8.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 144/25


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione (Italië) op 6 februari 2017 — Oftalma Hospital Srl/C.I.O.V. — Commissione Istituti Ospitalieri Valdesi, Regione Piemonte

(Zaak C-65/17)

(2017/C 144/33)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Corte suprema di cassazione

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Oftalma Hospital Srl

Verwerende partijen: C.I.O.V. — Commissione Istituti Ospitalieri Valdesi, Regione Piemonte

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 9 van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 (1), dat bepaalt dat de opdrachten voor het verlenen van in bijlage IB vermelde diensten overeenkomstig de artikelen 14 en 16 worden geplaatst, aldus worden uitgelegd dat die overeenkomsten niettemin onderworpen blijven aan de beginselen van vrijheid van vestiging en vrije dienstverrichting, het beginsel van gelijke behandeling en het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit, het transparantiebeginsel en het non-discriminatiebeginsel, zoals deze beginselen zijn neergelegd in de artikelen 43, 49 en 86 [EG]?

2)

Ingeval de eerste vraag bevestigend dient te worden beantwoord, moet artikel 27 van richtlijn 92/50/EEG, dat bepaalt dat wanneer de opdracht wordt geplaatst volgens de procedure van gunning via onderhandelingen, het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten, niet kleiner mag zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn, aldus worden uitgelegd dat het ook van toepassing is op opdrachten voor het verlenen van de diensten die zijn vermeld in bijlage IB bij die richtlijn?

3)

Staat artikel 27 van richtlijn 92/50/EEG, dat bepaalt dat wanneer de opdracht wordt geplaatst volgens de procedure van gunning via onderhandelingen, het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten, niet kleiner mag zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn, in de weg aan een nationale wettelijke regeling die met betrekking tot overheidsopdrachten die zijn geplaatst vóórdat richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 (2) is vastgesteld, wat de diensten betreft die in bijlage IB bij richtlijn 92/50/EEG zijn vermeld, geen openstelling voor de mededinging waarborgt wanneer de procedure van toewijzing van de opdracht via onderhandelingen wordt toegepast?


(1)  Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (PB L 209, blz. 1).

(2)  Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134, blz. 114).