61981J0230

ARREST VAN HET HOF VAN 10 FEBRUARI 1983. - GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG TEGEN EUROPEES PARLEMENT. - (" ZETEL EN ARBEIDSPLAATS VAN HET PARLEMENT "). - ZAAK NO. 230/81.

Jurisprudentie 1983 bladzijde 00255
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00031
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00017
Finse bijz. uitgave bladzijde 00017


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . BEROEP TOT NIETIGVERKLARING - BESLUITEN VAN EUROPEES PARLEMENT - BESLUITEN DIE TEGELIJKERTIJD EN ONSPLITSBAAR BINNEN SFEER VAN DRIE OPRICHTINGSVERDRAGEN VALLEN - TEGEN DERGELIJKE BESLUITEN OPENSTAANDE RECHTSWEGEN - RECHTSGROND

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA )

2.BEROEP TOT NIETIGVERKLARING - BESLUITEN VAN EUROPEES PARLEMENT - BEROEP VAN LID-STAAT OP GROND VAN ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG - VOORWAARDEN VOOR ONTVANKELIJKHEID

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA )

3.EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - ZETEL VAN INSTELLINGEN - VASTSTELLING - BEVOEGDHEID VAN LID-STATEN - UITOEFENING - VERPLICHTING

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 77 ; EEG-VERDRAG , ARTIKEL 216 ; EGA-VERDRAG , ARTIKEL 189 )

4.EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - ZETEL VAN INSTELLINGEN - VASTSTELLING - BEVOEGDHEID VAN LID-STATEN - INTERNE ORGANISATIE - BEVOEGDHEID VAN EUROPEES PARLEMENT - VOORWAARDEN VOOR UITOEFENING - WEDERZIJDSE VERPLICHTING TOT EERBIEDIGING VAN RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN - DRAAGWIJDTE

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 25 ; EEG-VERDRAG , ARTIKELEN 5 EN 142 ; EGA-VERDRAG , ARTIKEL 112 ; FUSIEVERDRAG , ARTIKEL 37 )

5.EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - ZETEL VAN INSTELLINGEN - VASTSTELLING - BEVOEGDHEID VAN LID-STATEN - GEEN INVLOED OP BEVOEGDHEDEN VAN EUROPEES PARLEMENT OM TE BERAADSLAGEN EN TE BESLUITEN

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 25 ; EEG-VERDRAG , ARTIKELEN 5 EN 142 ; EGA-VERDRAG , ARTIKEL 112 , FUSIEVERDRAG , ARTIKEL 37 )

6.EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - EUROPEES PARLEMENT - PLAATS VOOR PLENAIRE VERGADERINGEN - VASTSTELLING - WILSUITINGEN VAN LID-STATEN - OP EIGEN INITIATIEF DOOR EUROPEES PARLEMENT INGEVOERDE PRAKTIJK - DRAAGWIJDTE

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 25 ; EEG-VERDRAG , ARTIKELEN 5 EN 142 ; EGA-VERDRAG , ARTIKEL 112 ; FUSIEVERDRAG , ARTIKEL 37 ; BESLUIT VAN VERTEGENWOORDIGERS VAN REGERINGEN VAN LID-STATEN VAN 8 APRIL 1965 , ARTIKEL 1 )

7.EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - ZETEL VAN INSTELLINGEN - INSTANDHOUDING DOOR EUROPEES PARLEMENT VAN NOODZAKELIJKE VOORZIENINGEN IN ZIJN VERSCHILLENDE ARBEIDSPLAATSEN - VOORWAARDEN

( EGKS-VERDRAG , ARTIKEL 25 ; EEG-VERDRAG , ARTIKELEN 5 EN 142 ; EGA-VERDRAG , ARTIKEL 112 ; FUSIEVERDRAG , ARTIKEL 37 ; BESLUIT VAN VERTEGENWOORDIGERS VAN REGERINGEN VAN LID-STATEN VAN 8 APRIL 1965 , ARTIKEL 4 )

Samenvatting


1 . AANGEZIEN HET EUROPEES PARLEMENT EEN INSTELLING IS DIE DE DRIE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , HANDELT HET NOODZAKELIJKERWIJS BINNEN DE SFEER VAN DE DRIE VERDRAGEN - HET EGKS-VERDRAG DAARONDER BEGREPEN - WANNEER HET EEN RESOLUTIE AANVAARDT DIE BETREKKING HEEFT OP ZIJN WERKING ALS INSTELLING EN OP DE ORGANISATIE VAN ZIJN SECRETARIAAT . BIJGEVOLG IS HET HOF BEVOEGD EN STAAN DE RECHTSWEGEN VAN ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG OPEN INDIEN HET GAAT OM HANDELINGEN ZOALS DE BESTREDEN RESOLUTIE , DIE TEGELIJKERTIJD EN ONSPLITSBAAR BINNEN DE SFEER VAN DE DRIE VERDRAGEN VALLEN .

2.ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG , DAT BEPAALT DAT BESLUITEN VAN HET PARLEMENT OF VAN DE RAAD NIETIG KUNNEN WORDEN VERKLAARD ' ' OP VERZOEK VAN EEN DER DEELNEMENDE STATEN OF VAN DE HOGE AUTORITEIT ' ' , VEREIST VOOR DE UITOEFENING VAN HET VORDERINGSRECHT VAN EEN LID-STAAT OF VAN DE HOGE AUTORITEIT GEENSZINS DAT DEZE HUN PROCESBEVOEGDHEID OF PROCESBELANG AANTONEN .

BIJGEVOLG STAAT HET IN DEZE BEPALING BEDOELDE BEROEP OPEN VOOR ELKE LID-STAAT AFZONDERLIJK EN HANGT DE ONTVANKELIJKHEID VAN EEN KRACHTENS DIT ARTIKEL INGESTELD BEROEP NIET AF VAN DE OMSTANDIGHEID DAT OOK ANDERE LID-STATEN OF DE COMMISSIE PARTIJ ZIJN BIJ DE PROCEDURE VOOR HET HOF .

3.VOLGENS ARTIKEL 77 EGKS-VERDRAG EN DE ARTIKELEN 216 EEG-VERDRAG EN 189 EGA-VERDRAG STAAT HET AAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN , DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAST TE STELLEN . IN ZOVERRE DEZE BEPALINGEN DEZE BEVOEGDHEID AAN DE LID-STATEN TOEKENNEN , LEGGEN ZIJ HUN TEVENS DE VERANTWOORDELIJKHEID OP OM DE INSTITUTIONELE BEPALINGEN VAN DE VERDRAGEN , DIE DE GOEDE WERKING VAN DE GEMEENSCHAPPEN MOETEN VERZEKEREN , OP DIT PUNT TE VERVOLLEDIGEN . BIJGEVOLG ZIJN DE LID-STATEN NIET ENKEL GERECHTIGD , DOCH OOK VERPLICHT DEZE BEVOEGDHEID UIT TE OEFENEN .

4.WANNEER DE LID-STATEN BESLISSINGEN NEMEN WAARBIJ VOORLOPIGE ARBEIDSPLAATSEN WORDEN VASTGESTELD , MOETEN ZIJ INGEVOLGE HET MET NAME IN ARTIKEL 5 EEG-VERDRAG TOT UITDRUKKING GEBRACHTE BEGINSEL DAT DE LID-STATEN EN DE GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN OVER EN WEER TOT LOYALE SAMENWERKING VERPLICHT , DE BEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT OM ZIJN EIGEN INTERNE ORGANISATIE TE REGELEN , RESPECTEREN EN ERVOOR WAKEN DAT DERGELIJKE BESLISSINGEN DE GOEDE WERKING VAN HET PARLEMENT BELEMMEREN .

ANDERZIJDS IS HET PARLEMENT OP GROND VAN DE INTERNE ORGANISATIEBEVOEGDHEID DIE HET ONTLEENT AAN DE ARTIKELEN 25 EGKS-VERDRAG , 142 EEG-VERDRAG EN 112 EGA-VERDRAG WELISWAAR GERECHTIGD , PASSENDE MAATREGELEN TE NEMEN OM ZIJN GOEDE WERKING EN HET GOEDE VERLOOP VAN ZIJN PROCEDURES TE VERZEKEREN , DOCH MOETEN INGEVOLGE VOORNOEMDE WEDERZIJDSE VERPLICHTING TOT LOYALE SAMENWERKING DE BESLISSINGEN VAN HET PARLEMENT DE BEVOEGDHEID VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN OM DE ZETEL VAST TE STELLEN , ALSMEDE DE BESTAANDE VOORLOPIGE BESLISSINGEN EERBIEDIGEN .

