9.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/59


BESLUIT VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA

Nr. 357/15/COL

van 23 september 2015

tot beëindiging van het formele onderzoek naar staatssteun ten faveure van Sandefjord Fotball AS (Noorwegen) [2016/906]

DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA (HIERNA „DE AUTORITEIT” GENOEMD),

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 61 en Protocol nr. 26,

Gezien de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie (hierna „de Toezichtovereenkomst” genoemd), en met name artikel 24,

Gezien Protocol nr. 3 bij de Toezichtovereenkomst (hierna „Protocol nr. 3” genoemd), en met name artikel 7, lid 3, van deel II,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   DE FEITEN

1.   De procedure

(1)

Nadat de Autoriteit klachten had ontvangen en op basis van marktinformatie, stelde zij op 31 oktober 2013 de Noorse autoriteiten in kennis van verklaringen dat staatssteun gemoeid zou zijn met de financiering van het nieuwe voetbalstadion in Sandefjord (document nr. 686574). In diezelfde correspondentie verzocht de Autoriteit om informatie over de mogelijke staatssteun, informatie die de Noorse autoriteiten op 29 november 2013 hebben verschaft (documenten nrs. 691773 en 691774).

(2)

De Autoriteit heeft de Noorse autoriteiten op 16 januari 2014 om verdere informatie verzocht (document nr. 694963), informatie die op 14 februari 2014 is verschaft (document nr. 699518).

(3)

Op grond van de informatie waarover zij beschikt, besloot de Autoriteit op 22 oktober 2014 Besluit nr. 444/14/COL vast te stellen tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure ten aanzien van steun ten faveure van Sandefjord Fotball AS en verzocht zij de Noorse autoriteiten opmerkingen te maken. Dat besluit is op 15 januari 2015 bekendgemaakt in het Publicatieblad, met het verzoek aan derden opmerkingen te maken binnen één maand na publicatie.

(4)

De Noorse autoriteiten kregen een verlenging van de termijn om opmerkingen te maken tot en met 23 december 2014 en zij verschaften op die datum opmerkingen (documenten nrs. 733899-733901). De Autoriteit heeft geen verdere opmerkingen ontvangen.

2.   De begunstigde: Sandefjord Fotball AS

(5)

Sandefjord Fotball is een vereniging die in 1998 is opgericht op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen de twee grootste voetbalclubs in de Sandefjord-regio, Sandefjord Ballklubb en IL Runar. Doel van die samenwerking was de oprichting van een profvoetbalelftal in Sandefjord dat tot de Noorse eredivisie zou moeten doorstoten.

(6)

Sandefjord Fotball AS, een naamloze vennootschap, beheert een profelftal in de eredivisie (Eliteserien) (1). De samenwerking tussen de club Sandefjord Fotball en Sandefjord Fotball AS is gebaseerd op de voorwaarden van de Noorse voetbalbond, Norges Fotballforbund (NFF). De club heeft ook een amateurelftal en een jeugdelftal. Ook organiseert de club zomerkampen voor voetbal en regionale voetbalcompetities voor jonge amateurspelers.

3.   Beschrijving van de maatregel

3.1.    Achtergrond

(7)

Tot 2007 maakte het eredivisie-elftal van Sandefjord Fotball gebruik van het gemeentelijke stadion in Bugårdsparken voor zijn trainingen en wedstrijden. Dit stadion voldeed echter niet volledig aan de eisen van de Noorse voetbalbond voor clubs die in eredivisie spelen. De kostprijs van een modernisering van het bestaande stadion werd geraamd op rond 40 miljoen NOK, een bedrag dat de gemeente Sandefjord niet bereid was te investeren.

3.2.    De bouw van het nieuwe stadion

(8)

In 2005 overlegden de gemeente Sandefjord en Sandefjord Fotball AS over de mogelijke bouw van een nieuw stadion. De gemeente stemde erin toe om de nodige gronden beschikbaar te stellen en Sandefjord Fotball AS zou het stadion financieren en exploiteren.

(9)

De gemeente heeft diverse percelen in de Pindsle-buurt verworven voor een bedrag van in totaal rond 3,7 miljoen NOK. Deze gronden waren toentertijd op het bestemmingsplan als landbouwgrond aangegeven. Volgens het besluit van de gemeente van 6 september 2005 waarmee toestemming voor de aankoop van de gronden werd gegeven, zou de bestemming worden gewijzigd in percelen met zakelijke bestemming, met daaraan de voorwaarde gekoppeld dat een stadion zou worden gebouwd. In het nieuwe bestemmingsplan werd het terrein verdeeld in twee delen: perceel 152/96 bestemd voor gemengd gebruik (als stadion en zakelijk gebruik) en perceel 152/97 voor gronden met zakelijke bestemming. Bij overeenkomst van 28 november 2006 werden beide percelen dan overgedragen aan twee volle dochterondernemingen van Sandefjord Fotball AS: perceel 152/96 aan Sandefjord Fotball Stadion AS en perceel 152/97 aan Sandefjord Fotball Næring AS.

(10)

Volgens deze overeenkomst moest Sandefjord Fotball AS zorgen voor de nodige financiering voor de bouw van het stadion. De bouwkosten voor het project werden geraamd op 110 miljoen NOK. Sandefjord Fotball AS zou 70 miljoen NOK inbrengen uit eigen middelen en van externe investeerders, de verkoop van rechten voor het gebruik van de merknaam enz., en voor de resterende 40 miljoen NOK een lening aangaan. De bijdrage van Sandefjord Fotball AS zou voor een deel komen van de verkoop van het terrein met zakelijke bestemming (perceel 152/97) aan Pindsle Property AS.

(11)

De overeenkomst bevatte, naast de bouw van het stadion, een reeks verdere verplichtingen. Met name stemde Sandefjord Fotball AS ermee in om wegwerkzaamheden uit te voeren op de stadionlocatie en de kosten te dragen in verband met het oude, niet langer gebruikte stadion, met inbegrip van reparatiewerkzaamheden.

(12)

Kort na de ondertekening van de overeenkomst werden de aandelen in Sandefjord Fotball Næring AS, dat eigenaar van perceel 152/97 was, voor 40 miljoen NOK verworven door Pindsle Property AS. Vóór de verkoop had geen waardering van de onderneming plaatsgevonden.

