1.8.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 180/29


Beroep ingesteld op 15 mei 2009 — Groothertogdom Luxemburg/Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

(Zaak C-176/09)

2009/C 180/50

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Groothertogdom Luxemburg (vertegenwoordigers: C. Schiltz, gemachtigde, P. Kinsch, advocaat)

Verwerende partijen: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie

Conclusies

primair, de volgende passage nietig verklaren: „alsmede op de luchthaven met de meeste passagiersbewegingen in elke lidstaat” in artikel 1, lid 2, van richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden (1);

subsidiair, de gehele richtlijn nietig verklaren;

het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Het Groothertogdom Luxemburg voert twee middelen aan ter ondersteuning van zijn beroep.

Met zijn eerste middel stelt verzoeker dat het beginsel van non-discriminatie werd geschonden op grond dat wegens de uitbreiding van de werkingssfeer van richtlijn 2009/12/EG tot de luchthavens „met de meeste passagiersbewegingen in elke lidstaat”, op een luchthaven als die van Luxemburg-Findel administratieve en financiële verplichtingen van toepassing zijn die niet gelden voor andere luchthavens die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, zonder dat een dergelijk verschil in behandeling objectief gerechtvaardigd is. Verzoeker wijst in dit verband in het bijzonder op de situatie van de luchthavens van Hahn en Charleroi. Deze hebben hetzelfde verzorgingsgebied als de luchthaven van Findel en tellen elk een groter aantal passagiers dan deze laatste, maar moeten niet dezelfde verplichtingen in acht nemen. De aanwezigheid van grenzen tussen deze drie luchthavens kan geenszins een verschillende behandeling rechtvaardigen.

Met zijn tweede middel betoogt verzoeker bovendien dat de betrokken bepaling in strijd is met het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel. Om te beginnen is de tussenkomst op Europees niveau immers niet noodzakelijk om een situatie te reguleren die perfect op nationaal niveau had kunnen worden geregeld zolang de drempel van 5 miljoen passagiers niet wordt bereikt. Verder leidt de toepassing van de richtlijn tot ongerechtvaardigde extra procedures en kosten voor een luchthaven als die van Findel, die als enig bijzonder kenmerk heeft dat het een luchthaven is met de meeste passagiersbewegingen in een lidstaat, zonder dat deze omstandigheid werkelijk relevant is in het licht van de doelstellingen van de richtlijn.


(1)  PB L 70, blz. 11.