beëindigd of gewijzigd. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na het schriftelijke verzoek tot wederinstelling ervan.

10. Indien het oorspronkelijke arbitragepanel of een of meer leden van het arbitragepanel niet bijeen kan komen, zijn de procedures van artikel 80 van toepassing. In dit geval blijft de termijn waarbinnen uitspraak moet worden gedaan, vijfenveertig dagen na instelling van het panel.

11. Alle uitspraken waarin in dit artikel wordt voorzien, zijn definitief en bindend. Zij worden ter beschikking gesteld van het Handelscomité, dat de uitspraken openbaar maakt, tenzij het bij consensus besluit dat niet te doen.

12. Na toetreding van Syrië tot de Wereldhandelsorganisatie belet niets in deze overeenkomst een partij voordelen te schorsen indien dit is toegestaan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie.

HOOFDSTUK IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 86

1. Bij de in deze titel vastgestelde arbitrageprocedure komen geen onderwerpen aan de orde die verband houden met de rechten en verplichtingen van elke partij krachtens de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

2. Beroep op de in deze titels ingestelde geschillenbeslechtingsprocedure laat alle maatregelen in het kader van de WTO onverlet, met inbegrip van de geschillenbeslechting. Een partij die met betrekking tot een bepaalde maatregel een geschillenbeslechtingsprocedure krachtens artikel 78, lid 1, van deze titel of in het kader van de WTO-Overeenkomst heeft ingeleid, zal ten aanzien van hetzelfde onderwerp geen geschillenbeslechtingsprocedure inleiden bij het andere forum voordat de eerste procedure is beëindigd. Voor de toepassing van het bepaalde in dit lid worden geschillenbeslechtingsprocedures in het kader van de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid door het verzoek van een partij tot vorming van een panel overeenkomstig artikel 6 van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen.

3. Tot Syrië tot de Wereldhandelsorganisatie toetreedt, passen de arbitragepanels bij hun beslissingen over beweerde schending van een bepaling van de titels II tot en met V van deze overeenkomst die op een bepaling van de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie is gebaseerd of daarnaar verwijst, een interpretatie toe die volledig in overeenstemming is met de relevante besluiten van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie. Na toetreding van Syrië tot de Wereldhandelsorganisatie schorsen arbitragepanels hun werkzaamheden, indien zij van mening zijn dat zij geen uitspraak kunnen doen over een geschil zonder een WTO-bepaling te interpreteren, indien in de titels II tot en met V van deze overeenkomst naar zulk een bepaling wordt verwezen. In geval van schorsing van de werkzaamheden kan elk van de partijen een beroep doen op de geschillenbeslechtingsprocedure van de WTO.

Artikel 87

1. Alle bij deze titel vastgestelde termijnen worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende feit plaatsvindt.

2. Alle in deze titel vermelde termijnen kunnen in overleg tussen de partijen worden verlengd.

Artikel 88

Documenten die worden ingediend in het kader van de bij deze titel ingestelde procedures worden behandeld als vertrouwelijk, met uitzondering van arbitrale uitspraken.

Artikel 89

Schriftelijke en mondelinge opmerkingen en pleidooien van Syrië worden in het Arabisch gesteld; die van de Gemeenschap in een van de officiële talen van de Europese Unie.

TITEL VI

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel 90

Doelstellingen

1. De partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, in hun wederzijds belang en overeenkomstig de algemene doelstellingen van deze overeenkomst.

2. De economische samenwerking heeft als doel Syrië te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling.

Artikel 91

Toepassingsgebied

1. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op sectoren waar zich interne problemen voordoen of die gevolgen ondervinden van de algemene liberalisering van de Syrische economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Syrië en de Gemeenschap.

2. Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Syrië en de Gemeenschap dichter bij elkaar kunnen brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.

3. De partijen bevorderen de economische samenwerking tussen Syrië en andere landen in de regio.

4. Bij de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking wordt behoud van het milieu en het ecologische evenwicht in acht genomen, indien dat relevant is voor die terreinen, rekening houdende met het verschillende economische en sociale ontwikkelingspeil van de partijen.

5. De partijen kunnen overeenkomen de economische samenwerking uit te breiden tot sectoren die niet onder het bepaalde in deze titel vallen.

Artikel 92

Methoden en procedures

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

a) een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

b) regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;

c) activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding;

d) gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops;

e) technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van de regelgeving;

f) bevordering van joint ventures; gebruik van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek voor technologische toepassingen, innovatie en ontwikkeling.

Artikel 93

Regionale samenwerking

Ter bevordering van de regionale samenwerking bevorderen de partijen activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere landen in de regio betrokken zijn.

Deze activiteiten kunnen onder meer inhouden:

a) intraregionale handel;

b) investeringen;

c) milieuvraagstukken;

d) ontwikkeling van de economische infrastructuur;

e) wetenschappelijk en technologisch onderzoek;

f) culturele aangelegenheden;

g) douanezaken;

h) informatietechnologie;

i) vraagstukken op het gebied van waterbeheer, met inbegrip van irrigatie;

j) gedecentraliseerde samenwerking tussen lokale overheden;

k) volksgezondheid.

Artikel 94

Onderwijs en opleiding

De samenwerking tussen de partijen richt zich op het vaststellen en benutten van de meest effectieve methoden om de situatie in het onderwijs en de beroepseducatie in Syrië aanzienlijk te verbeteren, met name ten aanzien van overheidsondernemingen en het particuliere bedrijfsleven, dienstverlening op handelsgebied, de overheid en openbare instellingen, technische instanties, academische faciliteiten op wetenschappelijk en technologisch gebied, instanties voor normalisatie en certificatie en andere relevante organisaties. Beroepsopleidingen en technische en administratieve opleidingen in verband met de herstructurering van de industrie krijgen hierbij speciale aandacht.

