20.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/16


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal de première instance francophone de Bruxelles (België) op 2 januari 2023 — X, Y, A, wettelijk vertegenwoordigd door X en Y, B, wettelijk vertegenwoordigd door X en Y / Belgische Staat

(Zaak C-1/23, Afrin (1))

(2023/C 104/20)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal de première instance francophone de Bruxelles

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: X, Y, A, wettelijk vertegenwoordigd door X en Y, B, wettelijk vertegenwoordigd door X en Y

Verwerende partij: Belgische staat

Prejudiciële vraag

Is de wettelijke regeling van een lidstaat op grond waarvan de gezinsleden van een erkende vluchteling enkel in een diplomatieke post van die staat toegang en verblijf kunnen aanvragen, ook al kunnen die leden zich niet naar die post begeven, verenigbaar met artikel 5, lid 1, van richtlijn 2003/86/EG (2), eventueel gelezen in samenhang met het door dezelfde richtlijn nagestreefde doel om gezinshereniging te bevorderen, de artikelen 23 en 24 van richtlijn 2011/95/EU (3), de artikelen 7 en 24 van het Handvest van de grondrechten (4) en de verplichting om het nuttig effect van het Unierecht te waarborgen?


(1)  De naam van de onderhavige zaak is fictief en komt niet overeen met de werkelijke naam van een van de partijen.

(2)  Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB 2003, L 251, blz. 12).

(3)  Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking) (PB 2011, L 337, blz. 9).

(4)  Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.