61985J0121

ARREST VAN HET HOF (VIERDE KAMER) VAN 11 MAART 1986. - CONEGATE LTD TEGEN H. M. CUSTOMS AND EXCISE. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET HIGH COURT OF JUSTICE - QUEEN'S BENCH DIVISION. - INVOERBEPERKINGEN - REDENEN VAN OPENBARE ZEDELIJKHEID. - ZAAK 121/85.

Jurisprudentie 1986 bladzijde 01007
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00505
Finse bijz. uitgave bladzijde 00527


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN - AFWIJKINGEN - BESCHERMING VAN OPENBARE ZEDELIJKHEID - VERBOD OP INVOER VAN AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE VOORWERPEN - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDE - VERBOD OP VERVAARDIGING EN VERHANDELING VAN DEZELFDE GOEDEREN OP EIGEN GRONDGEBIED - DISPARITEITEN IN OP HET GRONDGEBIED VAN LID-STAAT GELDENDE WETTELIJKE REGELINGEN - ALGEMENE BEOORDELING

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 36 )

2 . INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN - OVEREENKOMSTEN VAN LID-STATEN - OVEREENKOMSTEN GESLOTEN VOOR INWERKINGTREDING VAN EEG-VERDRAG - ARTIKEL 234 EEG-VERDRAG - DOEL - DRAAGWIJDTE - RECHTVAARDIGING VAN INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELSBEPERKINGEN - ONTOELAATBAARHEID

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 234 )

Samenvatting


1 . EEN LID-STAAT KAN NIET MET EEN BEROEP OP DE OPENBARE ZEDELIJKHEID DE INVOER VAN BEPAALDE GOEDEREN VERBIEDEN OP GROND DAT ZIJ AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG ZIJN , WANNEER ZIJN EIGEN WETGEVING DE VERVAARDIGING OF HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN DEZELFDE GOEDEREN OP ZIJN GRONDGEBIED NIET VERBIEDT .

OF EEN DERGELIJK VERBOD BESTAAT IN EEN STAAT , BESTAANDE UIT VERSCHILLENDE DELEN DIE ELK HUN EIGEN INTERNE WETGEVING HEBBEN , IS EEN PROBLEEM DAT SLECHTS KAN WORDEN OPGELOST MET INACHTNEMING VAN ALLE RELEVANTE WETTELIJKE REGELINGEN . HOEWEL VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 36 NIET NODIG IS , DAT DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN ONDER EEN INVOERVERBOD VALLENDE PRODUKTEN IN ALLE DELEN VAN DIE STAAT VERBODEN IS , DIENT MEN UIT DE GELDENDE VOORSCHRIFTEN , ALLE TE ZAMEN GENOMEN , TEN MINSTE TE KUNNEN AFLEIDEN , DAT ZIJ DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN DIE PRODUKTEN IN WEZEN BEOGEN TE VERBIEDEN .

DIT IS NIET HET GEVAL BIJ EEN REGELING OP GROND WAARVAN DEZE GOEDEREN VRIJELIJK MOGEN WORDEN VERVAARDIGD , TERWIJL VOOR DE VERHANDELING ERVAN ENKEL EEN ABSOLUUT VERBOD VAN VERZENDING PER POST GELDT EN , IN BEPAALDE STREKEN , EEN VERGUNNINGENSTELSEL VOOR WINKELS DIE DE GOEDEREN AAN KLANTEN VAN ACHTTIEN JAAR EN OUDER MOGEN VERKOPEN .

2 . ARTIKEL 234 EEG-VERDRAG MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT OP EEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET VERDRAG GESLOTEN OVEREENKOMST GEEN BEROEP KAN WORDEN GEDAAN TER RECHTVAARDIGING VAN BEPERKINGEN VAN DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN . DEZE BEPALING , DIE TEN DOEL HEEFT TE VERZEKEREN DAT DE TOEPASSING VAN HET VERDRAG GEEN INVLOED HEEFT OP DE EERBIEDIGING VAN DE RECHTEN VAN DERDE LANDEN , VOORTVLOEIENDE UIT EEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET VERDRAG MET EEN LID-STAAT GESLOTEN OVEREENKOMST , NOCH OP DE NAKOMING DOOR DIE LID-STAAT VAN DE UIT DE OVEREENKOMST VOORTVLOEIENDE VERPLICHTINGEN , HEEFT UITSLUITEND BETREKKING OP RECHTEN EN VERPLICHTINGEN TUSSEN LID-STATEN EN DERDE LANDEN .

