22.1.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/46


Beroep ingesteld op 24 oktober 2017 — Marinvest en Porting/Commissie

(Zaak T-728/17)

(2018/C 022/62)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partijen: Marinvest d.o.o. (Izolo-Isola, Slovenië) en Porting d.o.o. (Izola-Isola) (vertegenwoordigers: G. Cecovini Amigoni en L. Daniele, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

het besluit van de Europese Commissie van 27 juli 2017, C (2017) 5049 final (staatssteun SA.45220 (2016/FC) — Slovenië — Vermeende steun aan Komunala Izola d.o.o.), meegedeeld aan Marinvest en Porting op 16 augustus 2017, nietig verklaren;

de Commissie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Het onderhavige beroep is gericht tegen het besluit van de Europese Commissie van 27 juli 2017, C (2017) 5049 final [staatssteun SA.45220 (2016/FC) — Slovenië — vermeende steun ten gunste van Komunala Izola d.o.o.], meegedeeld aan Marinvest en Porting op 16 augustus 2017.

1.

Eerste middel: schending van het recht op hoor en wederhoor omdat in het bestreden besluit gebruik is gemaakt van geheel nieuwe gegevens die niet waren vermeld door de Commissie in de brief tot uitnodiging om opmerkingen in te dienen, schending van het in artikel 41 van het Handvest verankerde grondrecht op behoorlijk bestuur, van het algemeen beginsel van hoor en wederhoor en van artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589

Artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589 bepaalt dat de belanghebbenden (die een klacht hebben ingediend) reeds tijdens het eerste onderzoek opmerkingen kunnen indienen. Dit is een nieuw gegeven ten opzichte van de oorspronkelijke tekst van artikel 20, lid 2, van verordening nr. 659/1999. Artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589 is een specifieke toepassing van het in artikel 41 van het Handvest verankerde grondrecht en het algemeen beginsel van hoor en wederhoor.

In casu zijn de rechten die Marinvest en Porting aan artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589 ontlenen, ernstig geschonden. Het klopt dat de Commissie de partijen die een klacht hadden ingediend, bij brief van 14 februari 2017 had uitgenodigd om hun opmerkingen in te dienen en dat Marinvest en Porting hun standpunt hebben geformuleerd over de in die brief vervatte eerste beoordeling. Vervolgens heeft de Commissie echter het bestreden definitieve besluit geheel gebaseerd op gegevens die in de brief van 14 februari 2017 niet eens waren vermeld en ten aanzien waarvan de klagers geen standpunt hebben kunnen innemen.

2.

Tweede middel: schending van het recht op hoor en wederhoor omdat verzoeksters geen toegang tot het dossier hebben gekregen en niet zijn gehoord vóór de vaststelling van het definitieve besluit, schending van het in artikel 41 van het Handvest verankerde grondrecht op behoorlijk bestuur, van het algemeen beginsel van hoor en wederhoor, van artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589 en ontoereikende motivering

De klagers hebben verzocht om toegang tot de documenten die de Sloveense autoriteiten aan de Commissie hebben doen toekomen en om een ontmoeting met de diensten van de Commissie om de nodige verduidelijkingen te verstrekken, in het bijzonder met betrekking tot de invloed die de bestreden maatregelen op de mededinging en op het handelsverkeer tussen de staten hebben. De Commissie heeft de bestreden maatregel vastgesteld zonder vooraf de gevraagde documenten te sturen of de klagers te ontmoeten. Daardoor heeft zij artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589 geschonden, uitgelegd in het licht van artikel 41 van het Handvest en het algemeen beginsel van hoor en wederhoor.

De mogelijkheid voor de klagers om overeenkomstig artikel 24, lid 2, van verordening 2015/1589 opmerkingen in te dienen over de eerste beoordeling van de Commissie veronderstelt noodzakelijkerwijze dat zij recht hebben op toegang tot het dossier en zij de Commissie om een ontmoeting mogen verzoeken. Die rechten zijn namelijk de onderling nauw samenhangende uitvloeisels van hetzelfde grondrecht. In casu is de weigering om die rechten toe te kennen niet gemotiveerd.

3.

Derde middel: onjuiste uitlegging van het begrip staatssteun, wat betreft het vereiste dat het grensoverschrijdend handelsverkeer ongunstig is beïnvloed, schending van artikel 107, lid 1, VWEU, schending van de mededeling van de Commissie inzake staatssteun, schending van het algemeen beginsel van gewettigd vertrouwen en ontoereikende motivering

Volgens de rechtspraak van het Hof en de mededeling van de Commissie inzake staatssteun, sluit de omstandigheid dat de begunstigde onderneming vrij klein is, niet a priori de mogelijkheid uit dat het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig wordt beïnvloed. Een overheidssubsidie die wordt verleend aan een onderneming die alleen lokale of regionale diensten verricht en geen diensten verricht buiten de staat van vestiging, kan niettemin gevolgen hebben voor het handelsverkeer tussen de lidstaten wanneer ondernemingen uit andere lidstaten deze diensten kunnen verrichten (mede via het recht van vestiging) en die mogelijkheid niet louter hypothetisch is.

De Commissie is volledig voorbij gegaan aan het feit dat Marinvest en Porting voor 100 % onder toezicht staan van een onderneming met zetel in Italië, Altan Prefabbricati. Die onderneming heeft aanzienlijke bedragen geïnvesteerd in de bouw van de Marina d’Isola, die thans op grond van de in artikel 49 VWEU verankerde vrijheid van vestiging wordt beheerd door haar dochterondernemingen.

4.

Vierde middel: onjuiste uitlegging van het begrip staatssteun, wat betreft het vereiste dat het grensoverschrijdend handelsverkeer ongunstig is beïnvloed, onjuiste weergave en onjuiste opvatting van de feiten en ontoereikende motivering

In het bestreden besluit heeft de Commissie uitgesloten dat het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig is beïnvloed, voornamelijk op grond van het feit dat de door Marina di Komunala Izola aangeboden diensten niet van die aard zijn dat zij potentiële klanten van de door verzoeksters aangeboden diensten aantrekken.

De Commissie heeft de feiten onjuist weergegeven. Naast de toeristische haven van Marinvest en Porting bevindt zich een andere structuur die wordt beheerd door een onderneming die steun ontvangt (Komunala Izola), soortgelijke diensten verstrekt met een potentieel aanbod van 505 plaatsen voor boten, en die reclame maakt — ook in het Italiaans — via een internetsite die zich tot alle mogelijke belangstellenden richt.