20.5.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 172/21


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de UpperTribunal (Tax and Chancery Chamber) (Verenigd Koninkrijk) op 15 maart 2019 — Blackrock Investment Management(UK) Limited/Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs

(Zaak C-231/19)

(2019/C 172/24)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

Upper Tribunal (Tax and Chancery Chamber)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Blackrock InvestmentManagement (UK) Limited

Verwerende partij: Commissioners for HerMajesty’s Revenue and Customs

Prejudiciële vraag

In het geval waarin één enkele levering van beheerdiensten, inde zin van artikel 135, lid 1, onder g), van richtlijn 2006/112/EGvan de Raad (1), door een derde aanbieder wordt verricht aan een fondsbeheerderen door die fondsbeheerder wordt gebruikt voor zowel het beheer vangemeenschappelijke beleggingsfondsen („GBF’s”) als voor het beheer van andere fondsen dan gemeenschappelijkebeleggingsfondsen („non-GBF’s”),moet dit artikel dan worden uitgelegd in die zin dat

(a)

die enkele prestatie onderworpen is aan één enkel belastingtarief,en zo ja, hoe moet dit enkele belastingtarief worden bepaald, danwel in die zin dat

(b)

de tegenprestatie voor die enkele prestatie moet worden verdeeldovereenkomstig het gebruik van de beheerdiensten (bijvoorbeeld opbasis van de hoogte van het beheerde vermogen van respectievelijkde GBF’s en non-GBF’s) zodat een deel van deze enkele prestatie alsvrijgesteld en een deel als belastbaar wordt behandeld?


(1)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belastingover de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1).