Zaak C‑558/07

The Queen, op verzoek van:

S.P.C.M. SA e.a.

tegen

Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs

[verzoek van de High Court of Justice (England and Wales), Queen’s Bench Division (Administrative Court), om een prejudiciële beslissing]

„Verordening (EG) nr. 1907/2006 – Chemische stoffen – Registratie, beoordeling en autorisatie van deze stoffen en beperkingen ten aanzien daarvan (REACH) – Begrip ‚monomeren’ – Geldigheid – Evenredigheid – Gelijke behandeling”

Samenvatting van het arrest

1.        Harmonisatie van wetgevingen – Registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen – REACH-verordening

(Verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, art. 2, lid 9, 3, punten 5 en 6, en 6, leden 1‑3)

2.        Harmonisatie van wetgevingen – Registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen – REACH-verordening

(Verordening nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, art. 6, lid 3)

1.        Het begrip „monomeren” in artikel 6, lid 3, van verordening nr. 1907/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) heeft enkel betrekking op gereageerde monomeren, die deel uitmaken van polymeren.

Uit artikel 6 van deze verordening komt namelijk een algemeen beginsel van registratie naar voren, ongeacht of het om vervaardigde dan wel ingevoerde stoffen gaat. Ingevolge artikel 6, leden 1 en 2, moeten niet-gereageerde monomeren worden geregistreerd, omdat zij volgens artikel 3, punt 6, van die verordening als zodanig stoffen zijn. Polymeren daarentegen zijn op grond van artikel 2, lid 9, van deze verordening vrijgesteld van de registratieplicht. Aangezien in de eerste plaats polymeren volgens artikel 3, punt 5, bestaan uit monomeereenheden, in de tweede plaats een monomeer een stof is wanneer het niet-gereageerd is, en in de derde plaats volgens artikel 6, lid 3, de registratie betrekking heeft op monomeren of andere stoffen die het polymeer vormen, volgt hieruit derhalve dat de registratie enkel betrekking heeft op gereageerde monomeren.

(cf. punten 20‑21, 23-24, 27, 30-31, dictum 1)

2.        Het hoofddoel van de registratieplicht van artikel 6, lid 3, van verordening nr. 1907/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) is waarborging van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu. Aangezien het gaat om een gebied waarop de gemeenschapswetgever over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt, is een op dit gebied vastgestelde maatregel slechts onrechtmatig, wanneer hij kennelijk ongeschikt is ter bereiking van het door de bevoegde instellingen nagestreefde doel.

De registratieplicht voor gereageerde monomeren in polymeren strekt in de eerste plaats tot betere informatie van het publiek en van hen die downstream werkzaam zijn, over de risico’s en is derhalve een instrument voor verhoging van de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu, en voorkomt in de tweede plaats concurrentiedistorsies en waarborgt een eerlijke mededinging binnen de Gemeenschap, aangezien die plicht zowel geldt voor fabrikanten in de Gemeenschap als voor niet in de Gemeenschap gevestigde fabrikanten en voor importeurs, die een identieke procedure moeten volgen, ongeacht of de producten in de Gemeenschap dan wel daarbuiten worden vervaardigd. Hieruit volgt dat de last voor de niet in de Gemeenschap gevestigde fabrikanten of de importeurs niet groter is dan voor de fabrikanten in de Gemeenschap. Bijgevolg is die verplichting passend om de doelstellingen van de verordening te bereiken en gaat zij niet verder dan voor de verwezenlijking van deze doelstellingen noodzakelijk is, en is artikel 6, lid 3, van die verordening niet ongeldig wegens schending van het evenredigheidsbeginsel.

Artikel 6, lid 3, is evenmin ongeldig wegens schending van het beginsel van gelijke behandeling. In de eerste plaats is de registratieplicht voor de fabrikanten uit de Gemeenschap en de importeurs identiek. In de tweede plaats bevinden gereageerde monomeren in polymeren die binnen de Gemeenschap worden vervaardigd of aldaar worden ingevoerd, zich in een vergelijkbare situatie, aangezien zij uitwisselbaar of identiek zijn. In de derde plaats bevinden de fabrikanten in de Gemeenschap en de importeurs zich weliswaar in een verschillende situatie, aangezien eerstgenoemde beschikken over kennis van hun producten, terwijl de importeurs afhankelijk zijn van de informatieverstrekking door leveranciers die zich buiten de Gemeenschap bevinden, maar wordt deze gelijke behandeling objectief gerechtvaardigd door de eerbiediging van de mededingingsregels die op de interne markt van toepassing zijn. Door de importeurs van gereageerde monomeren anders te behandelen dan de fabrikanten van deze stoffen in de Gemeenschap, zouden de importeurs namelijk worden bevoordeeld ten opzichte van de fabrikanten.

