Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, alsmede de goedkeuring en ondertekening van het bijbehorende Memorandum van Overeenstemming /* COM/2004/0569 def. */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, alsmede de goedkeuring en ondertekening van het bijbehorende Memorandum van Overeenstemming (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Bij besluit van 16 oktober 2001 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te voeren met Zwitserland, de Verenigde Staten van Amerika, Andorra, Liechtenstein, Monaco en San Marino over passende overeenkomsten om ervoor te zorgen dat deze landen maatregelen van gelijke strekking aannemen als die welke binnen de Gemeenschap zullen worden toegepast met het oog op effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling. De Commissie diende deze onderhandelingen te voeren in nauwe samenwerking met het voorzitterschap van de Raad en in nauw en regelmatig overleg met de groep op hoog niveau die is ingesteld bij besluit van het Comité van permanente vertegenwoordigers van 13 juni 2001 [1] en door de Raad is aangewezen als speciaal comité om de Commissie bij te staan bij deze taak. [1] PB C 183 van 29.6.2001, blz. 1. Naar aanleiding van het besluit van 16 oktober 2001 heeft de Commissie bovengenoemde niet-EU-landen schriftelijk uitgenodigd onderhandelingen te openen, hoewel deze pas werkelijk van start konden gaan nadat de Raad Economische en Financiële Zaken op 13 december 2001 een ontwerptekst voor de richtlijn had goedgekeurd. Een groot aantal bijeenkomsten is sindsdien gehouden op zowel politiek als technisch niveau. Overeenkomstig het besluit van de Raad van 16 oktober 2001 voerde de Commissie de onderhandelingen in nauw overleg met de opeenvolgende voorzitterschappen van de Raad. Zij heeft regelmatig mondeling een voortgangsverslag uitgebracht bij de Raad en het Europees Parlement. Ook heeft zij op 3 december 2002 aan de Raad Economische en Financiële Zaken een mededeling [2] voorgelegd over de onderhandelingen met derde landen over de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden. [2] SEC(2002) 1287 def. van 27.11.2002. Op 3 juni 2003 verklaarde de Raad dat de ontwerpovereenkomst met Zwitserland, als ingediend door de Commissie op 28 mei 2003, het eindbod voor een overeenkomst tussen de EU en Zwitserland was. In de notulen van de Raad is verder vermeld: "De vier elementen van deze overeenkomst betreffende de belasting op de rente van spaargelden vormen ook de basis voor overeenkomsten tussen de Europese Unie en Liechtenstein, Andorra, Monaco en San Marino. Volgens een eerder besluit van de Raad op 21 januari 2003 zijn deze vier elementen: "- Inhouding en bronheffing: Zwitserland zal dezelfde inhoudings- en bronheffingspercentages toepassen als België, Luxemburg en Oostenrijk... - Verdeling van de opbrengsten: Zwitserland zal de opbrengsten van de inhouding van belasting delen en de in de Gemeenschap gebruikte 75/25-verdeelsleutel aanvaarden... - Vrijwillige verstrekking van gegevens Herzieningsclausule met de volgende strekking: "De Overeenkomstsluitende Partijen treden ten minste om de drie jaar of op verzoek van een van de Partijen met elkaar in overleg om de technische werking van de Overeenkomst te evalueren en - indien de Overeenkomstsluitende Partijen zulks nodig achten - te verbeteren. Wanneer België, Luxemburg en Oostenrijk overgaan van een bronheffing op automatische informatie-uitwisseling, in overeenstemming met de richtlijn, treden de Overeenkomstsluitende Partijen in ieder geval met elkaar in overleg om na te gaan of er in het licht van de internationale ontwikkelingen wijzigingen moeten worden aangebracht in de Overeenkomst. Zwitserland zal desgevraagd informatie uitwisselen over alle strafrechtelijke en civielrechtelijke gevallen van fraude of vergelijkbare overtredingen van belastingplichtigen...". De Overeenkomst met Liechtenstein, waarin deze vier elementen zijn opgenomen, wordt thans met het oog op de ondertekening en sluiting ervan aan de Raad voorgelegd. Bij de Overeenkomst gaat een Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en het Vorstendom Liechtenstein anderzijds. Overeenkomstig de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 21 januari 2003 wordt in het Memorandum van Overeenstemming bevestigd dat de Europese Gemeenschap, tijdens de overgangsperiode waarin bij Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 [3] wordt voorzien, besprekingen opent met andere