Partijen


IN ZAAK 121/85 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE HIGH COURT OF JUSTICE , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

CONEGATE LIMITED

EN

HM CUSTOMS & EXCISE ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 36 EN 234 EEG-VERDRAG ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 30 NOVEMBER 1984 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 29 APRIL 1985 , HEEFT DE HIGH COURT OF JUSTICE , QUEEN ' S BENCH DIVISION , KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG ENKELE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 36 EN 234 EEG-VERDRAG , TEN EINDE DE VERENIGBAARHEID MET HET GEMEENSCHAPSRECHT TE KUNNEN BEOORDELEN VAN EEN AANTAL BEPALINGEN VAN DE NATIONALE DOUANEWETGEVING .

2 DEZE VRAGEN ZIJN GEREZEN IN EEN GEDING MET BETREKKING TOT DE INBESLAGNEMING , DOOR DE BRITSE DOUANE , VAN EEN PARTIJ GOEDEREN DIE DOOR CONEGATE LIMITED ( HIERNA : CONEGATE ) UIT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND WAREN INGEVOERD . BIJ EEN CONTROLE OP DE LUCHTHAVEN WAAR DE GOEDEREN WAREN AANGEKOMEN , STELDEN DE DOUANEAMBTENAREN VAST , DAT DE ZENDING HOOFDZAKELIJK BESTOND UIT OPBLAASBARE POPPEN VAN KENNELIJK SEKSUELE AARD EN ANDERE EROTISCHE VOORWERPEN . ZIJ BESCHOUWDEN DEZE GOEDEREN ALS ' ' AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE ' ' VOORWERPEN , WAARVAN DE INVOER IN HET VERENIGD KONINKRIJK KRACHTENS SECTION 42 VAN DE CUSTOMS CONSOLIDATION ACT 1876 IS VERBODEN .

3 TEN VERZOEKE VAN DE DOUANEAUTORITEITEN GELASTTE DE UXBRIDGE MAGISTRATES COURT DE VERBEURDVERKLARING VAN DE GOEDEREN , WELKE BESLISSING DOOR DE SOUTHWARK CROWN COURT WERD BEVESTIGD . IN HOGER BEROEP VAN LAATSTBEDOELDE UITSPRAAK BETOOGDE CONEGATE VOOR DE HIGH COURT , DAT DE VERBEURDVERKLARING VAN DE GOEDEREN IN DE OMSTANDIGHEDEN VAN HET GEVAL INBREUK MAAKTE OP ARTIKEL 30 EEG-VERDRAG , ZONDER DAT DIT KON WORDEN GERECHTVAARDIGD UIT HOOFDE VAN BESCHERMING VAN DE OPENBARE ZEDELIJKHEID IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG .

4 TOT STAVING VAN HAAR STELLING VOERDE CONEGATE AAN , DAT HET HOF IN ZIJN ARREST VAN 14 DECEMBER 1979 ( ZAAK 34/79 , HENN EN DARBY , JURISPR . 1979 , BLZ . 3795 ) WELISWAAR HEEFT OVERWOGEN DAT EEN INVOERVERBOD VOOR GOEDEREN KAN WORDEN GERECHTVAARDIGD UIT HOOFDE VAN BESCHERMING VAN DE OPENBARE ZEDELIJKHEID , EN DAT HET IN BEGINSEL AAN ELKE LID-STAAT STAAT DE VEREISTEN INZAKE DE OPENBARE ZEDELIJKHEID OP ZIJN GRONDGEBIED TE BEPALEN , DOCH DAT DE TOEPASSING VAN EEN DERGELIJK VERBOD NIETTEMIN EEN MIDDEL TOT WILLEKEURIGE DISCRIMINATIE IS IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , TWEEDE ZIN , WANNEER IN DE BETROKKEN LID-STAAT EEN GEOORLOOFDE HANDEL IN DEZELFDE GOEDEREN BESTAAT . DIT ZOU HET GEVAL ZIJN IN HET VERENIGD KONINKRIJK , WAAR DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN EROTISCHE VOORWERPEN NIET IN HET ALGEMEEN VERBODEN IS , ZULKS IN TEGENSTELLING TOT DE AANMAAK EN HET OP DE MARKT BRENGEN VAN ONTUCHTIGE PUBLIKATIES , WAAROP VOORNOEMD ARREST VAN 14 DECEMBER 1979 BETREKKING HAD .