(cf. punten 42, 45, 49, 56, 58, 63, 67, 72, 75-80, dictum 2)







ARREST VAN HET HOF (Grote kamer)

7 juli 2009 (*)

„Verordening (EG) nr. 1907/2006 – Chemische stoffen – Registratie en beoordeling van en autorisatie en beperkingen ten aanzien van deze stoffen (REACH) – Begrip ‚monomeren’ – Geldigheid – Evenredigheid – Gelijke behandeling”

In zaak C‑558/07,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de High Court of Justice of England and Wales, Queen’s Bench Division (Administrative Court) (Verenigd Koninkrijk), bij beslissing van 11 oktober 2007, ingekomen bij het Hof op 17 december 2007, in de procedure

The Queen, op verzoek van:

S.P.C.M. SA,

C.H. Erbslöh KG,

Lake Chemicals and Minerals Ltd,

Hercules Inc.

tegen

Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs,

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Grote kamer),

samengesteld als volgt: V. Skouris, president, C. W. A. Timmermans, A. Rosas, K. Lenaerts, M. Ilešič, kamerpresidenten, A. Tizzano, J. N. Cunha Rodrigues, R. Silva de Lapuerta, P. Kūris (rapporteur), J. Malenovský, J. Klučka, U. Lõhmus en J.‑J. Kasel, rechters,

advocaat-generaal: J. Kokott,

griffier: C. Strömholm, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 27 januari 2009,

gelet op de opmerkingen van:

–        S.P.C.M. SA en Hercules Inc., vertegenwoordigd door D. Vaughan, QC, D. Scannell, barrister, M. Lohn, K. Van Maldegem en R. Cana, solicitors,

–        C.H. Erbslöh KG en Lake Chemicals and Minerals Ltd, vertegenwoordigd door H. Scheidmann, U. Karpenstein en F. Bredt, Rechtsanwälte,

–        de Poolse regering, vertegenwoordigd door M. Dowgielewicz als gemachtigde,

–        het Europees Parlement, vertegenwoordigd door I. Anagnostopoulou en A. Neergaard als gemachtigden,

–        de Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door F. Florindo Gijón en G. Kimberley als gemachtigden,

–        de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Oliver als gemachtigde,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 maart 2009,

het navolgende

Arrest

1        Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging en de geldigheid van artikel 6, lid 3, van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396, blz. 1, en – rectificatie – PB 2007, L 136, blz. 3; hierna: „REACH-verordening”).

2        Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen, enerzijds, S.P.C.M. SA, een in Frankrijk gevestigde onderneming die wateroplosbare polymeren voor de verwerking van afvalwater produceert, C.H. Erbslöh KG, een in Duitsland gevestigde onderneming die distributeur en groothandelaar is in speciale en industriële chemische stoffen, met inbegrip van preparaten en polymeren, Lake Chemicals and Minerals Ltd, een vennootschap naar Engels recht en importeur van chemische stoffen, met inbegrip van polymeren en preparaten, Hercules Inc., een in de Verenigde Staten gevestigde holding die wateroplosbare en organisch oplosbare, op polymeren gebaseerde producten levert, en, anderzijds, de Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, betreffende de voorwaarden voor registratie die van toepassing zijn op monomeren.

 Toepasselijke bepalingen

3        In punt 1 van de considerans van de REACH-verordening wordt verklaard:

„Deze verordening dient een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu te waarborgen, alsmede het vrije verkeer van stoffen als zodanig, in preparaten of voorwerpen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de innovatie te vergroten. [...]”

4        In punt 16 van de considerans van deze verordening heet het:

„Deze verordening bevat specifieke eisen en verplichtingen voor fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers van stoffen als zodanig, in preparaten of voorwerpen. Deze verordening stoelt op het beginsel dat de industrie stoffen met zoveel verantwoordelijkheidsgevoel en zorg produceert, importeert of gebruikt of op de markt brengt als nodig is om ervoor te zorgen dat onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden de menselijke gezondheid en het milieu niet worden geschaad.”

5        In punt 19 van de considerans van voornoemde verordening wordt verklaard:

„[...] de registratiebepalingen [verplichten] de fabrikanten en importeurs ertoe gegevens te verzamelen over de stoffen die zij vervaardigen of invoeren, deze gegevens te gebruiken om de risico’s van deze stoffen te beoordelen en geschikte risicobeheersmaatregelen op te stellen en aan te bevelen. [...]”