De samenwerking bevordert tevens de totstandkoming van contacten tussen gespecialiseerde instanties in de Gemeenschap en Syrië en de uitwisseling van informatie en ervaringen, alsmede het gezamenlijke gebruik van technische middelen.

Artikel 95

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

De samenwerking is gericht op:

a) het bevorderen van duurzame betrekkingen tussen de wetenschappelijke en technische gemeenschap in de Gemeenschap en die in Syrië, met name door middel van:

de toegang van Syrië tot communautaire programma’s voor onderzoek en ontwikkeling, overeenkomstig de geldende bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma’s,

de deelname van Syrië aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken,

de bevordering van opleiding op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;

b) het versterken van de capaciteit van Syrië voor wetenschappelijk en toegepast onderzoek en ontwikkeling door middel van capaciteitsopbouw op het gebied van menselijk potentieel en verlening van wetenschappelijke, technische en materiële steun aan onderzoeksinstellingen;

c) het stimuleren van technologische innovatie, het overdragen van nieuwe technologieën en kennis en het verspreiden van knowhow, met name om milieuvriendelijke methoden te bevorderen en de aanpassing en ontwikkeling van de industriële capaciteit van Syrië te versnellen.

Artikel 96

Milieu

1. De samenwerking heeft als doel het voorkomen van de aantasting van het milieu, het verbeteren van de kwaliteit ervan, het terugdringen van verontreiniging, het beschermen van de menselijke gezondheid en het bevorderen van rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, teneinde duurzame ontwikkeling te waarborgen.

2. De samenwerking bevordert tevens regionale milieuprojecten en wordt geconcentreerd op de volgende gebieden, waarbij de nadruk ligt op harmonisatie van de wetgeving, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van overeenkomsten in het kader van de Verenigde Naties:

a) bestrijding van woestijnvorming;

b) bescherming van de biologische diversiteit;

c) geïntegreerd beheer van de watervoorraden, met inbegrip van irrigatie en beheersing van vervuiling en verzilting van oppervlakte- en grondwater;

d) gebruik van duurzame energiebronnen;

e) bevordering van schone productie en voorkoming van aantasting van het milieu en risico’s voor de veiligheid als gevolg van industriële activiteiten;

f) handel en milieu;

g) beheersing van de luchtkwaliteit;

h) voorkoming en beheersing van vervuiling van de zee;

i) afvalbeheer;

j) de gevolgen van de landbouw voor de kwaliteit van bodem en water;

k) milieueducatie en -voorlichting;

l) het gebruik van geavanceerde methoden voor milieubeheer en besluitvorming, meet- en controlemethoden voor het milieu, en in het bijzonder het gebruik van het Environmental Information System (EIS) en milieueffectbeoordeling;

m) milieucrisisbeheersing;

n) aanpassing aan de klimaatverandering.

Artikel 97

Industriële samenwerking

De industriële samenwerking is gericht op het bevorderen en aanmoedigen van:

a) industriële samenwerking tussen bedrijven in de Gemeenschap en in Syrië: dit houdt onder meer toegang voor Syrië in tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen ondernemingen en tot netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking;

b) modernisering en herstructurering van de Syrische industrie, met inbegrip van de infrastructuur en ondersteunende instellingen op gebieden als normen, kwaliteitsborging en industrieel ontwerp;

c) totstandbrenging en bevordering van een voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven gunstig klimaat, teneinde groei en diversifiëring van de industriële productie te stimuleren in een perspectief van duurzame ontwikkeling;

d) samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en in Syrië;

e) innovatie, onderzoek en ontwikkeling en verwerving van technologie en producten om bij te dragen aan de economische ontwikkeling van Syrië;

f) diversifiëring van de industriële productie in Syrië;

g) ontwikkeling van het menselijk potentieel;

h) verbetering van de toegang tot investeringskredieten;

i) stimulering van innovatie;

j) verbetering van ondersteunende informatiediensten;

k) alle andere door de partijen overeen te komen samenwerkingsgebieden.

Artikel 98

Investeringen en stimulering van investeringen

De samenwerking is gericht op het bevorderen van een gunstig en stabiel investeringsklimaat in Syrië. Dit houdt met name in ontwikkeling van:

a) geharmoniseerde en vereenvoudigde administratieve procedures; mechanismen voor gezamenlijke investeringen, met name in het midden- en kleinbedrijf van beide partijen, en identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;

b) een juridisch klimaat dat bevorderlijk is voor de onderlinge investeringen, eventueel door sluiting door Syrië en de lidstaten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing;

c) toegang tot de kapitaalmarkt ten behoeve van de financiering van productieve investeringen in Syrië;

d) joint ventures van ondernemingen uit Syrië en de Gemeenschap.

Artikel 99

Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures

De samenwerking op dit gebied richt zich met name op:

a) het bevorderen van de toepassing van communautaire voorschriften op het gebied van technische voorschriften, metrologie, accreditatie, normalisatie en conformiteitsbeoordeling;

b) ontwikkeling van Syrische laboratoria en instanties voor conformiteitsbeoordeling, teneinde te zijner tijd en voorzover mogelijk overeenkomsten inzake conformiteitsbeoordeling te sluiten;

c) ontwikkeling van structuren en instanties voor normalisatie en kwaliteit in Syrië.

