3.1.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 2/14


Hogere voorziening ingesteld op 18 augustus 2021 door de Europese Commissie tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer — uitgebreid) van 9 juni 2021 in zaak T-47/19, Dansk Erhverv/Commissie

(Zaak C-508/21 P)

(2022/C 2/18)

Procestaal: Engels

Partijen

Rekwirante: Europese Commissie (vertegenwoordigers: B. Stromsky, T. Maxian Rusche, gemachtigden)

Andere partijen in de procedure: Dansk Erhverv, Danmarks Naturfredningsforening, Bondsrepubliek Duitsland, Interessengemeinschaft der Grenzhändler (IGG)

Conclusies

het dictum van het bestreden arrest vernietigen;

uitspraak doen in zaak T-47/19, Danske Erhverv/Commissie, door punt 3.3 van het litigieuze besluit (1) nietig te verklaren;

verzoekster in eerste aanleg verwijzen in de kosten van de hogere voorziening;

iedere partij en iedere interveniënt verwijzen in hun eigen kosten van de procedure in eerste aanleg.

Middelen en voornaamste argumenten

Eerste middel in hogere voorziening: Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het slagen van het derde onderdeel van het enige in eerste aanleg aangedragen middel leidt tot de nietigverklaring van het gehele litigieuze besluit. Dit oordeel is in strijd met artikel 264 VWEU zoals uitgelegd door het Hof van Justitie in de zaak Commissie/Département du Loiret, en met het evenredigheidsbeginsel.

In het arrest in de zaak Commissie/Département du Loiret heeft het Hof artikel 264 VWEU als volgt uitgelegd: (2)

“het Gerecht [kan] de bestreden handeling niet automatisch in zijn geheel […] nietig verklaren op basis van het enkele feit dat het een door de verzoekende partij ter ondersteuning van zijn beroep tot nietigverklaring aangevoerd middel gegrond acht. Volledige nietigverklaring kan namelijk niet in aanmerking worden genomen wanneer het overduidelijk is dat dit middel, dat slechts gericht is tegen een specifiek onderdeel van de bestreden handeling, enkel de grondslag kan vormen voor een gedeeltelijke nietigverklaring.”

In het onderhavige geval was het derde onderdeel van het enige middel van verzoekster in eerste aanleg uitsluitend gericht tegen een van de drie besluiten die in het litigieuze besluit waren samengevoegd tot één maatregel. Het gaat hierbij om het besluit waarbij is vastgesteld dat met het feit dat geen geldboete wordt opgelegd wegens het niet innen van het statiegeld op drankblikjes door aan de grens gelegen winkels, geen staatsmiddelen gemoeid gingen en dit dus geen staatssteun vormde. Het derde onderdeel van het enige middel van verzoekster in eerste aanleg was niet gericht tegen de andere besluiten, waarin is vastgesteld dat met het feit dat er geen statiegeld en geen btw over het niet geëinde statiegeld werd geïnd, geen staatsmiddelen gemoeid gingen en dit dus geen staatssteun vormde.

Tweede middel in hogere voorziening: Het Gerecht heeft ontoereikend en op tegenstrijdige wijze gemotiveerd waarom het van oordeel is dat de drie besluiten niet van elkaar kunnen worden gescheiden.

Derde middel in hogere voorziening: Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de drie besluiten niet van elkaar kunnen worden gescheiden. De drie maatregelen die in deze drie besluiten zijn beoordeeld, zijn namelijk niet met elkaar verbonden. In het bijzonder is het niet opleggen van de geldboete niet rechtstreeks en automatisch verbonden met het niet innen van het statiegeld en het niet innen van btw. Het opleggen van de geldboete zou het gedrag van de aan de grens gelegen winkels kunnen beïnvloeden, maar zou ook geen invloed op hun gedrag kunnen hebben. Deze winkels zouden het opleggen van de geldboete kunnen betwisten bij de bevoegde rechterlijke instanties en zouden ermee door kunnen gaan om geen statiegeld (en geen btw over het niet geëinde statiegeld) te innen. Hoe dan ook leidt het niet innen van het statiegeld niet tot een verlies van staatsmiddelen aangezien het betrokken geld wordt gederfd binnen een statiegeldstelsel dat geheel in private handen is en waarover de staat geen controle heeft.


(1)  Besluit C(2018) 6315 final betreffende steunmaatregel SA.44865 (2016/FC) — Duitsland — Vermeende staatssteun aan drankwinkels die aan de Duitse grens zijn gelegen

(2)  Arrest Commissie/Département du Loiret, C-295/07 P, EU:C:2008:707, punt 104.