61984J0148

ARREST VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 2 JULI 1985. - DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK TEGEN S.A. BRASSERIE DU PECHEUR. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE COUR D'APPEL TE COLMAR. - EEG-EXECUTIEVERDRAG, ARTIKEL 36. - ZAAK 148/84.

Jurisprudentie 1985 bladzijde 01981
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00755


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - TENUITVOERLEGGING - RECHTSMIDDELEN TEGEN BESLISSING HOUDENDE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING - ZELFSTANDIG EN VOLLEDIG STELSEL VAN VERDRAG - RECHTSMIDDELEN DIE DERDE BELANGHEBBENDEN VOLGENS NATIONAAL RECHT KUNNEN AANWENDEN - UITSLUITING

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ARTIKEL 36 )

Samenvatting


BIJ HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN IS EEN EXEQUATURPROCEDURE IN HET LEVEN GEROEPEN DIE OOK OP HET GEBIED VAN DE RECHTSMIDDELEN EEN ZELFSTANDIG EN VOLLEDIG STELSEL VORMT . HIERUIT VOLGT DAT ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG DE RECHTSMIDDELEN UITSLUIT DIE DERDE BELANGHEBBENDEN VOLGENS NATIONAAL RECHT TEGEN EEN BESLISSING HOUDENDE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING KUNNEN AANWENDEN .

Partijen


IN ZAAK 148/84 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 VAN DE COUR D ' APPEL TE COLMAR , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK

EN

SA BRASSERIE DU PECHEUR ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ ARREST VAN 16 MEI 1984 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 14 JUNI DAARAANVOLGEND , HEEFT DE COUR D ' APPEL TE COLMAR KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 BETREFFENDE DE UITLEGGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ( HIERNA : EXECUTIEVERDRAG ), EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 36 VAN DIT VERDRAG .

2 DEZE VRAAG IS GEREZEN IN EEN GEDING TUSSEN DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK TE FRANKFURT/MAIN ( BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ) EN SA BRASSERIE DU PECHEUR , TE SCHILTIGHEIM ( FRANKRIJK ). HET GEDING BETREFT DE BEVOEGDHEID VAN BRASSERIE DU PECHEUR OM , ALS DERDE BELANGHEBBENDE , TE VERZOEKEN OM INTREKKING VAN EEN BESCHIKKING HOUDENDE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING VAN EEN DUITSE NOTARIELE AKTE , WELKE BESCHIKKING IN FRANKRIJK DOOR DE DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK WAS VERKREGEN TEGEN HAAR DEBITEUR , DEUTSCHE GETREIDEVERWERTUNG UND RHEINISCHE KRAFTFUTTERWERKE GMBH ( HIERNA : DGV ), TE FRANKFURT/MAIN ( BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ).

3 BLIJKENS HET DOOR DE NATIONALE RECHTER OVERGELEGDE DOSSIER VESTIGDE DGV BIJ EEN OP 5 APRIL 1975 TEN OVERSTAAN VAN EEN DUITSE NOTARIS VERLEDEN AUTHENTIEKE AKTE EEN ' ' EIGENTUMERGRUNDSCHULD ' ' TEN BEDRAGE VAN TWEE MILJOEN DM , VERMEERDERD MET 10 % RENTE PER JAAR VANAF DE DAG VAN HET VERLIJDEN VAN DE AKTE . DGV VERKLAARDE IN DE AKTE DE BEZWAARDE ONROERENDE GOEDEREN TE ONDERWERPEN AAN ONMIDDELLIJKE TENUITVOERLEGGING TEN BEHOEVE VAN DE TOEKOMSTIGE RECHTHEBBENDEN UIT DE ' ' GRUNDSCHULD ' ' . BOVENDIEN VERKLAARDE ZIJ ZICH ZO NODIG TE ONDERWERPEN AAN ONMIDDELLIJKE TENUITVOERLEGGING OP HAAR GEHELE VERMOGEN TEN BEHOEVE VAN DEZELFDE RECHTHEBBENDEN . BIJ EEN VERKLARING VAN 11 JANUARI 1976 , IN AUTHENTIEKE VORM OPGEMAAKT TEN OVERSTAAN VAN EEN DUITSE NOTARIS , DROEG DGV DE ' ' GRUNDSCHULD ' ' EN DE DAARVOOR GESTELDE ACCESSOIRE ZEKERHEID OVER AAN DE DEUTSCHE GEWERBE- UND LANDKREDIETBANK AG , TE FRANKFURT/MAIN ( BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ), WAARVAN DE DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK DE DIRECTE RECHTVERKRIJGENDE IS .