(13)

Het nieuwe stadion werd in juli 2007 voltooid en de totale bouwkosten bedroegen 110 miljoen NOK (2). Behalve het voetbalveld en de tribunes heeft het stadion nog een aantal faciliteiten, zoals een atletiekbaan, een fitnesscentrum en vergaderzalen. Deze faciliteiten worden kosteloos verhuurd aan andere organisaties (voornamelijk amateursportverenigingen).

3.3.    De latere verkoop van het stadion

(14)

In 2009 kwam Sandefjord Fotball AS in financiële moeilijkheden. De club besloot middelen op te halen door Sandefjord Fotball Stadion AS (de onderneming die eigenaar is van het stadion en het aangrenzende vastgoed op perceel 152/96) te verkopen aan Pindsle Property AS. Dit maal was volgens de Noorse wetgeving een onafhankelijke taxatie vereist omdat verscheidene personen een bestuursfunctie en aandelen hadden in zowel de onderneming als Pindsle Property AS.

(15)

In het taxatierapport van 6 april 2009 werd Sandefjord Fotball Stadion AS gewaardeerd op een bedrag tussen 14 en 16 miljoen NOK. Op 9 juni 2009 werd de onderneming verkocht voor 15 miljoen NOK.

4.   Het besluit tot inleiding van de procedure

(16)

Op 22 oktober 2014 heeft de Autoriteit Besluit nr. 444/14/COL gegeven tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure ten aanzien van steun ten faveure van Sandefjord Fotball AS.

(17)

In dat besluit kwam de Autoriteit tot de voorlopige conclusie dat de overdracht van gronden aan Sandefjord Fotball AS staatssteun vormde in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. Met name was de Autoriteit van oordeel dat de overdracht plaatsvond onder de marktwaarde voor zowel perceel 152/96 (gemengde bestemming stadion/zakelijke bestemming) als perceel 152/97 (zakelijke bestemming).

(18)

Omdat de Noorse autoriteiten geen argumenten hadden aangedragen ten behoeve van de verenigbaarheidsbeoordeling, had de Autoriteit twijfel of de maatregel verenigbaar kon worden verklaard met de werking van de EER-overeenkomst.

5.   Opmerkingen van de Noorse autoriteiten

(19)

Bij brief van 23 december 2014 hebben de Noorse autoriteiten opmerkingen gemaakt bij het besluit tot inleiding van de procedure (documenten nrs. 733899-733901).

5.1.    Met de transactie is geen staatssteun gemoeid

(20)

In hun opmerkingen voeren de Noorse autoriteiten aan dat de overdracht van gronden van de gemeente Sandefjord aan Sandefjord Fotball AS geen staatssteun behelsde, omdat de beweerde begunstigde geen voordeel verleend kreeg.

(21)

De Noorse autoriteiten voeren met name aan dat de marktwaarde van het betrokken terrein op het tijdstip van de transactie negatief was, en hebben een taxatierapport van 5 februari 2014 in die zin ingediend. De belangrijkste reden waarom het terrein een negatieve waarde zou hebben, is dat Sandefjord Fotball AS (door de voorwaarden voor de overdracht van het terrein en door de bestemmingsvoorschriften) als onderdeel van de transactie verplicht was een voetbalstadion te bouwen, en dat de bouwkosten van het stadion hoger uitkwamen dan de waarde van het terrein.

(22)

Volgens de Noorse autoriteiten kon de verplichting om een stadion te bouwen, terecht worden opgelegd als een „bijzondere verplichting” in de zin van punt 2.2, onder c), van deel V van de richtsnoeren van de Autoriteit betreffende staatssteunelementen bij de verkoop van gronden en gebouwen door openbare instanties (3) (hierna „richtsnoeren grondverkoop” genoemd)

5.2.    Eventuele steun zou zeer beperkt zijn

(23)

Wat betreft het bedrag van de eventuele staatssteun voeren de Noorse autoriteiten aan dat, mocht de Autoriteit tot de bevinding komen dat de betrokken gronden een positieve marktwaarde hebben, deze waarde zeer beperkt zou zijn.

(24)

Volgens de Noorse autoriteiten genieten landbouwgronden een bijzonder bescherming in Noorwegen. De verkoop en/of bestemmingswijziging is onderworpen aan strikte controle door de regionale landbouwraad (Fylkeslandbruksstyre). In het geval van het betrokken terrein stemde de bevoegde raad alleen in met het bestemmingsvoorstel op basis van de doelstelling van algemeen belang van de bouw van een stadion. Een projectontwikkelaar had de gronden niet kunnen verwerven voor zuiver zakelijk gebruik. Daarom kan het beginsel van de investeerder in een markteconomie niet worden toegepast op de overdracht van gronden. De Noorse autoriteiten zijn juist van oordeel dat een marktwaardering dient te zijn gebaseerd op de prijs van landbouwgronden, dat het enige realistische alternatieve gebruik was.

(25)

Subsidiair betogen de Noorse autoriteiten ten aanzien van de waarde van de gronden met zakelijke bestemming (perceel 152/97) dat Pindsle Property AS, de onderneming die Sandefjord Fotball AS voor 40 miljoen NOK heeft verworven, méér dan de marktprijs heeft betaald. Ter staving van dit argument wijzen zij op het taxatierapport (bijlage 11 bij document nr. 699518) waarvan de conclusie was dat perceel 152/97 een marktwaarde van rond 15 miljoen NOK had (4). Die waardering is gebaseerd op de gemiddelde grondprijs voor gronden met zakelijke bestemming in de Pindsle-buurt op het tijdstip van de transactie.

(26)

Voorts betogen de Noorse autoriteiten dat hoe dan ook een aantal bedragen in mindering moeten worden gebracht om het steunbedrag te kunnen berekenen. Deze in mindering te brengen bedragen zijn het gevolg van bepaalde verplichtingen die Sandefjord Fotball AS in het kader van de overeenkomst van 28 november 2006 tegenover de gemeente is aangegaan: i) 2,6 miljoen NOK voor de renovatie van het oude stadion; ii) 400 000 NOK voor de terreinverlichting in het oude stadion; iii) 1,5 miljoen NOK voor de aanleg van een openbaar looppad, en iv) 5 miljoen NOK voor de aanleg van een verkeersrotonde en een oversteekplaats voor voetgangers. In totaal zou Sandefjord Fotball AS volgens de overeenkomst voor 9,5 miljoen NOK (toenmalige ramingen) kosten moeten maken om diensten te leveren aan de gemeente (5).

