24.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 239/59


Beroep ingesteld op 30 mei 2017 — Help — Hilfe zur Selbsthilfe/Commissie

(Zaak T-335/17)

(2017/C 239/71)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Help — Hilfe zur Selbsthilfe e.V. (Bonn, Duitsland) (vertegenwoordigers: V. Jungkind en P. Cramer, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

nietigverklaring van het besluit van verweerster van 21 maart 2017 [Ares(2017)1515573], waarbij een deel van de steun voor het ondersteuningsproject Food Security Promotion for very food insecure farming households in Zimbabwe (ECHO/ZWE/BUD/2009/02002) ten bedrage van 643 627,72 EUR wordt teruggevorderd, en van de op basis daarvan vastgestelde debetnota van 7 april 2017 (nr. 3241705513), waarmee verweerster betaling van de eerste aflossing ten bedrage van 321 813,86 EUR heeft gevorderd, en

verwijzing van verweerster in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.

1.

Eerste middel: de door verweerster gelaakte handelwijze vormt geen schending van materieel recht

De door verweerster gelaakte handelwijze van verzoekster bij de gunning van twee overeenkomsten voor de levering van landbouwproducten vormt geen schending van bindende materieelrechtelijke voorschriften betreffende de organisatie van aanbestedingen in het kader van humanitaire projecten. Met name was de handelwijze in overeenstemming met de verplichte gunningsbeginselen bedoeld in artikel 184, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften van het Financieel Reglement voor de EU 2009, en artikel 2, lid 3, van de vastgestelde voorschriften en procedures (Rules and Procedures) in bijlage IV bij de partnerschapskaderovereenkomst van 2008 inzake de samenwerking van de EU met niet-gouvernementele organisaties op het gebied van humanitaire hulp.

De gelaakte handelwijze vormt bovendien geen schending van de documentatieplicht bedoeld in artikel 23, lid 4, van de algemene bepalingen opgenomen in bijlage III bij de partnerschapskaderovereenkomst.

2.

Tweede middel: geen andere redenen voor de terugvordering

Er bestaan ook geen andere redenen voor een terugvordering van de financiële steun. De door verzoekster uitgekozen onderneming heeft de bestelde goederen met name tijdig en volledig geleverd en zij waren van goede kwaliteit. Verzoekster heeft het ondersteuningsproject bovendien met succes uitgevoerd, hetgeen door in totaal vier onafhankelijke, door derden uitgevoerde verificaties is bevestigd.

Er is geen sprake van strafbaar gedrag door de betrokken medewerkers van verzoekster. De Staatsanwaltschaft Bonn (openbaar ministerie Bonn, Duitsland) heeft wegens het ontbreken van een vermoeden van een strafbaar feit geen onderzoeksprocedure ingeleid.

3.

Derde middel (subidiair): niet-uitoefening van discretionaire bevoegdheid en onevenredigheid

Verweerster heeft het besluit tot terugvordering van de verleende financiële steun genomen in de onjuiste veronderstelling dat zij gebonden was door een bindende aanbeveling van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) inzake de terugvordering. Aldus oefende verweerster haar discretionaire bevoegdheid niet uit, waardoor de terugvordering onrechtmatig is.

De terugvordering van de volledige tranche van 643 627,27 EUR is bovendien onrechtmatig wegens schending van het evenredigheidsbeginsel van artikel 5, lid 4, VWEU. Zij gaat verder dan wat nodig is ter bescherming van de begroting en is met name gelet op de succesvolle uitvoering van het steunproject niet evenredig aan de daarmee samenhangende last voor verzoekster.