4 OP 8 FEBRUARI 1982 LIET DE DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK ZICH EEN AFSCHRIFT VAN DE AKTE VAN 5 APRIL 1972 AFGEVEN MET HET OOG OP DE TENUITVOERLEGGING IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND . DAAR ZIJ OOK TOT TENUITVOERLEGGING OP GOEDEREN EN VORDERINGEN VAN DGV IN FRANKRIJK WENSTE OVER TE GAAN , VERZOCHT ZIJ DE PRESIDENT VAN HET TRIBUNAL DE GRANDE INSTANCE TE STRAATSBURG OM DE VERTALING IN DE FRANSE TAAL VAN DE DUITSE NOTARIELE AKTE VAN 5 APRIL 1972 TE VOORZIEN VAN HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING . BIJ BESCHIKKING VAN 24 MAART 1982 WEES DE AANGEZOCHTE PRESIDENT DIT VERZOEK TOE ONDER VERWIJZING NAAR ARTIKEL 50 EXECUTIEVERDRAG .

5 BRASSERIE DU PECHEUR , EEN ANDERE CREDITEUR VAN DGV , VERZOCHT VERVOLGENS DEZELFDE PRESIDENT VAN HET TRIBUNAL DE GRANDE INSTANCE TE STRAATSBURG OM INTREKKING VAN DIE BESCHIKKING . PROCESRECHTELIJK BASEERDE ZIJ DIT VERZOEK OP ARTIKEL 496 VAN DE NOUVEAU CODE DE PROCEDURE CIVILE , DAT IN GEVAL VAN EEN OP VERZOEKSCHRIFT GEGEVEN RECHTERLIJKE BESLISSING IEDERE BELANGHEBBENDE TOESTAAT HIERTEGEN IN KORT GEDING OP TE KOMEN BIJ DE RECHTER DIE DE BESLISSING HEEFT GEGEVEN .

6 TEN GRONDE BETOOGDE BRASSERIE DU PECHEUR , DAT HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING , GELET OP DE ARTIKELEN 31 EN 50 EXECUTIEVERDRAG , TEN ONRECHTE WAS VERLEEND , AANGEZIEN HET WAS GESTELD OP DE VERTALING VAN DE BETROKKEN AUTHENTIEKE AKTE EN NIET OP DE AKTE ZELF . DE PRESIDENT VAN HET TRIBUNAL DE GRANDE INSTANCE TE STRAATSBURG AANVAARDDE DIT BETOOG EN TROK BIJ BESCHIKKING VAN 13 OKTOBER 1983 ZIJN EERDER GEGEVEN BESCHIKKING IN .

7 DE DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK GING VAN DE BESCHIKKING TOT INTREKKING IN BEROEP BIJ DE COUR D ' APPEL TE COLMAR , STELLENDE DAT INGEVOLGE ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG SLECHTS DE PARTIJ TEGEN WIE DE TENUITVOERLEGGING WORDT GEVRAAGD , VERZET KAN DOEN TEGEN DE BESLISSING WAARBIJ DE AKTE VAN HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WORDT VOORZIEN .

8 DE COUR D ' APPEL TE COLMAR HEEFT BESLOTEN DE BEHANDELING VAN DE ZAAK TE SCHORSEN TOTDAT HET HOF EEN PREJUDICIELE BESLISSING ZAL HEBBEN GEGEVEN OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG EN IN HET BIJZONDER OVER DE VRAAG OF ' ' DIT ARTIKEL DAT INGEVAL TENUITVOERLEGGING WORDT TOEGESTAAN , ENKEL DE PARTIJ TEGEN WIE DE TENUITVOERLEGGING IS GEVRAAGD , TOELAAT DAARTEGEN VERZET TE DOEN , DAARMEE ELK RECHTSMIDDEL VAN DERDE BELANGHEBBENDEN UITSLUIT OOK WANNEER DEZEN INGEVOLGE HET NATIONALE RECHT VAN EEN DER VERDRAGSLUITENDE STATEN BEVOEGD ZIJN OP TE KOMEN TEGEN DE BESCHIKKING WAARBIJ EEN VERZOEKSCHRIFT IS INGEWILLIGD?

' '

9 DAAR UIT HET DOSSIER VALT AF TE LEIDEN DAT DE AUTHENTIEKE AKTE WAARVOOR IN CASU AANVANKELIJK VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WAS VERLEEND OP GROND VAN ARTIKEL 50 EXECUTIEVERDRAG , IS VERLEDEN VOOR DE INWERKINGTREDING VAN DIT VERDRAG , DIENT VOOREERST TE WORDEN OPGEMERKT DAT HET HOF BIJ DE BEANTWOORDING VAN DE GESTELDE VRAAG BUITEN BESCHOUWING LAAT OF HET EXECUTIEVERDRAG INGEVOLGE ARTIKEL 54 WEL OP DEZE AUTHENTIEKE AKTE VAN TOEPASSING IS .

10 MET BETREKKING TOT DE AAN HET HOF VOORGELEGDE UITLEGGINGSVRAAG HEBBEN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING , DE COMMISSIE EN DE TWEE REGERINGEN OP DE VOLGENDE WIJZE STELLING GENOMEN .

11 DE DEUTSCHE GENOSSENSCHAFTSBANK ZET UITEEN , DAT HET EXECUTIEVERDRAG EEN VOLLEDIGE REGELING BEVAT DIE NIET DOOR BEPALINGEN VAN NATIONAAL RECHT KAN WORDEN AANGEVULD . WAAR ARTIKEL 36 ENKEL DE PARTIJ TEGEN WIE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING IS VERLEEND , DE MOGELIJKHEID BIEDT OM VERZET TE DOEN , DEROGEERT HET STELLIG AAN DE NATIONALE REGELINGEN INZAKE TENUITVOERLEGGING , DIE OOK AAN DERDE BELANGHEBBENDEN EEN RECHTSMIDDEL TER BESCHIKKING STELLEN . HET EXECUTIEVERDRAG ZOU ECHTER ALLEEN DE UITVOERBAARVERKLARING REGELEN , EN NIET DE TENUITVOERLEGGING ZELF . IN VOORKOMEND GEVAL ZOUDEN DE BELANGEN VAN DERDEN IN DIT LAATSTE STADIUM KUNNEN WORDEN GEWAARBORGD .

12 BRASSERIE DU PECHEUR BETOOGT , DAT ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG EEN GEWOON RECHTSMIDDEL BIEDT AAN DE PARTIJ TEGEN WIE HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING IS VERLEEND . HET ZOU NIET IN DE WEG STAAN AAN DE BUITENGEWONE RECHTSMIDDELEN - EN MET NAME NIET AAN HET DERDENVERZET - DIE NAAR NATIONAAL RECHT TEGEN EEN BESLISSING HOUDENDE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING , KUNNEN WORDEN AANGEWEND .

13 DE COMMISSIE IS VAN OORDEEL , DAT HET EXECUTIEVERDRAG EEN VOLLEDIGE REGELING VORMT , DIE ERTOE STREKT DE BUITENLANDSE AKTE OP EEN LIJN TE STELLEN MET EEN BINNENLANDSE , OPDAT ZIJ TENUITVOER ZOU KUNNEN WORDEN GELEGD ALS BETROF HET EEN BINNENLANDSE AKTE . DE FASE WAARIN HET OM HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING GAAT , ZOU RECHTSTREEKS EN UITSLUITEND WORDEN BEHEERST DOOR HET EXECUTIEVERDRAG , TERWIJL VOOR DE FASE VAN DE TENUITVOERLEGGING ZELF HET NATIONALE RECHT VAN DE AANGEZOCHTE RECHTER VAN TOEPASSING IS . VOOR ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG ZOU DIT BETEKENEN , DAT NIET OP NATIONAAL RECHT MAG WORDEN TERUGGEGREPEN TER AANVULLING VAN HET DOOR DIT ARTIKEL GEBODEN RECHTSMIDDEL . ELK AAN EEN DERDE TOEKOMEND RECHTSMIDDEL ZOU ERTOE LEIDEN , DAT DE EXEQUATURPROCEDURE WORDT VERLENGD , HETGEEN IN STRIJD ZOU ZIJN MET DE GEEST VAN HET EXECUTIEVERDRAG .

14 DE DUITSE REGERING IS VAN MENING , DAT HET UITSLUITENDE KARAKTER VAN DE DOOR HET EXECUTIEVERDRAG GEBODEN RECHTSMIDDELEN VOLGT UIT HET DOEL VAN DE ARTIKELEN 31 E.V . EXECUTIEVERDRAG , TE WETEN DE GELIJKSTELLING VAN BUITENLANDSE EN BINNENLANDSE EXECUTORIALE TITELS IN ALLE STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ HET VERDRAG , OP SNELLE , EENVOUDIGE EN EENVORMIGE WIJZE TE WAARBORGEN . BUITEN HET IN ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG BEDOELDE VERZET ZOU GEEN ENKEL ANDER RECHTSMIDDEL TEGEN EEN BESLISSING HOUDENDE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING OPENSTAAN . DE DUITSE REGERING BEKLEMTOONT EVENWEL , DAT ALLE RECHTSMIDDELEN VAN NATIONAAL RECHT BESCHIKBAAR BLIJVEN TEGEN DE DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT TE TREFFEN MAATREGELEN VAN TENUITVOERLEGGING , DAAR DEZE MAATREGELEN UITSLUITEND VALLEN ONDER HET RECHT VAN DE STAAT WAAR DE TENUITVOERLEGGING GESCHIEDT .

15 DE ITALIAANSE REGERING MERKT OP , DAT DE TEKST VAN ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG NIET DE RECHTSMIDDELEN UITSLUIT DIE OP HET GEBIED VAN DE EXEQUATURPROCEDURE IN ELKE RECHTSORDE WORDEN TOEGEKEND AAN ANDERE PERSONEN DAN DEGENE TEGEN WIE HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING IS VERLEEND . HET ZOU ONLOGISCH ZIJN WANNEER HET EXECUTIEVERDRAG ENKEL WAARBORGEN GAF AAN DE PARTIJ TEGEN WIE DE TENUITVOERLEGGING IS GEVRAAGD , ZONDER REKENING TE HOUDEN MET DE BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DERDEN DIE EVENTUEEL BIJ DE ZAAK BETROKKEN ZIJN .

16 VOOREERST ZIJ ERAAN HERINNERD DAT , GELIJK HET HOF HEEFT VASTGESTELD IN ZIJN ARREST VAN 27 NOVEMBER 1984 ( ZAAK 258/83 , BRENNERO , JURISPR . 1984 , BLZ . 3971 ), HET EXECUTIEVERDRAG VOORZIET ' ' IN EEN ZEER SUMMIERE EXEQUATURPROCEDURE , ZIJ HET DAT DE PARTIJ WAARTEGEN DE TENUITVOERLEGGING IS GEVRAAGD , DE MOGELIJKHEID HEEFT DAARTEGEN VERZET TE DOEN ' ' . EVENEENS VOLGENS DIT ARREST IS DE BELANGRIJKSTE DOELSTELLING VAN HET EXECUTIEVERDRAG ' ' DE VEREENVOUDIGING VAN DE PROCEDURES IN DE AANGEZOCHTE STAAT ' ' .

17 TER BEREIKING VAN DEZE DOELSTELLING IS BIJ HET EXECUTIEVERDRAG EEN EXEQUATURPROCEDURE IN HET LEVEN GEROEPEN DIE OOK OP HET GEBIED VAN DE RECHTSMIDDELEN EEN ZELFSTANDIG EN VOLLEDIG STELSEL VORMT . HIERUIT VOLGT DAT ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG DE RECHTSMIDDELEN UITSLUIT DIE DERDE BELANGHEBBENDEN VOLGENS NATIONAAL RECHT TEGEN EEN BESLISSING HOUDENDE VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING KUNNEN AANWENDEN .

18 AANGEZIEN HET EXECUTIEVERDRAG ZICH ERTOE BEPERKT REGELS TE STELLEN VOOR DE PROCEDURE TOT VERKRIJGING VAN VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING VAN BUITENLANDS EXECUTORIALE TITELS EN NIET VOOR DE TENUITVOERLEGGING ZELF , DIE ONDERWORPEN BLIJFT AAN HET NATIONALE RECHT VAN DE AANGEZOCHTE RECHTER , KUNNEN DERDE BELANGHEBBENDEN TEGEN DE MAATREGELEN VAN TENUITVOERLEGGING DE RECHTSMIDDELEN INSTELLEN DIE HUN GEBODEN WORDEN DOOR HET RECHT VAN DE STAAT WAAR DE TENUITVOERLEGGING GESCHIEDT .

19 MITSDIEN MOET DE PREJUDICIELE VRAAG VAN DE COUR D ' APPEL TE COLMAR ALDUS WORDEN BEANTWOORD , DAT ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN , IEDER RECHTSMIDDEL VAN DERDE BELANGHEBBENDEN TEGEN DE BESLISSING WAARBIJ VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WORDT VERLEEND , UITSLUIT , OOK WANNEER HET NATIONALE RECHT VAN DE STAAT WAAR HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WORDT VERLEEND , AAN DIE DERDEN EEN RECHTSMIDDEL TOEKENT .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

20 DE KOSTEN , DOOR DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DE REGERING VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( VIJFDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE COUR D ' APPEL TE COLMAR BIJ ARREST VAN 16 MEI 1984 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN , SLUIT IEDER RECHTSMIDDEL VAN DERDE BELANGHEBBENDEN UIT TEGEN DE BESLISSING WAARBIJ VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WORDT VERLEEND , OOK WANNEER HET NATIONALE RECHT VAN DE STAAT WAAR HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WORDT VERLEEND , AAN DIE DERDEN EEN RECHTSMIDDEL TOEKENT .