belangrijke financiële centra om ertoe bij te dragen dat in deze rechtsgebieden maatregelen van gelijke strekking worden aangenomen als die welke door de Gemeenschap worden toegepast. Verder bepaalt het Memorandum van Overeenstemming dat de overeengekomen maatregelen in goed vertrouwen ten uitvoer zullen worden gelegd en dat de partijen geen eenzijdige stappen zullen ondernemen die afbreuk kunnen doen aan de Overeenkomst, zonder legitieme reden. Indien er enig substantieel verschil wordt bemerkt tussen het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad en dat van de Overeenkomst, met name met betrekking tot artikel 6 van de Overeenkomst, gaan de Overeenkomstsluitende partijen zonder verwijl besprekingen aan om ervoor te zorgen dat de gelijke strekking van de maatregelen waarin de Overeenkomst voorziet, wordt gehandhaafd. Ten aanzien van de uitwisseling van informatie is in het Memorandum van Overeenstemming bepaald dat het Vorstendom Liechtenstein alles in het werk zal stellen om de ontvankelijkheid van zorgvuldig gemotiveerde verzoeken zonder verwijl te beoordelen overeenkomstig zijn procesrecht. Voorts voorziet het Memorandum van Overeenstemming erin dat de Europese Unie en haar lidstaten in hun samenwerking met Liechtenstein, ook op het gebied van fiscale aangelegenheden, rekening zullen houden met het besluit van Liechtenstein om maatregelen van gelijke strekking vast te stellen als die welke in de richtlijn zijn vervat. De ondertekenaars zijn het erover eens dat in de context van de te voeren onderhandelingen over de uitwisseling van informatie als vastgesteld in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst, iedere partij tegelijkertijd andere belastingkwesties aan de orde kan stellen, waaronder kwesties die verband houden met het voorkomen van dubbele belastingheffing van inkomsten. [3] PB C 157 van 26.6.2003, blz. 38. Volgens de Commissie is de tekst van de Overeenkomst in overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren die op 16 oktober 2001 door de Raad werden goedgekeurd. De Raad heeft op 2 juni van dit jaar zijn politieke goedkeuring aan de tekst gegeven en de bovengenoemde groep op hoog niveau van de Raad heeft op 9 juni zijn instemming met de precieze inhoud van de Overeenkomst en het bijbehorende Memorandum van Overeenstemming bevestigd. De Commissie stelt voor dat de Raad zijn goedkeuring hecht aan de bijgaande voorstellen voor: - een besluit betreffende de ondertekening van de Overeenkomst waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, alsmede de goedkeuring en ondertekening van het bijbehorende Memorandum van Overeenstemming, en - een besluit betreffende de sluiting van bovengenoemde Overeenkomst overeenkomstig de in artikel 300 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgestelde procedures. Artikel 300, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bepaalt dat de Raad met eenparigheid van stemmen besluit wanneer het akkoord betrekking heeft op een gebied waarvoor, wat de aanneming van de interne voorschriften betreft, eenparigheid vereist is. Aangezien de interne voorschriften op het gebied waarop deze Overeenkomst betrekking heeft, zijn aangenomen op basis van artikel 94 van het Verdrag, is de Commissie van mening dat de Raad het voorstel voor een besluit met eenparigheid van stemmen dient goed te keuren. Overeenkomstig de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 21 januari 2003 is de Raad het erover eens dat de Overeenkomst met het Vorstendom Liechtenstein ook moet worden gesloten op basis van eenparigheid van stemmen. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, alsmede de goedkeuring en ondertekening van het bijbehorende Memorandum van Overeenstemming DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 94 juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie [4], [4] PB C [...] van [...], blz. [...]. Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 16 oktober 2001 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te voeren met het Vorstendom Liechtenstein over een passende overeenkomst om te bereiken dat het Vorstendom Liechtenstein maatregelen aanneemt van gelijke strekking als die welke binnen de Gemeenschap zullen worden toegepast met het oog op effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling. (2) De tekst van de Overeenkomst die het resultaat vormt van de onderhandelingen, sluit precies aan bij de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad. Bij de Overeenkomst gaat een Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en het Vorstendom Liechtenstein anderzijds. (3) Onder voorbehoud van de vaststelling van een besluit betreffende de sluiting van de Overeenkomst op een later tijdstip is het wenselijk dat de twee documenten, die op 30 juli 2004 werden geparafeerd, worden ondertekend en dat de goedkeuring van het Memorandum van Overeenstemming door de Raad wordt bevestigd, BESLUIT: Enig artikel Onder voorbehoud van de vaststelling van een besluit betreffende de sluiting van de Overeenkomst op een later tijdstip wordt de voorzitter van de Raad gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn de Overeenkomst, het bijbehorende Memorandum van Overeenstemming en de in artikel 21, lid 2, van de Overeenkomst en de laatste alinea van het Memorandum van Overeenstemming bedoelde brieven namens de Europese Gemeenschap te ondertekenen. De tekst van bovengenoemd Memorandum van Overeenstemming, dat aan dit besluit is gehecht, wordt door de Raad goedgekeurd. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter Bijlage Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap, het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en het Vorstendom Liechtenstein De Europese Gemeenschap, het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en het Vorstendom Liechtenstein, hierna "Liechtenstein" genoemd, zijn het volgende overeengekomen: 1. Inleiding Liechtenstein en de Europese Gemeenschap sluiten een Overeenkomst die voorziet in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (hierna "de richtlijn" genoemd). Dit Memorandum van Overeenstemming is een aanvulling op die Overeenkomst. 2. Besprekingen om te voorzien in maatregelen van gelijke strekking met andere derde landen Tijdens de overgangsperiode waarin bij de richtlijn wordt voorzien, opent de Europese Gemeenschap besprekingen met andere belangrijke financiële centra om ertoe bij te dragen dat in deze rechtsgebieden maatregelen van gelijke strekking worden aangenomen als die welke door de Gemeenschap worden toegepast. 3. Intentieverklaring De ondertekenaars van dit Memorandum van Overeenstemming verklaren dat naar hun inzicht de in punt 1 genoemde Overeenkomst en dit Memorandum een aanvaardbare en evenwichtige regeling uitmaken waarvan mag worden aangenomen dat die de belangen van de partijen waarborgt. Zij zullen de overeengekomen maatregelen derhalve in goed vertrouwen ten uitvoer leggen en geen eenzijdige stappen ondernemen die afbreuk kunnen doen aan de Overeenkomst, zonder legitieme reden. Indien er enig substantieel verschil wordt bemerkt tussen het toepassingsgebied van de op 3 juni 2003 aangenomen richtlijn en dat van de Overeenkomst, met name met betrekking tot artikel 6 van de Overeenkomst, treden de Overeenkomstsluitende partijen onmiddellijk in overleg overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de Overeenkomst, teneinde ervoor te zorgen dat de gelijke strekking van de maatregelen waarin de Overeenkomst voorziet, wordt gehandhaafd. Liechtenstein zal alles in het werk stellen om de ontvankelijkheid van zorgvuldig gemotiveerde verzoeken om uitwisseling van informatie overeenkomstig artikel 10 zonder verwijl te beoordelen overeenkomstig zijn procesrecht. De Europese Unie en haar lidstaten zullen in hun samenwerking met Liechtenstein, ook op het gebied van fiscale aangelegenheden, rekening houden met het besluit van Liechtenstein om maatregelen van gelijke strekking vast te stellen als die welke in de richtlijn zijn vervat. De ondertekenaars zijn het er in deze context over eens dat iedere partij bij de te voeren onderhandelingen als vastgesteld in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst, tegelijkertijd met deze onderhandelingen andere belastingkwesties aan de orde kan stellen, waaronder kwesties die verband houden met het voorkomen van dubbele belastingheffing van inkomsten. Ondertekend te ........................ op ........................ en opgesteld in twee exemplaren in de Spaanse, Deense, Duitse, Griekse, Engelse, Franse, Italiaanse, Nederlandse, Portugese, Finse en Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. De exemplaren in de Tsjechische, Estse, Letse, Litouwse, Hongaarse, Maltese, Poolse, Slowaakse en Sloveense taal worden door de Overeenkomstsluitende partijen geauthentiseerd op basis van een briefwisseling. Zij zijn eveneens authentiek, op dezelfde wijze als de teksten in de in voorgaand lid genoemde talen. Handtekeningen