Artikel 100

Intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten

De samenwerking op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten strekt zich, indien daarom wordt verzocht en op wederzijds overeengekomen voorwaarden, onder meer uit tot de volgende gebieden:

a) het opstellen van wet- en regelgeving ter bescherming en handhaving van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten;

b) het voorkomen van misbruik van die rechten door de houders ervan en schending van die rechten door concurrenten;

c) het oprichten en versterken van nationale organisaties voor handhaving en bescherming tegen namaak en piraterij; dit houdt onder meer in opleiding van personeel, voorlichtingsactiviteiten en kennisgebaseerde activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw ter versterking van het vermogen van Syrië om de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten te implementeren.

Artikel 101

Financiële diensten

De partijen werken samen om hun normen en voorschriften te harmoniseren, onder andere met het oog op:

a) versterking en herstructurering van de financiële sector in Syrië;

b) verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere financiële sectoren in Syrië.

Artikel 102

Landbouw en visserij

1. De partijen concentreren zich bij de samenwerking op:

a) steun voor hun beleid om de productie te diversifiëren;

b) stimulering van de ontwikkeling van de particuliere sector, teneinde de voedselafhankelijkheid te verminderen;

c) bevordering van milieuvriendelijke landbouwmethoden;

d) conservering en rationeel beheer van de visbestanden;

e) totstandbrenging van nauwere banden tussen ondernemingen, groeperingen en organisaties die beroepsgroepen vertegenwoordigen in Syrië en in de Gemeenschap, een en ander op vrijwillige basis;

f) ondersteuning en stimulering van particuliere investeringen;

g) technische bijstand en scholing;

h) agronomisch onderzoek, gebruik van nieuwe technologieën;

i) samenwerking op het gebied van fytosanitaire en veterinaire normen;

j) modernisering van infrastructuur en distributie;

k) geïntegreerde ontwikkeling van het platteland, mede inhoudende verbetering van basisdienstverlening en de ontwikkeling van aanverwante economische activiteiten;

l) samenwerking tussen plattelandsregio’s, uitwisseling van ervaringen en kennis inzake plattelandsontwikkeling;

m) alle andere door de partijen overeen te komen samenwerkingsgebieden.

2. De samenwerking kan onder meer gestalte krijgen door de overdracht van kennis, de oprichting van joint ventures en het opzetten van opleidingsregelingen.

Artikel 103

Vervoer

De samenwerking en technische bijstand worden toegespitst op de volgende prioritaire terreinen:

a) herstructurering en modernisering (in een perspectief van duurzame ontwikkeling) van het wegennet en de spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur van gemeenschappelijk en regionaal belang, zulks gekoppeld aan de ontwikkeling van een trans-Euro-mediterraan vervoersnetwerk, met name de onderlinge verbindingen;

b) definitie en toepassing van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

c) modernisering van technische installaties volgens de communautaire normen voor alle vervoerswijzen, met name containervervoer en overslag;

d) geleidelijke versoepelingen van de transitovoorschriften;

e) verbetering van de institutionele capaciteit en het beheer van havens, luchthavens, luchtverkeersleiding en spoorwegen, mede inhoudende samenwerking tussen de verantwoordelijke nationale instanties;

f) versterking van de veiligheid van de scheepvaart en voorkoming van vervuiling van de zee, met bijzondere aandacht voor het vervoer van olie over zee en de tenuitvoerlegging van veiligheidsmaatregelen voor de scheepvaart;

g) ontwikkelingen op het gebied van het stadsvervoer.

Artikel 104

Informatiemaatschappij en elektronische communicatie

De samenwerking is met name gericht op:

a) een dialoog over vraagstukken die verband houden met de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, zoals e-strategie, beleid voor elektronische telecommunicatie en regelgeving;

b) normalisatie, conformiteitsbeproeving en certificatie op het gebied van informatie- en communicatietechnologie;

c) de onderlinge koppeling en interoperabiliteit van netwerken en diensten van de Europese Unie en Syrië;

d) planning en beheer van het radiofrequentiespectrum om te komen tot gecoördineerd en effectief gebruik van radioverbindingen in het Euro-mediterraan gebied;

e) de verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, met inbegrip van satelliettechnologie en informatiediensten;

f) promotie en uitvoering van gezamenlijke projecten voor onderzoek, technische ontwikkeling of industriële toepassingen op het gebied van elektronische communicatie en de informatiemaatschappij;

g) de mogelijkheid van deelname van Syrische organisaties aan proefprojecten en Europese programma’s in het kader van de specifieke regelingen daarvoor in de betrokken sectoren.

Artikel 105

Energie

De samenwerking en technische bijstand worden toegespitst op de volgende prioritaire terreinen:

a) ontwikkeling van nieuwe gas- en elektriciteitsverbindingen, teneinde de continuïteit van de levering in de Mashrak te verbeteren en de trans-Euro-mediterrane energienetwerken verder uit te bouwen;

b) samenwerking ter verbetering van de veiligheid en de betrouwbaarheid van energie-infrastructuur en transmissienetwerken, met inbegrip van het beheer van ondergrondse olie- en gasreservoirs;

samenwerking op het gebied van de upstreamontwikkeling van aardolievoorraden;

technologische samenwerking op het gebied van raffineren en harmonisatie van de kwaliteitsnormen voor aardolieproducten;

c) openstelling van de energiemarkten en ontwikkeling van effectieve regelgeving, ook voor ontvlechting, oprichting van onafhankelijke regelgevende instanties, om de goede werking van de markt en kostenreflecterende energieprijzen te garanderen;

d) technologische samenwerking op het gebied van internationale normen en procedures, analyse van het energiebeleid en energiebalans, alsmede verbetering van het verzamelen en beheren van energiegegevens;

e) bevordering van het gebruik van duurzame energie en energiebronnen uit eigen land, en bevordering van energiebesparing en maatregelen voor efficiënt energiegebruik, met bijzondere nadruk op de sectoren bouw en vervoer;

f) samenwerking op het gebied van moderne technologieën voor opwekking, transmissie en distributie van energie, teneinde technische verliezen terug te dringen en de efficiëntie te vergroten.

