Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Sociale politiek - Mannelijke en vrouwelijke werknemers - Gelijke beloning - Toeslag wegens ongunstige werkuren betaald aan vroedvrouwen - Inaanmerkingneming voor vergelijking met beloning van ziekenhuistechnici - Daarvan uitgesloten - Bewijslast in geval van schijnbare discriminatie

[EG-Verdrag, art. 119 (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG); richtlijn 75/117 van de Raad]

2. Sociale politiek - Mannelijke en vrouwelijke werknemers - Gelijke beloning - Arbeidstijdverkorting verleend aan vroedvrouwen die in ploegendienst werken, en tegenwaarde van die verkorting - Inaanmerkingneming voor vergelijking met beloning van ziekenhuistechnici - Daarvan uitgesloten - Verkorting die factor kan vormen welke verschil in beloning kan rechtvaardigen - Bewijslast

[EG-Verdrag, art. 119 (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG); richtlijn 75/117 van de Raad]

Samenvatting

1. Een aan vroedvrouwen betaalde toeslag wegens ongunstige werkuren, die van maand tot maand verschilt naar gelang het deel van het etmaal waarop is gewerkt, en die ertoe leidt dat het moeilijk is een vergelijking te maken tussen het totaalbedrag van het loon en de toeslag van een vroedvrouw enerzijds en het basisloon van de groep van ziekenhuistechnici anderzijds, dient niet in aanmerking te worden genomen bij de berekening van de grondslag voor de vergelijking van de beloning in de zin van artikel 119 van het Verdrag (de artikelen 117-120 van het Verdrag zijn vervangen door de artikelen 136 EG-143 EG) en van richtlijn 75/117, die aan beide betrokken groepen wordt toegekend.

Indien een verschil in beloning tussen beide groepen wordt geconstateerd en de beschikbare statistische gegevens erop wijzen, dat zich een aanzienlijk groter percentage vrouwen dan mannen in de benadeelde groep bevindt, moet de werkgever ingevolge artikel 119 van het Verdrag dit verschil rechtvaardigen aan de hand van objectieve factoren die niets van doen hebben met discriminatie op grond van geslacht.

( cf. punten 45, 54, dictum 1 )

2. De arbeidstijdverkorting die bij arbeid door vroedvrouwen in drieploegendienst wordt verleend in vergelijking met de normale arbeidsduur bij arbeid overdag door de ziekenhuistechnici, of de tegenwaarde van die arbeidstijdverkorting, dient niet in aanmerking te worden genomen bij de berekening van de grondslag voor de vergelijking van de beloning in de zin van artikel 119 van het Verdrag (de artikelen 117-120 van het Verdrag zijn vervangen door de artikelen 136 EG-143 EG) en van richtlijn 75/117, die aan beide betrokken groepen worden toegekend.

Die arbeidstijdverkorting kan evenwel een objectieve reden vormen, die niets van doen heeft met discriminatie op grond van geslacht en die een verschil in beloning kan rechtvaardigen. De werkgever moet aantonen, dat zulks daadwerkelijk het geval is.

( cf. punt 63, dictum 2 )