5.DE BEVOEGDHEID VAN DE REGERINGEN DER LID-STATEN OM DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAST TE STELLEN , DOET GEEN AFBREUK AAN DE EIGEN BEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT OM TE BERAADSLAGEN OVER ALLE VRAAGSTUKKEN DIE DE GEMEENSCHAPPEN AANBELANGEN , RESOLUTIES OVER DIE VRAAGSTUKKEN AAN TE NEMEN EN DE REGERINGEN TOT HANDELEN UIT TE NODIGEN .

MEN KAN NIET ZEGGEN DAT HET PARLEMENT ZIJN BEVOEGDHEID TE BUITEN IS GEGAAN DOOR HET ENKELE FEIT DAT HET EEN RESOLUTIE HEEFT AANGENOMEN OVER ' ' DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN MET NAME DIE VAN HET EUROPESE PARLEMENT ' ' EN WAARIN HET VRAAGSTUK VAN ZIJN ARBEIDSPLAATS WORDT BEHANDELD .

6.UIT ARTIKEL 1 VAN HET BESLUIT BETREFFENDE DE VOORLOPIGE VESTIGING VAN BEPAALDE INSTELLINGEN EN VAN BEPAALDE DIENSTEN DER GEMEENSCHAPPEN EN UIT DE VERKLARINGEN VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN TER GELEGENHEID VAN DE INWERKINGTREDING VAN DE OPRICHTINGSVERDRAGEN IS DUIDELIJK GEBLEKEN , DAT HET DE WENS VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN WAS , DAT DE VERGADERING TE STRAATSBURG ZOU SAMENKOMEN .

DE LATER DOOR HET PARLEMENT OP EIGEN INITIATIEF INGEVOERDE EN UITDRUKKELIJK NOCH STILZWIJGEND DOOR DE LID-STATEN GOEDGEKEURDE PRAKTIJK DAT HET EEN GEDEELTE VAN ZIJN PLENAIRE VERGADERINGEN - TOT DE HELFT TOE - TE LUXEMBURG HIELD , KAN NIET WORDEN GEACHT EEN GEWOONTE IN HET LEVEN TE HEBBEN GEROEPEN DIE DE BESLISSINGEN VAN DE LID-STATEN TERZAKE AANVULT , ZODAT HET PARLEMENT VERPLICHT ZOU ZIJN EEN GEDEELTE VAN ZIJN PLENAIRE VERGADERINGEN TE LUXEMBURG TE HOUDEN .

DE AAN HET EINDE VAN DE IN 1981 GEHOUDEN CONFERENTIE OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN AFGELEGDE VERKLARING DAT DE STATUS QUO ZOU WORDEN GEHANDHAAFD , KAN ENKEL WORDEN BEGREPEN ALS EEN UITDRUKKING VAN DE WIL , GEEN VERANDERING TE BRENGEN IN DE BESTAANDE RECHTSSITUATIE , EN BELET HET PARLEMENT DUS NIET , EEN PRAKTIJK OP TE GEVEN DIE HET ZELF HAD INGEVOERD .

7.ZOLANG GEEN ZETEL EN ZELFS NIET EEN ENKELE ARBEIDSPLAATS VOOR HET PARLEMENT IS VASTGESTELD , DIENT DIT DE MOGELIJKHEID TE HEBBEN OM , BEHALVE IN DE PLAATS WAAR ZIJN SECRETARIAAT IS GEVESTIGD , DE NODIGE VOORZIENINGEN IN DE VERSCHILLENDE ARBEIDSPLAATSEN IN STAND TE HOUDEN , TENEINDE IN AL DEZE PLAATSEN DE HEM DOOR DE VERDRAGEN OPGEDRAGEN TAKEN TE KUNNEN VERVULLEN .

ELK BESLUIT TOT GEHELE OF GEDEELTELIJKE OVERBRENGING , RECHTENS OF FEITELIJK , VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN HET PARLEMENT OF VAN ZIJN DIENSTEN ZOU EVENWEL NEERKOMEN OP EEN SCHENDING VAN ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT BETREFFENDE DE VOORLOPIGE VESTIGING VAN BEPAALDE INSTELLINGEN EN VAN BEPAALDE DIENSTEN DER GEMEENSCHAPPEN EN VAN DE ZEKERHEID DIE DIT BESLUIT HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 37 VAN HET VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE , WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , WILDE BIEDEN .

Partijen


IN ZAAK 230/81 ,

GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG , VERTEGENWOORDIGD DOOR J . WEILAND , DIRECTEUR INTERNATIONALE ECONOMISCHE BETREKKINGEN VAN HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN , ALS GEMACHTIGDE , BIJGESTAAN DOOR A . ELVINGER , ADVOCAAT TE LUXEMBURG , J . BOULOUIS , HOOGLERAAR AAN DE UNIVERSITE DE DROIT , D ' ECONOMIE ET DE SCIENCES SOCIALES TE PARIJS , EN F . JACOBS , BARRISTER VAN DE MIDDLE TEMPLE , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TEN KANTORE VAN E . ELVINGER ,

VERZOEKER ,

TEGEN

EUROPEES PARLEMENT , VERTEGENWOORDIGD DOOR ZIJN SECRETARIS-GENERAAL H.-J . OPITZ , DIRECTEUR-GENERAAL F . PASETTI-BOMBARDELLA EN JURIDISCH ADVISEUR R . BIEBER ALS GEMACHTIGDEN , BIJGESTAAN DOOR A . MIGLIAZZA , HOOGLERAAR AAN DE UNIVERSITEIT VAN MILAAN , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN HET EUROPEES PARLEMENT , PLATEAU DU KIRCHBERG ,

VERWEERDER ,

Onderwerp


BETREFFENDE EEN VERZOEK TOT NIETIGVERKLARING VAN DE RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT VAN 7 JULI 1981 ' ' OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN MET NAME DIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT ' ' ( PB C 234 VAN 1981 , BLZ . 22 ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT , NEERGELEGD TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 7 AUGUSTUS 1981 , HEEFT HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG KRACHTENS ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG EN , SUBSIDIAIR , KRACHTENS DE ARTIKELEN 173 EEG-VERDRAG EN 146 EGA-VERDRAG BEROEP INGESTELD TOT NIETIGVERKLARING VAN DE RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT VAN 7 JUNI 1981 OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN MET NAME DIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT ( PB C 234 VAN 1981 , BLZ . 22 ).

2 VOLGENS ARTIKEL 77 EGKS-VERDRAG EN DE ARTIKELEN 216 EEG-VERDRAG EN 189 EGA-VERDRAG WORDT DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN ONDERLINGE OVEREENSTEMMING DOOR DE LID-STATEN VASTGESTELD . DEZE HEBBEN EVENWEL NOG GEEN ENKELE BESLISSING TOT VASTSTELLING VAN DE ZETEL VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE ANDERE INSTELLINGEN GENOMEN EN ZICH ERTOE BEPERKT , VOORLOPIGE ARBEIDSPLAATSEN AAN TE WIJZEN .

3 OVEREENKOMSTIG DE BESLISSING , DOOR DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN VAN DE LID-STATEN OP 25 JULI 1952 GENOMEN BIJ DE INWERKINGTREDING VAN HET EGKS-VERDRAG , VINGEN DE HOGE AUTORITEIT EN HET HOF VAN JUSTITIE HUN WERKZAAMHEDEN AAN TE LUXEMBURG EN HIELD DE VERGADERING AANVANKELIJK HAAR ZITTINGEN TE STRAATSBURG . HAAR SECRETARIAAT WERD EVENWEL GEVESTIGD TE LUXEMBURG , IN WELKE STAD OOK DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL SAMENKWAM EN WAAR DE DIENSTEN VAN DE RAAD EN VAN DE HOGE AUTORITEIT WAREN ONDERGEBRACHT . TIJDENS EEN BIJEENKOMST OP 7 JANUARI 1958 TER GELEGENHEID VAN DE INWERKINGTREDING VAN HET EEG- EN HET EGA-VERDRAG BESLOTEN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN , NA TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALLE EUROPESE ORGANISATIES VAN DE ZES IN DEZELFDE PLAATS TE LATEN VERGADEREN ZODRA DEZE CONCENTRATIE DAADWERKELIJK KON WORDEN VERWEZENLIJKT EN IN OVEREENSTEMMING WAS MET DE BEPALINGEN VAN DE VERDRAGEN , ONDER MEER DAT DE VERGADERING ZOU SAMENKOMEN TE STRAATSBURG . NADAT DE DOOR DEZE VERDRAGEN INGESTELDE RADEN EN COMMISSIES ZICH TE BRUSSEL HADDEN GEVESTIGD , GROEIDE GELEIDELIJK DE PRAKTIJK DAT DE COMMISSIES EN DE FRACTIES VAN HET PARLEMENT HUN VERGADERINGEN VOOR EEN GROOT GEDEELTE OOK IN DEZE STAD BELEGDEN .