De partijen stellen waar nodig gezamenlijk vast hoe de samenwerking in de energiesector precies zal verlopen.

Artikel 106

Toerisme

Prioriteit genieten bij de samenwerking op dit gebied:

a) verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en versterking van de consistentie van beleid dat op het toerisme van invloed is;

b) bevordering van de samenwerking met regio’s en steden in buurlanden;

c) betere informatievoorziening voor toeristen en bescherming van hun belangen;

d) benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme;

e) zorgen voor een passende, duurzame wisselwerking tussen toerisme en het milieu;

f) bevordering van de concurrentie in het toerisme door stimulering van professionalisme, met name ten aanzien van het hotelwezen;

g) uitwisseling van informatie over geplande ontwikkeling van het toerisme en bevordering van geplande ontwikkelingen in de toeristische sector, ook wat betreft projecten voor marketing van het toerisme, toeristische beurzen, tentoonstellingen, congressen en publicaties.

Artikel 107

Douane

1. De partijen bevorderen en faciliteren de samenwerking tussen elkaars douanediensten, teneinde te zorgen voor de verwezenlijking van de in artikel 36 genoemde doelstellingen, met name met het oog op vereenvoudiging van de douaneprocedures en facilitering van de rechtmatige handel, met behoud van hun mogelijkheden tot controle.

2. Onverminderd de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verlenen de douaneautoriteiten elkaar bijstand overeenkomstig Protocol 7 betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten.

3. De samenwerking moet onder meer leiden tot:

a) verlening van technische bijstand, waar nodig mede inhoudende de organisatie van seminars en het aanbieden van stageplaatsen;

b) ontwikkeling en uitwisseling van beste praktijken; en

c) verbetering en vereenvoudiging van douanekwesties die verband houden met markttoegang en oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneregelingen.

Artikel 108

Statistiek

De samenwerking is met name gericht op harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden, zodat betrouwbare statistieken kunnen worden opgesteld voor handel, bevolking, migratie en in het algemeen alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen en voor statistische verwerking in aanmerking komen.

TITEL VII

SOCIALE EN CULTURELE SAMENWERKING

HOOFDSTUK 1

SOCIALE DIALOOG

Artikel 109

1. Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over elk onderwerp op sociaal gebied dat voor hen van belang is.

2. De dialoog is een instrument voor onderzoek naar wijzen om vooruitgang te bewerkstelligen wat betreft het verkeer van werknemers, de gelijke behandeling en de sociale integratie van burgers van Syrië en van de EU die legaal op het grondgebied van hun gastland verblijven.

3. De dialoog heeft met name betrekking op alle problemen betreffende:

a) leef- en werkomstandigheden van migrantengemeenschappen;

b) migratie;

c) projecten en programma’s ter bevordering van de gelijke behandeling van burgers van Syrië en van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, bevordering van tolerantie en bestrijding van discriminatie.

HOOFDSTUK 2

SOCIALE SAMENWERKINGSACTIVITEITEN

Artikel 110

1. De partijen erkennen het belang van sociale ontwikkeling, een essentiële component van alle economische ontwikkeling. Bijzondere prioriteit wordt toegekend aan de eerbiediging van fundamentele sociale rechten.

2. Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren, worden activiteiten en programma’s uitgevoerd op elk gebied dat voor hen van belang is.

Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit:

a) vermindering van de migratiedruk door het scheppen van werkgelegenheid en het ontwikkelen van het onderwijs in de emigratiegebieden;

b) reïntegratie van teruggestuurde illegale immigranten;

c) bevordering van de betrokkenheid van vrouwen bij het sociale en economische ontwikkelingsproces;

d) ontwikkeling van Syrische programma’s voor gezinsplanning en de bescherming van moeder en kind;

e) verbetering van het stelsel voor sociale zekerheid;

f) verbetering van de gezondheidszorg;

g) verbetering van de levensomstandigheden in achtergestelde, dichtbevolkte gebieden;

h) uitwisselingsprogramma’s voor gemengde groepen Syrische en Europese jongeren ter bevordering van de kennis van elkaars cultuur en van de tolerantie.

Artikel 111

Samenwerkingsprojecten kunnen worden gecoördineerd met de lidstaten en de relevante internationale organisaties.

Artikel 112

De Associatieraad kan uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep oprichten. Deze wordt belast met permanente evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 en 2.

HOOFDSTUK 3

SAMENWERKING INZAKE CULTUUR

Artikel 113

1. Met het oog op de bevordering van wederzijdse kennis en begrip en rekening houdend met in dit verband reeds ondernomen activiteiten, verbinden de partijen zich ertoe, met respect voor elkaars cultuur, een vaste basis te leggen voor een duurzame culturele dialoog en een permanente culturele samenwerking te bevorderen op alle daarvoor geschikte terreinen.