5.3.    Potentiële steun dient verenigbaar te worden verklaard

(27)

De Noorse autoriteiten betogen dat, mocht de Autoriteit een staatssteunelement in de betrokken transactie ontdekken, deze steun met de werking van de EER-overeenkomst verenigbaar dient te worden verklaard op grond van artikel 61, lid 3, onder c), van diezelfde overeenkomst.

(28)

Zij beklemtonen dat het bevorderen van sport, daaronder begrepen de bouw van sportinfrastructuur, een doelstelling van gemeenschappelijk belang vormt. Voorts is staatssteun in dit geval volgens de Noorse autoriteiten noodzakelijk en een geschikt instrument.

(29)

Met name geven de Noorse autoriteiten aan dat er behoefte was aan een nieuw stadion in Sandefjord. Zij wijzen erop dat het bestaande gemeentestadion druk wordt gebruikt, omdat dit stadion toentertijd werd gebruikt door Sandefjord Fotball en andere elftallen. Voorts was een moderner stadion nodig om te kunnen voldoen aan de licentievoorwaarden van de Noorse voetbalbond om het eredivisie-elftal van Sandefjord Fotbal (dat speelde met een tijdelijke ontheffing) in de eredivisie van het Noorse voetbal te kunnen laten blijven.

(30)

De gemeente Sandefjord onderzocht de optie van een modernisering van het bestaande stadion, waarmee echter niet het capaciteitstekort zou worden aangepakt. Daarentegen zouden met de bouw van een nieuw stadion zowel de capaciteits- als de licentieproblemen worden opgelost en zou bovendien nieuwe voetbalaccommodatie in de provincie (Fylke) Vestfold worden gecreëerd. Zoals uit de onderstaande tabel blijkt, wordt het nieuwe stadion door uiteenlopende clubs gebruikt. Bovendien is het oude gemeentestadion gerenoveerd (gefinancierd door Sandefjord Fotball AS) en wordt het momenteel volledig gebruikt door lokale sportclubs (atletiek en voetbal), scholen en het brede publiek. Een en ander laat ook zien dat er behoefte bestond aan een nieuw stadion in Sandefjord en dat eventuele staatssteun passend was. Voorts zou de modernisering van het bestaande stadion een investering van rond 40 miljoen NOK door de gemeente hebben gevergd, zonder enig vooruitzicht op het aantrekken van particuliere financiering.

(31)

Ook voeren de Noorse autoriteiten aan dat eventuele steun evenredig zou zijn. In de eerste plaats wijzen zij op het feit dat het merendeel van de investeringsuitgaven voor het nieuwe stadion werd gefinancierd door Sandefjord Fotball AS, die voor het maximaal mogelijke bedrag uit eigen middelen en bankleningen in de bouwkosten bijdroeg. Deze eigen bijdrage zorgde ervoor dat het steunbedrag tot het minimum beperkt bleef.

(32)

De Noorse autoriteiten wijzen met nadruk ook op de niet-economische sociale en amateursportactiviteiten die dankzij de bouw van het stadion mogelijk zijn geworden. Het bestaande gemeentestadion is nu volledig beschikbaar voor amateursporters. Bovendien vindt een aantal amateursport- en sociale activiteiten, waaronder schoolevenementen, op regelmatige basis plaats in het nieuwe stadion.

(33)

Ter illustratie daarvan hebben de Noorse autoriteiten de volgende tabel verschaft die voor de periode 2007-2014 een overzicht geeft van de geraamde jaarlijkse bezetting van het stadion door de verschillende gebruikers.

Club

Activiteiten

Uren/jaar

Betaling

Sandefjord Fotball-eredivisie-elftal

20 wedstrijden (april-oktober/november) 100 uur

Training april-oktober/november 2 uur × 5 × 16 = 160 uur (6)

260

Ja

Sandefjord Fotball jeugd- en reserve-elftallen

Training en wedstrijden mei-september

60

Ja

Samenwerking clubs

Training en wedstrijden mei-september

30

Neen

Samenwerking clubs

Locaties voor cursussen en conferenties, vieringen, trainer- en managerforum, lezingen

30

Neen

Sandar IL (sportclub)

Eindrondes voor spelers in de leeftijd 14 tot 19 jaar in de Sandarcup, met openingsceremonie (en gebruik van kleedkamers)

25

Neen

Vestfold Fotballkrets (provinciale voetbalbond)

Bijeenkomsten voor elftallen in Sandefjord en de rest van de provincie in de leeftijd 14 tot 16 jaar, met training en wedstrijden, cursussen en opleiding voor trainers

30

Neen

Sandefjord Fotball Bredde (kinderen en jongeren), amateurcompetitie

Het clubbestuur gebruikt de locatie voor cursussen en conferenties. Voetbalkampen in de zomer-, herfst- en paasvakantie voor spelers in de leeftijd van 6 tot 12 op voetbalveld. Amateurcompetities „bedrijventoernooien”

90

Neen

(34)

Bovendien maken scholen uit de buurt en diverse atletiekclubs op weekdagen gebruik van de atletiekbaan. Ook vinden in het stadion door scholen georganiseerde activiteitendagen plaats.

(35)

Zodoende is het gebruik van het stadion door niet-professionele gebruikers goed voor meer dan 50 %. De belangrijkste beperking voor een verdere uitbreiding van het gebruik door niet-professionele gebruikers, is de veerkracht van de grasmat uit natuurgras (7). Het profelftal krijgt preferente toegang tot het stadion doordat het voetbalveld voor thuiswedstrijden is gereserveerd, en preferente toegang tot het voetbalveld voor trainingen. De overdekte accommodatie (bijv. de kleedkamers en de kantoorruimtes) kan het hele jaar door organisaties worden gebruikt.

(36)

Zoals uit de bovenstaande tabel blijkt, betalen de meeste niet-professionele gebruikers geen huur voor het gebruik van het stadion. Daarentegen betaalt het eredivisie-elftal voor het gebruik van het stadion een jaarlijkse huur van 3 miljoen NOK plus 20 % van de waarde van de ticketverkoop. Volgens de Noorse autoriteiten stemt dit bedrag overeen met een markthuur; vergelijkbare elftallen betalen een huurprijs van 2 000 tot 5 000 NOK per uur, hetgeen een totale huurprijs van minder dan 3 miljoen NOK per jaar oplevert. Daarom zijn de Noorse autoriteiten van oordeel dat het eredivisie-elftal van Sandefjord Fotball met de huur die het voor het gebruik van het stadion betaalt, geen voordeel verleend krijgt ten opzichte van haar concurrenten.

