24.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 279/22


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Arbeidshof te Brussel (België) op 10 juni 2015 — Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA), M/M, Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA), Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW)

(Zaak C-284/15)

(2015/C 279/27)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Arbeidshof te Brussel

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA), M

Verwerende partijen: M, Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA), Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW)

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 67, lid 3, van verordening (EEG) nr. 1408/71 (1), aldus worden uitgelegd, dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat voor het recht op een werkloosheidsuitkering ter aanvulling van de inkomsten uit deeltijdse werkzaamheden, de tijdvakken van arbeid niet samentelt wanneer deze deeltijdse werkzaamheden niet zijn voorafgegaan door tijdvakken van arbeid of verzekering in deze lidstaat?

2)

Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, is artikel 67, lid 3, van verordening nr. 1408/71 dan verenigbaar met in het bijzonder:

artikel 48 VWEU, voor zover de in artikel 67, lid 3, gestelde voorwaarde voor de samentelling van tijdvakken van arbeid, het vrije verkeer van werknemers en hun toegang tot bepaalde deeltijdbanen kan beperken,

artikel 45 VWEU, dat „de afschaffing [inhoudt] van elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers der lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden” en voorziet in het recht van werknemers om „in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling” (waaronder ook deeltijdwerk) in andere lidstaten, „zich te dien einde vrij te verplaatsen binnen het grondgebied der lidstaten” en aldaar te verblijven „teneinde daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden”,

artikel 15, lid 2, van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, dat bepaalt: „Iedere burger van de Unie is vrij, in iedere lidstaat werk te zoeken [en] te werken”?


(1)  Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkende en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB 1997, L 28, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209, blz. 1, hierna: „verordening nr. 1408/71”).