2. Bij de vaststelling van samenwerkingsactiviteiten en -programma’s en gezamenlijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren, aan zelfexpressie en communicatievaardigheden met gebruikmaking van schriftelijke en audiovisuele media, aan de bescherming, de restauratie en het behoud van het erfgoed en aan de verbreiding van cultuur.

3. De partijen streven ernaar de deelname van Syrië aan communautaire initiatieven op dit gebied te stimuleren.

4. De partijen stimuleren activiteiten van wederzijds belang op het gebied van informatie en communicatie.

TITEL VIII

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE, MIGRATIE EN DE BESTRIJDING VAN GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT

Artikel 114

Institutionele versterking en rechtsstaat

Bij de samenwerking op de gebieden waarop deze titel betrekking heeft, schenken de partijen bijzondere aandacht aan consolidatie van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de wetshandhaving en het justitiële stelsel in het bijzonder.

De samenwerking op justitieel gebied zal vooral gericht zijn op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, een doeltreffender rechtspraak en opleiding van juristen.

Artikel 115

Samenwerking inzake migratie

1. De partijen wijzen opnieuw op het belang dat zij hechten aan gezamenlijke beheersing van de migratiestromen tussen hun grondgebieden. Om hun onderlinge samenwerking te versterken, zetten de partijen een brede dialoog op over alle kwesties in verband met migratie, waaronder illegale migratie, mensensmokkel en mensenhandel; het vraagstuk migratie wordt geïntegreerd in de nationale strategieën met betrekking tot de economische en sociale ontwikkeling van de gebieden van herkomst van de migranten.

2. Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die in onderling overleg door de partijen wordt verricht, werken de partijen samen overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van de Gemeenschap, de lidstaten en Syrië. De samenwerking zal zich met name richten op:

a) de hoofdoorzaken van migratie;

b) de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, eerlijke behandeling van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;

c) het visumbeleid, wat betreft onderwerpen die van wederzijds belang geacht worden;

d) grenscontroles, wat betreft organisatie, opleiding, beste praktijken en andere concrete maatregelen, en indien relevant, apparatuur, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat dergelijke apparatuur voor tweeërlei gebruik geschikt is;

e) de opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van illegale immigratie, smokkel van migranten en mensenhandel, alsmede de vraag hoe netwerken en criminele organisaties van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de slachtoffers van deze praktijken kunnen worden beschermd;

f) de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot personen die internationale bescherming nodig hebben, teneinde aan de bepalingen van de toepasselijke internationale instrumenten te voldoen;

g) de humane en waardige terugkeer van illegale personen, alsmede bevordering van vrijwillige terugkeer, en de overname van dergelijke personen overeenkomstig lid 3;

3. In het kader van de samenwerking ter voorkoming en controle van illegale migratie komen de partijen eveneens overeen hun illegale migranten over te nemen. Hiertoe geldt het volgende:

Syrië neemt zijn onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie verblijven op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over, nadat de noodzakelijke identificatieprocedures zijn uitgevoerd;

iedere lidstaat van de Europese Unie neemt zijn onderdanen die illegaal op het grondgebied van Syrië verblijven op verzoek van Syrië zonder verdere formaliteiten over, nadat de noodzakelijke identificatieprocedures zijn uitgevoerd.

De lidstaten van de Europese Unie en Syrië verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en de administratieve faciliteiten die voor dit doel noodzakelijk zijn.

De partijen komen overeen op verzoek zo snel mogelijk een overeenkomst te sluiten waarin de specifieke verplichtingen worden geregeld inzake overname, met inbegrip van de overname van onderdanen van andere landen en staatloze personen.

Artikel 116

Witwassen van geld

1. De partijen zijn het erover eens dat alle mogelijke inspanningen en samenwerking geboden zijn om te voorkomen dat hun financiële stelsels worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten van criminele activiteiten in het algemeen en misdrijven met betrekking tot drugs en psychotrope stoffen in het bijzonder.

2. De samenwerking op dit gebied kan administratieve en technische bijstand omvatten voor de tenuitvoerlegging van voorschriften en de efficiënte werking van mechanismen ter bestrijding van het witwassen van geld, overeenkomstig erkende internationale normen, waaronder de aanbevelingen van de “Financial Action Task Force” (FATF).

Artikel 117

Samenwerking op het gebied van drugs

1. Met inachtneming van de grenzen van hun bevoegdheden werken de partijen samen om een evenwichtige benadering te garanderen, door effectieve coördinatie van de activiteiten van hun bevoegde autoriteiten, waaronder die in de sectoren gezondheid, justitie en binnenlandse zaken, teneinde het aanbod en de smokkel van en de vraag naar drugs terug te dringen en de illegale handel in chemische precursoren effectiever te controleren.

2. De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. Hun activiteiten worden gebaseerd op onderling overeengekomen beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen, de politieke verklaring en de Speciale Verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen, goedgekeurd door de speciale zitting van 1998 inzake drugs van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

3. De samenwerking tussen de partijen omvat technische en administratieve bijstand, met name op de volgende terreinen: opstelling van nationale wetgeving en nationaal beleid; oprichting van nationale instellingen en informatiecentra; opleiding van personeel; onderzoek in verband met drugs; en preventie van oneigenlijk gebruik van precursoren voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen. De partijen kunnen overeenkomen de samenwerking tot andere terreinen uit te breiden.