5 DAARBIJ WEES CONEGATE EROP , DAT DE VERVAARDIGING VAN DE IN GEDING ZIJNDE VOORWERPEN VOLGENS DE BRITSE WETGEVING AAN GEEN ENKELE BEPERKING ONDERHEVIG IS , TERWIJL WAT HET IN DE HANDEL BRENGEN ERVAN BETREFT , HET ENKEL VERBODEN IS ZE PER POST TE VERZENDEN EN ZE OP VOOR HET PUBLIEK TOEGANKELIJKE PLAATSEN UIT TE STALLEN . IN SOMMIGE DELEN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK ZOUDEN ANDERE BEPERKINGEN GELDEN ; ZO ZOUDEN DE PLAATSELIJKE AUTORITEITEN IN ENGELAND EN WALES KUNNEN KIEZEN , OF ZIJ DE VERSPREIDING ERVAN VRIJLATEN DAN WEL HET AANTAL VERKOOPPUNTEN BEPERKEN DOOR DE VERSPREIDING ENKEL TOE TE STAAN VIA ' ' SEX-SHOPS ' ' MET EEN SPECIALE VERGUNNING .

6 VAN OORDEEL DAT HET GESCHIL EEN VRAAG VAN UITLEGGING VAN GEMEENSCHAPSRECHT DEED RIJZEN , HEEFT DE HIGH COURT DE BEHANDELING VAN DE ZAAK GESCHORST EN HET HOF VERZOCHT OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE VOLGENDE VRAGEN :

' ' 1 ) INDIEN IN EEN LID-STAAT EEN ABSOLUUT VERBOD BESTAAT OP DE INVOER VAN BEPAALDE GOEDEREN UIT EEN ANDERE LID-STAAT OP GROND DAT ZIJ AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG ZIJN , IS HET DAN , OM TE KUNNEN AANNEMEN DAT IN DE LID-STAAT VAN INVOER GEEN , GEOORLOOFDE HANDEL ' IN DIE GOEDEREN BESTAAT IN DE ZIN VAN R.O . 21 EN 22 VAN , S HOFS ARREST-HENN EN DARBY ( ZAAK 34/79 , JURISPR . 1979 , BLZ . 3795 ),

A ) VOLDOENDE DAT DEZE GOEDEREN IN DE LID-STAAT VAN INVOER MOGEN WORDEN VERVAARDIGD EN IN DE HANDEL GEBRACHT , BEHOUDENS

( I ) EEN VOLSTREKT VERBOD ZE PER POST TE VERZENDEN ;

( II ) EEN BEPERKING OP HET IN HET OPENBAAR UITSTALLEN ERVAN , EN

( III)EEN VERGUNNINGENSTELSEL , IN BEPAALDE GEBIEDEN VAN DIE LID-STAAT , VOOR WINKELS VOOR DE VERKOOP VAN DIE GOEDEREN AAN KLANTEN VAN ACHTTIEN JAAR EN OUDER , WELK VERGUNNINGENSTELSEL OP GEEN ENKELE WIJZE AFDOET AAN DE MATERIELE WETGEVING INZAKE AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE ARTIKELEN IN DIE LID-STAAT ;

OF

B ) DIENT ER IN DE LID-STAAT VAN INVOER EEN ABSOLUUT VERBOD OP HET VERVAARDIGEN EN IN DE HANDEL BRENGEN VAN DIE GOEDEREN TE BESTAAN ?