(37)

Voorts beklemtonen de Noorse autoriteiten dat eventuele beïnvloeding van het handelsverkeer en de mededinging zeer beperkt zou zijn als gevolg van het lokale karakter van de club. Tickets voor thuiswedstrijden worden doorgaans alleen lokaal verkocht en aan supporters van bezoekende Noorse elftallen. De inkomsten uit de kantineverkopen tijdens wedstrijden belopen tussen 600 000 en 1 miljoen NOK per jaar. Wat merchandisingartikelen betreft, is de markt grotendeels beperkt tot de supporters uit de provincie Vestfold. Voor deze producten is er geen concurrentie tussen clubs. De stadionnaam is verkocht aan Komplett.no, een webshop voor elektronica uit Sandefjord. Alleen lokale bedrijven adverteren in het stadion.

(38)

Zelfs wat de markt voor spelers betreft, is de beïnvloeding van het handelsverkeer en de mededinging beperkt. Sandefjord Fotball AS handelt slechts zeer beperkt in spelers en dan nog alleen met andere Noorse clubs. Zo leverde in de periode 2011-2013 de handel in spelers amper 1,35 miljoen NOK aan inkomsten op en 860 000 NOK aan kosten.

(39)

Wat de televisierechten betreft, verklaren de Noorse autoriteiten dat deze rechten centraal worden beheerd door de Noorse voetbalbond. Het aandeel van een club in de opbrengsten is afhankelijk van haar rangschikking in de twee hoogste Noorse divisies. Aangezien er buiten Noorwegen niet echt belangstelling is voor de Noorse competitie, hebben deze televisierechten geen reële invloed op het handelsverkeer en de mededinging.

II.   BEOORDELING

1.   De vraag of er sprake is van staatssteun

(40)

In artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst is het volgende bepaald: „Behoudens de afwijkingen waarin deze overeenkomst voorziet, zijn steunmaatregelen van de lidstaten van de EG, de EVA-staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de werking van deze overeenkomst, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen ongunstig beïnvloedt.”

(41)

Dit betekent dat een maatregel staatssteun vormt in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst wanneer elk van de volgende voorwaarden is vervuld: de maatregel wordt verleend door de Staat of uit staatsmiddelen bekostigd, hij verleent een selectief economisch voordeel aan een onderneming, en hij kan het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen ongunstig beïnvloeden en de mededinging vervalsen.

1.1.    Staatsmiddelen

(42)

Om als staatssteun te worden aangemerkt, moet de maatregel door de Staat of uit staatsmiddelen worden toegekend. Het begrip „Staat” verwijst niet alleen naar de centrale overheid maar omvat alle overheidsniveaus (met inbegrip van gemeenten), alsmede overheidsbedrijven (8).

(43)

De betrokken gronden zijn door de gemeente Sandefjord verworven en vervolgens overgedragen aan twee dochterondernemingen van Sandefjord Fotball AS. De Autoriteit concludeert daarom dat met de overdracht van die gronden staatsmiddelen gemoeid zijn.

1.2.    Onderneming

(44)

Het is vaste rechtspraak dat ondernemingen entiteiten zijn die een economische activiteit uitoefenen, ongeacht hun rechtsvorm en de wijze waarop zij worden gefinancierd (9). Economische activiteiten zijn activiteiten die erin bestaan goederen of diensten op een markt aan te bieden (10).

(45)

Sandefjord Fotball AS is een profvoetbalclub die als particuliere onderneming is georganiseerd. Zij is op verschillende markten actief, waaronder de transfermarkt voor spelers alsmede de markten voor tickets, televisierechten, clubmemorabilia en sponsoren.

(46)

Daarom concludeert de Autoriteit dat Sandefjord Fotball AS een onderneming vormt in de zin van artikel 61 van de EER-overeenkomst.

1.3.    Economisch voordeel

(47)

Met een overdracht van gronden aan een onderneming kan een economisch voordeel worden verleend, met name indien deze plaatsvindt tegen een prijs die onder de marktprijs ligt.

(48)

Een transactie waarmee staatsmiddelen worden overgedragen, vormt geen staatssteun wanneer deze plaatsvindt onder normale marktvoorwaarden, zodat daarmee geen voordeel aan een onderneming wordt verleend (11). Dit staat bekend als het criterium van de marktdeelnemer in een markteconomie.

1.3.1.   De overdracht van perceel 152/96

(49)

Toen perceel 152/96 aan Sandefjord Fotball AS werd overgedragen, was het volgens het bestemmingsplan bestemd voor de bouw van een voetbalstadion en voor zakelijk gebruik. Bouwwerken op dat perceel moeten dus een stadion bevatten, om een bouwvergunning te kunnen krijgen. Aangezien de bouwkosten van het stadion hoger uitkwamen dan de potentiële waarde van de gronden, voeren de Noorse autoriteiten aan dat de marktprijs van perceel 152/96 nul was, of misschien zelfs negatief.

(50)

De Autoriteit merkt op dat planvoorschriften de marktprijs van gronden kunnen beïnvloeden. Toch kan de verplichting om een voetbalstadion te bouwen, de marktprijs niet tot nul herleiden, met name in het geval van een transactie die bedoeld is om een voetbalclub te helpen een nieuw stadion te bouwen. (12)

(51)

Daarnaast verwijst de Autoriteit naar punt 2.2, onder d), van haar richtsnoeren grondverkoop, waar verklaard wordt dat „gedurende een periode van ten minste drie jaar na de verwerving van een stuk grond of een gebouw de vastgestelde marktwaarde in beginsel niet lager [mag] liggen dan de oorspronkelijke (13) aankoopprijs, tenzij de onafhankelijke taxateur specifiek een algemene daling van de marktprijs voor gronden en gebouwen op de relevante markt heeft vastgesteld.” In dit geval heeft de gemeente Sandefjord de gronden die nadien zijn verdeeld in de percelen 152/96 en 152/97, verworven voor 3,7 miljoen NOK. De Autoriteit merkt op dat de overdracht van gronden aan Sandefjord Fotball AS plaatsvond tegen een prijs die onder de kostprijs voor de gemeente ligt.

