23.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/21


Arrest van het Gerecht van 30 november 2016 — Bank Refah Kargaran/Raad

(Zaak T-65/14) (1)

((„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen ten aanzien van Iran - Bevriezing van tegoeden - Nieuwe plaatsing van verzoeksters naam op de lijst na nietigverklaring door het Gerecht van de oorspronkelijke plaatsing - Onjuiste toepassing van het recht - Onjuiste opvatting van de feiten - Motiveringsplicht - Rechten van de verdediging - Recht op effectieve rechterlijke bescherming - Evenredigheid”))

(2017/C 022/27)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Bank Refah Kargaran (Teheran, Iran) (vertegenwoordiger: J.-M. Thouvenin, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: V. Piessevaux, M. Bishop en B. Driessen, gemachtigden)

Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Aresu en D. Gauci, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 263 VWEU strekkende, primair, tot nietigverklaring van besluit 2013/661/GBVB van de Raad van 15 november 2013 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB 2013, L 306, blz. 18), en van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1154/2013 van de Raad van 15 november 2013 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB 2013, L 306, blz. 3), voor zover deze handelingen verzoekster betreffen, en, subsidiair, tot nietigverklaring van besluit 2013/661 en van uitvoeringsverordening nr. 1154/2013, voor zover deze handelingen verzoekster betreffen vanaf 20 januari 2014

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

Bank Refah Kargaran draagt haar eigen kosten en die van de Raad van de Europese Unie.

3)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 135 van 5.5.2014.