61985J0221

ARREST VAN HET HOF VAN 12 FEBRUARI 1987. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN KONINKRIJK BELGIE. - NIET-NAKOMING - SCHENDING VAN ARTIKEL 52 - RECHT VAN VESTIGING IN DE SECTOR LABORATORIA VOOR KLINISCHE BIOLOGIE. - ZAAK 221/85.

Jurisprudentie 1987 bladzijde 00719


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

VRIJ VERKEER VAN PERSONEN - VRIJHEID VAN VESTIGING - NATIONALE REGELING BETREFFENDE WERKZAAMHEID VAN LABORATORIA VOOR KLINISCHE BIOLOGIE - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDEN - INACHTNEMING VAN BEGINSEL VAN GELIJKE BEHANDELING

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL*52, TWEEDE ALINEA )

Samenvatting


UIT ARTIKEL*52, TWEEDE ALINEA, EEG-VERDRAG EN DE CONTEXT VAN DIT ARTIKEL VOLGT DAT IEDERE LID-STAAT, ZOLANG HIJ HET BEGINSEL VAN GELIJKE BEHANDELING VAN EIGEN ONDERDANEN EN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN MAAR IN ACHT NEEMT, VRIJ IS OM BIJ GEBREKE VAN COMMUNAUTAIRE REGELS TER ZAKE, DE WERKZAAMHEID TE REGELEN VAN LABORATORIA DIE VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE VERRICHTEN .

Partijen


IN ZAAK 221/85,

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD DOOR J.*DELMOLY, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, ALS GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ G.*KREMLIS, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, BATIMENT JEAN MONNET, KIRCHBERG,

VERZOEKSTER,

TEGEN

KONINKRIJK BELGIE, VERTEGENWOORDIGD DOOR R.*HOEBAER, DIRECTEUR BIJ HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, ALS GEMACHTIGDE, BIJGESTAAN DOOR H.*VANDENBERGHE, ADVOCAAT TE BRUSSEL,

VERWEERDER,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF OM VAST TE STELLEN, DAT HET KONINKRIJK BELGIE, DOOR DE VERGOEDING UIT HOOFDE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID UIT TE SLUITEN VOOR VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE DIE WORDEN VERRICHT IN LABORATORIA GEEXPLOITEERD DOOR EEN PRIVAATRECHTELIJKE RECHTSPERSOON WAARVAN NIET ALLE LEDEN, VENNOTEN EN BEHEERDERS TOT HET VERRICHTEN VAN MEDISCHE ANALYSES BEVOEGDE NATUURLIJKE PERSONEN ZIJN, DE KRACHTENS ARTIKEL*52 EEG-VERDRAG OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN,

WIJST

HET HOF VAN JUSTITIE,

ADVOCAAT-GENERAAL : C.*O . LENZ

GRIFFIER : J.*A . POMPE, ADJUNCT-GRIFFIER

GEZIEN HET RAPPORT TER TERECHTZITTING EN TEN VERVOLGE OP DE MONDELINGE BEHANDELING OP 14*OKTOBER*1986,

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL TER TERECHTZITTING VAN 2*DECEMBER*1986,

HET NAVOLGENDE

ARREST

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT NEERGELEGD TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 20*JUNI 1985, HEEFT DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL*169 EEG-VERDRAG VERZOCHT, VAST TE STELLEN DAT HET KONINKRIJK BELGIE, DOOR DE VERGOEDING UIT HOOFDE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID UIT TE SLUITEN VOOR VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE DIE WORDEN VERRICHT IN LABORATORIA GEEXPLOITEERD DOOR EEN PRIVAATRECHTELIJKE RECHTSPERSOON WAARVAN NIET ALLE LEDEN, VENNOTEN EN BEHEERDERS TOT HET VERRICHTEN VAN MEDISCHE ANALYSES BEVOEGDE NATUURLIJKE PERSONEN ZIJN, DE KRACHTENS ARTIKEL*52 EEG-VERDRAG OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN .

2 VOOR DE BEPALINGEN VAN DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING INZAKE VERRICHTINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE, DE ANTECEDENTEN VAN HET BEROEP EN DE ARGUMENTEN VAN PARTIJEN WORDT VERWEZEN NAAR HET RAPPORT TER TERECHTZITTING . DEZE ELEMENTEN VAN HET DOSSIER WORDEN HIERNA SLECHTS WEERGEGEVEN VOOR ZOVER DAT NOODZAKELIJK IS VOOR DE REDENERING VAN HET HOF .