2 ) WANNEER IN EEN LID-STAAT VAN INVOER EEN , GEOORLOOFDE HANDEL ' BESTAAT IN GOEDEREN WAARVOOR EEN ABSOLUUT VERBOD OP DE INVOER UIT ANDERE LID-STATEN GELDT OP GROND DAT ZIJ AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG ZIJN , MAG DE LID-STAAT VAN INVOER DAN OM REDENEN VAN OPENBARE ZEDELIJKHEID IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG DE INVOER VAN DIE GOEDEREN UIT EEN ANDERE LID-STAAT VERBIEDEN OP GROND DAT ZIJ AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG ZIJN , OF VORMT EEN DERGELIJK VERBOD EEN MIDDEL TOT WILLEKEURIGE DISCRIMINATIE OF EEN VERKAPTE BEPERKING VAN DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN ?

3 ) VORMT HET VERBOD OP DE INVOER VAN AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE ARTIKELEN IN SECTION 42 VAN DE CUSTOMS CONSOLIDATION ACT 1876 EEN MIDDEL TOT WILLEKEURIGE DISCRIMINATIE OF EEN VERKAPTE BEPERKING VAN DE HANDEL IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG , VOOR ZOVER HET GELDT VOOR WEL KRACHTENS DIE WET , DOCH NIET KRACHTENS DE OBSCENE PUBLICATIONS ACT 1959 VERBODEN GOEDEREN ?

4 ) ONGEACHT HET ANTWOORD OP DE VOORGAANDE VRAGEN : INDIEN EEN LID-STAAT , HANDELEND IN OVEREENSTEMMING MET ZIJN INTERNATIONALE VERPLICHTINGEN KRACHTENS HET VERDRAG VAN GENEVE VAN 1923 TOT BETEUGELING VAN DE VERSPREIDING VAN EN DE HANDEL IN ONTUCHTIGE UITGAVEN EN HET WERELDPOSTVERDRAG ( OPNIEUW VASTGESTELD TE LAUSANNE IN 1974 EN IN WERKING GETREDEN OP 1 JANUARI 1976 ), DE INVOER UIT ANDERE LID-STATEN VAN ALS AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG GEKWALIFICEERDE ARTIKELEN VOLSTREKT VERBIEDT , IS DAT VERBOD DAN IN OVEREENSTEMMING MET ARTIKEL 234 EEG-VERDRAG ?

' '

7 IN DEZE ZAAK ZIJN OPMERKINGEN INGEDIEND DOOR CONEGATE , DE BRITSE REGERING EN DE COMMISSIE .

DE EERSTE VRAAG

8 ONDER VERWIJZING NAAR DE DOOR HAAR VOOR DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES GEFORMULEERDE OPMERKINGEN , BETOOGT CONEGATE , DAT SECTION 42 VAN DE CUSTOMS CONSOLIDATION ACT 1876 , WAARBIJ DE INVOER VAN AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE VOORWERPEN IN HET ALGEMEEN WORDT VERBODEN , EEN STRENGERE BEPERKING INHOUDT DAN DIE WELKE VOORTVLOEIT UIT DE WETGEVING DIE IN DE ONDERSCHEIDEN DELEN VAN HET LAND , ZOALS ENGELAND EN WALES , VOOR DE HANDEL IN DEZE PRODUKTEN GELDT . DIT ZOU NOG MEER GELDEN VOOR DE TOESTAND IN NOORD-IERLAND , WAAR DE WETGEVING HET OP DE MARKT BRENGEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN OP GEEN ENKELE MANIER BEPERKT , BEHALVE DAN DAT ZIJ NIET PER POST MOGEN WORDEN VERZONDEN OF IN HET OPENBAAR UITGESTALD .