(52)

Op grond van het bovenstaande concludeert de Autoriteit dat met de overdracht van perceel 152/96 een economisch voordeel aan Sandefjord Fotball AS is verleend.

1.3.2.   De overdracht van perceel 152/97

(53)

Perceel 152/97 stond bij de overdracht aan Sandefjord Fotball AS op het bestemmingsplan aangegeven als bestemd voor zakelijk gebruik. De Noorse autoriteiten voeren aan dat de overdracht van perceel 152/97 dient te worden beoordeeld in het kader van het contract van 28 november 2006, dat de voetbalclub met name verplicht het stadion te bouwen in ruil voor de gronden. Aangezien de geraamde bouwkosten van het stadion hoger uitkwamen dan de waarde van de gronden, kon de overdracht niet tot het verlenen van een economisch voordeel leiden.

(54)

De Autoriteit merkt op dat perceel 152/97 bestemd was voor zakelijk gebruik. Volgens de planvoorschriften bestond er voor dit perceel dus geen verplichting om een stadion te bouwen. Evenmin bestond er een bindende beperking op basis van de vroegere bestemming als landbouwgrond op het tijdstip van de overdracht aan Sandefjord Fotball AS. Alleen het contract van 28 november 2006 verplicht Sandefjord Fotball AS om de bouw van het stadion te organiseren en te financieren. Het is het enige juridische instrument waarin is bepaald dat perceel 152/97 wordt verkocht om een deel van de bouwwerkzaamheden te financieren.

(55)

De Autoriteit is van oordeel dat een marktdeelnemer in een markteconomie die gronden verkoopt, dit soort voorwaarden niet had opgelegd met betrekking tot de bouw of de financiering van een stadion. Daarom kan de Autoriteit niet instemmen met het argument dat de contractuele band tussen de overdracht van perceel 152/97 aan Sandefjord Fotball AS en de bouw van het stadion in aanmerking moet worden genomen bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een economisch voordeel.

(56)

Voorts merkt de Autoriteit op dat Sandefjord Fotball AS, kort na deze overdracht, de aandelen in Sandefjord Fotball Næring AS, de onderneming die eigenaar is van perceel 152/97, voor 40 miljoen NOK aan Pindsle Property AS heeft verkocht. Deze verkoop is een indicatie dat het betrokken grondstuk een economische waarde had.

(57)

Op grond van het bovenstaande concludeert de Autoriteit dat met de overdracht van perceel 152/97 een economisch voordeel aan Sandefjord Fotball AS is verleend.

1.4.    Selectiviteit

(58)

De mogelijke staatssteun vloeit voort uit een transactie tussen de gemeente Sandefjord en Sandefjord Fotball AS. Hierbij gaat het om een selectieve maatregel in de zin van artikel 61 van de EER-overeenkomst, aangezien deze alleen één specifieke onderneming betreft.

1.5.    Vervalsing van de mededinging en beïnvloeding van het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen

(59)

Volgens de rechtspraak over de beïnvloeding van het handelsverkeer en de vervalsing van de mededinging, hoeft door de Autoriteit „niet te worden vastgesteld dat de betrokken steun het handelsverkeer […] werkelijk heeft beïnvloed en de mededinging daadwerkelijk heeft vervalst, maar dient enkel te worden onderzocht of die steun dat handelsverkeer ongunstig kan beïnvloeden en de mededinging kan vervalsen” (14).

(60)

Het enkele feit dat steun de positie van een onderneming versterkt ten opzichte van andere ondernemingen die in het handelsverkeer binnen de EER concurreren, is voldoende om te concluderen dat de maatregel de mededinging kan vervalsen en het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst ongunstig kan beïnvloeden (15).

(61)

In 2006 speelde het eredivisie-elftal van Sandefjord Fotball in de Noorse eredivisie, met de mogelijkheid om zich te kwalificeren voor Europese competities. Bovendien ontplooien profvoetbalclubs, afgezien van hun deelname aan voetbalcompetities, ook economische activiteiten op verschillende markten, zoals de transfermarkt voor profspelers en de markten voor reclame, sponsoring, merchandising of mediarechten. Steun aan profvoetbalclubs versterkt dus potentieel de positie van die club op elk van die markten, waarvan de meeste meerdere landen in de EER bestrijken. Wat de transfermarkt voor spelers betreft, was Sandefjord Fotball AS toentertijd — maar ook nu nog — actief op de transfermarkt, en kan zij potentieel spelers uit andere EER-landen in dienst nemen.

(62)

Daarom concludeert de Autoriteit dat de maatregel de mededinging kan vervalsen en het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst ongunstig kan beïnvloeden.

1.6.    Conclusie over de vraag of er sprake is van steun

(63)

Op basis van de bovenstaande bevindingen concludeert de Autoriteit dat de maatregel staatssteun vormt in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst.

1.7.    Het steunbedrag

(64)

Wat perceel 152/96 betreft, erkent de Autoriteit dat het planvoorschrift om de bouw van een stadion op te nemen, de marktwaarde van de grond vermindert (16). Zoals echter in overweging 50 is uiteengezet, kan een marktprijs nul in dit geval niet worden gerechtvaardigd. Op grond van punt 2.2, onder d), van de richtsnoeren grondverkoop van de Autoriteit had de gemeente Sandefjord de gronden ten minste moeten verkopen tegen een prijs die haar eigen aankoopkosten dekte. Op grond daarvan is de Autoriteit van oordeel dat het steunbedrag met betrekking tot dit perceel 1,9 miljoen NOK beloopt (17).

(65)

Wat perceel 152/97 betreft, merkt de Autoriteit op dat Sandefjord Fotball AS de aandelen in Sandefjord Fotball Næring AS, de onderneming die eigenaar is van perceel 152/97, voor 40 miljoen NOK aan Pindsle Property AS heeft verkocht. Pindsle Property AS is een particuliere onderneming en behoorde op het tijdstip van de transactie niet tot dezelfde groep als Sandefjord Fotball AS. De verkoop vond dus plaats tussen twee onafhankelijke ondernemingen (18). De Autoriteit heeft geen overtuigend bewijs ontvangen dat deze transactie niet tegen marktprijs heeft plaatsgevonden. Bijgevolg is de Autoriteit van oordeel dat dit de best beschikbare indicatie is van de marktwaarde van perceel 152/97.

