2.7.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 194/5


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 5 mei 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Deutsche Telekom AG/Bondsrepubliek Duitsland

(Zaak C-543/09) (1)

(Elektronische communicatie - Richtlijn 2002/22/EG - Artikel 25, lid 2 - Richtlijn 2002/58/EG - Artikel 12 - Verstrekking van telefooninlichtingendiensten en telefoongidsen - Op onderneming die telefoonnummers toekent rustende verplichting om gegevens van abonnees van derde ondernemingen waarover zij beschikt door te geven aan andere ondernemingen)

2011/C 194/05

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesverwaltungsgericht

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Deutsche Telekom AG

Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland

in tegenwoordigheid van: GoYellow GmbH, Telix AG

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesverwaltungsgericht — Uitlegging van artikel 25, lid 2, van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten („universeledienstrichtlijn”) (PB L 108, blz. 51) en van artikel 12 van richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie („richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie”) (PB L 201, blz. 37) — Verstrekking van telefoongidsdiensten — Omvang van de verplichting voor een onderneming die telefoonnummers aan abonnees heeft toegekend, om andere ondernemingen alle relevante gegevens te verstrekken teneinde een universele telefoongids uit te geven of een universele inlichtingendienst te verstrekken — Gegevens over abonnees van derde ondernemingen

Dictum

1)

Artikel 25, lid 2, van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten („universeledienstrichtlijn”) moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling die ondernemingen die eindgebruikers telefoonnummers toekennen, de verplichting oplegt om ondernemingen die openbare telefooninlichtingendiensten en telefoongidsen verstrekken, niet alleen de gegevens van hun eigen abonnees, maar ook de gegevens van abonnees van derde ondernemingen waarover zij beschikken ter beschikking te stellen.

2)

Artikel 12 van richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie („richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie”) moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling die een onderneming die openbare telefoongidsen publiceert, de verplichting oplegt om persoonsgegevens van abonnees van andere telefoondienstaanbieders waarover zij beschikt door te geven aan een derde onderneming die een gedrukte of elektronische openbare telefoongids publiceert of ervoor zorgt dat deze gidsen via inlichtingendiensten toegankelijk zijn, zonder dat daarvoor een nieuwe toestemming van de abonnees noodzakelijk is, op voorwaarde dat de abonnees vóór de eerste opneming van hun gegevens in een openbare telefoongids op de hoogte zijn gebracht van het doel van deze gids en van het feit dat deze gegevens zouden kunnen worden meegedeeld aan een andere telefoondienstaanbieder en dat wordt gewaarborgd dat deze gegevens na het doorgeven ervan niet zullen worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor zij met het oog op de eerste publicatie ervan zijn verzameld.


(1)  PB C 80 van 27.3.2010.