Artikel 118

Samenwerking inzake de georganiseerde misdaad

1. De partijen werken samen bij de preventie en bestrijding van georganiseerde misdaad, met name op de volgende gebieden: mensenhandel, vervalsing van documenten; exploitatie voor seksuele doeleinden; corruptie; vervalsing van financiële instrumenten; illegale handel in verboden, vervalste of illegaal gekopieerde producten en illegale transacties met in het bijzonder industrieel afval of radioactief materiaal; handel in vuurwapens en explosieven; computercriminaliteit; gestolen auto’s,

2. De partijen werken nauw samen om passende mechanismen en normen tot stand te brengen.

3. De technische en administratieve samenwerking op dit gebied omvat opleiding en de versterking van de doeltreffendheid van de autoriteiten en structuren die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding en preventie van criminaliteit en de totstandkoming van maatregelen op het gebied van misdaadpreventie.

TITEL IX

SAMENWERKING INZAKE DE BESTRIJDING VAN TERRORISME

Artikel 119

De partijen komen overeen conform internationale overeenkomsten, relevante VN-resoluties en hun eigen wet- en regelgeving samen te werken om terroristische daden te voorkomen en te bestrijden. Zij doen dit in het bijzonder:

1. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante VN-resoluties en toepasselijke internationale overeenkomsten en instrumenten;

2. door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, in onderling overleg en overeenkomstig het nationale en internationale recht;

3. door uitwisseling van inzichten over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door uitwisseling van ervaringen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.

TITEL X

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 120

Teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken en Syrië te ondersteunen bij het uitvoeren van de hervormingen die noodzakelijk zijn om de voordelen van dit nieuwe kader ten volle te benutten, wordt financieel met Syrië samengewerkt overeenkomstig de passende financiële procedures en middelen van de Gemeenschap.

Deze procedures worden in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten.

Naast de in de titels VI en VIII van deze overeenkomst genoemde terreinen heeft de financiële samenwerking vooral betrekking op:

a) het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie en het bestuur;

b) het op peil brengen van de economische infrastructuur;

c) het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;

d) het opvangen van de economische gevolgen van de geleidelijke totstandkoming van een vrijhandelszone, met name door het op peil brengen en herstructureren van de industrie;

e) het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.

Artikel 121

In het kader van de financiële instrumenten van de Gemeenschap ter ondersteuning van de programma’s voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied, en in nauwe samenwerking met de Syrische autoriteiten en met andere donoren, in het bijzonder andere internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap op welke wijze ondersteuning kan worden geboden voor de structuurmaatregelen die Syrië neemt om het financiële evenwicht, wat de belangrijkste financiële aggregaten betreft, te herstellen en een economisch klimaat te scheppen dat een versnelde groei bevordert, terwijl tegelijkertijd het sociale welzijn van de bevolking wordt verbeterd.

Artikel 122

Met het oog op een gecoördineerde benadering van bijzondere macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst zouden kunnen voortvloeien, besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Syrië in het kader van de bij titel VI ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL XI

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 123

Er wordt een Associatieraad opgericht, die in de regel éénmaal per twee jaar, of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op ministerieel niveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter, overeenkomstig het reglement van orde.

De Associatieraad volgt de stand van zaken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en de samenwerking ter ondersteuning van de Syrische hervormings- en ontwikkelingsinspanningen. De Associatieraad behandelt tevens alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, met inbegrip van de economische en sociale gevolgen, en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 124

1. De Associatieraad bestaat uit enerzijds de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie en anderzijds leden van de regering van Syrië.

2. De leden van de Associatieraad kunnen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te stellen voorwaarden.

3. De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.

4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van Syrië, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde.

Artikel 125

1. Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

2. De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.

3. De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 126

1. Er wordt een Associatiecomité opgericht, dat belast wordt met de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Associatieraad toegekende bevoegdheden.

2. De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren.

Artikel 127

1. Het Associatiecomité vergadert op het niveau van ambtenaren en bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie, en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Syrië.

2. Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

3. Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie en een vertegenwoordiger van de regering van Syrië.

Artikel 128

1. Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze overeenkomst en op de terreinen waarop de Associatieraad het Associatiecomité bevoegdheden heeft toegekend.

2. De besluiten van het Associatiecomité worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan.

Artikel 129

De Associatieraad stelt werkgroepen of lichamen in die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn, en richt uiterlijk zes maanden nadat de titels II tot en met V van kracht zijn geworden, een instantie op als bedoeld in titel V, hoofdstuk II, artikel 76.

Artikel 130

De Associatieraad neemt alle nuttige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Syrië.

Artikel 131

Elk van de partijen kan ieder vraagstuk dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen, met uitzondering van aangelegenheden waarop titel V inzake de beslechting van handelsgeschillen voor de titels II tot en met IV van toepassing is.

Artikel 132

Niets in de overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

a) die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

b) die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

c) die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 133

Voor de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd daarin vervatte bijzondere bepalingen geldt het volgende:

a) de regelingen die Syrië ten opzichte van de Gemeenschap toepast, mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;

b) de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Syrië toepast, mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Syrische onderdanen of vennootschappen.

Artikel 134

Ten aanzien van directe belastingen heeft geen van de bepalingen van de overeenkomst tot gevolg dat:

a) de voordelen op fiscaal gebied die een partij heeft toegekend in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is, worden uitgebreid;

b) de vaststelling of toepassing door een partij van maatregelen ter voorkoming van fraude of belastingontduiking wordt verhinderd;

c) afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 135

1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2. Indien een partij van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder spoedeisende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten maatregelen worden gekozen die de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij in de Associatieraad besproken.

Artikel 136

Onderlinge aanpassing van de wetgeving

De partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de implementatie van deze overeenkomst te vereenvoudigen.