9 DE BRITSE REGERING MERKT VOOREERST OP , DAT DE EERSTE VRAAG , ZOALS DOOR DE HIGH COURT GEFORMULEERD , EEN JUISTE WEERGAVE IS VAN DE IN ENGELAND , WALES EN NOORD-IERLAND BESTAANDE BEPERKINGEN VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE VOORWERPEN , MAAR DAT ZIJ GEEN REKENING HOUDT MET DE STRENGERE BEPERKINGEN DIE IN SCHOTLAND EN OP HET EILAND MAN GELDEN . IN SCHOTLAND IS DE VERSPREIDING MET HET OOG OP DE VERKOOP VAN ' ' ONTUCHTIG MATERIAAL ' ' WETTELIJK VERBODEN ; DAARBIJ OMVAT DE TERM ' ' MATERIAAL ' ' ONDER MEER AFBEELDINGEN EN MODELLEN . ER ZOU ECHTER NOG GEEN RECHTSPRAAK BESTAAN OVER DE VRAAG , OF ONDER ' ' ONTUCHTIG MATERIAAL ' ' OOK PRODUKTEN VALLEN ALS DIE WELKE DOOR CONEGATE ZIJN INGEVOERD . ANDERZIJDS ZOUDEN DEZE PRODUKTEN DUIDELIJK VALLEN ONDER DE ' ' AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE AFBEELDINGEN ' ' , WAARVAN DE VERVAARDIGING EN VERSPREIDING OP HET EILAND MAN VOLGENS DE ALDAAR GELDENDE REGELING IS VERBODEN . VOLGENS HET VERENIGD KONINKRIJK MOET EEN STAAT DIE UIT VERSCHILLENDE DELEN MET ELK EEN EIGEN WETGEVING BESTAAT , MAAR DIE EEN EENVORMIG DOUANEREGIME HEEFT , DIT DOUANEREGIME NOODZAKELIJKERWIJS AFSTEMMEN OP DE STRENGSTE BINNENLANDSE BEPALINGEN .

10 DE BRITSE REGERING VOEGT DAARAAN TOE , DAT DE IN DE ONDERSCHEIDEN DELEN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK GELDENDE WETGEVING IN HAAR GEHEEL GENOMEN DE WEERSPIEGELING IS VAN EEN VOLSTREKT AFWIJZENDE HOUDING TEGENOVER HET OP DE MARKT BRENGEN VAN ONTUCHTIGE VOORWERPEN . IN DAT VERBAND IS HET VAN BELANG , DAT DE BRITSE WETGEVING DE LAATSTE JAREN STRENGER IS GEWORDEN , INZONDERHEID MET BETREKKING TOT PORNOGRAFISCHE FOTO ' S , DE VERGUNNINGSVOORWAARDEN VOOR ' ' SEX-SHOPS ' ' EN DE WIJZE WAAROP ONTUCHTIG MATERIAAL IN HET OPENBAAR MAG WORDEN UITGESTALD . IN WEZEN ZOUDEN ER DUS GEEN VERSCHILLENDE CRITERIA BESTAAN VOOR BINNENLANDSE EN VOOR INGEVOERDE PRODUKTEN .

11 DE COMMISSIE BETOOGT IN DE EERSTE PLAATS DAT DE TERM ' ' GEOORLOOFDE HANDEL ' ' IN VOORMELD ARREST VAN 14 DECEMBER 1979 , WAARNAAR IN DE EERSTE VRAAG WORDT VERWEZEN , NIET DOELT OP LEGITIEME OF RESPECTABELE HANDEL , DOCH ENKEL OP ALLE HANDEL DIE IN DE BETROKKEN LID-STAAT IS TOEGESTAAN . VOLGENS DE COMMISSIE IS DIT HET GEVAL BIJ DE HIER BEDOELDE GOEDEREN , AANGEZIEN DE DOOR DE HIGH COURT IN HAAR EERSTE VRAAG BESCHREVEN BEPERKINGEN NIET BETEKENEN , DAT ER GEEN GEOORLOOFDE HANDEL IN DEZE VOORWERPEN ZOU BESTAAN .

12 DE COMMISSIE BETOOGT VOORTS DAT , OFSCHOON HET BIJ DE HUIDIGE STAND VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT AAN DE LID-STATEN STAAT HUN EIGEN NORMEN INZAKE OPENBARE ZEDELIJKHEID TE BEPALEN , DEZE VRIJHEID WORDT BEPERKT DOOR HET BEGINSEL , DAT LID-STATEN DE INVOER NIET MOGEN ONDERWERPEN AAN STRENGERE VOORWAARDEN DAN DIE WELKE OP HUN EIGEN GRONDGEBIED VOOR DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN DEZELFDE GOEDEREN GELDEN .

13 DE EERSTE VRAAG STELT VOOREERST HET ALGEMENE PROBLEEM AAN DE ORDE , OF EEN INVOERVERBOD VOOR BEPAALDE GOEDEREN KAN WORDEN GERECHTVAARDIGD UIT HOOFDE VAN BESCHERMING VAN DE OPENBARE ZEDELIJKHEID , WANNEER DE WETGEVING VAN DE BETROKKEN LID-STAAT DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN DEZELFDE PRODUKTEN OP HET NATIONALE GRONDGEBIED OP GENERLEI WIJZE BEPERKT .