6        In punt 41 van de considerans van de REACH-verordening heet het:

„Voor de werkbaarheid en wegens hun bijzondere aard moeten specifieke registratie-eisen worden vastgesteld voor tussenproducten; polymeren moeten van registratie en beoordeling worden vrijgesteld totdat op basis van goede technische en valabele wetenschappelijke criteria op een praktische en efficiënte wijze kan worden bepaald welke polymeren wegens de risico’s voor de gezondheid van de mens of voor het milieu moeten worden geregistreerd.”

7        Artikel 1 van deze verordening bepaalt:

„1.      Het doel van deze verordening is een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu, inclusief de bevordering van alternatieve beoordelingsmethoden voor gevaren van stoffen, alsmede het vrije verkeer van stoffen op de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de innovatie te vergroten.

[...]

3.      Deze verordening is gebaseerd op het beginsel dat fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers ervoor moeten zorgen dat zij stoffen vervaardigen, in de handel brengen of gebruiken die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens of voor het milieu. Zij is gebaseerd op het voorzorgsbeginsel.”

8        De werkingssfeer van de REACH-verordening is omschreven in artikel 2 ervan, waarvan lid 9 bepaalt dat „[d]e bepalingen van titel II en titel VI [...] niet van toepassing [zijn] op polymeren”.

9        Artikel 3 van deze verordening luidt als volgt:

„In deze verordening wordt verstaan onder:

1)      ‚stof’: een chemisch element en de verbindingen ervan, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd;

2)      ‚preparaat’: een mengsel of oplossing bestaande uit twee of meer stoffen;

[...]

5)      ‚polymeer’: een stof die bestaat uit moleculen die worden gekenmerkt door een opeenvolging van een of meer soorten monomeereenheden. Die moleculen moeten over een reeks molecuulgewichten verdeeld zijn, waarbij de verschillen in molecuulgewicht in de eerste plaats het gevolg zijn van verschillen in het aantal monomeereenheden. Een polymeer bevat het volgende:

a)      een gewichtsmeerderheid van moleculen die bestaan uit ten minste drie monomeereenheden die op covalente wijze aan ten minste een andere monomeereenheid of andere reactieve stof zijn gebonden;

b)      minder dan een gewichtsmeerderheid aan moleculen van hetzelfde molecuulgewicht.

In deze definitie betekent ‚monomeereenheid’ de gereageerde vorm van een monomeer in een polymeer;

6)      ‚monomeer’: een stof die covalente bindingen kan vormen door herhaalde koppeling van soortgelijke of ongelijke moleculen onder de voorwaarden van de voor dat proces gebruikte polymerisatiereactie;

[...]

9)      ‚fabrikant’: een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de Gemeenschap een stof vervaardigt;

[...]

11)      ‚importeur’: een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor de invoer verantwoordelijk is;

[...]”

10      Artikel 5 van voornoemde verordening, met het opschrift „Zonder gegevens geen handel”, bepaalt:

„Onverminderd de artikelen 6, 7, 21 en 23 mogen stoffen als zodanig en stoffen in preparaten of in voorwerpen niet in de Gemeenschap worden vervaardigd of in de handel gebracht, tenzij deze, in de gevallen waarin dit vereist is, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze titel, zijn geregistreerd.”

11      Artikel 6 van deze verordening, met het opschrift „Algemene registratieplicht voor stoffen als zodanig of in preparaten”, luidt als volgt:

„1.      Behalve wanneer in deze verordening anders is bepaald, dient elke fabrikant of importeur die een stof, als zodanig of in een of meer preparaten, in hoeveelheden van 1 ton of meer per jaar vervaardigt of invoert, een registratie bij het [Europees Agentschap voor chemische stoffen] in.

[...]

3.      De fabrikant of importeur van een polymeer dient voor de monomeren of andere stoffen die nog niet zijn geregistreerd door een actor hogerop in de toeleveringsketen, een registratie bij het [Europees Agentschap voor chemische stoffen] in indien aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:

a)      het polymeer bestaat uit minimaal 2 gewichtsprocent (g/g) van die monomeren of andere stoffen in de vorm van monomeereenheden en chemisch gebonden stoffen;

b)      de totale hoeveelheid van die monomeren of andere stoffen bedraagt 1 ton of meer per jaar.

[...]”

12      Artikel 8 van de REACH-verordening luidt als volgt:

„1.      Een buiten de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die een stof als zodanig dan wel in preparaten of in voorwerpen vervaardigt, een preparaat formuleert of een voorwerp vervaardigt dat in de Gemeenschap wordt ingevoerd, kan met wederzijdse instemming een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aanwijzen om als zijn enige vertegenwoordiger de verplichtingen voor importeurs overeenkomstig deze titel te vervullen.