Artikel 137

De protocollen 1 tot en met 8 en de bijlagen I tot en met VIII maken deel uit van de overeenkomst.

De verklaringen en de briefwisselingen zijn opgenomen in de slotakte, die een integrerend onderdeel van de overeenkomst vormt.

Artikel 138

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder “partijen” verstaan: enerzijds Syrië, en anderzijds de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en de lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Artikel 139

De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van de partijen kan de overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt de overeenkomst op van toepassing te zijn.

Artikel 140

Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het gebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, op de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en anderzijds het grondgebied van Syrië.

Artikel 141

Deze overeenkomst, die is opgesteld in tweevoud in de Arabische, de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 142

1. Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in dit lid bedoelde procedures zijn voltooid.

2. Bij inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Syrië en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Syrië, die op 18 januari 1977 te Brussel zijn ondertekend.

Artikel 143

Voorlopige toepassing

1. Niettegenstaande artikel 142 komen de Gemeenschap en Syrië overeen artikel 2, de artikelen 7 tot en met 42 (Titel II – Vrij verkeer van goederen), de artikelen 61 en 63 (Betalings- en kapitaalverkeer), de artikelen 64 tot en met 73 (Mededinging, overheidsopdrachten en andere economische kwesties), de artikelen 74 tot en met 89 (Titel V – Geschillenbeslechting), artikel 97 (Industriële samenwerking), artikel 99 (Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures), artikel 100 (Samenwerking op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten), artikel 101 (Financiële diensten), artikel 102 (Landbouw en visserij), artikel 107 (Samenwerking op het gebied van douane), artikel 120 , de artikelen 132 tot en met 138 en de artikelen 140 en 141 (Titel XI: Institutionele, algemene en slotbepalingen) toe te passen vanaf de eerste dag van de derde maand volgende op die waarin de Gemeenschap en Syrië elkaar ervan in kennis stellen dat daartoe benodigde procedures zijn voltooid. Deze kennisgevingen worden gericht aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, die depositaris van deze overeenkomst is.

2. De Samenwerkingsraad die is ingesteld bij de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Arabische Republiek Syrië, ondertekend op 18 januari 1977, blijft mutatis mutandis zijn taken vervullen, totdat de Associatieraad en het Associatiecomité, als bedoeld in titel XI van de associatieovereenkomst, zijn opgericht.

Gedurende de voorlopige toepassing van bovengenoemde artikelen worden, voor zover toepasselijk, verwijzingen naar de Associatieraad of het Associatiecomité behandeld als verwijzingen naar de Samenwerkingsraad en de door de Samenwerkingsraad ingestelde comités.

3. Indien overeenkomstig lid 1 een bepaling van deze overeenkomst door de partijen in afwachting van de inwerkingtreding wordt toegepast, worden verwijzingen in een dergelijke bepaling naar de inwerkingtreding van deze overeenkomst gelezen als verwijzingen naar de datum waarop de partijen overeenkomen de betrokken bepaling overeenkomstig lid 1 toe te passen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de gehele overeenkomst

De partijen bevestigen opnieuw, terwijl zij hun betrekkingen op basis van deze overeenkomst ontwikkelen, dat zij zich ten volle committeren aan de beginselen en doelstellingen van het Handvest van de Verenigde Naties, en komen overeen samen te werken om een rechtvaardige en alomvattende vrede in het Midden-Oosten tot stand te brengen, zulks overeenkomstig de Doelstellingen van Madrid en de Resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en te streven naar de totstandkoming in de regio van een gebied dat vrij is van alle massavernietigingswapens, zowel nucleaire als biologische en chemische, en deze regio om te vormen tot een gebied van stabiliteit en welvaart.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 64

De Gemeenschap verklaart dat zij, in het kader van de interpretatie van artikel 64, lid 1, alle handelwijzen die in strijd zijn met dat artikel zal beoordelen aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de regels die vervat zijn in de artikelen 81 en 82 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van het afgeleide recht.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64

De partijen erkennen dat Syrië voornemens is een mededingingswet op te stellen. Zolang de formulering van de eigen wetgeving niet is voltooid, neemt Syrië de in de Europese Unie ontwikkelde mededingingsregels in overweging. Voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 64, lid 2, bedoelde procedures voor administratieve samenwerking geldt de voorwaarde dat de Syrische mededingingswet in werking is getreden en dat de met de toepassing ervan belaste autoriteit met haar werkzaamheden is begonnen.

Gemeenschappelijke verklaring over de samenwerking inzake migratie (artikel 115, onder f))

De partijen komen overeen dat zij bij de tenuitvoerlegging van artikel 115, onder f), van titel VIII erop zullen toezien dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt, onverminderd het bepaalde in resolutie 194 (1948) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 113

De partijen verklaren dat bijzondere aandacht zal worden geschonken aan de bescherming, de instandhouding en de restauratie van archeologisch waardevolle plaatsen en monumenten.

De partijen komen overeen te zullen samenwerken bij het streven naar teruggave van archeologische artefacten die tot het Syrisch cultureel erfgoed behoren en onwettig uit het land zijn weggenomen, conform de internationale Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (Unesco 1970).

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het stelsel van algemene preferenties van de EG

De preferenties die bij deze overeenkomst worden toegekend, omvatten de preferenties toegekend krachtens het stelsel van algemene preferenties (SAP) van de Europese Gemeenschap, zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 980/2005 van de Raad van 27 juni 2005 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties tot en met 31 december 2008, en verlengd van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 bij Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad van 22 juli 2008.

