61990J0120

ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 7 MEI 1991. - LUDWIG POST GMBH TEGEN OBERFINANZDIREKTION MUENCHEN. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: BUNDESFINANZHOF - DUITSLAND. - GEMEENSCHAPPELIJK DOUANETARIEF - TARIEFPOSTEN 0404 10 11 EN 0404 90 33 - WEIPROTEINECONCENTRAAT 75 %. - ZAAK C-120/90.

Jurisprudentie 1991 bladzijde I-02391


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefposten - Door ultrafiltratie verkregen produkt dat 76,6 % melkproteïne, 5 % lactose en 2,1 % melkvet bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker - Indeling onder postonderverdeling 0404 90 33 van gecombineerde nomenclatuur

Samenvatting


Het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat een als "weiproteïneconcentraat 75 %" aangeduid produkt, dat is verkregen door ultrafiltratie van wei en dat 76,6 % melkproteïne, 5 % lactose en 2,1 % melkvet bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, moet worden ingedeeld onder postonderverdeling 0404 90 33 ("produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...)") van dat tarief, zoals die postonderverdeling is omschreven in de bijlage bij verordening nr. 3174/88 van de Commissie tot wijziging van bijlage I van verordening nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. Een dergelijk produkt, dat niet meer de wezenlijke kenmerken van wei bezit, kan namelijk niet worden ingedeeld onder post 0404 10 ("wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen").

Partijen


In zaak C-120/90,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundesfinanzhof, in het aldaar aanhangig geding tussen

Ludwig Post GmbH,

en

Oberfinanzdirektion Muenchen,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de postonderverdelingen 0404 10 11 "wei, ook indien ingedikt (...), zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen", en 0404 90 33 "produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...), elders genoemd noch elders onder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen met een gehalte aan proteïne van meer dan 42 gewichtspercenten en met een vetgehalte van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten", van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1988, L 298, blz. 1),

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),

samengesteld als volgt: T. F. O' Higgins, kamerpresident, G. F. Mancini en F. A. Schockweiler, rechters,

advocaat-generaal: G. Tesauro,

griffier: D. Louterman, hoofdadministrateur,

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

- Ludwig Post GmbH, vertegenwoordigd door B. Festge, advocaat te Hamburg,

- de Franse regering, vertegenwoordigd door Ph. Pouzoulet, plaatsvervangend directeur Juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken en H. Duchène, secrétaire des Affaires étrangères van hetzelfde ministerie,

- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J. Sack, juridisch adviseur, als gemachtigde,

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de opmerkingen van Ludwig Post GmbH en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter terechtzitting van 7 maart 1991,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van dezelfde dag,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest


1 Bij beschikking van 13 maart 1990, ingekomen ter griffie van het Hof op 26 april daaraanvolgend, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de postonderverdelingen 0404 10 11 "wei, ook indien ingedikt (...), zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen", en 0404 90 33 "produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...), elders genoemd noch elders onder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen met een gehalte aan proteïne van meer dan 42 gewichtspercenten en met een vetgehalte van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten", van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT), in de versie van de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1988, L 298, blz. 1).

2 Deze vraag is gerezen in een geding tussen Ludwig Post GmbH (hierna: Post) en de Oberfinanzdirektion Muenchen (hierna: Oberfinanzdirektion) over de tariefindeling van een als "weiproteïneconcentraat 75 %" omschreven produkt.

3 Blijkens het dossier van het hoofdgeding is het litigieuze produkt een door ultrafiltratie van wei verkregen en voor gebruik bij de bereiding van levensmiddelen bestemd poeder dat 76,6 % melkproteïne, 5 % lactose en 2,1 % melkvet bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker. Het lactosegehalte van dit produkt bedraagt slechts ongeveer een veertiende van het gehalte dat in de regel in weipoeder voorkomt.

4 In 1988 verstrekte de Oberfinanzdirektion Post een tariefinlichting, volgens welke het betrokken produkt onder postonderverdeling 0404 90 33 van de gecombineerde nomenclatuur van het GDT moest worden ingedeeld. Post was daarentegen van mening, dat dit produkt onder postonderverdeling 0404 10 11 van het GDT viel.

