61999J0541

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 22 november 2001. - Cape Snc tegen Idealservice Srl (C-541/99) et Idealservice MN RE Sas tegen OMAI Srl (C-542/99). - Verzoek om een prejudiciële beslissing: Giudice di pace di Viadana - Italië. - Artikel 2, sub b, van richtlijn 93/13/EEG - Begrip "consument" - Onderneming die met andere onderneming standaardovereenkomst sluit voor de verkrijging van goederen of diensten uitsluitend ten behoeve van haar eigen personeel. - Gevoegde zaken C-541/99 en C-542/99.

Jurisprudentie 2001 bladzijde I-09049


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


Harmonisatie van wetgevingen - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Richtlijn 93/13 - Consument zoals omschreven in artikel 2 - Begrip - Rechtspersonen - Daarvan uitgesloten

(Richtlijn 93/13 van de Raad, art. 2, sub b)

Samenvatting


$$Het begrip consument zoals omschreven in artikel 2, sub b, van richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, moet aldus worden uitgelegd dat het uitsluitend betrekking heeft op natuurlijke personen.

( cf. punt 17 en dictum )

Partijen


In de gevoegde zaken C-541/99 en C-542/99,

betreffende verzoeken aan het Hof krachtens artikel 234 EG van de Giudice di pace di Viadana (Italië), in de aldaar aanhangige gedingen tussen

Cape Snc

en

Idealservice Srl (C-541/99),

en tussen

Idealservice MN RE Sas

en

OMAI Srl (C-542/99),

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 2, sub b, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29),

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),

samengesteld als volgt: F. Macken (rapporteur), kamerpresident, C. Gulmann en J.-P. Puissochet, rechters,

advocaat-generaal: J. Mischo,

griffier: D. Louterman-Hubeau, afdelingshoofd,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door U. Leanza en G. Castellani Pastoris als gemachtigden, bijgestaan door D. Del Gaizo, avvocato dello Stato,

- de Spaanse regering, vertegenwoordigd door S. Ortiz Vamonde als gemachtigde,

- de Franse regering, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger en R. Loosli-Surrans als gemachtigden,

- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. França en P. Stancanelli als gemachtigden,

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van Idealservice Srl, vertegenwoordigd door R. Chiericati, avvocatessa; de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door D. Del Gaizo, en de Commissie, vertegenwoordigd door M. França en P. Stancanelli, ter terechtzitting van 17 mei 2001,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juni 2001,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest


1 Bij twee beschikkingen van 12 november 1999, binnengekomen bij het Hof op 31 december daaraanvolgend, heeft de Giudice di pace di Viadana krachtens artikel 234 EG drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 2, sub b, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29; hierna: richtlijn").

2 Deze vragen zijn gerezen in twee gedingen tussen Cape Snc (hierna: Cape") en Idealservice Srl, respectievelijk tussen Idealservice MN RE Sas en OMAI Srl (hierna: OMAI"), ter zake van de uitvoering van standaardovereenkomsten met een beding waarbij de Giudice di pace di Viadana als bevoegde rechter wordt aangewezen, en dat Cape en OMAI op basis van de richtlijn betwisten.

Rechtskader

3 Volgens artikel 1, lid 1, is het doel van de richtlijn, de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen een verkoper en een consument.

4 Artikel 2, sub b, van de richtlijn luidt:

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

[...]

b) ,consument: iedere natuurlijke persoon die bij onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen."

5 Artikel 2, sub c, van de richtlijn omschrijft verkoper" als iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die bij onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt in het kader van zijn publiekrechtelijke of privaatrechtelijke beroepsactiviteit".

Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen

6 Idealservice MN RE Sas en Idealservice Srl (hierna: Idealservice") hebben met OMAI en Cape op 14 september 1990 respectievelijk 26 januari 1996 een overeenkomst gesloten betreffende de levering aan laatstgenoemden van drankenautomaten, die in de ruimten van deze twee vennootschappen zijn geplaatst en uitsluitend bestemd waren voor hun eigen personeel.

7 In het kader van de uitvoering van deze overeenkomsten hebben Cape en OMAI verzet gedaan tegen een bevel tot betaling, op grond dat het in de overeenkomsten opgenomen bevoegdheidsbeding oneerlijk is in de zin van artikel 1469 bis, punt 19, van de Italiaanse Codice civile en dientengevolge op grond van artikel 1469 quinquies van die Codice niet aan de contractpartijen kan worden tegengeworpen.

