20.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 207/19


Hogere voorziening ingesteld op 29 april 2013 door Albergo Saturnia Internazionale Spa tegen de beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 20 februari 2013 in de gevoegde zaken T-278/00 tot en met T-280/00, T-282/00 tot en met T-286/00 en T-288/00 tot en met T-295/00, Albergo Quattro Fontane e.a./Commissie

(Zaak C-234/13 P)

2013/C 207/32

Procestaal: Italiaans

Partijen

Rekwirante: Albergo Saturnia Internazionale Spa (vertegenwoordigers: A. Bianchini en F. Busetto, avvocati)

Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Comitato „Venezia vuole vivere”

Conclusies

de bestreden beschikking van het Gerecht vernietigen;

de in eerste aanleg geformuleerde vorderingen toewijzen en bijgevolg:

beschikking 2000/394/EG van de Europese Commissie van 25 november 1999 betreffende de steunmaatregelen ten behoeve van de ondernemingen op het grondgebied van Venetië en Chioggia zoals bedoeld in wetten nr. 30/1997 en nr. 206/1995 houdende verlagingen van sociale bijdragen, voor zover zinvol en voor zover in het belang van rekwirante, nietig verklaren;

subsidiair, diezelfde beschikking nietig verklaren voor zover daarin wordt gelast de verlagingen van de sociale bijdragen terug te vorderen en het bedrag van die terug te vorderen verlagingen te vermeerderen met rente over het in die beschikking in aanmerking genomen tijdvak;

de Commissie verwijzen in de kosten van de beide instanties.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter staving van de hogere voorziening worden negen middelen aangevoerd:

 

Eerste middel: onjuiste beoordeling in de beschikking, voor zover het Gerecht niet heeft geoordeeld dat de betrokken maatregelen de betreffende begunstigden geen enkel voordeel verstrekken gelet op de vergoedende aard ervan.

 

Tweede middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover de geschiktheid van die maatregelen om de mededinging en het intracommunautaire handelsverkeer ongunstig te beïnvloeden, niet werd uitgesloten of hoe dan ook niet werd beoordeeld.

 

Derde middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover het Gerecht heeft geoordeeld dat de uitzonderingen van artikel 87, lid 2, sub b, EG (thans artikel 107, lid 2, sub b, VWEU) en artikel 87, lid 3, sub b, EG (thans artikel 107, lid 3, sub b, VWEU) niet van toepassing waren.

 

Vierde middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover het Gerecht heeft geoordeeld dat de uitzondering van artikel 87, lid 3, sub c, EG (thans artikel 107, lid 3, sub c, VWEU) niet van toepassing was.

 

Vijfde middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover het Gerecht heeft geoordeeld dat de uitzonderingen van artikel 87, lid 3, sub d en e, EG (thans artikel 107, lid 3, sub d en e, VWEU) niet van toepassing waren.

 

Zesde middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover het Gerecht heeft geoordeeld dat de uitzondering van artikel 86, lid 2, EG (thans artikel 106, lid 2, VWEU) niet van toepassing was.

 

Zevende middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover werd uitgesloten dat het bestaande steun betrof, zodat artikel 88, lid 3, EG (thans artikel 108, lid 3, VWEU) en artikel 15 van verordening nr. 659/1999 (1) werden geschonden.

 

Achtste middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover de toepasselijkheid van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 659/1999 met betrekking tot het bevel tot terugvordering werd uitgesloten.

 

Negende middel: onjuiste beoordeling in de beschikking voor zover de toepasselijkheid van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 659/1999 met betrekking tot de toepassing van rente werd uitgesloten.


(1)  Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB L 83, blz. 1).