5 Tot staving van het door haar ingestelde beroep bij het Bundesfinanzhof betoogde Post, dat blijkens de toelichtingen op post 0404 van het GDT het onttrekken van een deel van de lactose aan het betrokken produkt niets afdeed aan de kwalificatie van het produkt als "wei" in de zin van postonderverdeling 0404 10 11. Post baseerde zich hierbij op het wetenschappelijke taalgebruik op het gebied van levensmiddelen en op de in de betrokken handelskringen gangbare terminologie.

6 In de motivering van zijn verwijzingsbeschikking verklaarde het Bundesfinanzhof, dat het met name op grond van het geringe lactosegehalte van het betrokken produkt geneigd was zich aan te sluiten bij de opvatting van de Oberfinanzdirektion. Het produkt had daardoor de wezenlijke kenmerken van het basisprodukt verloren en kon, zoals door het Hof was uitgemaakt in het arrest van 25 mei 1989 (zaak 40/88, Weber, Jurispr. 1989, blz. 1395), niet meer onder de tariefpost van dit produkt worden ingedeeld. Het ging dus niet langer om wei waaraan een deel van de lactose was onttrokken, maar om gewijzigde wei met een gering lactosegehalte.

7 De nationale rechter was echter van mening, dat de uitlegging van de betrokken tariefbepalingen twijfels opriep, omdat enerzijds werd overwogen de regeling inzake de tariefindeling te wijzigen teneinde gewijzigde wei naast "wei" onder post 0404 10 van het GDT op te nemen, en anderzijds door Post was aangevoerd, dat de douaneautoriteiten van bepaalde Lid-Staten weipoeder dat 75 % proteïne en 3 % lactose bevatte, onder post 0404 10 van het GDT hadden ingedeeld.

8 In deze omstandigheden heeft het Bundesfinanzhof de behandeling van de zaak geschorst en aan het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

"Moet de gecombineerde nomenclatuur (1988) aldus worden uitgelegd, dat een door ultrafiltratie van wei verkregen poeder dat 76,6 % melkproteïne, 2,1 % melkvet en 5 % lactose bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, als een 'produkt bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...)' onder postonderverdeling 0404 90 33 of, zo dit niet het geval is, als 'wei (...)' onder postonderverdeling 0404 10 11 moet worden ingedeeld?"

9 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

10 Met zijn vraag wenst de nationale rechter in wezen te vernemen, of het GDT aldus moet worden uitgelegd, dat een als "weiproteïneconcentraat 75 %" aangeduid produkt, dat is verkregen door ultrafiltratie van wei en dat 76,6 % proteïne, 5 % lactose en 2,1 % melkvet bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, onder postonderverdeling 0404 90 33 van het GDT, "produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...)", of als "wei" onder postonderverdeling 0404 10 11 van het GDT moet worden ingedeeld.

11 Voor de beantwoording van deze vraag zij in de eerste plaats opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak (zie, laatstelijk, het arrest van 24 januari 1991, zaak C-384/89, Tomatis, Jurispr. 1991, blz. I-127) in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissend criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de posten en de onderverdelingen van het GDT en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn vastgelegd.

12 De onderverdelingen 0404 10 en 0404 90 van post 0404 van het GDT hebben betrekking op twee groepen van produkten, die worden aangeduid als "wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen" (0404 10) en "produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen" (0404 90).

13 Volgens de toelichtingen bij het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen betreffende post 0404 van het GDT is wei een natuurlijk bestanddeel van melk, dat overblijft nadat vet en caseïne aan de melk zijn onttrokken. Een deel van de lactose of de mineralen kan zijn onttrokken aan de wei en de wei kan zijn ingedikt.

14 Om uit te maken of een produkt als waarom het in het hoofdgeding gaat, kan worden aangemerkt als wei waaraan een deel van de lactose is onttrokken, in de zin van bovengenoemde toelichtingen, moet dus het lactosegehalte van dit produkt worden vergeleken met het lactosegehalte van wei.

15 Zoals de nationale rechter in de verwijzingsbeschikking heeft uiteengezet, bevat het uit melk gewonnen produkt, nadat vet en caseïne zijn verwijderd, gewoonlijk ongeveer 70 % lactose tegen 10 tot 14 % albumine, hetgeen overigens door de Commissie is bevestigd. Blijkens de verwijzingsbeschikking bedraagt het lactosegehalte van het produkt waarom het in het hoofdgeding gaat, daarentegen slechts 5 %.