3 DE COMMISSIE IS VAN OORDEEL, DAT HET BELGISCHE KONINKLIJK BESLUIT NR.*143 VAN 30*DECEMBER 1982 TOT VASTSTELLING VAN DE VOORWAARDEN WAARAAN DE LABORATORIA MOETEN VOLDOEN VOOR DE TEGEMOETKOMING VAN DE ZIEKTEVERZEKERING VOOR VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE, ONVERENIGBAAR IS MET ARTIKEL*52 EEG-VERDRAG .

4 DIT BESLUIT VEREIST IMMERS, DAT WANNEER EEN LABORATORIUM WORDT GEEXPLOITEERD DOOR EEN RECHTSPERSOON MET WINSTOOGMERK, ALLE LEDEN, VENNOTEN EN BEHEERDERS ERVAN DE HOEDANIGHEID VAN ARTS OF APOTHEKER BEZITTEN . DAARDOOR ZOU HET VOOR IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE VENNOOTSCHAPPEN ONMOGELIJK ZIJN GEMAAKT, IN BELGIE SECUNDAIRE VESTIGINGEN, MET NAME DOCHTERONDERNEMINGEN, OP TE RICHTEN .

5 BOVENDIEN BEHOREN VOLGENS DE COMMISSIE TOT DE DOOR ARTIKEL*52 EEG-VERDRAG VERBODEN BEPERKINGEN VAN HET RECHT VAN VESTIGING NIET SLECHTS DISCRIMINERENDE MAATREGELEN, MAAR OOK MAATREGELEN DIE GELIJKELIJK VOOR EIGEN ONDERDANEN EN BUITENLANDERS GELDEN, WANNEER ZIJ VOOR DEZE LAATSTEN TOT ONGERECHTVAARDIGDE BELEMMERINGEN LEIDEN .

6 DE COMMISSIE VERVOLGT, DAT DE VORENBEDOELDE VOORWAARDEN WAARAAN DE LABORATORIA OP GROND VAN HET KONINKLIJK BESLUIT NR.*143 MOETEN VOLDOEN, NIET NOODZAKELIJK ZIJN OM EEN OVERCONSUMPTIE VAN VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE TE VOORKOMEN . IN DE EERSTE PLAATS ZOU HET GEVAAR VAN OVERCONSUMPTIE IN DE REGEL VOORNAMELIJK VAN DE VOORSCHRIJVENDE GENEESHEER UITGAAN, AANGEZIEN EEN DOOR HEM GEVRAAGDE ANALYSE MOEILIJK DOOR HET LABORATORIUM KAN WORDEN GEWEIGERD . IN DE TWEEDE PLAATS ZOU IN GEVAL VAN SAMENSPANNING ARTIKEL*9 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT NR.*143 DE MOGELIJKHEID BIEDEN OM TEGEN DE EXPLOITANT VAN HET LABORATORIUM OP TE TREDEN, ONGEACHT OF DEZE AL DAN NIET PERSOONLIJK GERECHTIGD IS OM ANALYSES TE VERRICHTEN .

7 DE BELGISCHE REGERING STELT DAARTEGENOVER, DAT DE BEVOEGDHEID OM REGELS TE STELLEN VOOR DE BETROKKEN WERKZAAMHEID, UITSLUITEND BIJ HAAR LIGT EN DAT DE GEWRAAKTE REGELING IN OVEREENSTEMMING IS MET HET GEMEENSCHAPSRECHT, AANGEZIEN ZIJ NIET DISCRIMINEREND IS TEN OPZICHTE VAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN OF TEN OPZICHTE VAN KRACHTENS ARTIKEL*58 EEG-VERDRAG DAARMEE GELIJKGESTELDE VENNOOTSCHAPPEN .

8 ZIJ VOERT VOORTS AAN, DAT HET BETROKKEN KONINKLIJK BESLUIT EEN DOELSTELLING VAN ALGEMEEN BELANG NASTREEFT, NAMELIJK DE OVERCONSUMPTIE VAN VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE TE VOORKOMEN, DIE VOLGENS HAAR HET GEVOLG ZOU KUNNEN ZIJN VAN SAMENSPANNING TUSSEN VOORSCHRIJVENDE GENEESHEREN EN LABORATORIA . TE DIEN EINDE BEPAALT DE WET, DAT VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE SLECHTS KUNNEN WORDEN VERGOED, INDIEN HET BETROKKEN LABORATORIUM WORDT GEEXPLOITEERD DOOR EEN ARTS OF DOOR EEN APOTHEKER OF, WANNEER DE EXPLOITATIE IN HANDEN IS VAN EEN RECHTSPERSOON MET WINSTOOGMERK, INDIEN DE LEDEN, VENNOTEN OF BEHEERDERS ERVAN ARTSEN OF APOTHEKERS ZIJN . HET ZOU OM BEROEPEN GAAN WAARVOOR EEN DOOR DE RESPECTIEVE ORDES OPGELEGDE TUCHTREGELING GELDT, DIE IN DE PRAKTIJK MET NAME HAAR DOELTREFFENDHEID HEEFT BEWEZEN BIJ HET VOORKOMEN VAN MISBRUIK BIJ DE AFGIFTE VAN VOORSCHRIFTEN . DE MOGELIJKHEID VAN STRAFRECHTELIJKE SANCTIES, ZOALS DIE OP GROND VAN EEN BEPALING ALS ARTIKEL*9 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT KUNNEN WORDEN OPGELEGD, ZOU DAARVOOR NIET VOLDOENDE ZIJN .