2.      De vertegenwoordiger voldoet tevens aan alle andere verplichtingen voor importeurs overeenkomstig deze verordening. [...]

3.      Indien overeenkomstig de leden 1 en 2 een vertegenwoordiger wordt aangewezen, stelt de buiten de Gemeenschap gevestigde fabrikant de importeurs in dezelfde toeleveringsketen daarvan op de hoogte. Deze importeurs worden voor de toepassing van deze verordening als downstreamgebruikers beschouwd.”

13      Artikel 27 van deze verordening bepaalt:

„1.      Indien een stof minder dan twaalf jaar eerder is geregistreerd, [...]

a)      verzoekt de potentiële registrant de eerdere registrant(en), wanneer het gaat om informatie die betrekking heeft op proeven met gewervelde dieren, en

b)      kan de potentiële registrant de eerdere registrant(en) verzoeken, wanneer het gaat om informatie die geen betrekking heeft op proeven met gewervelde dieren,

om de informatie die hij [...] voor de registratie nodig heeft.

2.      Wanneer overeenkomstig lid 1 een verzoek om informatie is gedaan, stellen de potentiële registrant en de eerdere registrant(en), als bedoeld in lid 1, alles in het werk om overeen te komen dat de door de potentiële registrant [...] verlangde informatie wordt gedeeld. In plaats van overeenstemming kan deze aangelegenheid ook aan een arbitragecollege worden voorgelegd, waarbij de uitkomst van de arbitrage wordt aanvaard.

3.      De eerdere registrant en de potentiële registrant(en) stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de kosten van het gezamenlijke gebruik van de informatie op een billijke, transparante en niet-discriminerende wijze worden vastgesteld. Hiertoe kunnen de richtsnoeren voor kostendeling op grond van bovengenoemde beginselen worden gevolgd die door het [Europees Agentschap voor chemische stoffen] worden vastgesteld [...] Registranten dienen enkel te delen in de kosten van de informatie die zij moeten indienen om aan hun registratie-eisen te voldoen.

[...]”

14      Voorts luidt artikel 138, lid 2, van voornoemde verordening als volgt:

„De Commissie kan wetgevingsvoorstellen indienen zodra een uitvoerbare en kosteneffectieve selectiemethode voor de registratie van polymeren op grond van betrouwbare technische en geldige wetenschappelijke criteria kan worden vastgesteld, en nadat zij een verslag over het volgende heeft gepubliceerd:

a)      de risico’s van polymeren in vergelijking met andere stoffen;

b)      de eventuele noodzaak om bepaalde soorten polymeren te registreren, rekening houdend met het concurrentievermogen en innovatie enerzijds en de bescherming van de gezondheid en het milieu anderzijds.”

 Procedure in het hoofdgeding en prejudiciële vragen

15      Volgens de verwijzende rechter betwisten de verzoekende vennootschappen in het hoofdgeding de uitlegging alsmede de geldigheid van artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening.

16      Verzoeksters in het hoofdgeding stellen op basis van twee deskundigenrapporten van de Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), dat gereageerde monomeren niet langer hun eigen individuele chemische eigenschappen vertonen en dat polymeren over het algemeen stabiel en veilig zijn. Hieruit volgt volgens verzoeksters dat indien de term „monomeren” in artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening aldus moest worden uitgelegd dat hij gereageerde monomeren aanduidt of omvat, het zinledig zou zijn om polymeren vrij te stellen van registratie, maar voor monomeren wel registratie te verlangen. Voorts zou een dergelijke uitlegging onverenigbaar met de doelstellingen van deze verordening, alsmede discriminatoir en onevenredig zijn.

17      De High Court of Justice of England and Wales, Queen’s Bench Division (Administrative Court), heeft verzoeksters in het hoofdgeding toestemming verleend om beroep bij hem in te stellen en besloten, de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen voor te leggen:

„1)      Wordt, gelet op het feit dat de voorwaarden voor registratie genoemd in titel II van de [REACH-]verordening krachtens artikel 2, lid 9, van deze verordening niet van toepassing zijn op polymeren, met het begrip ‚monomeren’ in artikel 6, lid 3, bedoeld:

a)      gereageerde monomeren, dat wil zeggen monomeren die met elkaar hebben gereageerd zodat zij onlosmakelijk zijn verbonden met het polymeer waarvan zij deel uitmaken;

b)      niet-gereageerde monomeren, dat wil zeggen monomeren die het residu zijn van het polymerisatieproces en die na de voltooiing van dit proces los van het polymeer hun eigen chemische identiteit en eigenschappen behouden, of

c)      zowel gereageerde als niet-gereageerde monomeren?

2)      Wanneer het antwoord op de eerste vraag hetzij a hetzij c luidt, is dan de toepassing van artikel 6, lid 3, van de [REACH-]verordening op fabrikanten of importeurs van polymeren onrechtmatig op grond dat de voorwaarden onlogisch, discriminatoir of onevenredig zijn?”

 Beantwoording van de prejudiciële vragen

 Eerste vraag

18      Met zijn eerste vraag verzoekt de verwijzende rechter om verduidelijking van het begrip „monomeer” zoals gebruikt in artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening.

19      Om te beginnen zij eraan herinnerd dat enerzijds volgens deze bepaling de fabrikant of de importeur van een polymeer voor de monomeren die nog niet zijn geregistreerd door een actor hogerop in de toeleveringsketen, een registratieverzoek moet indienen wanneer het polymeer bestaat uit minimaal 2 gewichtsprocent (g/g) van die monomeren in de vorm van monomeereenheden en de totale hoeveelheid van die monomeren 1 ton of meer per jaar bedraagt.

20      Anderzijds moeten ingevolge artikel 6, leden 1 en 2, van de REACH‑verordening niet-gereageerde monomeren worden geregistreerd, omdat zij als zodanig stoffen zijn. Polymeren daarentegen zijn op grond van artikel 2, lid 9, van deze verordening vrijgesteld van de registratieplicht.

21      Vervolgens moet ten eerste worden opgemerkt dat uit de bewoordingen van artikel 3, punt 5, van de REACH-verordening blijkt dat een polymeer bestaat uit monomeereenheden, die worden omschreven als de gereageerde vorm van monomeren.

22      Ten tweede is volgens artikel 3, punt 6, van deze verordening een monomeer daarentegen een „stof” in de zin van dit artikel 3, punt 1, wanneer die niet-gereageerd is.

23      Ten derde volgt uit artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening dat de registratie betrekking heeft op monomeren of andere stoffen die het polymeer vormen.

24      Gelet op de in punt 21 van dit arrest in herinnering gebrachte definitie van polymeer in artikel 3, punt 5, van die verordening, heeft de registratie derhalve betrekking op gereageerde monomeren.

25      Dat in de Engelse en de Franse taalversie van de REACH-verordening in artikel 6, lid 3, ervan de termen „monomeric units” respectievelijk „unités monomériques” [„monomeereenheden”] worden gebruikt in plaats van de in artikel 3, punt 5, van die taalversies voorkomende termen „monomer units” respectievelijk „unités monomères” [„monomeereenheden”], heeft voor deze vaststelling geen gevolgen.

26      Uit het document van de Raad van de Europese Unie van 5 november 2004 (nr. 13788/04, blz. 5) blijkt namelijk dat deze termen op verzoek van het Koninkrijk Zweden zijn toegevoegd. De Zweedse taalversie van de REACH-verordening gebruikt in de artikelen 3, punt 5, en 6, lid 3, dezelfde termen voor „monomeereenheden”.

27      Hieruit volgt dat het begrip „monomeren” in artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening enkel betrekking heeft op gereageerde monomeren die deel uitmaken van polymeren.

28      Aan deze conclusie kan het onderzoek van de systematiek van deze verordening geen afbreuk doen.

29      Anders dan verzoeksters in het hoofdgeding stellen, vormt de plicht tot registratie van monomeren namelijk geen uitzondering op de registratievrijstelling die op polymeren van toepassing is.

30      Enerzijds bevestigt lezing van punt 19 van de considerans van de REACH-verordening dat vervaardigde of ingevoerde stoffen zonder onderscheid moeten worden geregistreerd.

31      Anderzijds komt uit artikel 6 van de REACH-verordening, met het opschrift „Algemene registratieplicht voor stoffen als zodanig of in preparaten”, een algemeen beginsel van registratie en niet van vrijstelling naar voren.

32      Voorts moet ook het argument van verzoeksters in het hoofdgeding worden verworpen dat door een uitlegging als die in punt 27 van dit arrest de grond zou komen te ontvallen aan de in artikel 2, lid 9, van de REACH-verordening voorziene vrijstelling van polymeren van de registratieplicht.

33      Dienaangaande zij opgemerkt dat artikel 6, lid 3, van deze verordening ziet op monomeren die nog niet hogerop in de toeleveringsketen zijn geregistreerd.

34      Hieruit volgt dat de registratieplicht geen betrekking heeft op polymeren, maar enkel op monomeren met hun kenmerkende eigenschappen, zoals deze vóór de polymerisatie bestonden.

35      Ten slotte wordt de conclusie in punt 27 van dit arrest bevestigd door de doelstellingen van de REACH-verordening zoals omschreven in punt 1 van de considerans en in artikel 1, lid 1, daarvan, welke doelstellingen erin bestaan, een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu, alsmede het vrije verkeer van stoffen te waarborgen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de innovatie te vergroten.

36      De registratieplicht voor monomeren beoogt namelijk de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen, aangezien deze stoffen eigenschappen hebben welke die gezondheid en het milieu kunnen schaden.

37      De doelstelling van vrij verkeer van stoffen op de interne markt en tegelijkertijd vergroting van het concurrentievermogen en de innovatie, kan niet de definitie van „monomeren” op losse schroeven zetten, maar wel de geldigheid aantasten van artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening, waarop de tweede vraag betrekking heeft.

38      Uit een en ander volgt dat op de eerste vraag moet worden geantwoord dat het begrip „monomeren” in artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening enkel betrekking heeft op gereageerde monomeren, die deel uitmaken van polymeren.

 Tweede vraag

39      Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening ongeldig is doordat het fabrikanten en importeurs van polymeren verplicht, een registratieverzoek in te dienen voor monomeren als omschreven in punt 38 van dit arrest.

 Onlogica van artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening

40      Deze kritiek moet worden beschouwd als verband houdend met die inzake het niet inachtnemen van het evenredigheidsbeginsel.

 Niet-inachtneming van het evenredigheidsbeginsel

41      Volgens vaste rechtspraak vereist het evenredigheidsbeginsel, dat deel uitmaakt van de algemene beginselen van gemeenschapsrecht, dat de middelen waarmee een communautaire bepaling het gestelde doel beoogt te bereiken, passend zijn en niet verder gaan dan daarvoor noodzakelijk is [arrest van 10 december 2002, British American Tobacco (Investments) en Imperial Tobacco, C‑491/01, Jurispr. blz. I‑11453, punt 122 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

42      Wat het rechterlijk toezicht op de in het voorgaande punt vermelde voorwaarden betreft, beschikt de gemeenschapswetgever over een ruime discretionaire bevoegdheid op een gebied als het onderhavige, waarop van hem politieke, economische en sociale keuzes worden verlangd en waarop hij ingewikkelde beoordelingen moet maken. Een op dit gebied vastgestelde maatregel is slechts onrechtmatig, wanneer hij kennelijk ongeschikt is ter bereiking van het door de bevoegde instellingen nagestreefde doel [arrest British American Tobacco (Investments) en Imperial Tobacco, reeds aangehaald, punt 123 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

43      In casu moet worden onderzocht of de plicht tot registratie van monomeren zoals deze zijn omschreven in punt 38 van dit arrest en welke aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening voldoen, een voor het bereiken van de doelstellingen van deze verordening evenredig middel vormt.

44      Zoals in herinnering gebracht in punt 35 van dit arrest, zijn de doelstellingen van de verordening, die zijn omschreven in artikel 1 ervan, „een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu [...], alsmede het vrije verkeer van stoffen op de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de innovatie te vergroten”.

45      Gelet op punt 16 van de considerans van de REACH-verordening, moet echter worden vastgesteld dat de communautaire wetgever als hoofddoel van de registratieplicht van artikel 6, lid 3, van deze verordening het eerste van deze drie doelen heeft vastgelegd, te weten waarborging van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

46      Het middel om dit doel te bereiken is, zoals in punt 19 van de considerans van de REACH-verordening wordt vermeld, de registratieplicht voor fabrikanten en importeurs, met inbegrip van de plicht, gegevens te verzamelen over de stoffen die zij vervaardigen of invoeren, deze gegevens te gebruiken om de risico’s van deze stoffen te beoordelen en geschikte risicobeheersmaatregelen op te stellen en aan te bevelen.

47      Er zij opgemerkt dat deze registratieplicht ingevolge artikel 6, lid 1, van de REACH-verordening ziet op elke, in hoeveelheden van 1 ton of meer per jaar, in de Gemeenschap vervaardigde of ingevoerde soort stof. Bovendien is zij op de stoffen van toepassing ongeacht of deze al dan niet als gevaarlijk zijn ingedeeld, behoudens uitdrukkelijke vrijstelling.

48      Gelet op de in punt 38 van dit arrest geformuleerde conclusie, geldt deze verplichting voor gereageerde monomeren die deel uitmaken van polymeren, terwijl polymeren van deze verplichting zijn vrijgesteld.

49      Wat betreft de doelstelling van bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu, zij om te beginnen vastgesteld dat de registratie van stoffen strekt tot betere informatievoorziening voor het publiek en voor hen die downstream werkzaam zijn, over de risico’s, en dat deze registratie derhalve moet worden aangemerkt als een instrument voor verhoging van een dergelijke bescherming.

