ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)

10 oktober 2013 ( *1 )

„Verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en controle op verzekering tegen deze aansprakelijkheid — Richtlijn 2009/103/EG — Artikel 21, lid 5 — Schaderegelaar — Machtiging voor in ontvangst nemen van betekeningen van gerechtelijke akten — Nationale regeling die rechtsgeldigheid van deze betekening afhankelijk stelt van uitdrukkelijke machtiging om deze in ontvangst te nemen — Richtlijnconforme uitlegging”

In zaak C‑306/12,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landgericht Saarbrücken (Duitsland) bij beslissing van 1 juni 2012, ingekomen bij het Hof op 26 juni 2012, in de procedure

Spedition Welter GmbH

tegen

Avanssur SA,

wijst

HET HOF (Tweede kamer),

samengesteld als volgt: R. Silva de Lapuerta, kamerpresident, J. L. da Cruz Vilaça, G. Arestis, J.‑C. Bonichot (rapporteur) en A. Arabadjiev, rechters,

advocaat-generaal: P. Cruz Villalón,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

Avanssur SA, vertegenwoordigd door M. Müller-Trawinski, Rechtsanwalt,

de Oostenrijkse regering, vertegenwoordigd door C. Pesendorfer als gemachtigde,

de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Inez Fernandes en E. Pedrosa als gemachtigden,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door G. Braun en K.‑P. Wojcik als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 30 mei 2013,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263, blz. 11).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Spedition Welter GmbH (hierna: „Spedition Welter”), een in Duitsland gevestigde vervoersonderneming, en Avanssur SA (hierna: „Avanssur”), een in Frankrijk gevestigde verzekeringsonderneming, betreffende de schadevergoeding voor een ongeval.

Toepasselijke bepalingen

Recht van de Unie

3

De considerans van richtlijn 2009/103 bevat de volgende overwegingen:

„[...]

(20)

Er dient voor te worden gezorgd dat slachtoffers van ongevallen met motorrijtuigen een vergelijkbare behandeling krijgen, ongeacht de plaats in de Gemeenschap waar het ongeval zich heeft voorgedaan.

[...]

(34)

Een benadeelde die schade of letsel heeft geleden ten gevolge van een ongeval met een motorrijtuig dat onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt en dat zich in een andere staat dan die van zijn woonplaats heeft voorgedaan, moet in de lidstaat van zijn woonplaats een verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen bij een aldaar door de verzekeringsonderneming van de aansprakelijke partij aangewezen schaderegelaar. Deze oplossing maakt het mogelijk om buiten de lidstaat van woonplaats van de benadeelde ontstane schade af te wikkelen op een wijze waarmee de benadeelde vertrouwd is.

(35)

Dit stelsel van schaderegelaars in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelden heeft geen gevolgen voor de aanwijzing van het toepasselijke materiële recht of van de bevoegde rechter.

[...]

(37)

Er moet voor worden gezorgd dat de lidstaat waar een verzekeringsonderneming haar vergunning heeft verkregen, verlangt dat die onderneming in de overige lidstaten aldaar woonachtige of gevestigde schaderegelaars aanwijst en belast met het verzamelen van alle nodige inlichtingen met betrekking tot verzoeken tot schadevergoeding ingevolge dergelijke ongevallen en het nemen van passende maatregelen om het verzoek namens en voor rekening van de verzekeringsonderneming af te wikkelen, met inbegrip van de uitkering van de schadevergoeding. Deze schaderegelaars moeten over voldoende bevoegdheden beschikken om de verzekeringsonderneming te vertegenwoordigen tegenover personen die schade hebben geleden ten gevolge van dergelijke ongevallen, alsook om de verzekeringsonderneming te vertegenwoordigen voor de nationale instanties, waaronder in voorkomend geval voor de rechter, voor zover dit niet in strijd is met de regels van internationaal privaatrecht inzake de aanwijzing van de bevoegde rechter.”

4

Artikel 19 van richtlijn 2009/103, met als opschrift „Procedure voor de afdoening van vorderingen” luidt als volgt:

„De lidstaten stellen de in artikel 22 omschreven procedure vast voor de afdoening van vorderingen als gevolg van een ongeval, veroorzaakt door een voertuig dat door de in artikel 3 bedoelde verzekering is gedekt.

[...]”