14 IN DIT VERBAND ZIJ ERAAN HERINNERD , DAT LUIDENS ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG DE BEPALINGEN INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN BINNEN DE GEMEENSCHAP GEEN BELETSEL VORMEN VOOR INVOERVERBODEN WELKE GERECHTVAARDIGD ZIJN ' ' UIT HOOFDE VAN BESCHERMING VAN DE OPENBARE ZEDELIJKHEID ' ' . GELIJK HET HOF OVERWOOG IN ZIJN ARREST VAN 14 DECEMBER 1979 ( REEDS AANGEHAALD ), STAAT HET AAN ELKE LID-STAAT OM DE NORMEN INZAKE OPENBARE ZEDELIJKHEID OP ZIJN GRONDGEBIED TE BEPALEN OVEREENKOMSTIG ZIJN EIGEN WAARDENSYSTEEM EN IN DE DOOR HEM GEKOZEN VORM .

15 OFSCHOON HET GEMEENSCHAPSRECHT DE LID-STATEN VRIJ LAAT IN HUN BEOORDELING VAN HET AANSTOTELIJKE OF ONTUCHTIGE KARAKTER VAN BEPAALDE VOORWERPEN , MOET ER TOCH OP WORDEN GEWEZEN , DAT GOEDEREN NIET KUNNEN WORDEN GEACHT IN DIE MATE AANSTOOTGEVEND TE ZIJN DAT EEN BEPERKING VAN HET VRIJE GOEDERENVERKEER GERECHTVAARDIGD IS , WANNEER DE BETROKKEN LID-STAAT MET BETREKKING TOT DEZELFDE , OP ZIJN EIGEN GRONDGEBIED VERVAARDIGDE OF VERHANDELDE GOEDEREN GEEN STRAFRECHTELIJKE OF ANDERE DAADWERKELIJKE EN DOELTREFFENDE MAATREGELEN NEEMT OM DE VERSPREIDING ERVAN OP ZIJN GRONDGEBIED TE VOORKOMEN .

16 BIJGEVOLG KAN EEN LID-STAAT NIET MET EEN BEROEP OP DE OPENBARE ZEDELIJKHEID DE INVOER VAN BEPAALDE , UIT ANDERE LID-STATEN AFKOMSTIGE GOEDEREN VERBIEDEN , WANNEER ZIJN WETGEVING DE VERVAARDIGING OF HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN DEZELFDE GOEDEREN OP ZIJN GRONDGEBIED NIET VERBIEDT .

17 IN HET KADER VAN ZIJN BEVOEGDHEDEN KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG STAAT HET NIET AAN HET HOF TE ONDERZOEKEN OF , EN IN HOEVERRE , DE ENGELSE WETGEVING EEN DERGELIJK VERBOD BEVAT . OF ECHTER EEN DERGELIJK VERBOD BESTAAT IN EEN STAAT BESTAANDE UIT VERSCHEIDENE DELEN DIE ELK HUN EIGEN INTERNE WETGEVING HEBBEN , IS EEN PROBLEEM DAT SLECHTS KAN WORDEN OPGELOST MET INACHTNEMING VAN ALLE RELEVANTE WETTELIJKE REGELINGEN . HOEWEL VOOR DE TOEPASSING VAN DE HIERBOVEN VERMELDE REGEL NIET NODIG IS DAT DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN ONDER EEN INVOERVERBOD VALLENDE PRODUKTEN IN ALLE DELEN VAN DIE STAAT VERBODEN IS , DIENT MEN UIT DE GELDENDE VOORSCHRIFTEN , ALLE TE ZAMEN GENOMEN , TEN MINSTE TE KUNNEN AFLEIDEN , DAT ZIJ DE VERVAARDIGING EN HET IN DE HANDEL BRENGEN VAN DIE PRODUKTEN IN WEZEN BEOGEN TE VERBIEDEN .