LIJST VAN PROTOCOLLEN EN BIJLAGEN

Protocol 1: | Regeling die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Syrië. |

Protocol 2: | Regeling die van toepassing is op de invoer in Syrië van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap. |

Protocol 3: | Handel in vis en visserijproducten van oorsprong uit Syrië. |

Protocol 4 : | Handel in vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap. |

Protocol 5 : | Handel tussen Syrië en de Gemeenschap in de bewerkte landbouwproducten. |

Protocol 6 : | Definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking. |

Protocol 7 : | Wederzijdse bijstand van bestuurlijke autoriteiten in douanezaken. |

Protocol 8 : | Lijst van producten bedoeld in artikel 13, lid 7. |

Bijlage I: | Syrisch tarief als bedoeld in artikel 9, lid 3 |

Bijlage II: | Producten bedoeld in de artikelen 11 en 16. |

Bijlage III: | Voorbehouden van de Gemeenschap, bedoeld in artikel 43, lid 1, onder b) (Recht van vestiging). |

Bijlage IV: | Voorbehouden van Syrië met betrekking tot nationale behandeling en behandeling als derde land, bedoeld in artikel 43, lid 2, onder a) (Recht van vestiging). |

Bijlage V: | Samenwerkingsmechanisme inzake mededinging, bedoeld in artikel 64, lid 2. |

Bijlage VI: | Intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten. |

Bijlage VII: | Overheidsopdrachten: reglement van orde, lijst van instanties en andere documenten. |

Bijlage VIII: | Geschillenbeslechting (Titel V): reglement van orde en gedragscode. |

FINANCIEEL MEMORANDUM | Fichefin/08/35192 6.0.2005.1-2008 DDG/EM/mlc |

DATUM: 27/11/2008 |

1. | BEGROTINGSONDERDEEL: Hoofdstuk 10 – Landbouwrechten | KREDIETEN: VOB 2009 1 403,5 mln euro |

2. | TITEL: Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Syrië, anderzijds |

3. | JURIDISCHE GRONDSLAG: Artikel 310 van het Verdrag, in combinatie met artikel 300, lid 2, en artikel 300, lid 3. |

4. | DOELSTELLINGEN: Totstandbrenging van een associatie tussen de Gemeenschap en de Arabische Republiek Syrië |

5. | FINANCIËLE GEVOLGEN | 12 MAANDEN (in miljoen euro) | LOPEND BEGROTINGSJAAR 2008 (in miljoen euro) | VOLGEND BEGROTINGSJAAR 2009 (in miljoen euro) |

5.0 | UITGAVEN - TEN LASTE VAN DE EG-BEGROTING (RESTITUTIES / INTERVENTIES) - NATIONALE AUTORITEITEN - ANDERE | - | - | - |

5.1 | ONTVANGSTEN - EIGEN MIDDELEN EG (HEFFINGEN / DOUANERECHTEN) - NATIONAAL | - | - | - 0,3 |

2010 | 2011 | 2012 |

5.0.1 | GERAAMDE UITGAVEN | - | - | - |

5.1.1 | GERAAMDE OPBRENGSTEN | - | - | - |

5.2 | WIJZE VAN BEREKENING: - |

6.0 | KAN HET PROJECT WORDEN GEFINANCIERD MET KREDIETEN DIE IN HET DESBETREFFENDE HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGENOMEN? | JA NEE |

6.1 | KAN HET PROJECT WORDEN GEFINANCIERD DOOR OVERBOEKING TUSSEN HOOFDSTUKKEN VAN DE LOPENDE BEGROTING? | JA NEE |

6.2 | ZAL EEN AANVULLENDE BEGROTING NOODZAKELIJK ZIJN? | JA NEE |

6.3 | ZULLEN ER KREDIETEN IN TOEKOMSTIGE BEGROTINGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN? | JA NEE |

OPMERKINGEN: Het voorstel betreft de associatieovereenkomst inzake de handel in landbouwproducten. Als gevolg van het voorstel zullen de eigen middelen waarschijnlijk dalen met ongeveer 0,3 miljoen euro (nettobedrag na aftrek inningskosten). |

[1] PB C.

[2] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[3] PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18.

[4] PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1.

[5] PB L 104 van 20.4.2002, blz. 26.

[6] PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

[7] PB C […] van […], blz. […].

[8] Verordening (EEG) nr. 2658/87, PBEG L 256 van 7.9.1987, zoals jaarlijks bijgewerkt.

[9] In het kader van de overeenkomst omvatten intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten het volgende: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma’s en gegevensbanken en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van herkomst of oorsprong, handelsmerken, dienstmerken, handelsnamen, schema’s (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, plantenrassen, bescherming van niet openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967), alsmede andere rechten die worden beschermd door de in bijlage VI genoemde multilaterale verdragen.

[10] Dit betekent niet dat overheidsambtenaren niet als scheidsrechter kunnen optreden. Zij dienen echter op strikt persoonlijke titel op te treden en mogen derhalve geen instructies aannemen van hun eigen regering of de instanties daarvan. Hetzelfde geldt voor instructies van welke herkomst ook, zowel van niet-gouvernementele organisaties als van de regering van een derde land.

[11] Is een partij van oordeel dat de voorzitter van het arbitragepanel niet aan de eisen van de gedragscode voldoet, dan wordt de zaak voorgelegd aan een van de overige leden uit de groep van onderdanen van derde landen. Diens naam wordt door loting getrokken door het Handelscomité, tenzij de partijen zelf tot overeenstemming zijn gekomen.