5

Artikel 20 van deze richtlijn, met als opschrift „Bijzondere bepalingen inzake de vergoeding van benadeelden ten gevolge van een ongeval dat zich voordoet in een andere lidstaat dan de lidstaat van hun woonplaats”, bepaalt:

„1.   De artikelen 20 tot en met 26 hebben tot doel bijzondere bepalingen vast te stellen die van toepassing zijn op benadeelden die aanspraak kunnen maken op vergoeding van materiële schade of lichamelijk letsel ten gevolge van ongevallen die zich hebben voorgedaan in een andere lidstaat dan de lidstaat van hun woonplaats en veroorzaakt zijn door de deelneming aan het verkeer door voertuigen die gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in een lidstaat.

[...]

2.   De artikelen 21 en 24 zijn slechts van toepassing met betrekking tot ongevallen die veroorzaakt zijn door het gebruik van een voertuig dat:

a)

verzekerd is via een vestiging in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde; en

b)

gewoonlijk is gestald in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde.”

6

Artikel 21 van deze richtlijn, met als opschrift „Schaderegelaar”, bepaalt:

„1.   Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen opdat elke verzekeringsonderneming die de risico’s dekt die zijn ingedeeld bij branche 10 van punt A van de bijlage bij richtlijn 73/239/EEG, uitgezonderd de aansprakelijkheid van de vervoerder, in iedere andere lidstaat dan die waar zij haar officiële vergunning heeft ontvangen, een schaderegelaar aanwijst.

Deze schaderegelaar wordt belast met de behandeling en afwikkeling van vorderingen ten gevolge van de in artikel 20, lid 1, bedoelde ongevallen.

De schaderegelaar heeft zijn woonplaats of vestiging in de lidstaat waar hij is aangesteld.

[...]

4.   De schaderegelaar verzamelt, met betrekking tot dergelijke verzoeken, alle inlichtingen die nodig zijn om de verzoeken te kunnen afhandelen en neemt alle passende maatregelen om over een afwikkeling te onderhandelen.

De eis dat een schaderegelaar wordt aangewezen doet niet af aan het recht van de benadeelde, of diens verzekeringsonderneming, om rechtstreeks degene die het ongeval heeft veroorzaakt, of diens verzekeringsonderneming, aan te spreken.

5.   De schaderegelaar beschikt over voldoende bevoegdheden om de verzekeringsonderneming in de in artikel 20, lid 1, genoemde gevallen ten aanzien van de benadeelden te vertegenwoordigen en om hun verzoeken volledig af te handelen.

Hij moet in staat zijn de zaak in de officiële taal of talen van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde te behandelen.

[...]”

Duits recht

7

Richtlijn 2009/103 is omgezet in Duits recht bij het Versicherungsaufsichtsgesetz (wet toezicht verzekeringswezen; hierna: „VAG”).

8

§ 7b VAG, betreffende de in het kader van de burgerlijke aansprakelijkheid voor motorvoertuigen verantwoordelijke schaderegelaar, luidt als volgt:

„1.   [...] [D]e verzekeringsonderneming wijst in iedere andere lidstaat van de Europese Unie en in iedere andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte een schaderegelaar aan. Deze schaderegelaar behandelt en beheert in naam van de verzekeringsonderneming de vorderingen tot vergoeding van lichamelijk letsel en materiële schade, ontstaan ten gevolge van een ongeval dat zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat dan waar de benadeelde woont en is veroorzaakt door het gebruik van een voertuig dat gewoonlijk in een lidstaat is verzekerd en gestald.

2.   De schaderegelaar heeft zijn woonplaats of vestiging in de staat waar hij is aangesteld. Hij kan voor rekening van een of meer verzekeringsondernemingen optreden. Hij beschikt over voldoende bevoegdheden om de verzekeringsonderneming ten aanzien van de benadeelden te vertegenwoordigen en om hun verzoeken tot schadevergoeding volledig af te handelen. Hij moet in staat zijn de zaak te behandelen in de officiële taal of talen van de staat waar hij is aangesteld.

3.   De schaderegelaar verzamelt alle inlichtingen die nodig zijn voor de afhandeling van verzoeken tot vergoeding van de schade die is veroorzaakt door een door deze verzekeringsonderneming verzekerd voertuig [...]”

9

§ 171 Zivilprozessordnung (wetboek van burgerlijke rechtsvordering), in de op het hoofdgeding toepasselijke versie, betreffende de betekening aan een gemachtigde, luidt als volgt:

„Aan de bij overeenkomst aangewezen vertegenwoordiger kan met dezelfde rechtsgevolgen worden betekend als aan de vertegenwoordigde. De vertegenwoordiger moet een schriftelijke volmacht overleggen.”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

10

Op 24 juni 2011 is een vrachtwagen van Spedition Welter ten gevolge van een verkeersongeval in de buurt van Parijs (Frankrijk) door een ander, door Avanssur verzekerd voertuig beschadigd.

11

In eerste aanleg heeft Spedition Welter bij de Duitse rechter 2382,89 EUR schadevergoeding gevorderd. Deze vordering is niet aan Avanssur betekend, maar aan de door Avanssur aangeduide vertegenwoordiger in Duitsland, namelijk AXA Versicherungs AG (hierna: „AXA”).

12

De rechter in eerste aanleg heeft de vordering niet-ontvankelijk verklaard op grond dat zij niet rechtsgeldig aan AXA was betekend aangezien deze niet was gemachtigd om betekeningen en kennisgevingen in ontvangt te nemen.

13

Tegen deze beslissing heeft Spedition Welter hoger beroep ingesteld bij het Landgericht Saarbrücken.

14

Volgens de verwijzende rechter hangt de uitkomst van dit hoger beroep af van de uitlegging die aan richtlijn 2009/103 dient te worden gegeven. De ontvankelijkheid van de door Spedition Welter tegen Avanssur ingestelde vordering hangt af van het antwoord op de vraag of artikel 21, lid 5, van deze richtlijn aldus kan worden uitgelegd dat de schaderegelaar bevoegd is om voor rekening van verweerster in het hoofdgeding betekeningen of kennisgevingen in ontvangst te nemen. Bij een bevestigend antwoord op deze vraag dient voorts nog te worden onderzocht of deze bepaling van deze richtlijn onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is opdat Spedition Welter haar kan inroepen ter staving van haar zienswijze dat Avanssur AXA heeft gemachtigd om deze betekeningen of kennisgevingen in ontvangst te nemen.

15

In deze omstandigheden heeft het Landgericht Saarbrücken de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)

Moet artikel 21, lid 5, van richtlijn [2009/103] aldus worden uitgelegd dat de bevoegdheden van de schaderegelaar het in ontvangst nemen van betekeningen en kennisgevingen voor de verzekeringsonderneming omvat, zodat bij een door de benadeelde tegen de verzekeringsonderneming ingestelde vordering tot vergoeding van de door een ongeval veroorzaakte schade de betekening aan de door die onderneming aangewezen schaderegelaar kan worden beschouwd als rechtsgeldige betekening aan de verzekeringsonderneming?

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:

2)

Heeft artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 rechtstreekse werking in die zin dat de benadeelde zich voor de nationale rechter erop kan beroepen, zodat de nationale rechter ervan moet uitgaan dat bij een betekening aan de schaderegelaar, ‚als vertegenwoordiger’ van de verzekeringsonderneming, rechtsgeldig aan de verzekeringsonderneming is betekend, ook al is de schaderegelaar daartoe niet bij overeenkomst gemachtigd en voorziet het nationale recht voor dat geval evenmin in een wettelijke machtiging, terwijl de betekening voor het overige aan alle door het nationale recht voorgeschreven voorwaarden voldoet?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

Eerste vraag

16

Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 aldus moet worden uitgelegd dat tot de voldoende bevoegdheden waarover de schaderegelaar dient te beschikken, ook behoort de bevoegdheid om rechtsgeldig de betekening in ontvangst te nemen van gerechtelijke akten die zijn vereist om bij de bevoegde rechter een vordering tot schadevergoeding in te stellen.

17

Vooraf zij eraan herinnerd dat voor het bepalen van de draagwijdte van een bepaling van Unierecht rekening dient te worden gehouden met zowel de bewoordingen en de context als de doelstellingen van deze bepaling (arrest van 9 april 2013, Commissie/Ierland, C‑85/11, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

18

In casu bepaalt artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 weliswaar dat de schaderegelaar over voldoende bevoegdheden dient te beschikken om de verzekeringsonderneming ten aanzien van benadeelden te vertegenwoordigen en om hun verzoeken tot schadevergoeding volledig af te handelen, maar preciseert deze bepaling, waarin de doelstellingen van deze vertegenwoordigingsbevoegdheid zijn vastgelegd, niet hoe ver de met het oog op deze doelstellingen toegekende bevoegdheden exact reiken.