18 IN HET ONDERHAVIGE GEVAL HEEFT DE VERWIJZENDE RECHTER ERVOOR GEZORGD , DE INHOUD VAN DE WETTELIJKE REGELING WAARVAN HIJ DE VERENIGBAARHEID AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WIL TOETSEN , IN ZIJN EERSTE VRAAG TE OMSCHRIJVEN . ZO VERMELDT HIJ DE REGELING VAN DE INVOERENDE LID-STAAT , WAAR DE BETROKKEN GOEDEREN VRIJ MOGEN WORDEN VERVAARDIGD EN DE VERKOOP ERVAN SLECHTS AAN BEPAALDE , UITDRUKKELIJK GEFORMULEERDE BEPERKINGEN IS ONDERWORPEN , TE WETEN EEN ABSOLUUT VERBOD DERGELIJKE GOEDEREN PER POST TE VERZENDEN , EEN BEPERKING TEN AANZIEN VAN DE UITSTALLING ERVAN IN HET OPENBAAR EN , IN SOMMIGE GEBIEDEN VAN DE BETROKKEN LID-STAAT , EEN VERGUNNINGENSTELSEL VOOR WINKELS DIE DERGELIJKE GOEDEREN AAN KLANTEN VAN ACHTTIEN JAAR EN OUDER MOGEN VERKOPEN . DERGELIJKE BEPERKINGEN ZIJN ECHTER NIET TE BESCHOUWEN ALS IN WEZEN NEERKOMEND OP EEN VERVAARDIGINGS- EN VERKOOPVERBOD .

19 TER TERECHTZITTING HEEFT DE BRITSE REGERING NOGMAALS BEKLEMTOOND , DAT ER THANS IN HET VERENIGD KONINKRIJK GEEN VOORWERPEN WORDEN VERVAARDIGD DIE TE VERGELIJKEN ZIJN MET DIE WELKE DOOR CONEGATE ZIJN INGEVOERD . DEZE OMSTANDIGHEID , DIE DE MOGELIJKHEID OM DERGELIJKE VOORWERPEN TE VERVAARDIGEN , NIET UITSLUIT EN DIE BOVENDIEN NIET DOOR DE VERWIJZENDE RECHTER IS VERMELD , KAN ECHTER NIET TOT EEN ANDERE BEOORDELING VAN DE SITUATIE LEIDEN .

20 MITSDIEN MOET OP DE EERSTE VRAAG WORDEN GEANTWOORD , DAT EEN LID-STAAT ZICH VOOR EEN INVOERVERBOD VOOR GOEDEREN DIE AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG WORDEN GEACHT , NIET KAN BEROEPEN OP DE OPENBARE ZEDELIJKHEID IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG , WANNEER DIEZELFDE GOEDEREN VRIJELIJK OP ZIJN GRONDGEBIED MOGEN WORDEN VERVAARDIGD EN VOOR DE VERHANDELING ERVAN OP DAT GRONDGEBIED ENKEL EEN ABSOLUUT VERBOD VAN VERZENDING PER POST GELDT ALSMEDE EEN BEPERKING TEN AANZIEN VAN DE UITSTALLING IN HET OPENBAAR EN , IN BEPAALDE GEBIEDEN , EEN VERGUNNINGENSTELSEL VOOR WINKELS DIE DE GOEDEREN AAN KLANTEN VAN ACHTTIEN JAAR EN OUDER MOGEN VERKOPEN .

21 DIT BETEKENT ECHTER NIET , DAT DE AUTORITEITEN VAN DE BETROKKEN LID-STAAT DE GOEDEREN NA HUN INVOER NIET AAN DEZELFDE HANDELSBEPERKINGEN ZOUDEN MOGEN ONDERWERPEN ALS VOOR SOORTGELIJKE BINNENSLANDS VERVAARDIGDE EN IN DE HANDEL GEBRACHTE GOEDEREN GELDEN .

DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG

22 GEZIEN HET ANTWOORD OP DE EERSTE VRAAG , BEHOEVEN DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG NIET MEER TE WORDEN BEANTWOORD .

DE VIERDE VRAAG

23 CONEGATE , DE BRITSE REGERING EN DE COMMISSIE ZIJN HET EROVER EENS DAT DE VIERDE VRAAG NIET VAN BELANG IS VOOR DE IN HET HOOFDGEDING TE GEVEN BESLISSING . HET VERDRAG VAN GENEVE VAN 1923 ZOU UITSLUITEND BETREKKING HEBBEN OP ONTUCHTIGE ' ' PUBLIKATIES ' ' , DIE IN CASU NIET AAN DE ORDE ZIJN , TERWIJL HET WERELDPOSTVERDRAG NIET VAN TOEPASSING KAN ZIJN OP INGEVOERDE GOEDEREN DIE NIET PER POST ZIJN VERZONDEN .

