Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1 Handelingen van de instellingen - Toepassing ratione temporis - Procedureregels - Toepassing op geschillen die aanhangig zijn bij inwerkingtreding ervan

2 Vrij verkeer van goederen - Communautair douanevervoer - Extern communautair douanevervoer - Overtredingen of onregelmatigheden - Ontstaan van douaneschuld - Verplichting om belastingplichtige in kennis te stellen van risico van fraude - Geen - Douaneschuld die onafhankelijk van fouten van belastingplichtige is ontstaan.

(Verordening nr. 2726/90 van de Raad, art. 11, lid 1, sub c)

3 Eigen middelen van de Europese Gemeenschappen - Navordering van rechten bij invoer of bij uitvoer - Termijn

(Verordeningen van de Raad nr. 1679/79, art. 2, lid 1, en nr. 1854/89, art. 3, 5 en 6, lid 1)

4 Eigen middelen van de Europese Gemeenschappen - Navordering van rechten bij invoer of bij uitvoer - Voorwaarden voor afzien van navordering, gesteld in artikel 5, lid 2, van verordening nr. 1697/79 - "Vergissing van bevoegde autoriteiten zelf" - Begrip - Weloverwogen nalaten om belastingplichtige te goeder trouw in kennis te stellen van mogelijkheid van fraude - Daarvan uitgesloten

(Verordening nr. 1697/79 van de Raad, art. 5, lid 2)

5 Eigen middelen van de Europese Gemeenschappen - Terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer of bij uitvoer - Artikel 13, lid 1, van verordening nr. 1430/79 - "Bijzondere situaties" - Begrip - Beoordeling door douaneautoriteiten en door Commissie - Nationale autoriteiten die in kader van onderzoek weloverwogen overtredingen en onregelmatigheden hebben laten begaan waardoor voor belastingplichtige te goeder trouw douaneschuld is ontstaan - Belastingplichtige geplaatst in uitzonderingssituatie ten opzichte van andere marktdeelnemers

(Verordening nr. 1430/79 van de Raad, art. 13, lid 1; verordeningen van de Commissie nr. 3799/86, art. 4 en nr. 2454/93, art. 905 tot en met 909)

Samenvatting

1 De procedureregels worden in het algemeen geacht van toepassing te zijn op alle bij hun inwerkingtreding aanhangige gedingen, in tegenstelling tot de materiële regels, die doorgaans aldus worden uitgelegd, dat zij niet van toepassing zijn op vóór hun inwerkingtreding bestaande situaties.

2 Het gemeenschapsrecht legt de douaneautoriteiten die op de hoogte zijn van een mogelijke fraude in het kader van de regeling extern communautair douanevervoer, geen enkele verplichting op de aangever ervoor te waarschuwen, dat hij ten gevolge van die fraude douanerechten schuldig kan worden, ook wanneer hij te goeder trouw zou hebben gehandeld.

Immers, artikel 11, lid 1, sub c, van verordening nr. 2726/90 betreffende communautair douanevervoer bepaalt, dat de aangever in beginsel gehouden is tot betaling van de rechten die opeisbaar zijn wegens "een bij het communautair douanevervoer begane overtreding of onregelmatigheid", zonder dat voor het ontstaan van de douaneschuld vereist is, dat het bewijs van een fout van de aangever wordt geleverd, of dat de douaneautoriteiten een verplichting wordt opgelegd de aangever in kennis te stellen van het verloop van het onderzoek dat tot de vaststelling van de overtreding of de onregelmatigheid heeft geleid.

3 Wanneer de douaneautoriteiten bij de navordering van douanerechten de termijnen overschrijden die zijn gesteld in de artikelen 3, 5 en 6, lid 1, van verordening nr. 1854/89 betreffende de boeking en de betalingsvoorwaarden voor uit hoofde van een douaneschuld te vereffenen bedragen aan rechten bij in- of bij uitvoer, doet dat het recht van die autoriteiten om tot navordering over te gaan niet vervallen, mits dit geschiedt binnen de in artikel 2, lid 1, van verordening nr. 1697/79 gestelde termijn.

4 Wanneer de douaneautoriteiten in het belang van het onderzoek bestemd om de daders of medeplichtigen van een gepleegde of voorgenomen fraude te identificeren of aan te houden, weloverwogen hebben nagelaten de aangever in kennis te stellen van een mogelijke fraude waarbij hij niet betrokken was, kan dit niet als een vergissing van de bevoegde autoriteiten zelf worden aangemerkt in de zin van artikel 5, lid 2, van verordening nr. 1697/79 inzake navordering van de rechten bij invoer of bij uitvoer die niet van de belastingschuldige zijn opgeëist voor goederen welke zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide.

5 Artikel 13, lid 1, van verordening nr. 1430/79 betreffende terugbetaling of kwijtschelding van in- of uitvoerrechten, zoals gewijzigd bij verordening nr. 3069/86, stelt die terugbetaling of kwijtschelding afhankelijk van twee cumulatieve voorwaarden, te weten het bestaan van een bijzondere situatie en het ontbreken van manipulatie of klaarblijkelijke nalatigheid van de kant van de marktdeelnemer. In dit verband is de in artikel 4 van verordening nr. 3799/86 opgenomen lijst van bijzondere situaties in de zin van artikel 13, lid 1, van verordening nr. 1430/79, niet uitputtend. Bijgevolg moeten de douaneautoriteiten van geval tot geval beoordelen, of een situatie die niet in die lijst is genoemd, van bijzondere aard is in de zin van de toepasselijke gemeenschapsregeling.

Wanneer de douaneautoriteit niet in staat was om zelf een beslissing over kwijtschelding van rechten te nemen, moet de lidstaat waaronder die autoriteit ressorteert, de zaak aan de Commissie toezenden, teneinde overeenkomstig de in de artikelen 905 tot en met 909 van verordening nr. 2454/93 vastgestelde procedure te worden geregeld. In dat kader bevat artikel 905, op basis waarvan de Commissie door de douaneautoriteit wordt verzocht om aan de hand van de haar toegezonden gegevens te beoordelen, of er sprake is van een bijzondere situatie die de kwijtschelding van rechten rechtvaardigt, een algemene billijkheidsclausule die geschreven is voor een uitzonderlijke situatie waarin de aangever verkeert ten opzichte van andere marktdeelnemers die dezelfde werkzaamheid verrichten. Dienaangaande kan het belang van een onderzoek door de nationale autoriteiten, wanneer de belastingplichtige aan wie geen enkele manipulatie of nalatigheid valt te verwijten, niet in kennis is gesteld van het verloop van het onderzoek, een bijzondere situatie opleveren in de zin van artikel 13, lid 1, van verordening nr. 1430/79, wanneer de omstandigheid dat de nationale autoriteiten in het belang van het onderzoek weloverwogen hebben toegelaten dat overtredingen en onregelmatigheden werden begaan waardoor voor de aangever een douaneschuld is ontstaan, laatstgenoemde in een uitzonderlijke situatie brengt ten opzichte van andere marktdeelnemers die dezelfde werkzaamheid verrichten.