19

In deze omstandigheden moet in herinnering worden gebracht dat richtlijn 2009/103 beoogt ervoor te zorgen dat slachtoffers van ongevallen met motorrijtuigen een vergelijkbare behandeling krijgen, ongeacht de plaats in de Unie waar het ongeval zich heeft voorgedaan. Om die reden moeten deze slachtoffers in de lidstaat van hun woonplaats een verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen bij een aldaar door de verzekeringsonderneming van de aansprakelijke partij aangewezen schaderegelaar.

20

Volgens punt 37 van de considerans van richtlijn 2009/103 moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deze schaderegelaars over voldoende bevoegdheden beschikken om de verzekeringsonderneming ten aanzien van slachtoffers te vertegenwoordigen, alsook om deze te vertegenwoordigen voor nationale instanties, waaronder in voorkomend geval voor de rechter, voor zover dit niet in strijd is met de regels van internationaal privaatrecht inzake de aanwijzing van de bevoegde rechter.

21

Uit deze overwegingen blijkt dus duidelijk dat volgens de Uniewetgever de in artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 bedoelde vertegenwoordiging van verzekeringsondernemingen ook de vertegenwoordiging diende te omvatten op grond waarvan benadeelden rechtsgeldig bij de nationale rechter de vordering tot vergoeding van door hen geleden schade kunnen instellen, tenzij dit in strijd zou zijn met de regels van internationaal privaatrecht.

22

Zoals de advocaat-generaal in punt 25 van zijn conclusie heeft opgemerkt, blijkt overigens uit de ontstaansgeschiedenis van de aan richtlijn 2009/103 voorafgaande richtlijnen – die wat het verzekeringswezen betreft bij deze richtlijn zijn gecodificeerd – dat volgens de wetgever de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een verzekeraar in de woonstaat van het slachtoffer een bevoegdheid diende te omvatten om de betekening van gerechtelijke akten in ontvangst te nemen, zij het dat deze bevoegdheid beperkt diende te zijn omdat zij de regels van internationaal privaatrecht inzake de aanwijzing van de bevoegde rechter onverlet diende te laten.

23

Bijgevolg, en binnen deze grenzen, behoort tot de voldoende bevoegdheden waarover de schaderegelaar dient te beschikken, de bevoegdheid om rechtsgeldig de betekeningen van gerechtelijke akten in ontvangst te nemen.

24

De uitsluiting van deze bevoegdheid zou overigens richtlijn 2009/103 een van haar doelstellingen ontnemen. Zoals de advocaat-generaal in punt 32 van zijn conclusie heeft opgemerkt, bestaat de taak van de schaderegelaar immers precies erin om het, overeenkomstig de doelstellingen van richtlijn 2009/103, slachtoffers van ongevallen gemakkelijker te maken stappen te ondernemen en in het bijzonder hen in staat te stellen hun schadeclaim in hun eigen taal in te dienen. Bijgevolg zou het met deze doelstellingen strijdig zijn indien deze slachtoffers – nadat zij de daaraan voorafgaande formaliteiten rechtstreeks bij deze schaderegelaar hebben vervuld en ofschoon zij rechtstreeks de verzekeringsonderneming kunnen aanspreken – de mogelijkheid wordt ontzegd aan die schaderegelaar de gerechtelijke akten te betekenen teneinde de vordering tot schadevergoeding bij de internationaal bevoegde rechter in te stellen.

25

Gelet op een en ander moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 aldus moet worden uitgelegd dat tot de voldoende bevoegdheden waarover de schaderegelaar dient te beschikken, ook behoort de bevoegdheid om rechtsgeldig de betekening in ontvangst te nemen van gerechtelijke akten die zijn vereist om bij de bevoegde rechter een vordering tot schadevergoeding in te stellen.

Tweede vraag

26

Gelet op het antwoord op de eerste vraag dient ook de tweede vraag te worden beantwoord, waarmee de verwijzende rechter in wezen wenst te vernemen of in omstandigheden als aan de orde in het hoofdgeding een particulier zich op artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 kan beroepen om aan te tonen dat een gerechtelijke akte rechtsgeldig aan een schaderegelaar is betekend, ofschoon deze schaderegelaar niet bij overeenkomst is gemachtigd om een dergelijke betekening in ontvangst te nemen en het nationale recht voor dat geval evenmin in een wettelijke machtiging voorziet.

27

In de context van het hoofdgeding wenst de verwijzende rechter aldus te vernemen of hij, gelet op het antwoord op de eerste vraag, voor het toewijzen van de vordering van een particulier die zich op artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 beroept, de nationale bepalingen op grond waarvan de schaderegelaar slechts gerechtelijke akten in ontvangst kan nemen indien hij daartoe bij overeenkomst is gemachtigd, buiten toepassing moet laten.

28

In dit verband moet in herinnering worden gebracht dat de vraag of een nationale bepaling die indruist tegen het Unierecht buiten toepassing moet worden gelaten, slechts rijst indien geen met het Unierecht strokende uitlegging van die bepaling mogelijk is (arrest van 24 januari 2012, Dominguez, C‑282/10, punt 23).

29

Volgens vaste rechtspraak moet de nationale rechter bij de toepassing van het nationale recht dit recht zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de betrokken richtlijn om het door deze richtlijn beoogde resultaat te bereiken en aldus aan artikel 288, derde alinea, VWEU te voldoen. Deze verplichting tot richtlijnconforme uitlegging van het nationale recht is namelijk inherent aan het systeem van het VWEU, aangezien zij de nationale rechter in staat stelt binnen het kader van zijn bevoegdheden bij de beslechting van de bij hem aanhangige geschillen de volle werking van het recht van de Unie te verzekeren (zie met name arrest van 5 oktober 2004, Pfeiffer e.a., C-397/01-C-403/01, Jurispr. blz. I-8835, punt 114, en arrest Dominguez, reeds aangehaald, punt 24).

30

Het beginsel van richtlijnconforme uitlegging vereist dat de nationale rechter binnen zijn bevoegdheden, met inachtneming van het gehele interne recht en onder toepassing van de daarin erkende uitleggingsmethoden, al het mogelijke doet om de volle werking van de betrokken richtlijn te verzekeren en tot een oplossing te komen die in overeenstemming is met de daarmee nagestreefde doelstelling (zie in die zin arrest Dominguez, reeds aangehaald, punt 27, en arrest van 5 september 2012, Lopes Da Silva Jorge, C‑42/11, punt 56).

31

In het hoofdgeding staat vast dat § 7b, lid 2, VAG een letterlijke omzetting vormt van artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103. Deze bepalingen van nationaal recht dienen bijgevolg conform de bepalingen van Unierecht te worden uitgelegd in die zin dat de schaderegelaar bevoegd is om de betekening van gerechtelijke akten in ontvangst te nemen.

32

Gelet op een en ander moet op de tweede vraag worden geantwoord dat in omstandigheden als aan de orde in het hoofdgeding, waarin de nationale wetgeving letterlijk de bewoordingen van artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103 heeft overgenomen, de verwijzende rechter, met inachtneming van het gehele interne recht en onder toepassing van de daarin erkende uitleggingsmethoden, het nationale recht dient uit te leggen conform de door het Hof gegeven uitlegging van deze richtlijn.

Kosten

33

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Tweede kamer) verklaart voor recht:

 

1)

Artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, moet aldus worden uitgelegd dat tot de voldoende bevoegdheden waarover de schaderegelaar dient te beschikken ook behoort de bevoegdheid om rechtsgeldig de betekening in ontvangst te nemen van gerechtelijke akten die zijn vereist om bij de bevoegde rechter een vordering tot schadevergoeding in te stellen.

 

2)

In omstandigheden als aan de orde in het hoofdgeding, waarin de nationale wetgeving letterlijk de bewoordingen van artikel 21, lid 5, van richtlijn 2009/103/EG heeft overgenomen, dient de verwijzende rechter, met inachtneming van het gehele interne recht en onder toepassing van de daarin erkende uitleggingsmethoden, het nationale recht uit te leggen conform de door het Hof van Justitie van de Europese Unie gegeven uitlegging van deze richtlijn.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Duits.