24 DE COMMISSIE WIJST ER VOORTS OP , DAT ARTIKEL 234 EEG-VERDRAG , DAT DE ' ' RECHTEN EN VERPLICHTINGEN ' ' VOORTVLOEIENDE UIT VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET VERDRAG GESLOTEN OVEREENKOMSTEN WAARBORGT , UITSLUITEND BETREKKING HEEFT OP RECHTEN EN VERPLICHTINGEN TUSSEN LID-STATEN EN DERDE LANDEN . OP DERGELIJKE OVEREENKOMSTEN ZOU DERHALVE GEEN BEROEP KUNNEN WORDEN GEDAAN TER RECHTVAARDIGING VAN HANDELSBEPERKINGEN TUSSEN DE LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP .

25 DIT ARGUMENT VAN DE COMMISSIE MOET WORDEN AANVAARD . ZOALS HET HOF VERKLAARDE IN ZIJN ARREST VAN 14 OKTOBER 1980 ( ZAAK 812/79 , BURGOA , JURISPR . 1980 , BLZ . 2787 ), HEEFT ARTIKEL 234 TEN DOEL , TE VERZEKEREN DAT DE TOEPASSING VAN HET VERDRAG GEEN INVLOED HEEFT OP DE EERBIEDIGING VAN DE RECHTEN VAN DERDE LANDEN , VOORTVLOEIENDE UIT EEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET VERDRAG MET EEN LID-STAAT GESLOTEN OVEREENKOMST , NOCH OP DE NAKOMING DOOR DIE LID-STAAT VAN DE UIT DE OVEREENKOMST VOORTVLOEIENDE VERPLICHTINGEN . OP OVEREENKOMSTEN DIE VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET VERDRAG ZIJN GESLOTEN , KAN MITSDIEN GEEN BEROEP WORDEN GEDAAN IN DE BETREKKINGEN TUSSEN LID-STATEN , TER RECHTVAARDIGING VAN BEPERKINGEN IN DE INTRACOMMUNAUTAIRE HANDEL .

26 OP DE VIERDE VRAAG MOET DAN OOK WORDEN GEANTWOORD , DAT ARTIKEL 234 EEG-VERDRAG ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD , DAT OP EEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET VERDRAG GESLOTEN OVEREENKOMST GEEN BEROEP KAN WORDEN GEDAAN TER RECHTVAARDIGING VAN BEPERKINGEN VAN DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

27 DE KOSTEN DOOR DE BRITSE REGERING EN DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( VIERDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE HIGH COURT OF JUSTICE BIJ BESCHIKKING VAN 30 NOVEMBER 1984 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 ) EEN LID-STAAT KAN ZICH VOOR EEN INVOERVERBOD VOOR GOEDEREN DIE AANSTOTELIJK OF ONTUCHTIG WORDEN GEACHT , NIET BEROEPEN OP DE OPENBARE ZEDELIJKHEID IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG , WANNEER DIEZELFDE GOEDEREN VRIJELIJK OP ZIJN GRONDGEBIED MOGEN WORDEN VERVAARDIGD EN VOOR DE VERHANDELING ERVAN OP DAT GRONDGEBIED ENKEL EEN ABSOLUUT VERBOD VAN VERZENDING PER POST GELDT ALSMEDE EEN BEPERKING TEN AANZIEN VAN DE UITSTALLING IN HET OPENBAAR EN , IN BEPAALDE GEBIEDEN , EEN VERGUNNINGENSTELSEL VOOR WINKELS DIE DE GOEDEREN AAN KLANTEN VAN ACHTTIEN JAAR EN OUDER MOGEN VERKOPEN .

2 ) ARTIKEL 234 EEG-VERDRAG MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT OP EEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN HET EEG-VERDRAG GESLOTEN VERDRAG GEEN BEROEP KAN WORDEN GEDAAN TER RECHTVAARDIGING VAN BEPERKINGEN VAN DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN .