1.5.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 113/3


Arrest van het Hof (Grote kamer) van 9 maart 2010 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland

(Zaak C-518/07) (1)

(Niet-nakoming - Richtlijn 95/46/EG - Bescherming van natuurlijke personen bij verwerking van persoonsgegevens en vrij verkeer van deze gegevens - Artikel 28, lid 1 - Nationale toezichthoudende instanties - Onafhankelijkheid - Overheidstoezicht op deze instanties)

2010/C 113/04

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Docksey, C. Ladenburger en H. Krämer, gemachtigden)

Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: M. Lumma en J. Möller, gemachtigden)

Interveniënt aan de zijde van verzoekende partij: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (vertegenwoordigers: H. Hijmans en A. Scirocco, gemachtigden)

Voorwerp

Niet-nakoming — Schending van artikel 28, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31) — Verplichting van de lidstaten te verzekeren dat de nationale autoriteiten belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens de hun opgedragen taken in volledige onafhankelijkheid vervullen — Onderwerping aan staatstoezicht van de autoriteiten van de Länder belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in de niet-publieke sector

Dictum

1.

De Bondsrepubliek Duitsland is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 28, lid 1, tweede alinea, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, doordat de autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door niet-publieke organen en publiekrechtelijke ondernemingen die op de markt concurreren (öffentlich-rechtliche Wettbewerbsunternehmen) in de verschillende Länder aan overheidstoezicht zijn onderworpen, waardoor het vereiste dat deze autoriteiten hun taken „in volledige onafhankelijkheid” vervullen dus onjuist is uitgevoerd.

2.

De Bondsrepubliek Duitsland draagt de kosten van de Europese Commissie.

3.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming draagt zijn eigen kosten.


(1)  PB C 37 van 9.2.2008.