16 Het Hof heeft reeds voor recht verklaard, dat een produkt pas onder een bepaalde post van het GDT kan worden ingedeeld, indien het de wezenlijke bestanddelen van het basisprodukt bevat en de verhouding van de verschillende bestanddelen van dat produkt niet belangrijk verschilt van die van het basisprodukt (arrest van 25 mei 1989, Weber, reeds aangehaald).

17 Dit is niet het geval met een weiproteïneconcentraat 75 % van de soort waarom het in het hoofdgeding gaat, omdat het lactosegehalte van dit produkt slechts ongeveer een veertiende bedraagt van het gehalte dat in de regel in weipoeder voorkomt, en ook de percentages van de overige bestanddelen van wei door het nagenoeg geheel onttrekken van de lactose aanzienlijk zijn veranderd.

18 Bijgevolg bezit een dergelijk produkt niet meer de wezenlijke kenmerken van het basisprodukt "wei" en kan het wegens het, in verhouding tot de normale waarde, geringe lactosegehalte niet worden aangemerkt als wei waaraan een deel van de lactose is onttrokken, in de zin van de toelichtingen. Het kan derhalve niet onder post 0404 10 van het GDT worden ingedeeld.

19 Een weiproteïneconcentraat 75 %, als waarom het in het hoofdgeding gaat, vertoont daarentegen, gelet op de samenstelling ervan zoals die blijkt uit de verwijzingsbeschikking, de in de tekst van postonderverdeling 0404 90 33 vastgelegde objectieve kenmerken.

20 Het gaat immers om een produkt dat uit natuurlijke bestanddelen van melk bestaat, dat 76,6 % proteïne bevat, dus meer dan de in de tekst van de betrokken postonderverdeling voorgeschreven 42 %, dat met zijn vetgehalte van 2,1 % binnen de vereiste norm blijft (tussen 1,5 % en 27 %) en waarin aantoonbaar geen suiker voorkomt, zodat aan de voorwaarde is voldaan, dat geen suiker of andere zoetstoffen mogen zijn toegevoegd.

21 Derhalve is een weiproteïneconcentraat 75 % als waarom het in het hoofdgeding gaat, voor de tariefindeling aan te merken als een uit natuurlijke bestanddelen van melk bestaand produkt, in de zin van postonderverdeling 0404 90 33 van het GDT.

22 Dit wordt bevestigd door het feit dat het Comité Nomenclatuur van de Internationale Douaneraad heeft besloten, bij de huidige stand van de regeling gewijzigde wei onder post 0404 90 van het GDT op te nemen.

23 Zoals door de Commissie terecht is opgemerkt, is het voor de interpretatie van de huidige versie van het GDT van geen belang, dat het Comité Nomenclatuur bij die gelegenheid te kennen heeft gegeven, het voor de toekomst wenselijk te achten dat de nomenclatuur zodanig wordt gewijzigd, dat zowel natuurlijke als gewijzigde wei onder post 0404 10 van het GDT worden opgenomen, en dat dit standpunt op 5 juli 1989 is overgenomen door de Internationale Douaneraad in de vorm van een tot de Lid-Staten gerichte aanbeveling, die per 1 januari 1992 in gemeenschapsrecht zal worden omgezet.

24 Evenmin wordt de op de tekst van de tariefposten gebaseerde interpretatie van het GDT beïnvloed door de terminologie die gangbaar zou zijn in de betrokken handelskringen, of door de eventuele uiteenlopende toepassing van de regeling in bepaalde Lid-Staten.

25 Mitsdien moet op de vraag van de nationale rechterlijke instantie worden geantwoord, dat het GDT aldus moet worden uitgelegd, dat een als "weiproteïneconcentraat 75 %" aangeduid produkt, dat is verkregen door ultrafiltratie van wei en dat 76,6 % melkproteïne, 5 % lactose en 2,1 % melkvet bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, moet worden ingedeeld onder postonderverdeling 0404 90 33 ("produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...)") van het GDT, zoals die postonderverdeling is omschreven in de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3174/88.

Beslissing inzake de kosten


Kosten

26 De kosten door de Franse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),

uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 13 maart 1990 gestelde vraag, verklaart voor recht:

Het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat een als "weiproteïneconcentraat 75 %" aangeduid produkt, dat is verkregen door ultrafiltratie van wei en dat 76,6 % melkproteïne, 5 % lactose en 2,1 % melkvet bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, moet worden ingedeeld onder postonderverdeling 0404 90 33 ("produkten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk (...)") van dat tarief, zoals die postonderverdeling is omschreven in de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.