50      Ofschoon polymeren om praktische redenen in verband met hun te grote aantal zijn vrijgesteld van registratie, kan deze situatie overeenkomstig artikel 138, lid 2, van de REACH-verordening worden herzien zodra een uitvoerbare en kosteneffectieve selectiemethode voor polymeren is kunnen worden vastgesteld.

51      Door de registratieplicht voor monomeren, die minder groot in aantal zijn dan polymeren, komt derhalve niet alleen informatie beschikbaar over de risico’s die aan deze stoffen eigen zijn, maar ook over de risico’s van de monomeren in de vorm van residuen na polymerisatie of in monomeervorm na het eventuele uiteenvallen van het polymeer.

52      Zoals de advocaat-generaal in punt 94 van haar conclusie heeft opgemerkt, is bij de productie van polymeren in de Gemeenschap het nut van registratie van de monomeren evident, omdat de monomeren worden gebruikt als niet-gereageerde monomeren binnen de Gemeenschap en daar derhalve de registratie-informatie bekend moet zijn, zodat mogelijke risico’s kunnen worden beheerst.

53      Voorts draagt in geval van invoer van polymeren in de Gemeenschap de plicht om gereageerde monomeren te registreren, onder dezelfde voorwaarden bij aan de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu, aangezien deze plicht tevens een betere kennis van de polymeren mogelijk maakt.

54      Bovendien beantwoordt een dergelijke plicht tot registratie van monomeren aan het voorzorgsbeginsel zoals dat in herinnering is gebracht in artikel 1, lid 3, van de REACH-verordening.

55      De registratieplicht voor importeurs leidt tot een rechtvaardigere verdeling van de registratiekosten tussen fabrikanten in de Gemeenschap en importeurs.

56      Een dergelijke gelijke behandeling voorkomt concurrentiedistorsies en waarborgt aldus een eerlijke mededinging binnen de Gemeenschap.

57      Zoals de advocaat-generaal in punt 105 van haar conclusie heeft opgemerkt, is de bescherming van producenten in de Gemeenschap tegen mededingingsnadelen die het gevolg zouden kunnen zijn van de andere situatie voor importeurs, een toelaatbare doelstelling van de gemeenschapswetgever.

58      Hieruit volgt dat de registratieplicht voor gereageerde monomeren in polymeren passend is om de doelstellingen van de REACH-verordening te bereiken.

59      Er moet echter nog worden nagegaan of deze verplichting niet verder gaat dan voor de verwezenlijking van deze doelstellingen noodzakelijk is.

60      Ter waarborging van een werkelijke mededinging in de Gemeenschap moeten voor importeurs van monomeren dezelfde plichten gelden als voor fabrikanten in de Gemeenschap, of soortgelijke plichten welke tot een aanpassing van de kosten leiden.

61      Elk ander middel om het ontbreken van registratiekosten voor importeurs te compenseren, zou niet noodzakelijkerwijs minder bezwarend voor hen zijn.

62      Evenzo zou elke beperking van de registratieplicht tot enkel in de Gemeenschap geproduceerde monomeren in tegenspraak zijn met het doel van concurrentievermogen en innovatie, daar de invoer van monomeren tegen een lagere prijs, zonder inaanmerkingneming van registratiekosten, elke fabrikant in de Gemeenschap zou ontmoedigen, met onderzoek naar deze monomeren aan te vangen of dit voort te zetten.

63      Hieruit volgt dat de registratieplicht voor gereageerde monomeren waaruit polymeren bestaan, niet verder gaat dan noodzakelijk is om de doelstellingen van de REACH-verordening te bereiken.

64      Verzoeksters in het hoofdgeding betwisten echter dat deze registratieplicht evenredig is. Zij zijn van mening dat enerzijds de importeurs met ernstige praktische moeilijkheden worden geconfronteerd, met name doordat zij niet de samenstelling van het ingevoerde polymeer kennen, en anderzijds de kosten van de registratieprocedure in geen enkele verhouding staan tot de behaalde omzet en tot de hoeveelheden stoffen waar het om gaat.

65      In dit verband moet in de eerste plaats worden opgemerkt dat ingevolge artikel 8, lid 1, van de REACH-verordening voor de fabrikant van stoffen als zodanig of in een preparaat, of die een voorwerp vervaardigt dat in de Gemeenschap wordt ingevoerd, een alleenvertegenwoordiger kan worden aangewezen.

66      Deze vertegenwoordiger draagt er zorg voor dat wordt voldaan aan alle verplichtingen voor de importeurs, die hiervan in kennis worden gesteld en derhalve als downstreamgebruikers worden beschouwd. De registratieplichten rusten derhalve op die vertegenwoordiger, die wordt aangewezen door de niet in de Gemeenschap gevestigde fabrikant, wiens vertrouwen hij geniet.

67      In de tweede plaats moet wat de kosten van de registratieprocedure betreft worden vastgesteld dat de procedure identiek is, ongeacht of de producten in de Gemeenschap dan wel daarbuiten worden vervaardigd, en dat de last voor de niet in de Gemeenschap gevestigde fabrikanten of de importeurs bijgevolg niet groter is dan voor de fabrikanten in de Gemeenschap.

68      Voorts voorziet de REACH-verordening, zoals de advocaat-generaal in punt 130 van haar conclusie heeft opgemerkt, erin dat informatie wordt gedeeld, opdat de kosten betreffende de stoffen tussen de verschillende registranten van eenzelfde stof worden verlaagd.

69      Zo wordt in punt 33 van de considerans van deze verordening verklaard: „Gezorgd moet worden voor gezamenlijke indiening en het delen van informatie over stoffen, om het registratiesysteem efficiënter te maken en de kosten en het aantal proeven met gewervelde dieren te beperken.”

70      De verwezenlijking van deze doelstellingen wordt gewaarborgd door artikel 27, lid 3, van de REACH-verordening, dat voorziet in het delen van informatie om de kosten tussen de registranten te verlagen.

71      Gelet op het beperkte aantal potentiële monomeren, de geldigheidsduur van 12 jaar van een eerdere registratie van stoffen, zoals voorzien in artikel 27 van de REACH-verordening, alsmede de mogelijkheid om informatie te delen ter verlaging van de kosten, lijkt de last van de registratieplicht voor gereageerde monomeren in een polymeer derhalve niet kennelijk onevenredig tegen de achtergrond van het vrije verkeer van goederen op de interne markt die openstaat voor eerlijke mededinging.

72      Uit bovenstaande overwegingen volgt dat artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening niet ongeldig is op grond van schending van het evenredigheidsbeginsel.

 Niet-inachtneming van beginsel van gelijke behandeling

73      Verzoeksters in het hoofdgeding stellen dat ofschoon de registratieplicht voor monomeren identiek is, de fabrikanten van polymeren in de Gemeenschap deze stoffen gemakkelijker dan de importeurs kunnen registreren, omdat zij de samenstelling van hun producten kennen, terwijl de importeurs van hun kant afhankelijk blijven van de goede wil van hun leveranciers van buiten de Gemeenschap.

74      Volgens vaste rechtspraak vereist het beginsel van gelijke behandeling of non‑discriminatie dat, behoudens objectieve rechtvaardiging, vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties niet gelijk worden behandeld (arrest van 10 januari 2006, IATA et ELFAA, C‑344/04, Jurispr. blz. I‑403, punt 95 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

75      Dienaangaande moet in de eerste plaats worden opgemerkt dat de registratieplicht voor de fabrikanten uit de Gemeenschap en de importeurs identiek is.

76      In de tweede plaats moet worden vastgesteld dat gereageerde monomeren in polymeren die binnen de Gemeenschap worden vervaardigd of aldaar worden ingevoerd, zich in een vergelijkbare situatie bevinden, aangezien zij uitwisselbaar of identiek zijn.

77      In de derde plaats bevinden de fabrikanten in de Gemeenschap en de importeurs zich in een verschillende situatie, want eerstgenoemde beschikken over kennis van hun producten, terwijl de importeurs afhankelijk zijn van de informatieverstrekking door leveranciers die zich buiten de Gemeenschap bevinden.

78      Niettemin wordt de vereiste gelijke behandeling van deze verschillende situaties objectief gerechtvaardigd door de eerbiediging van de mededingingsregels die op de interne markt van toepassing zijn.

79      Door de importeurs van gereageerde monomeren anders te behandelen dan de fabrikanten van deze stoffen in de Gemeenschap, zouden de importeurs namelijk worden bevoordeeld boven de fabrikanten.

80      Derhalve kan er geen schending van het beginsel van gelijke behandeling worden vastgesteld en is artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening niet ongeldig wegens schending van dit beginsel.

81      Uit een en ander volgt dat bij het onderzoek van de tweede prejudiciële vraag niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 6, lid 3, van de REACH-verordening kunnen aantasten.

 Kosten

82      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof van Justitie (Grote kamer) verklaart voor recht:

1)      Het begrip „monomeren” in artikel 6, lid 3, van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, heeft enkel betrekking op gereageerde monomeren, die deel uitmaken van polymeren.

2)      Bij het onderzoek van de tweede vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 6, lid 3, van verordening nr. 1907/2006 kunnen aantasten.

ondertekeningen


* Procestaal: Engels.