27.9.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 391/7


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Varhoven administrativen sad (Bulgarije) op 17 juni 2021 — Zamestnik-ministar na regionalnoto razvitie i blagoustroystvoto en rakovoditel na Upravliavashtia organ na Operativna programa “Regioni v rastezh” 2014-2020 / Obshtina Razlog

(Zaak C-376/21)

(2021/C 391/10)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Varhoven administrativen sad

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij tot cassatie: Zamestnik-ministar na regionalnoto razvitie i blagoustroystvoto en rakovoditel na Upravliavashtia organ na Operativna programa “Regioni v rastezh” 2014-2020

Verwerende partij in cassatie: Obshtina Razlog

Prejudiciële vragen

1)

Moeten artikel 160, leden 1 en 2, van verordening 2018/1046 (1) alsmede artikel 102, leden 1 en 2, van verordening nr. 966/2012 aldus worden uitgelegd dat zij ook gelden voor aanbestedende diensten van de lidstaten van de Europese Unie, wanneer de door hen aanbestede overheidsopdrachten met middelen uit de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESIF) worden gefinancierd?

2)

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: Moeten de in artikel 160, lid 1, van verordening 2018/1046 en in artikel 102, lid 1, van verordening nr. 966/2012 verankerde beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en non-discriminatie aldus worden uitgelegd dat deze bij de aanbesteding van een overheidsopdracht niet in de weg staan aan een volledige beperking van de mededinging door een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, wanneer het voorwerp van de overheidsopdracht geen specifieke kenmerken heeft die objectief gezien ertoe nopen dat deze alleen wordt uitgevoerd door de ondernemer die is uitgenodigd voor onderhandelingen? Moeten met name artikel 160, leden 1 en 2, juncto artikel 164, lid 1, onder d), van verordening 2018/1046 en artikel 102, leden 1 en 2, juncto artikel 104, lid 1, onder d), van verordening nr. 966/2012 aldus worden uitgelegd dat deze niet in de weg staan aan een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die inhoudt dat de aanbestedende dienst na de stopzetting van een aanbestedingsprocedure op grond dat de enige ingediende inschrijving ongeschikt is, slechts één ondernemer tot deelneming aan een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking kan uitnodigen, wanneer het voorwerp van de overheidsopdracht geen specifieke kenmerken heeft die objectief gezien ertoe nopen dat deze alleen wordt uitgevoerd door de ondernemer die is uitgenodigd voor de onderhandelingen?


(1)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB 2018, L 193, blz. 1)