BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN

(Eerste kamer)

4 november 2008

Zaak F‑133/06

Luigi Marcuccio

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen

„Openbare dienst – Ambtenaren – Verzoek om teruggave van persoonlijke goederen – Besluit tot afwijzing van klacht in andere taal dan moedertaal van ambtenaar – Te laat ingesteld beroep – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”

Betreft: Beroep, ingesteld krachtens artikel 236 EG en artikel 152 EA, en strekkende tot, enerzijds, nietigverklaring van het besluit van de Commissie houdende afwijzing van verzoekers verzoek om de goederen die hij eerder heeft achtergelaten in de dienstwoning die hem ter beschikking was gesteld toen hij bij de delegatie van de Commissie in Angola was tewerkgesteld, af te leveren in zijn huidige woning en, anderzijds, veroordeling van de instelling tot betaling van een schadevergoeding aan verzoeker.

Beslissing: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker wordt verwezen in de kosten.

Samenvatting

1.      Ambtenaren – Beroep – Termijnen – Aanvang – Kennisgeving – Begrip

(Ambtenarenstatuut, art. 91, lid 3)

2.      Procedure – Kosten – Nodeloos of vexatoir veroorzaakte kosten

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg, art. 87, lid 3, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken, art. 122)

1.      De kennisgeving van een besluit tot afwijzing van een klacht dat is gesteld in een andere taal dan de moedertaal van de betrokken ambtenaar of de taal waarin de klacht was gesteld, is slechts regelmatig wanneer de betrokkene er deugdelijk kennis van heeft kunnen nemen.

(cf. punt 42)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: 7 februari 2001, Bonaiti Brighina/Commissie, T‑118/99, JurAmbt. blz. I‑A‑25 en II‑97, punt 17

Gerecht voor ambtenarenzaken: 13 december 2007, Duyster/Commissie, F‑51/05 en F‑18/07, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 57

2.      Artikel 87, lid 3, tweede alinea, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg, dat van overeenkomstig toepassing is op zaken die vóór de inwerkingtreding, op 1 november 2007, van zijn eigen Reglement voor de procesvoering aanhangig waren bij het Gerecht voor ambtenarenzaken, moet worden toegepast op de ambtenaar die zich is blijven verzetten tegen de administratie door te weigeren met haar mee te werken en door zonder enige rechtvaardiging voor de contentieuze procedure te kiezen, zodat hij in alle proceskosten moet worden verwezen.

(cf. punten 55, 56 en 58)

Referentie:

Gerecht van eerste aanleg: 17 mei 2006, Marcuccio/Commissie, T‑241/03, JurAmbt. blz. I‑A‑2‑111 en II‑A‑2‑517, punt 65

Gerecht voor ambtenarenzaken: 6 december 2007, Marcuccio/Commissie, F‑40/06, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 50, waartegen hogere voorziening is ingesteld bij het Gerecht van eerste aanleg, zaak T‑46/08 P