8 De verwijzende rechter stelt vast dat zijn bevoegdheid om kennis te nemen van de hem voorgelegde geschillen afhangt van de uitlegging van voormelde bepalingen van de Codice civile, die een woordelijke omzetting" van de richtlijn vormen. Met name de in artikel 1469 bis van de Codice civile gebruikte begrippen verkoper" en consument" vormen volgens hem een letterlijke transcriptie van de definities in artikel 2 van de richtlijn.

9 Idealservice stelt in beide zaken, dat Cape en OMAI niet als consument in de zin van de richtlijn kunnen worden aangemerkt. Afgezien van het feit dat het om vennootschappen en niet om natuurlijke personen gaat, hebben Cape en OMAI de voor de nationale rechter bestreden overeenkomsten ondertekend in de uitoefening van hun ondernemingsactiviteit.

10 Van oordeel dat de beslechting van de twee bij hem aanhangige gedingen afhangt van de uitlegging van de richtlijn, heeft de Giudice di pace di Viadana de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende, in beide zaken gelijkluidende, prejudiciële vragen voorgelegd:

1) Kan als consument worden aangemerkt een ondernemer die met een andere ondernemer in het kader van diens eigenlijke ondernemersactiviteit op basis van een door laatstbedoelde opgestelde standaardovereenkomst een overeenkomst sluit betreffende de verkrijging, uitsluitend ten behoeve van zijn eigen personeel, van een dienst die of een goed dat volledig losstaat van of niets van doen heeft met zijn eigenlijke bedrijfs- en beroepsactiviteit? Kan in een dergelijk geval worden gezegd dat die persoon heeft gehandeld voor doeleinden die geen verband houden met de onderneming?

2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, kan een persoon of instelling die handelt voor doeleinden die niets van doen hebben met of niet kunnen dienen voor zijn of haar eigenlijke bedrijfs- of beroepsactiviteit, als consument worden aangemerkt of heeft het begrip consument uitsluitend betrekking op een natuurlijke persoon, met uitsluiting van alle andere personen?

3) Kan een vennootschap als consument worden aangemerkt?"

11 Bij beschikking van de president van het Hof van 17 januari 2000 zijn de zaken C-541/99 en C-542/99 gevoegd voor de schriftelijke en de mondelinge behandeling alsmede voor het arrest.

De tweede en de derde vraag

12 Met zijn tweede en zijn derde vraag, die als eerste onderzocht moeten worden, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of het begrip consument" zoals omschreven in artikel 2, sub b, van de richtlijn, aldus moet worden uitgelegd dat het uitsluitend betrekking heeft op natuurlijke personen.

13 Idealservice, de Italiaanse en de Franse regering, alsmede de Commissie stellen dat het begrip consument" uitsluitend op natuurlijke personen doelt.

14 De Spaanse regering voert echter aan dat het gemeenschapsrecht rechtspersonen in beginsel weliswaar niet als consumenten in de zin van de richtlijn beschouwt, doch niet een uitlegging uitsluit waarbij hun die hoedanigheid wordt verleend. Evenals de Franse regering betoogt zij, dat de definitie van het begrip consument in de richtlijn niet uitsluit dat in de nationale rechtsstelsels van de lidstaten bij de omzetting van de richtlijn een vennootschap als consument wordt aangemerkt.

15 Dienaangaande moet worden opgemerkt dat artikel 2, sub b, van de richtlijn de consument omschrijft als iedere natuurlijke persoon" die aan de voorwaarden van deze bepaling voldoet, terwijl in artikel 2, sub c, van de richtlijn in de definitie van het begrip verkoper" naar zowel natuurlijke als rechtspersonen wordt verwezen.

16 Uit de bewoordingen van artikel 2 van de richtlijn blijkt dus duidelijk, dat een ander dan een natuurlijk persoon, die een overeenkomst sluit met een verkoper, niet als consument in de zin van deze bepaling kan worden aangemerkt.

17 Derhalve moet op de tweede en de derde vraag worden geantwoord dat het begrip consument" zoals omschreven in artikel 2, sub b, van de richtlijn, aldus moet worden uitgelegd, dat het uitsluitend betrekking heeft op natuurlijke personen.

De eerste vraag

18 Gelet op het antwoord op de tweede en de derde vraag, behoeft de eerste vraag geen beantwoording.

Beslissing inzake de kosten


Kosten

19 De kosten door de Italiaanse, de Spaanse en de Franse regering alsmede door de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),

uitspraak doende op de door de Giudice di pace di Viadana bij beschikkingen van 12 november 1999 gestelde vragen, verklaart voor recht:

Het begrip consument" zoals omschreven in artikel 2, sub b, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, moet aldus worden uitgelegd dat het uitsluitend betrekking heeft op natuurlijke personen.