9 IN DE EERSTE PLAATS ZIJ EROP GEWEZEN, DAT DE VRIJHEID VAN VESTIGING INGEVOLGE ARTIKEL*52, TWEEDE*ALINEA, EEG-VERDRAG DE TOEGANG TOT EN DE UITOEFENING VAN WERKZAAMHEDEN ANDERS DAN IN LOONDIENST OMVAT OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN DIE DOOR DE WETGEVING VAN HET LAND VAN VESTIGING VOOR DE EIGEN ONDERDANEN ZIJN VASTGESTELD . UIT DEZE BEPALING EN UIT DE CONTEXT ERVAN VOLGT DAT IEDERE LID-STAAT, ZOLANG HIJ DIT VEREISTE VAN GELIJKE BEHANDELING MAAR IN ACHT NEEMT, VRIJ IS OM OP ZIJN GRONDGEBIED DE WERKZAAMHEID TE REGELEN VAN LABORATORIA DIE VERSTREKKINGEN VAN KLINISCHE BIOLOGIE VERRICHTEN .

10 VOORTS HEEFT, GELIJK HET HOF MET NAME VERKLAARDE IN ZIJN ARREST VAN 28*JANUARI*1986 ( ZAAK*270/83, COMMISSIE/FRANKRIJK, JURISPR.*1986, BLZ.*273 ), ARTIKEL*52 TOT DOEL, TE VERZEKEREN DAT ELKE ONDERDAAN VAN EEN LID-STAAT, DIE ZICH, ZIJ HET OOK SECUNDAIR, IN EEN ANDERE LID-STAAT VESTIGT OM ALDAAR WERKZAAMHEDEN ANDERS DAN IN LOONDIENST TE VERRICHTEN, ALDAAR ALS EEN EIGEN ONDERDAAN WORDT BEHANDELD, EN VERBIEDT HET IEDERE DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT ALS EEN BEPERKING VAN DE VRIJHEID VAN VESTIGING .

11 VASTGESTELD MOET WORDEN, DAT DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING VOOR ARTSEN OF APOTHEKERS DIE ONDERDAAN VAN EEN ANDERE LID-STAAT ZIJN, GEEN BELETSEL VORMT OM ZICH IN BELGIE TE VESTIGEN EN ALDAAR EEN LABORATORIUM TE EXPLOITEREN VOOR KLINISCHE ANALYSES DIE IN AANMERKING KOMEN VOOR VERGOEDING UIT HOOFDE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID . HET GAAT DUS OM EEN WETTELIJKE REGELING DIE GELIJKELIJK VAN TOEPASSING IS OP BELGISCHE ONDERDANEN EN OP ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN EN WAARVAN DE INHOUD NOCH DE DOELSTELLINGEN DE CONCLUSIE TOELATEN, DAT ZIJ IS VASTGESTELD MET HET OOGMERK VAN DISCRIMINATIE OF DAT ZIJ EEN DISCRIMINERENDE WERKING HEEFT .

12 OP GROND VAN HET VOORGAANDE MOET WORDEN GECONCLUDEERD, DAT DE BELGISCHE STAAT DOOR DE VASTSTELLING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT NR.*143 VAN 30*DECEMBER*1982 NIET IS TEKORT GESCHOTEN IN DE KRACHTENS ARTIKEL*52 EEG-VERDRAG OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN . MITSDIEN MOET HET BEROEP WORDEN VERWORPEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

13 INGEVOLGE ARTIKEL*69, PARAGRAAF*2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . AANGEZIEN VERZOEKSTER IN HET ONGELIJK IS GESTELD, DIENT ZIJ IN DE KOSTEN TE WORDEN VERWEZEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE :

1 ) VERWERPT HET BEROEP .

2 ) VERWIJST DE COMMISSIE IN DE KOSTEN VAN DE PROCEDURE .