25.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 260/21


Beroep ingesteld op 28 juli 2010 — ELE.SI.A/Commissie

(Zaak T-312/10)

()

2010/C 260/29

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Elettronica e sistemi per automazione (ELE.SI.A) SpA (Guidonia Montecelio, Italië) (vertegenwoordigers: S. Bariatti, advocaat, P. Tomassi, advocaat, P. Caprile, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

vaststellen en verklaren dat ELESIA zich correct van haar contractuele verplichtingen heeft gekweten;

vaststellen en verklaren dat de Commissie haar contractuele verplichtingen heeft geschonden door het voor de prestaties van ELESIA verschuldigde bedrag niet te betalen en de reeds betaalde sommen terug te vorderen;

de Commissie derhalve veroordelen tot betaling van 83 627,68 EUR, vermeerderd met rente, voor de kosten die ELESIA in het kader van het project heeft gemaakt en die door de Commissie nog niet zijn vergoed;

derhalve nietig verklaren, herroepen — ook via het uitschrijven van overeenkomstige creditnota’s — of in elk geval onwettig verklaren de debetnota’s waarmee de Commissie teruggave van de reeds aan ELESIA betaalde sommen en schadevergoeding heeft gevorderd;

de Commissie in elk geval verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Het door verzoekster gecoördineerde consortium heeft met verweerster een overeenkomst gesloten voor de verwezenlijking van het project „I-Way, Intelligent co-operative system in cars for road safety”, gefinancierd uit het „zesde kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling”.

Van mening dat bij de ontwikkeling van het betrokken project ernstige onregelmatigheden waren begaan, heeft de Commissie besloten de overeenkomst op te zeggen.

Verzoekster is enerzijds van mening dat de gedraging van de Commissie volkomen in strijd is met de relevante contractuele bepalingen en de toepasselijke rechtsbeginselen, zoals de beginselen van billijkheid, evenredigheid en goed bestuur, en anderzijds dat, ofschoon verzoekster tijdens vrijwel de gehele duur van de overeengekomen looptijd van 36 maanden alle contractuele verplichtingen heeft vervuld, de Commissie niet bereid is een schuld te erkennen, zich overigens baserend op een audit die in tal van opzichten onregelmatig lijkt en hoewel verzoekster volledig te goeder trouw heeft meegewerkt op elk moment van de contractuele verhouding en ook daarna.

Tot staving van haar aanspraken voert verzoekster in concreto aan dat zij zich steeds correct van al haar contractuele verplichtingen heeft gekweten, terwijl de Commissie de artikelen II.1.11, II.16.1, II.16.2 en II.29 van de algemene contractvoorwaarden alsook de rechten van de verdediging en de bepalingen van verordening nr. 2185/96 (1) zou hebben geschonden.


(1)  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).