02015R0046 — NL — 28.12.2023 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/46 VAN DE COMMISSIE

van 14 januari 2015

tot verlening van een vergunning voor diclazuril als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen, mestkalkoenen en mest- en fokparelhoenders (vergunninghouder Huvepharma nv)

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 009 van 15.1.2015, blz. 5)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/2733 VAN DE COMMISSIE  van 7 december 2023

  L 

1

8.12.2023




▼B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/46 VAN DE COMMISSIE

van 14 januari 2015

tot verlening van een vergunning voor diclazuril als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen, mestkalkoenen en mest- en fokparelhoenders (vergunninghouder Huvepharma nv)

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Verlening van de vergunning

Voor diclaruzil, CAS-nummer 101831-37-2, dat behoort tot de categorie „coccidiostatica en histomonostatica”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE



Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximum leeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Maximumgehalte aan residuen (MRL's) in de desbetreffende levensmiddelen van dierlijke oorsprong

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Coccidiostatica en histomonostatica

51775

Huvepharma nv

Diclazuril 0,5 g/100 g (Coxiril)

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Diclazuril: 5 g/kg

Zetmeel: 15 g/kg

Tarwemeel: 700 g/kg

Calciumcarbonaat: 280 g/kg

Karakterisering van de werkzame stof

Diclazuril, C17H9Cl3N4O2, (±)-4-chloorfenyl[2,6-dichloor-4- (2,3,4,5- tetrahydro-3,5-dioxo-1,2,4-triazine-2- yl)fenyl]acetonitriel

CAS-nummer: 101831-37-2

Onzuiverheid D (1): ≤ 0,1 %

Een eventuele andere afzonderlijke onzuiverheid: ≤ 0,5 %

Totale onzuiverheden: ≤ 1,5 %

Analysemethode (2)

Voor de bepaling van diclazuril in diervoeders: reversed-phase hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC) met ultravioletdetectie bij 280nm (Verordening (EG) nr. 152/2009) (3).

Mestkippen

Mest-kalkoenen

Mest- en fokparelhoenders

0,8

1,2

1.  Het toevoegingsmiddel moet worden opgenomen in mengvoeder in de vorm van een voormengsel.

2.  Diclazuril mag niet worden gemengd met andere coccidiostatica.

3.  Voor de veiligheid: gebruik van ademhalings-bescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

4.  De vergunninghouder moet een monitoring-programma voor de resistentie tegen bacteriën en Eimeria spp. na het in de handel brengen uitvoeren.

4 februari 2025

►M1

 Verordening (EU) nr. 37/2010 

(4)  ◄

— 1 500 μg diclazuril/kg natte lever;

— 1 000 μg diclazuril/kg natte nieren;

— 500 μg diclazuril/kg natte spier;

— 500 μg diclazuril/kg natte huid/nat vet.

(1)   

Monografie 1718 van de Europese Farmacopee (Diclazuril voor diergeneeskundig gebruik).

(2)   

Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports

(3)   

Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie van 27 januari 2009 tot vaststelling van de bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders (PB L 54 van 26.2.2009, blz. 1).

(4)   

Verordening (EU) nr. 37/2010 van de Commissie van 22 december 2009 betreffende farmacologisch werkzame stoffen en de indeling daarvan op basis van maximumwaarden voor residuen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 15 van 20.1.2010, blz. 1).