22.1.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/18


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk) op 2 oktober 2017 — Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl

(Zaak C-577/17)

(2018/C 022/27)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Verwaltungsgerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl

Verwerende partijen: Clinton Osas Alake alias Klenti Solim, Cynthia Nomamidobo, mj. Prince Nomamidobo

Prejudiciële vragen

1)

Kan de aangezochte — en volgens de criteria van hoofdstuk III van de Dublin III-verordening (1) verantwoordelijke — lidstaat het terugnameverzoek overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de Dublin III-verordening ook dan nog rechtsgeldig aanvaarden, wanneer de in artikel 25, lid 1, van de Dublin III-verordening vastgelegde reactietermijn reeds is verstreken en de aangezochte lidstaat het terugnameverzoek reeds eerder binnen de voorgeschreven termijn heeft afgewezen en tevens binnen de voorgeschreven termijn negatief heeft geantwoord op het op artikel 5, lid 2, van de uitvoeringsverordening (2) gebaseerde verzoek tot heroverweging?

Ingeval de eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord:

2)

Indien het terugnameverzoek binnen de voorgeschreven termijn door de volgens de criteria van hoofdstuk III van de Dublin III-verordening verantwoordelijke lidstaat is afgewezen, moet de verzoekende lidstaat waar het nieuwe verzoek is ingediend, dit verzoek dan behandelen om te waarborgen dat overeenkomstig artikel 3, lid 1, van de Dublin III-verordening een behandeling van het verzoek door een lidstaat plaatsvindt?


(1)  Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB 2013, L 180, blz. 31).

(2)  Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB 2003, L 222, blz. 3).