(66)

Op grond van het bovenstaande concludeert de Autoriteit dat de totale marktwaarde van de aan Sandefjord Fotball AS overgedragen gronden, op het tijdstip van de transactie 41,9 miljoen NOK bedroeg. Volgens de overeenkomst van 28 november 2006 is Sandefjord Fotball AS echter ook diverse verplichtingen aangegaan om werkzaamheden uit te voeren voor rekening van de gemeente Sandefjord. Zoals in overweging 26 is uiteengezet, bedroeg de geraamde totale kostprijs van die verplichtingen op het tijdstip van de overeenkomst 9,5 miljoen NOK. De Noorse autoriteiten hebben verklaard dat, zonder de voorwaarden van de overeenkomst, die werkzaamheden door de gemeente zouden zijn uitgevoerd. Bijgevolg is de Autoriteit het ermee eens dat de volledige kosten van die werkzaamheden — zoals voorzien op het tijdstip van de overeenkomst — op het steunbedrag in mindering moeten worden gebracht.

(67)

De Autoriteit concludeert dan ook dat de totale steun die aan Sandefjord Fotball AS is toegekend, 32,4 miljoen NOK bedroeg.

2.   Procedurele vereisten

(68)

Overeenkomstig artikel 1, lid 3, in deel I van Protocol nr. 3 „[wordt] [d]e Toezichthoudende Autoriteit van de EVA voldoende tijdig op de hoogte gebracht van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen […]. De betrokken staat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat de procedure tot een eindbeslissing heeft geleid.”

(69)

De betrokken overdracht van gronden is niet vooraf bij de Autoriteit aangemeld. De Autoriteit concludeert derhalve dat de Noorse autoriteiten niet aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 1, lid 3, in deel I van Protocol nr. 3 hebben voldaan.

3.   Verenigbaarheid

(70)

Overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst kunnen steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken worden beschouwd als verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

(71)

De Autoriteit merkt op dat zij nog geen richtsnoeren heeft bekendgemaakt met betrekking tot staatssteun voor de bouw van sportinfrastructuur. Daarom zal de betrokken maatregel rechtstreeks aan artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst worden getoetst.

(72)

In lijn met haar praktijk op het tijdstip dat de steun werd toegekend, is de beoordeling van de Autoriteit op de volgende stappen gebaseerd:

Is de steunmaatregel gericht op een welomschreven doelstelling van gemeenschappelijk belang?

Is de steunmaatregel goed genoeg ontworpen om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te kunnen verwezenlijken — wordt met het steunvoornemen dus het marktfalen of een andere doelstelling aangepakt? In het bijzonder:

Is staatssteun een geschikt instrument?

Is er een stimulerend effect: verandert de steun de gedragingen van ondernemingen?

Is de steunmaatregel evenredig, m.a.w. kan dezelfde gedragswijziging met minder steun worden verkregen?

Zijn de verstoringen van de mededinging en de gevolgen voor het handelsverkeer beperkt, zodat de balans al met al positief is?

(73)

Deze vragen zullen in de volgende overwegingen worden beantwoord.

3.1.    Doelstelling van gemeenschappelijk belang

(74)

Allereerst merkt de Autoriteit op dat de bevordering van sport in de EER-overeenkomst niet rechtstreeks als gemeenschappelijke doelstelling is vermeld. Bevordering van sport kan echter wel worden beschouwd als onderdeel van de bevordering van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, alsmede als sociaal beleid. Nauwere samenwerking op deze gebieden wordt als een EER-doelstelling gezien, zoals met name in de artikelen 1 en 78 van de EER-overeenkomst wordt aangegeven. Hoe deze nauwere samenwerking concreet moet verlopen, is nader omschreven in Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. Artikel 4 van dit protocol heeft als titel „Onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport” en voorziet bijvoorbeeld in de deelneming van de overeenkomstsluitende partijen aan het Europees Jaar van opvoeding door sport 2004. Dit maakt het nauwe verband tussen de bevordering van sport en de doelstellingen van de EER-overeenkomst duidelijk.

(75)

Deze uitlegging spoort met de benadering van de Europese Commissie (hierna „de Commissie” genoemd). In de Europese Unie wordt de bevordering van sport specifiek vermeld in artikel 165 VWEU, dat met het Verdrag van Lissabon is ingevoegd. Maar ook al vóór het Verdrag van Lissabon erkende de Commissie de specifieke rol die sport, met zijn structuren die gebaseerd zijn op vrijwilligerswerk, vervult op het gebied van gezondheid, onderwijs, sociale integratie en cultuur in de Europese samenleving. Sinds het Verdrag van Lissabon wordt bevordering van de sport ook erkend als een bijdrage aan de algemene doelstellingen van de Europa 2020-strategie door het verbeteren van de inzetbaarheid en de mobiliteit, met name door acties ter bevordering van de sociale inclusie in en door sport, onderwijs en opleiding.

(76)

In het licht van dit alles concludeert de Autoriteit dat de bevordering van onderwijs, opleiding en ontwikkeling van de jeugd via sport een doelstelling van gemeenschappelijk belang vormt. Voorts merkt de Autoriteit op dat de financiering van sportinfrastructuur ook in aanmerking kan komen voor de toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld. Dit is een verder bewijs dat de bevordering van sport, daaronder begrepen de bouw van sportinfrastructuur, een doelstelling van gemeenschappelijk belang vormt.

3.2.    Geschikt instrument

(77)

Om na te gaan of staatssteun doeltreffend is om de vastgestelde doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken, is het nodig om eerst voor het aan te pakken probleem een diagnose te stellen en dit probleem nader te omschrijven. Staatssteun dient te zijn gericht op situaties waar steun kan zorgen voor een wezenlijke verbetering die de markt alleen niet tot stand kan brengen. Bovendien moet de voorgenomen steunmaatregel een geschikt instrument zijn om de vastgestelde doelstelling van gemeenschappelijk belang te kunnen aanpakken.

(78)

Wat betreft het aanbod van voetbalstadions in Noorwegen is er erkend marktfalen in de vorm van een tekort aan commerciële investeringen in stadions, die structureel verliesgevend zijn omdat hun inkomsten ontoereikend zijn om de kosten van de investering te dekken (19).

(79)

Voorts hebben de Noorse autoriteiten aangetoond dat er een reële behoefte bestaat aan een nieuw voetbalstadion in Sandefjord. Dit blijkt uit de capaciteitsproblemen in het bestaande gemeentelijke stadion op het tijdstip van de maatregel en uit het feit dat het oude stadion niet langer voldeed aan de licentievoorwaarden van de Noorse voetbalbond. Ten slotte was, gezien het niet-rendabele karakter van stadionvoorzieningen, staatssteun vereist om de aanzet te geven voor de investering.

(80)

Tegen deze achtergrond concludeert de Autoriteit dat staatssteun een geschikt instrument was.

3.3.    Stimulerend effect

(81)

De Autoriteit kan staatssteun alleen verenigbaar verklaren met de werking van de EER-overeenkomst indien deze een stimulerend effect heeft. Van een stimulerend effect is sprake wanneer de steun de begunstigde ervan ertoe aanzet de vastgestelde doelstelling van gemeenschappelijk belang te bevorderen, een gedragsverandering die deze zonder de steun niet zou doorvoeren.

(82)

Allereerst merkt de Autoriteit op dat de bouw van het stadion niet van start is gegaan voordat de betrokken gronden waren overgedragen.

(83)

Voorts blijkt uit de door de Noorse autoriteiten verschafte informatie dat Sandefjord Fotball AS zonder staatssteun de bouw van het stadion niet had kunnen financieren, omdat zij niet over de financiële middelen beschikte, noch in staat was om voldoende middelen te lenen om het tekort aan financiering te dekken. Haar eigen financiële bijdrage aan de bouw van het stadion was al aan de rand van hetgeen mogelijk was (20).

(84)

Op grond van het bovenstaande concludeert de Autoriteit dat de steunmaatregel een stimulerend effect had.

3.4.    Evenredigheid

(85)

Staatssteun wordt geacht evenredig te zijn indien het steunbedrag beperkt is tot het minimum dat nodig is om de vastgestelde doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken. De Autoriteit baseert haar evenredigheidsbeoordeling doorgaans op de begrippen „in aanmerking komende kosten” en „maximale steunintensiteiten”.

(86)

Zoals in overweging 67 werd aangegeven, bedraagt het bedrag van de aan Sandefjord Fotball AS toegekende steun in totaal 32,4 miljoen NOK. Om de steunintensiteit te beoordelen, moet dit bedrag worden afgezet tegen de in aanmerking komende investeringskosten. De Autoriteit is van mening dat de uitgaven die Sandefjord Fotball AS voor rekening van de gemeente Sandefjord heeft gedaan en die in mindering zijn gebracht op het steunbedrag (zie overweging 66), geen onderdeel kunnen zijn van de in aanmerking komende kosten. Daarom dienen de totale investeringskosten van 110 miljoen NOK te worden verminderd met 9,5 miljoen NOK. De in aanmerking komende investeringskosten bedragen dus 100,5 miljoen NOK, en de overeenkomstige steunintensiteit is 32 %. De Autoriteit merkt op dat deze steunintensiteit vrij laag is en dat de rest van de investering werd gefinancierd door de begunstigde, Sandefjord Fotball AS.

(87)

De steunintensiteit moet echter ook worden beoordeeld in het licht van de maatschappelijke voordelen die de stadioninfrastructuur oplevert. Zoals uiteengezet in afdeling I.5.3, wordt het stadion gebruikt voor uiteenlopende niet-professionele doeleinden door een aantal gebruikers, waaronder amateursportclubs en scholen. Alles samengenomen vertegenwoordigt dit niet-economische gebruik meer dan 50 % van het totale gebruik van het stadion.

(88)

Voorts merkt de Autoriteit op dat de stadioninfrastructuur tot op zekere hoogte multifunctioneel is, doordat een voetbalstadion wordt gecombineerd met een atletiekbaan, een fitnesscentrum en een reeks andere overdekte ruimten. Dit verruimt de mogelijkheden om het stadion voor niet-economische doeleinden te gebruiken. Ten slotte merkt de Autoriteit op dat het eredivisie-elftal een markthuur betaalt voor het gebruik van het stadion (zie ook afdeling II.3.5), terwijl de amateurclubs en andere niet-commerciële gebruikers kosteloos toegang hebben tot het stadion. Een en ander onderstreept verder de maatschappelijke bijdrage die het stadion aan de gemeenschap levert.

(89)

Op grond van het bovenstaande concludeert de Autoriteit dat de steunmaatregel evenredig is.

3.5.    Geen buitensporige verstoring van de mededinging of het handelsverkeer

(90)

Wil steun verenigbaar zijn met de werking van de EER-overeenkomst, dan moeten de negatieve effecten van de steunmaatregel in termen van mededingingsdistorsies en beïnvloeding van het handelsverkeer tussen overeenkomstsluitende partijen beperkt zijn en moeten de positieve effecten ervan in termen van bijdrage aan de doelstelling van gemeenschappelijk belang opwegen tegen die negatieve effecten.

(91)

Vooraf merkt de Autoriteit op dat het met de bewuste staatssteun gefinancierde stadion in hoofdzaak voor lokaal en regionaal gebruik bestemd is. De infrastructuur is niet bedoeld om internationale evenementen aan te trekken, noch is deze bedoeld om intensief te worden gebruikt door andere commerciële gebruikers dan de eredivisie-elftal van Sandefjord Fotball.

(92)

Het eredivisie-elftal betaalt huur om het stadion te gebruiken. De huidige huurvoorwaarden zijn gebaseerd op onderhandelingen met de particuliere eigenaren van het stadion. Er is dus een vermoeden dat de huur beantwoordt aan marktvoorwaarden. Dit wordt verder bevestigd door de vergelijking met de doorsnee stadionhuur die andere clubs betalen, gegevens die de Noorse autoriteiten hebben verschaft (zie overweging 36).

(93)

De Autoriteit merkt ook op dat de steunintensiteit laag is en dat de overeenkomstige bijdrage van Sandefjord Fotball AS in de investeringskosten het risico op verstoringen verder vermindert.

(94)

Ten slotte hebben de door Sandefjord Fotball AS uitgevoerde economische activiteiten, wegens het lokale karakter van de club, slechts een zeer beperkte invloed op het handelsverkeer en de mededinging binnen de EER. Ticketverkoop, merchandising, sponsoring- en advertentieactviteiten van de club zijn in hoofdzaak gericht op de lokale gemeenschap en op de provincie Vestfold. Ook de activiteiten van de club op de spelersmarkt zijn zeer beperkt en gericht op Noorwegen. Ten slotte heeft Sandefjord Fotball AS geen rechtstreekse invloed op de commercialisering van televisierechten, die centraal door de Noorse voetbalbond worden beheerd, en hoe dan ook ontvangt zij daaruit slechts zeer beperkte inkomsten.

(95)

Daarom concludeert de Autoriteit dat eventueel door de steunmaatregel veroorzaakte verstoringen van de mededinging en het handelsverkeer beperkt zijn.

3.6.    Afweging en conclusie

(96)

Aan de hand van de hierboven gemaakte beoordeling heeft de Autoriteit de positieve en de negatieve effecten van de aangemelde maatregel tegen elkaar afgewogen. De Autoriteit concludeert dat de verstoringen die de steunmaatregel oplevert, de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt, niet zodanig veranderen dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

4.   Conclusie

(97)

Op grond van de door de Noorse autoriteiten verschafte informatie is de Autoriteit tot de conclusie gekomen dat de overdracht van gronden staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst vormt. De Autoriteit heeft geconcludeerd dat deze steun verenigbaar is met de werking van de EER-overeenkomst,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ten faveure van Sandefjord Fotball AS toegekende staatssteun is overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Noorwegen.

Artikel 3

Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek.

Gedaan te Brussel, 23 september 2015.

Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

Sven Erik SVEDMAN

De voorzitter

Helga JÓNSDÓTTIR

Lid van het College


(1)  Zie voor meer informatie over de begunstigde, Besluit nr. 444/14/COL.

(2)  De Noorse autoriteiten hebben bevestigd dat de initiële investering 110 miljoen NOK bedroeg. De club heeft nadien nog eens 17 miljoen NOK geïnvesteerd in voorzieningen en uitrusting, grotendeels in de vorm van vrijwilligerswerk van clubleden („dugnadsarbeid”).

(3)  Richtsnoeren van de Autoriteit betreffende staatssteunelementen bij de verkoop van gronden en gebouwen voor openbare instanties, goedgekeurd op 17 november 1999, beschikbaar op: http://www.eftasurv.int/state-aid/legal-framework/state-aid-guidelines/

(4)  Het taxatierapport raamt de gecombineerde waarde van percelen 152/96 en 152/97 op 31 miljoen NOK. Het bedrag van 15 miljoen NOK is verkregen door deze raming naar rato van de grootte van de beide percelen te verdelen.

(5)  De uiteindelijke kosten kwamen uit op 12 miljoen NOK, waarbij de extrakosten voor rekening van Pindsle Property AS kwamen.

(6)  In de winter traint het eredivisie-elftal op een kunstgrasveld, maar gebruikt het de kleedkamers en andere binnenruimtes van het stadion.

(7)  Er zijn plannen om een grasmat uit kunstgras aan te leggen om intensiever gebruik mogelijk te maken.

(8)  Artikel 2 van Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen (PB L 318 van 17.11.2006, blz. 17), in punt 1a van bijlage XV opgenomen in de EER-overeenkomst.

(9)  Arrest van het Hof van Justitie van 23 april 1991, Klaus Höfner en Fritz Elser/Macrotron GmbH, C-41/90, ECLI:EU:C:1991:161, punten 21-22; arrest van het Hof van Justitie van 12 september 2000, Pavel Pavlov e.a./Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten, C-180/98 tot C-184/98, ECLI:EU:C:2000:428, en arrest van 21 februari 2008, zaak E-5/07, Private Barnehagers Landsforbund/Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Jurispr. EVA-Hof 2008, blz. 61, punt 78.

(10)  Zie arrest van het Hof van Justitie van 10 januari 2006, Ministero dell'Economia e delle Finanze/Cassa di Risparmio di Firenze SpA, Fondazione Cassa di Risparmio di San Miniato en Cassa di Risparmio di San Miniato SpA, C-222/04, ECLI:EU:C:2006:8, punt 108.

(11)  Arrest van het Hof van Justitie van 11 juli 1996, Syndicat français de l'Express international (SFEI) e.a./La Poste e.a., C-39/94, ECLI:EU:C:1996:285, punten 60-61.

(12)  In dit verband verwijst de Autoriteit ook naar punt 2.2, onder c), van haar richtsnoeren grondverkoop, waarin wordt verklaard dat „wanneer een koper op zijn minst gedeeltelijk uit eigen belang aan bepaalde verplichtingen voldoet, daarmee bij de beoordeling rekening [dient] te worden gehouden.”

(13)  D.w.z. de verwervingskosten gemaakt door de betrokken overheidsinstantie.

(14)  Arrest van het Hof van Justitie van 29 april 2004, Italië/Commissie, C-372/97, ECLI:EU:C:2004:234, punt 44.

(15)  Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 1980, Philip Morris Holland BV/Commissie, C-730/79, ECLI:EU:C:1980:209, punten 11-12; arrest van 21 juli 2005, zaken E-5/04, E-6/04 en E-7/04, Fesil ASA and Finnfjord Smelteverk AS, Prosessindustriens Landsforening e.a., Noorwegen/Toezichthoudende Autoriteit, Jurispr. EVA-Hof 2005, blz. 117, punt 94, en arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2013, Eric Libert e.a./Vlaamse regering en All Projects & Developments NV e.a./Vlaamse regering, C-197/11 en C-203/11, ECLI:EU:C:2013:288, punten 76 t/m 78.

(16)  Zie ook Besluit nr. 225/15/COL van de Toezichthoudende Autoriteit van 10 juni 2015 om geen bezwaar te maken tegen de overdracht van gronden aan Vålerenga Fotball (PB C 331 van 8.10.2015, blz. 5), punt 31.

(17)  De gemeente Sandefjord heeft de gronden die nadien werden verdeeld in de percelen 152/96 en 152/97, verworven voor 3,7 miljoen NOK. De waarde van 1,9 miljoen NOK is verkregen door deze raming naar rato van de grootte van de beide percelen te verdelen.

(18)  Dit blijkt voorts uit het feit dat er geen taxatie door een onafhankelijke deskundige is, die volgens de Noorse vennootschapswetgeving vereist is voor transacties tussen ondernemingen uit dezelfde groep.

(19)  Zie ook Besluit nr. 225/15/COL van de Toezichthoudende Autoriteit van 10 juni 2015 om geen bezwaar te maken tegen de overdracht van gronden aan Vålerenga Fotball, overweging 65.

(20)  Zie met name de informatie verschaft in document nr. 699518, blz. 29.