27.4.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 123/6


Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 7 maart 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (Chancery Division) — Verenigd Koninkrijk) — ITV Broadcasting Limited e.a./TV Catch Up Limited

(Zaak C-607/11) (1)

(Richtlijn 2001/29/EG - Artikel 3, lid 1 - Uitzending door derde via internet van uitzendingen van commerciële televisiezenders - „Live streaming” - Mededeling aan publiek)

2013/C 123/08

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

High Court of Justice (Chancery Division)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: ITV Broadcasting Limited, ITV 2 Ltd, ITV Digital Channels Ltd, Channel 4 Television Corporation, 4 Ventures Ltd, Channel 5 Broadcasting Ltd en ITV Studios Ltd

Verwerende partij: TV Catch Up Limited

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice (Chancery Division) — Uitlegging van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167, blz. 10) — Begrip „mededeling aan het publiek” — Toestemming van rechthebbenden voor televisie-uitzending van hun werken via het gratis grondnetwerk, hetzij op het gehele grondgebied van een lidstaat, hetzij in een beperkt deel ervan — Permanente uitzending door een derde omroeporganisatie voor de individuele abonnees die kijk- en luistergeld betalen en die aldus de uitzendingen live via videostreams op internet kunnen ontvangen

Dictum

1)

Het begrip „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat het betrekking heeft op een wederdoorgifte van de werken die zijn opgenomen in een via zendmasten uitgezonden televisie-uitzending

door een andere organisatie dan de oorspronkelijke omroeporganisatie,

door middel van een internetstream die ter beschikking wordt gesteld van de abonnees van deze organisatie, die deze wederdoorgifte kunnen ontvangen door op de server van deze organisatie in te loggen,

hoewel deze abonnees zich in het ontvangstgebied van deze via zendmasten uitgezonden televisie-uitzending bevinden en gerechtigd zijn om deze uitzending op een televisieontvanger te ontvangen.

2)

Voor het antwoord op de eerste vraag is het niet van belang dat een wederdoorgifte als in het hoofdgeding door reclame wordt gefinancierd en dus een winstoogmerk heeft.

3)

Voor het antwoord op de eerste vraag is het niet van belang dat een wederdoorgifte als in het hoofdgeding gebeurt door een organisatie die rechtstreeks concurreert met de oorspronkelijke omroeporganisatie.


(1)  PB C 65 van 3.3.2012.