4 TENGEVOLGE VAN HET VERDRAG VAN 8 APRIL 1965 TOT INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , IN WERKING GETREDEN OP 1 JULI 1967 , KWAM HET TOT EEN HERGROEPERING VAN DE DIENSTEN VAN DEZE INSTELLINGEN EN DUS TOT EEN OVERPLAATSING VAN HET PERSONEEL VAN DE HOGE AUTORITEIT VAN DE EGKS NAAR BRUSSEL . ARTIKEL 37 VAN DIT VERDRAG BEPAALDE DAT , ONVERMINDERD DE TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN 77 EGKS-VERDRAG , 216 EEG-VERDRAG EN 189 EGA-VERDRAG , DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN ' ' DE BEPALINGEN VASTSTELLEN WELKE NODIG ZIJN VOOR HET OPLOSSEN VAN BEPAALDE BIJZONDERE VRAAGSTUKKEN MET BETREKKING TOT HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG , DIE VOORTVLOEIEN UIT DE INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE . ' '

5 OP GROND VAN DIT ARTIKEL NAMEN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN BIJ DE ONDERTEKENING VAN VOORNOEMD VERDRAG EEN BESLUIT BETREFFENDE DE VOORLOPIGE VESTIGING VAN BEPAALDE INSTELLINGEN EN VAN BEPAALDE DIENSTEN VAN DE GEMEENSCHAPPEN ( PB L 152 VAN 1967 , BLZ . 18 ), DAT OP DEZELFDE DAG ALS HET VERDRAG VAN 8 APRIL 1965 IN WERKING TRAD . ARTIKEL 1 VAN DIT BESLUIT BEPAALT :

' ' LUXEMBURG , BRUSSEL EN STRAATSBURG BLIJVEN VOORLOPIG DE PLAATSEN WAAR DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAPPEN GEVESTIGD ZIJN . ' '

VOLGENS HET BESLUIT ZOUDEN SOMMIGE ZITTINGEN VAN DE RAAD TE LUXEMBURG WORDEN GEHOUDEN EN ZOUDEN BEPAALDE COMMUNAUTAIRE INSTELLINGEN , ORGANEN EN DIENSTEN TE LUXEMBURG WORDEN GEVESTIGD . MET BETREKKING TOT HET EUROPEES PARLEMENT BEPAALT ARTIKEL 4 :

' ' HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN HET EUROPESE PARLEMENT EN ZIJN DIENSTEN BLIJVEN TE LUXEMBURG GEVESTIGD . ' '

ARTIKEL 12 LUIDT ALS VOLGT :

' ' BEHOUDENS HET BOVENSTAANDE , RAAKT DIT BESLUIT ( NIET ) DE PLAATSEN WAAR DE INSTELLINGEN EN DIENSTEN DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VOORLOPIG GEVESTIGD ZIJN , ZOALS DEZE VOORTVLOEIEN UIT VROEGERE BESLISSINGEN DER REGERINGEN . . . ' ' .

6 VANAF JULI 1967 WERD HET PRAKTIJK , DAT HET PARLEMENT EEN GEDEELTE VAN ZIJN ZITTINGEN TE LUXEMBURG HIELD ; HET AANTAL ZITTINGSDAGEN TE LUXEMBURG LIEP IN DE JAREN 1975-1978 ZELFS OP TOT BIJNA DE HELFT VAN HET TOTALE AANTAL ZITTINGSDAGEN VAN HET PARLEMENT . OP VERZOEK VAN HET PARLEMENT WERDEN IN DE DOOR DE LUXEMBURGSE AUTORITEITEN TEN BEHOEVE VAN HET PARLEMENT OPGERICHTE GEBOUWEN DE NODIGE LOKALEN EN VOORZIENINGEN INGERICHT OM ER DE PLENAIRE VERGADERINGEN EN DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE KUNNEN HOUDEN . IN 1971 , 1973 EN 1978 PROTESTEERDE DE FRANSE REGERING BIJ HET PARLEMENT TEGEN DEZE PRAKTIJK OM ZITTINGEN TE LUXEMBURG TE HOUDEN .

7 NA DE ONDERTEKENING VAN DE AKTE BETREFFENDE DE VERKIEZING VAN DE VERTEGENWOORDIGERS IN DE VERGADERING DOOR MIDDEL VAN RECHTSTREEKSE ALGEMENE VERKIEZINGEN , VESTIGDE DE VOORZITTER VAN HET PARLEMENT BIJ BRIEF VAN 6 JULI 1977 DE AANDACHT VAN DE VOORZITTER VAN DE RAAD OP DE PROBLEMEN DIE , IN HET VOORUITZICHT VAN DE ALGEMENE VERKIEZINGEN EN DE UITBREIDING VAN HET AANTAL PARLEMENTSLEDEN , VOOR DE WERKING VAN HET PARLEMENT VOORTVLOEIDEN UIT HET BESTAAN VAN DRIE ARBEIDSPLAATSEN . IN ZIJN ANTWOORD VAN 22 SEPTEMBER 1977 DEELDE DE VOORZITTER VAN DE RAAD HET PARLEMENT MEE , DAT DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN VAN OORDEEL WAREN , DAT ER GEEN AANLEIDING BESTOND OM DE GELDENDE BEPALINGEN BETREFFENDE DE VOORLOPIGE PLAATSEN VAN VESTIGING VAN DE VERGADERING RECHTENS OF FEITELIJK TE WIJZIGEN . DEZE PLAATSEN WAREN - ZO SCHREEF HIJ - ZOWEL STRAATSBURG ALS LUXEMBURG , WAAR NOG STEEDS HAAR SECRETARIAAT-GENERAAL EN ZIJN DIENSTEN WAREN ONDERGEBRACHT , TERWIJL DE PARLEMENTSCOMMISSIES DE GEWOONTE HADDEN AANGENOMEN TE BRUSSEL TE VERGADEREN , MET DE STRIKT NOODZAKELIJKE VOORZIENINGEN OM HET GOEDE VERLOOP VAN DERGELIJKE VERGADERINGEN TE VERZEKEREN .

8 NA ZIJN VERKIEZING VIA RECHTSTREEKSE EN ALGEMENE VERKIEZINGEN HIELD HET PARLEMENT ZIJN EERSTE ZITTINGEN , TUSSEN JULI 1979 EN JUNI 1980 , TE STRAATSBURG . NA DE VOLTOOIING VAN DE NIEUWE GROTE ' ' HEMICYCLE ' ' DIE OP VERZOEK VAN HET PARLEMENT TE LUXEMBURG WAS GEBOUWD , HADDEN TUSSEN JUNI 1980 EN FEBRUARI 1981 VIER ZITTINGEN PLAATS TE LUXEMBURG .

9 OP 20 NOVEMBER 1980 NAM HET PARLEMENT EEN RESOLUTIE AAN WAARIN HET , BEZORGD OVER DE MATERIELE OMSTANDIGHEDEN WAARONDER HET MOEST WERKEN EN OVER DE KOSTEN DIE DAARMEE GEPAARD GINGEN , EN VERLANGEND DAT EEN EINDE WERD GEMAAKT AAN DE VOORLOPIGE REGELING BETREFFENDE DE PLAATSEN WAAR HET ZIJN WERKZAAMHEDEN VERRICHTTE , DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN VERZOCHT UITERLIJK OP 15 JUNI 1981 EEN BESLISSING OVER ZIJN ZETEL TE NEMEN , EN VERKLAARDE DAT HET PARLEMENT BIJ GEBREKE VAN EEN DERGELIJKE BESLISSING GEEN ANDERE KEUZE ZOU HEBBEN DAN ZELF DE NODIGE MAATREGELEN TER VERBETERING VAN ZIJN ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN TE NEMEN .

10 OP 12 JANUARI 1981 VERWIERP DE PLENAIRE VERGADERING VAN HET PARLEMENT HET DOOR ZIJN BUREAU OPGESTELDE SCHEMA VAN VERGADERPERIODEN , OP GROND DAT DIT TWEE VERGADERPERIODEN TE LUXEMBURG GEDURENDE HET EERSTE HALFJAAR VERMELDDE . HET BESLOOT HET SCHEMA VAN VERGADERPERIODEN VOOR 1981 IN DE PLENAIRE VERGADERING IN STEMMING TE BRENGEN EN ZIJN JULI-ZITTING TE STRAATSBURG TE HOUDEN . OVEREENKOMSTIG DEZE RESOLUTIE WERD EEN VOORSTEL BETREFFENDE DE DATA EN PLAATS VAN DE VERGADERPERIODEN VOOR 1981 , VOLGENS HETWELK TIJDENS HET TWEEDE HALFJAAR VAN 1981 ALLEEN TE STRAATSBURG ZITTINGEN ZOUDEN WORDEN GEHOUDEN , AAN HET PARLEMENT VOORGELEGD EN OP 13 MAART 1981 AANGENOMEN .

11 GEVOLG GEVEND AAN EEN MEMORANDUM VAN DE FRANSE REGERING , WAARIN WERD GEWEZEN OP DE MOEILIJKHEDEN DIE DE VERGADERING BIJ DE VERVULLING VAN DE HAAR DOOR DE VERDRAGEN TOEVERTROUWDE TAKEN ONDERVOND TEN GEVOLGE VAN HET FEIT DAT ZIJ HAAR WERKZAAMHEDEN IN VERSCHILLENDE ARBEIDSPLAATSEN MOEST VER RICHTEN , KWAMEN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN EIND 1980 - BEGIN 1981 BIJEEN IN HET KADER VAN DE CONFERENTIE OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP . DEZE CONFERENTIE WAS VAN OORDEEL , DAT ER NOG STEEDS MENINGSVERSCHILLEN BESTONDEN EN DAT VAN DE VERSCHILLENDE ONVOLMAAKTE OPLOSSINGEN DE STATUS QUO - DAT WIL ZEGGEN DE AANWIJZING VAN EEN ZEKER AANTAL VOORLOPIGE ARBEIDSPLAATSEN - DE MEEST BEVREDIGENDE WAS . OP 23 EN 24 MAART 1981 BESLOTEN DE STAATSHOOFDEN EN REGERINGSLEIDERS VAN DE LID-STATEN , BIJEEN TE MAASTRICHT IN HET KADER VAN DE EUROPESE RAAD , DAN OOK EENPARIG ' ' DE STATUS QUO TE BEVESTIGEN VOOR WAT BETREFT DE VOORLOPIGE VESTIGINGSPLAATSEN VAN DE EUROPESE INSTELLINGEN ' ' . DE CONFERENTIE OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN NAM AKTE VAN DEZE BESLISSING EN GING OP 30 JUNI 1981 UITEEN ; ZIJ BEVESTIGDE NOGMAALS HET STANDPUNT VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN , DAT DE VASTSTELLING VAN DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN TOT HUN UITSLUITENDE BEVOEGDHEID BEHOORT . VOORTS STELDE ZIJ VAST , DAT DE BESLISSING VAN MAASTRICHT BINNEN DE UITOEFENING VAN DEZE BEVOEGDHEID VALT EN NIET OP DE VASTSTELLING VAN DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN PREJUDICIEERT .

12 OP 7 JULI 1981 NAM HET PARLEMENT DE BESTREDEN RESOLUTIE AAN . IN DEZE RESOLUTIE VERKLAART HET MET NAME , DAT HET GEEN AFBREUK WIL DOEN AAN DE RECHTEN OF DE PLICHTEN VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN IN DEZEN , DAT DE MOEILIJKHEDEN WAARMEE HET HEEFT TE KAMPEN DOORDAT HET IN DRIE VERSCHILLENDE STEDEN WERKZAAM IS , HET NOODZAKELIJK MAKEN ZIJN ARBEID IN EEN ENKELE PLAATS TE CONCENTREREN , EN DAT DE NIET-EERBIEDIGING DOOR DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN VAN DE UITERSTE DATUM VAN 15 JUNI 1981 HET ERTOE NOOPT VERBETERING TE BRENGEN IN ZIJN EIGEN WERKOMSTANDIGHEDEN . NA TE HEBBEN VERKLAARD DAT HET HET RECHT HEEFT ' ' TE VERGADEREN EN TE WERKEN WAAR HET WENST ' ' , DOET HET PARLEMENT EEN BEROEP OP DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN OM HUN VERDRAGSVERPLICHTING NA TE KOMEN EN EEN ENKELE ZETEL VOOR DE INSTELLINGEN VAST TE STELLEN , GEEFT HET ALS ZIJN MENING TE KENNEN DAT HET VAN ESSENTIEEL BELANG IS ZIJN WERKZAAMHEDEN IN EEN PLAATS TE CONCENTREREN , EN BESLUIT HET

' ' . . .

3 . . . ., IN AFWACHTING VAN DE DEFINITIEVE VASTSTELLING VAN EEN ENKELE PLAATS VOOR DE PLENAIRE EN ANDERE VERGADERINGEN VAN HET EUROPESE PARLEMENT :

A ) DE PLENAIRE VERGADERINGEN TE STRAATSBURG TE HOUDEN ,

B)DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN IN DE REGEL TE BRUSSEL TE BELEGGEN ,

C)DAT DE WERKWIJZE VAN HET SECRETARIAAT EN DE TECHNISCHE DIENSTEN VAN HET PARLEMENT DIENEN TE WORDEN HERZIEN OM TE BEANTWOORDEN AAN HET ONDER A ) EN B ) GESTELDE EN IN HET BIJZONDER OM TE VERMIJDEN DAT EEN GROOT GEDEELTE VAN ZIJN PERSONEEL ZICH VOORTDUREND MOET VERPLAATSEN ,

- DAT MET HET OOG HIEROP ZOVEEL MOGELIJK GEBRUIK DIENT TE WORDEN GEMAAKT VAN DE MODERNSTE TELECOMMUNICATIEMIDDELEN , ZOWEL VOOR PERSOONLIJKE CONTACTEN ALS DE TRANSMISSIE VAN DOCUMENTEN ,

- DAT TEVENS TER VERGEMAKKELIJKING VAN DE SAMENWERKING TUSSEN DE INSTELLINGEN DE MEEST GEAVANCEERDE TECHNIEKEN MOETEN WORDEN GEBRUIKT , TERWIJL TEGELIJKERTIJD OOK DE WEG- , SPOORWEG- EN LUCHTVERBINDINGEN TUSSEN DE VOORNAAMSTE PLAATSEN WAAR DE GEMEENSCHAP HAAR WERKZAAMHEDEN VERRICHT VERBETERD MOETEN WORDEN ,

- DAT ONDER LEIDING VAN DE VOORZITTER EN HET BUREAU IN UITGEBREIDE SAMENSTELLING DE BEVOEGDE ORGANEN VAN HET PARLEMENT DE TE NEMEN MAATREGELEN ZULLEN UITWERKEN EN DE KOSTEN DAARVAN ZULLEN RAMEN EN VOOR AFLOOP VAN HET JAAR HET PARLEMENT EEN VERSLAG MET VOORSTELLEN TER ZAKE ZULLEN VOORLEGGEN . ' '

DE ONTVANKELIJKHEID

13 TEGEN HET BEROEP VAN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG TOT NIETIGVERKLARING VAN DEZE RESOLUTIE HEEFT HET PARLEMENT VERSCHILLENDE EXCEPTIES VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID OPGEWORPEN , DIE EERST MOETEN WORDEN ONDERZOCHT .

1 . DE MOGELIJKHEID VAN BEROEP TEGEN EEN HANDELING VAN HET PARLEMENT

14 VOLGENS HET PARLEMENT IS HET BEROEP NIET-ONTVANKELIJK OMDAT IN CASU NOCH ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG NOCH DE ARTIKELEN 173 EEG-VERDRAG EN 146 EGA-VERDRAG BEROEP TEGEN HANDELINGEN VAN HET PARLEMENT TOELATEN . WAT ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG BETREFT , ZOU DIT VOLGEN UIT HET FEIT DAT HET PARLEMENT , MET DE BESTREDEN RESOLUTIE , SLECHTS EENMAAL EN OP ONSPLITSBARE WIJZE GEBRUIK HEEFT GEMAAKT VAN ZIJN UIT DE DRIE VERDRAGEN VOORTVLOEIENDE BEVOEGDHEDEN ; DE RESOLUTIE ZOU DERHALVE NIET NIETIG KUNNEN WORDEN VERKLAARD VOOR ZOVER ZIJ ENKEL BINNEN DE SFEER VAN HET EGKS-VERDRAG LIGT . VOORTS HEEFT HET PARLEMENT GEWEZEN OP HET BEGINSEL VAN DE SCHEIDING DER MACHTEN EN BEKLEMTOOND , DAT DE BESTREDEN RESOLUTIE BERUST OP DE BEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT OM OP SOEVEREINE WIJZE TE BEPALEN HOE HET ZIJN TAKEN VERVULT .

15 VOLGENS DE LUXEMBURGSE REGERING IS EEN BEROEP OP ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG ENKEL UITGESLOTEN BIJ HANDELINGEN DIE BETREKKING HEBBEN OP EEN AANGELEGENHEID DIE SPECIFIEK EN UITSLUITEND BINNEN DE SFEER VAN HET EEG- OF HET EGA-VERDRAG VALT . BOVENDIEN ZOUDEN DE ARTIKELEN 173 EEG-VERDRAG EN 146 EGA-VERDRAG , WAAROP HET BEROEP SUBSIDIAIR BERUST , RUIM MOETEN WORDEN UITGELEGD , REKENING HOUDENDE MET DE UITBREIDING VAN DE BEVOEGDHEDEN VAN HET PARLEMENT , TENEINDE LEEMTEN IN DE DOOR HET HOF GEWAARBORGDE RECHTSBESCHERMING TE VOORKOMEN .

16 ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , EKGS-VERDRAG BEPAALT : ' ' HET HOF KAN OP VERZOEK VAN EEN DER DEELNEMENDE STATEN OF VAN DE HOGE AUTORITEIT DE BESLUITEN VAN DE VERGADERING OF VAN DE RAAD VERNIETIGEN . ' ' DAT EEN LID-STAAT BIJ HET HOF BEROEP KAN INSTELLEN TEGEN HANDELINGEN VAN HET PARLEMENT , DIE ONDER DIT VERDRAG RESSORTEREN , KAN DUS NIET IN TWIJFEL WORDEN GETROKKEN . VOLGENS DE DERDE ALINEA VAN GENOEMD ARTIKEL IS DIT EVENWEL ENKEL MOGELIJK OP GROND VAN ONBEVOEGDHEID OF SCHENDING VAN WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN .

17 VOLGENS DE ARTIKELEN 173 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG EN 146 , EERSTE ALINEA , EGA-VERDRAG ' ' GAAT HET HOF VAN JUSTITIE DE WETTIGHEID NA VAN DE HANDELINGEN VAN DE RAAD EN VAN DE COMMISSIE ' ' EN IS HET TE DIEN EINDE ' ' BEVOEGD UITSPRAAK TE DOEN INZAKE ELK DOOR EEN LID-STAAT , DE RAAD OF DE COMMISSIE INGESTELD BEROEP ' ' . ACTIEVE OF PASSIEVE DEELNEMING VAN HET PARLEMENT AAN GEDINGEN VOOR HET HOF IS IN DEZE ARTIKELEN NIET UITDRUKKELIJK VOORZIEN .

18 VOLGENS DE OVEREENKOMST VAN 25 MAART 1957 BETREFFENDE BEPAALDE INSTELLINGEN WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , WORDEN DE ALGEMENE EN BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN DIE DE DRIE VERDRAGEN AAN HET PARLEMENT EN HET HOF TOEKENNEN , UITGEOEFEND ' ' OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN ' ' RESPECTIEVELIJK ' ' ONDER VOORWAARDEN ONDERSCHEIDENLIJK IN DIE VERDRAGEN GESTELD ' ' . DE DESBETREFFENDE VERSCHILLEN TUSSEN DE ONDERSCHEIDEN VERDRAGEN ZIJN DUS DOOR DE OPRICHTING VAN DEZE GEMEENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN NIET OPGEHEVEN .

19 AANGEZIEN HET ENE PARLEMENT EEN INSTELLING IS DIE DE DRIE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , HANDELT HET NOODZAKELIJKERWIJS BINNEN DE SFEER VAN DE DRIE VERDRAGEN - HET EGKS-VERDRAG DAARONDER BEGREPEN - WANNEER HET EEN RESOLUTIE AANVAARDT DIE BETREKKING HEEFT OP ZIJN WERKING ALS INSTELLING EN OP DE ORGANISATIE VAN ZIJN SECRETARIAAT . BIJGEVOLG IS HET HOF BEVOEGD EN STAAN DE RECHTSWEGEN VAN ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG OPEN INDIEN HET GAAT OM HANDELINGEN ZOALS DE BESTREDEN RESOLUTIE , DIE TEGELIJKERTIJD EN ONSPLITSBAAR BINNEN DE SFEER VAN DE DRIE VERDRAGEN VALLEN .

20 NU ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG IN CASU TOEPASSELIJK IS , BEHOEFT NIET TE WORDEN INGEGAAN OP DE VRAAG OF DE BEGINSELEN INZAKE DE EERBIEDIGING VAN DE WETTIGHEID EN DE TERZAKE DOOR HET HOF UITGEOEFENDE CONTROLE , ZOALS NEERGELEGD IN DE ARTIKELEN 164 EEG-VERDRAG EN 136 EGA-VERDRAG , VERLANGEN DAT DE ARTIKELEN 173 EEG-VERDRAG EN 146 EGA-VERDRAG IN DIE ZIN WORDEN UITGELEGD , DAT HET PARLEMENT PARTIJ KAN ZIJN IN EEN GEDING VOOR HET HOF .

21 BIJGEVOLG MOET DEZE EXCEPTIE WORDEN VERWORPEN .

2 . DE ACTIEVE PROCESBEVOEGDHEID VAN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG

22 HET PARLEMENT HEEFT AANGEVOERD , DAT HET BEROEP NIET-ONTVANKELIJK IS OMDAT HET IS INGESTELD DOOR EEN ENKELE LID-STAAT , TERWIJL HET RECHT OM DE ZETEL VAST TE STELLEN , TOEKOMT AAN DE REGERINGEN VAN ALLE LID-STATEN , HANDELEND IN ONDERLINGE OVEREENSTEMMING . EEN DERGELIJK BEROEP ZOU DOOR DE LID-STATEN GEZAMENLIJK OF ANDERS DOOR DE COMMISSIE MOETEN WORDEN INGESTELD . BOVENDIEN ZOU HET INSTELLEN VAN HET BEROEP IN STRIJD ZIJN MET HET ' ' ESTOPPEL ' ' -BEGINSEL , IN ZOVERRE HET FEIT DAT DE LID-STATEN - LUXEMBURG DAARONDER BEGREPEN - NIET HET NODIGE HEBBEN GEDAAN OM TOT EEN AKKOORD OVER DE ZETEL VAN HET PARLEMENT TE KOMEN , ZICH ERTEGEN VERZET DAT LUXEMBURG ZIJN TOEVLUCHT NEEMT TOT RECHTSMIDDELEN .

23 DE LUXEMBURGSE REGERING WIJST EROP , DAT ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG GEENSZINS VERLANGT DAT DE LID-STATEN HUN PROCESBEVOEGDHEID OF HUN PROCESBELANG AANTONEN . IN IEDER GEVAL ZOU ELKE LID-STAAT HET RECHT HEBBEN IN RECHTE OP TE TREDEN , EN ZICH DUS AFZONDERLIJK TOT HET HOF KUNNEN WENDEN . DE VOLKENRECHTELIJKE ' ' ESTOPPEL ' ' -LEER ZOU NIET VAN TOEPASSING ZIJN IN HET GEMEENSCHAPSRECHT . BOVENDIEN ZOU DE LUXEMBURGSE REGERING NIET AANSPRAKELIJK KUNNEN WORDEN GESTELD VOOR EEN EVENTUEEL VERZUIM VAN DE LID-STATEN , AANGEZIEN HAAR NIET KAN WORDEN VERWETEN DAT DE ONDERHANDELINGEN , WAARAAN ZIJ ACTIEF HEEFT DEELGENOMEN , GEEN RESULTAAT HEBBEN OPGELEVERD .

24 VOLGENS ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG KUNNEN BESLUITEN VAN HET PARLEMENT OF VAN DE RAAD NIETIG WORDEN VERKLAARD ' ' OP VERZOEK VAN EEN DER DEELNEMENDE STATEN OF VAN DE HOGE AUTORITEIT ' ' . ANDERS DAN BIJ DE BEPALINGEN DIE VOORZIEN IN BEROEPSWEGEN TEN BEHOEVE VAN ONDERNEMINGEN EN VERENIGINGEN , ZOALS ARTIKEL 33 , TWEEDE ALINEA , EGKS-VERDRAG , IS VOOR DE UITOEFENING VAN HET VORDERINGSRECHT VAN EEN LID-STAAT OF VAN DE HOGE AUTORITEIT GEENSZINS VEREIST DAT DEZE HUN PROCESBEVOEGDHEID OF PROCESBELANG AANTONEN .

25 BIJGEVOLG STAAT HET BEROEP BEDOELD IN ARTIKEL 38 , EERSTE ALINEA , OPEN VOOR ELKE LID-STAAT AFZONDERLIJK EN HANGT DE ONTVANKELIJKHEID VAN EEN KRACHTENS DIT ARTIKEL INGESTELD BEROEP NIET AF VAN DE OMSTANDIGHEID DAT OOK ANDERE LID-STATEN OF DE COMMISSIE PARTIJ ZIJN BIJ DE PROCEDURE VOOR HET HOF .

26 EEN EVENTUEEL VERZUIM VAN DE LID-STATEN GEZAMENLIJK OM VAN HUN BEVOEGDHEDEN GEBRUIK TE MAKEN , KAN DUS GEEN BELETSEL ZIJN VOOR DE ONTVANKELIJKHEID VAN EEN BEROEP TEGEN EEN BEWEERDE INBREUK DOOR HET PARLEMENT OP DIE BEVOEGDHEDEN . AANGEZIEN HET GAAT OM VRAGEN DIE BETREKKING HEBBEN OP DE INSTITUTIONELE STRUCTUUR VAN DE GEMEENSCHAP , MAG DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP VAN EEN LID-STAAT BOVENDIEN NIET AFHANGEN VAN VROEGERE VERZUIMEN OF VERGISSINGEN VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN .

27 OOK DEZE EXCEPTIE MOET DUS WORDEN VERWORPEN .

3 . HET RECHTSKARAKTER VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE

28 VOLGENS HET PARLEMENT IS DE BESTREDEN RESOLUTIE GEEN BESLUIT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG , OMDAT ZIJ ENKEL BETREKKING HEEFT OP DE INTERNE ORGANISATIE VAN HET PARLEMENT EN VAN ZIJN DIENSTEN EN DUS GEEN RECHTSGEVOLGEN TEWEEGBRENGT . HET ZOU GAAN OM EEN HANDELING DIE BERUST OP DE BEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT OP HET STUK VAN ZIJN INTERNE ORGANISATIE EN DIE BOVENDIEN VOLLEDIG PAST IN HET KADER VAN DE BESLISSINGEN VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN .

29 VOLGENS DE LUXEMBURGSE REGERING WILDE HET PARLEMENT MET DE BESTREDEN RESOLUTIE ZIJN EIGEN BESLISSING MET BETREKKING TOT HET ZETELVRAAGSTUK IN DE PLAATS STELLEN VAN DIE VAN DE REGERINGEN DER LID-STATEN . BOVENDIEN BETWIST ZIJ , DAT HANDELINGEN VAN INTERNE ORGANISATIE ALS ZODANIG AAN DE CONTROLE VAN HET HOF ZIJN ONTTROKKEN .

30 DIENAANGAANDE MOET WORDEN OPGEMERKT , DAT DE RECHTSGEVOLGEN VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE NIET KUNNEN WORDEN BEOORDEELD ZONDER IN TE GAAN OP HAAR INHOUD EN OP DE VRAAG OF DE BEVOEGDHEIDSREGELS IN ACHT ZIJN GENOMEN , PUNTEN DIE DE GROND VAN DE ZAAK BETREFFEN , DIE HIERNA TER BEOORDELING STAAT .

TEN GRONDE

31 TOT STAVING VAN HAAR BEROEP VOERT DE LUXEMBURGSE REGERING OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 38 EGKS-VERDRAG TWEE MIDDELEN AAN , TE WETEN ONBEVOEGDHEID EN SCHENDING VAN WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN .

1 . DE ONBEVOEGDHEID

32 DE LUXEMBURGSE REGERING VOERT IN DE EERSTE PLAATS AAN , DAT HET PARLEMENT NIET BEVOEGD IS OM OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN TE BESLISSEN , DAAR DE BEVOEGDHEID TE DIER ZAKE AAN DE LID-STATEN IS VOORBEHOUDEN . ZOWEL NAAR OPSCHRIFT ALS NAAR INHOUD ZOU DE BESTREDEN RESOLUTIE BETREKKING HEBBEN OP DE ZETEL VAN HET PARLEMENT , TEN AANZIEN WAARVAN HET PARLEMENT VOLSTREKT ONBEVOEGD IS , ONGEACHT OF DE LID-STATEN DIENAANGAANDE BESLISSINGEN HEBBEN GENOMEN EN WELKE DE INHOUD DAARVAN IS . BOVENDIEN ZOU DE BESTREDEN RESOLUTIE INBREUK MAKEN OP DE KRACHTENS DIE BEVOEGDHEID GENOMEN BESLUITEN VAN DE REGERINGEN BETREFFENDE DE VOORLOPIGE VESTIGINGSPLAATSEN VAN DE INSTELLINGEN . DOOR DE VASTE PRAKTIJK VAN VERGADERPERIODEN TE LUXEMBURG OP TE GEVEN , ZOU HET PARLEMENT INBREUK HEBBEN GEMAAKT OP HET BESLUIT TOT BEVESTIGING VAN DE STATUS QUO , GENOMEN DOOR DE STAATSHOOFDEN EN REGERINGSLEIDERS VAN DE LID-STATEN TE MAASTRICHT OP 23 EN 24 MAART 1981 ALSOOK IN HET KADER VAN DE CONFERENTIE OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP OP 30 JUNI 1981 . DOOR TE BESLISSEN DAT DE WERKWIJZE VAN HET SECRETARIAAT EN VAN DE DIENSTEN VAN HET PARLEMENT MOET WORDEN AFGESTEMD OP DE PLENAIRE VERGADERINGEN TE STRAATSBURG EN DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE BRUSSEL , ZOU HET PARLEMENT ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT VAN 8 APRIL 1965 HEBBEN GESCHONDEN .

33 HET PARLEMENT BETOOGT , DAT DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN NOOIT GEBRUIK HEBBEN GEMAAKT VAN HUN BEVOEGDHEID DE ZETEL VAST TE STELLEN , ZODAT ER VAN EEN INBREUK OP DEZE BEVOEGDHEID GEEN SPRAKE KAN ZIJN . IN IEDER GEVAL ZOU DE BESTREDEN RESOLUTIE ENERZIJDS EEN POLITIEKE OPROEP TOT DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN ZIJN OM BEPAALDE MAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE ZETEL TE NEMEN , EN ANDERZIJDS EEN MAATREGEL VAN INTERNE ORGANISATIE , VASTGESTELD OVEREENKOMSTIG DE ARTIKELEN 142 EEG-VERDRAG , 112 EGA-VERDRAG EN 25 EGKS-VERDRAG . DEZE MAATREGEL VAN INTERNE ORGANISATIE ZOU IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET DE BESLISSINGEN VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN BETREFFENDE DE VOORLOPIGE VESTIGINGSPLAATSEN EN MET NAME , WAT DE PLENAIRE VERGADERINGEN BETREFT , MET DE VERKLARINGEN VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN VAN 25 JULI 1952 EN 7 JANUARI 1958 . DAT DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE BRUSSEL WORDEN GEHOUDEN , ZOU EEN VASTE PRAKTIJK ZIJN EN HIEROMTRENT ZOU ER NIETS ZIJN GEREGELD . HET PARLEMENT ZOU IN ZIJN BESTREDEN RESOLUTIE GEEN ENKELE BESLISSING OVER DE VESTIGING VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL HEBBEN GENOMEN EN SLECHTS AANDACHT HEBBEN GEHAD VOOR DE GOEDE WERKING VAN DE INSTELLING EN VOOR HET GEBRUIK VAN BEPAALDE MODERNE TECHNIEKEN . VOORTS ZOU HET HIER NIET GAAN OM DE ZETEL VAN DE INSTELLING , MAAR OM HAAR INTERNE ORGANISATIE , WAARVOOR HET PARLEMENT DE VOOR EEN GOED BEHEER VEREISTE MAATREGELEN MAG EN ZELFS MOET NEMEN .

A ) DE BEVOEGDHEID INZAKE HET VRAAGSTUK VAN DE ZETEL EN DE ARBEIDSPLAATSEN

34 OM OP DIT MIDDEL TE KUNNEN BESLISSEN MOET VOOREERST WORDEN ONDERZOCHT WELKE BEVOEGDHEDEN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN RESPECTIEVELIJK HET PARLEMENT TERZAKE HEBBEN .

35 VOLGENS ARTIKEL 77 EGKS-VERDRAG EN DE ARTIKELEN 216 EEG-VERDRAG EN 189 EGA-VERDRAG STAAT HET AAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN , DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAST TE STELLEN . IN ZOVERRE DEZE BEPALINGEN DE LID-STATEN BEVOEGD VERKLAREN DE ZETEL VAST TE STELLEN , LEGGEN ZIJ HUN TEVENS DE VERANTWOORDELIJKHEID OP OM DE INSTITUTIONELE BEPALINGEN VAN DE VERDRAGEN , DIE DE GOEDE WERKING VAN DE GEMEENSCHAPPEN MOETEN VERZEKEREN , OP DIT PUNT TE VERVOLLEDIGEN . BIJGEVOLG ZIJN DE LID-STATEN NIET ENKEL GERECHTIGD , DOCH OOK VERPLICHT DEZE BEVOEGDHEID UIT TE OEFENEN .

36 VASTSTAAT , DAT DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN HUN VERPLICHTING OM DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN DE VERDRAGEN VAST TE STELLEN , NOG NIET ZIJN NAGEKOMEN . ZOALS UIT VORENSTAAND FEITENRELAAS BLIJKT , HEBBEN ZIJ EVENWEL HERHAALDELIJK BESLISSINGEN GENOMEN WAARBIJ VOORLOPIGE ARBEIDSPLAATSEN VOOR DE INSTELLINGEN ZIJN VASTGESTELD , ZULKS OP GROND VAN DIEZELFDE BEVOEGDHEID EN , WAT HET BESLUIT VAN 8 APRIL 1965 BETREFT , OP GROND VAN DE BEVOEGDHEID DIE UITDRUKKELIJK IS VERLEEND BIJ ARTIKEL 37 VAN VOORNOEMD VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN RAD EN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN .

37 ER ZIJ EVENWEL OP GEWEZEN , DAT INGEVOLGE HET MET NAME IN ARTIKEL 5 EEG-VERDRAG TOT UITDRUKKING GEBRACHTE BEGINSEL DAT DE LID-STATEN EN DE GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN OVER EN WEER TOT LOYALE SAMENWERKING VERPLICHT , DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN - BIJ HUN VOORLOPIGE BESLISSINGEN - DE BEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT OM ZIJN EIGEN INTERNE ORGANISATIE TE REGELEN , MOETEN RESPECTEREN . ZIJ DIENEN ERVOOR TE WAKEN DAT DERGELIJKE BESLISSINGEN DE GOEDE WERKING VAN HET PARLEMENT BELEMMEREN .

38 ANDERZIJDS IS HET PARLEMENT OP GROND VAN DE INTERNE ORGANISATIEBEVOEGDHEID DIE HET ONTLEENT AAN DE ARTIKELEN 25 EGKS-VERDRAG , 142 EEG-VERDRAG EN 112 EGA-VERDRAG GERECHTIGD , PASSENDE MAATREGELEN TE NEMEN OM ZIJN GOEDE WERKING EN HET GOEDE VERLOOP VAN ZIJN PROCEDURES TE VERZEKEREN . INGEVOLGE VOORNOEMDE WEDERZIJDSE VERPLICHTING TOT LOYALE SAMENWERKING MOETEN EVENWEL DE BESLUITEN VAN HET PARLEMENT OP HUN BEURT DE BEVOEGDHEID VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN OM DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAST TE STELLEN , ALSMEDE DE BESTAANDE VOORLOPIGE BESLISSINGEN EERBIEDIGEN .

39 BOVENDIEN MOET WORDEN BEKLEMTOOND , DAT DE BEVOEGDHEID VAN DE REGERINGEN DER LID-STATEN TERZAKE GEEN AFBREUK DOET AAN DE EIGEN BEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT OM TE BERAADSLAGEN OVER ALLE VRAAGSTUKKEN DIE DE GEMEENSCHAPPEN AANBELANGEN , RESOLUTIES OVER DIE VRAAGSTUKKEN AAN TE NEMEN EN DE REGERINGEN TOT HANDELEN UIT TE NODIGEN .

40 MITSDIEN KAN NIET WORDEN GEZEGD DAT HET PARLEMENT ZIJN BEVOEGDHEID TE BUITEN IS GEGAAN DOOR HET ENKELE FEIT DAT HET EEN RESOLUTIE HEEFT AANGENOMEN OVER ' ' DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN MET NAME DIE VAN HET EUROPESE PARLEMENT ' ' EN WAARIN HET VRAAGSTUK VAN DE ARBEIDSPLAATS WORDT BEHANDELD . OM TE KUNNEN BEOORDELEN OF HET PARLEMENT ONBEVOEGD WAS DE BESTREDEN RESOLUTIE AAN TE NEMEN , MOET WORDEN ONDERZOCHT WAT DE EIGENLIJKE INHOUD IS VAN DE RESOLUTIE , EN MET NAME VAN DE DERDE PARAGRAAF ERVAN , EN MOET DIE INHOUD WORDEN GETOETST AAN DE VORENBEDOELDE VERPLICHTING OM DE RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN TERZAKE VAN DE LID-STATEN EN HET PARLEMENT TE RESPECTEREN .

B ) DE PLENAIRE VERGADERINGEN

41 OM TE BEGINNEN WORDT IN DE DERDE PARAGRAAF VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE SUB A BESLOTEN , IN AFWACHTING VAN DE DEFINITIEVE VASTSTELLING VAN EEN ENKELE PLAATS VOOR DE PLENAIRE EN ANDERE VERGADERINGEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT , DE PLENAIRE VERGADERINGEN TE STRAATSBURG TE HOUDEN .

42 DAAROMTRENT MOET WORDEN VASTGESTELD DAT , OFSCHOON IN HET BESLUIT VAN 8 APRIL 1965 NIET UITDRUKKELIJK WORDT UITGESPROKEN OVER DE ZITTINGEN VAN HET PARLEMENT , VOLGENS ARTIKEL 1 ERVAN ' ' LUXEMBURG , BRUSSEL EN STRAATSBURG VOORLOPIG DE PLAATSEN BLIJVEN WAAR DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAPPEN GEVESTIGD ZIJN . ' ' IN DIE TIJD NU WAREN DE PLENAIRE VERGADERINGEN VAN HET PARLEMENT DE ENIGE ACTIVITEIT VAN DE GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN , DIE IN DE REGEL TE STRAATSBURG PLAATSVOND . REEDS UIT DE VERKLARINGEN VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN TER GELEGENHEID VAN DE INWERKINGTREDING VAN HET EGKS-VERDRAG EN VAN HET EEG- EN EGA-VERDRAG WAS DUIDELIJK GEBLEKEN , DAT HET DE WENS VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN WAS , DAT DE VERGADERING TE STRAATSBURG ZOU SAMENKOMEN .

43 HET IS WAAR DAT VANAF 1967 DE PRAKTIJK IS ONTSTAAN DAT HET PARLEMENT EEN GEDEELTE VAN ZIJN PLENAIRE VERGADERINGEN - TOT DE HELFT TOE - TE LUXEMBURG HIELD . DEZE PRAKTIJK ALSMEDE DE BESLISSING VAN 1981 OM DE STATUS QUO TE HANDHAVEN , WORDEN DOOR DE LUXEMBURGSE REGERING AANGEVOERD , TEN BETOGE DAT DE BESLISSING OM ALLE PLENAIRE VERGADERINGEN TE STRAATSBURG TE HOUDEN , IN STRIJD IS MET DE BESLISSINGEN VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN OP DIT GEBIED .

44 ER ZIJ ECHTER OP GEWEZEN , DAT HET PARLEMENT OP EIGEN INITIATIEF TOT DIE PRAKTIJK HAD BESLOTEN EN DAT DE LID-STATEN ZE UITDRUKKELIJK NOCH STILZWIJGEND HEBBEN GOEDGEKEURD . DE FRANSE REGERING HEEFT INTEGENDEEL HERHAALDELIJK VERKLAARD DAT ZIJ NIET VERENIGBAAR WAS MET DE BESLISSINGEN VAN DE LID-STATEN , EN OP WIJZIGING ERVAN AANGEDRONGEN . HET IS DUS NIET JUIST WANNEER DE LUXEMBURGSE REGERING STELT DAT UIT DEZE PRAKTIJK EEN GEWOONTE IS GEGROEID WAARAAN ZIJ RECHTEN KAN ONTLENEN EN DIE DE BESLISSINGEN VAN DE LID-STATEN TERZAKE AANVULT , ZODAT HET PARLEMENT VERPLICHT ZOU ZIJN EEN GEDEELTE VAN ZIJN PLENAIRE VERGADERINGEN TE LUXEMBURG TE HOUDEN .

45 DE CONCLUSIES VAN DE IN 1981 GEHOUDEN CONFERENTIE OVER DE ZETEL VAN DE INSTELLINGEN DWINGEN NIET TOT EEN ANDERE BEOORDELING . IN AANMERKING GENOMEN DAT DIE CONCLUSIES WORDEN GEKENMERKT DOOR HET VOORTBESTAAN VAN VER SCHILLENDE OPVATTINGEN EN DAT DE EERDER GENOMEN BESLISSINGEN OP GEEN ENKEL PUNT WERDEN GEWIJZIGD , KAN DE AAN HET EINDE VAN DEZE CONFERENTIE AFGELEGDE VERKLARING DAT DE STATUS QUO ZOU WORDEN GEHANDHAAFD , ENKEL WORDEN BEGREPEN ALS EEN UITDRUKKING VAN DE WIL , GEEN VERANDERING TE BRENGEN IN DE BESTAANDE RECHTSSITUATIE . DEZE VERKLARING BELET HET PARLEMENT DUS NIET , EEN PRAKTIJK OP TE GEVEN DIE HET ZELF HAD INGEVOERD .

46 MITSDIEN IS HET BESLUIT VAN HET PARLEMENT OM VOORTAAN AL ZIJN PLENAIRE VERGADERINGEN TE STRAATSBURG TE HOUDEN , NIET IN STRIJD MET DE BESLISSINGEN VAN DE LID-STATEN TERZAKE , EN HEEFT HET PARLEMENT DAARMEE ZIJN BEVOEGDHEDEN NIET OVERSCHREDEN .

C ) HET BELEGGEN VAN DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE BRUSSEL

47 IN DE TWEEDE PLAATS WORDT IN DE DERDE PARAGRAAF SUB B VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE BESLOTEN , DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN IN DE REGEL TE BRUSSEL TE BELEGGEN .

48 HIEROMTRENT ZIJ OPGEMERKT , DAT DE IN HET KADER VAN DE AUTONOMIE VAN HET PARLEMENT GEGROEIDE PRAKTIJK OM DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE BRUSSEL TE HOUDEN , DOOR GEEN ENKELE LID-STAAT OOIT IS GEKRITISEERD .

49 MITSDIEN MOET WORDEN VASTGESTELD , DAT HET PARLEMENT DOOR IN DE BESTREDEN RESOLUTIE SUB B DEZE PRAKTIJK TE BEVESTIGEN , ZIJN BEVOEGDHEID NIET HEEFT OVERSCHREDEN .

D ) DE VESTIGING VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL EN VAN DE DIENSTEN

50 TENSLOTTE WORDT IN DE DERDE PARAGRAAF SUB C VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE GESPROKEN OVER DE WERKWIJZE VAN HET SECRETARIAAT EN VAN DE TECHNISCHE DIENSTEN VAN HET PARLEMENT , DIE ZOU MOETEN WORDEN HERZIEN OM TE BEANTWOORDEN AAN DE EISEN DIE HET HOUDEN VAN DE PLENAIRE VERGADERINGEN TE STRAATSBURG EN VAN DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE BRUSSEL STELT , IN HET BIJZONDER OM TE VERMIJDEN DAT EEN GROOT GEDEELTE VAN HET PERSONEEL VAN HET PARLEMENT ZICH VOORTDUREND MOET VERPLAATSEN .

51 IN DIT VERBAND MOET IN DE EERSTE PLAATS WORDEN BEKLEMTOOND , DAT ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN VAN 8 APRIL 1965 BEPAALT , DAT ' ' HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN HET EUROPESE PARLEMENT EN ZIJN DIENSTEN TE LUXEMBURG GEVESTIGD BLIJVEN . ' '

52 TEN BEHOEVE VAN DE COMMISSIE- EN FRACTIEVERGADERINGEN TE BRUSSEL HEEFT HET PARLEMENT DAAR STEEDS EEN ZEKER AANTAL VAN ZIJN AMBTENAREN EN PERSONEELSLEDEN TEWERKGESTELD . IN ZIJN BRIEF VAN 22 SEPTEMBER 1977 HEEFT DE VOORZITTER VAN DE RAAD ER NAMENS DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN AKTE VAN GENOMEN , DAT HET PARLEMENT TE BRUSSEL ZORGT VOOR ' ' DE STRIKT NOODZAKELIJKE VOORZIENINGEN OM HET GOEDE VERLOOP VAN DERGELIJKE VERGADERINGEN TE VERZEKEREN ' ' .

53 GELET OP DE VERPLICHTING VAN ZOWEL DE LID-STATEN ALS VAN HET PARLEMENT OM BIJ DE UITOEFENING VAN HUN BEVOEGDHEDEN DIE VAN DE ANDERE PARTIJ TE EERBIEDIGEN , MOET VOORNOEMD ARTIKEL 4 ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT HET GEEN BELETSEL VORMT VOOR BEPAALDE MAATREGELEN VAN HET PARLEMENT , DIE VOOR ZIJN GOEDE WERKING NOODZAKELIJK ZIJN .

54 HIERUIT VOLGT DAT , ZOLANG GEEN ZETEL OF ZELFS NIET EEN ENKELE ARBEIDSPLAATS VOOR HET PARLEMENT IS VASTGESTELD , DIT DE MOGELIJKHEID DIENT TE HEBBEN OM , BUITEN DE PLAATS WAAR ZIJN SECRETARIAAT IS GEVESTIGD , IN DE VERSCHILLENDE ARBEIDSPLAATSEN DE NODIGE VOORZIENINGEN IN STAND TE HOUDEN , TENEINDE IN AL DEZE PLAATSEN DE HEM DOOR DE VERDRAGEN OPGEDRAGEN TAKEN TE KUNNEN VERVULLEN . IN ZOVERRE DEZE GRENZEN NIET WORDEN OVERSCHREDEN , KAN DE INRICHTING VAN DERGELIJKE VOORZIENINGEN IN EEN ANDERE PLAATS DAN DIE WAAR HET SECRETARIAAT IS GEVESTIGD , DUS IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET VOORNOEMDE BEGINSELEN DIE DE ONDERSCHEIDEN BEVOEGDHEDEN OP DIT GEBIED BEHEERSEN .

55 DE OVERPLAATSINGEN VAN PERSONEEL MOGEN EVENWEL DE HIERVOOR AANGEGEVEN GRENZEN NIET OVERSCHRIJDEN , AANGEZIEN ELK BESLUIT TOT GEHELE OF GEDEELTELIJKE OVERBRENGING , RECHTENS OF FEITELIJK , VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN HET PARLEMENT OF VAN ZIJN DIENSTEN ZOU NEERKOMEN OP EEN SCHENDING VAN ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT VAN 8 APRIL 1965 EN VAN DE ZEKERHEID DIE DIT BESLUIT HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 37 VAN VOORNOEMD VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , WILDE BIEDEN .

56 IN HET LICHT VAN DEZE OVERWEGINGEN MOET WORDEN NAGEGAAN OF DE BESTREDEN RESOLUTIE , IN ZOVERRE ZIJ BEPAALT DAT DE WERKWIJZE VAN HET SECRETARIAAT EN VAN DE TECHNISCHE DIENSTEN ' ' DIENT TE WORDEN HERZIEN ' ' OM HET GOEDE VERLOOP VAN DE WERKZAAMHEDEN VAN HET PARLEMENT TE STRAATSBURG EN TE BRUSSEL TE VERZEKEREN , BLIJFT BINNEN DE GRENZEN DIE AAN DE INTERNE ORGANISATIEBEVOEGDHEID VAN HET PARLEMENT ZIJN GESTELD .

57 OFSCHOON SOMMIGE OVERWEGINGEN VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE ALSOOK DE OMSTANDIGHEDEN WAARONDER ZIJ IS AANGENOMEN , EN BEPAALDE TIJDENS DE PARLEMENTAIRE DEBATTEN INGENOMEN STANDPUNTEN DE INDRUK KUNNEN WEKKEN , DAT ZIJ DAADWERKELIJK EEN ALTHANS GEDEELTELIJKE OVERPLAATSING VAN HET PERSONEEL VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL NAAR DE ANDERE ARBEIDSPLAATSEN BEOOGT , DIENT TEVENS REKENING TE WORDEN GEHOUDEN MET DE TOELICHTINGEN IN DE LAATSTE DRIE STREEPJES VAN DEZE ALINEA , DIE MET NAME BETREKKING HEBBEN OP HET GEBRUIK VAN TELECOMMUNICATIEMIDDELEN EN VAN GEAVANCEERDE TECHNIEKEN TER VERGEMAKKELIJKING VAN DE SAMENWERKING TUSSEN DE INSTELLINGEN , EN OP DE VERBETERING VAN DE WEG- , SPOORWEG- EN LUCHTVERBINDINGEN TUSSEN DE VOORNAAMSTE PLAATSEN WAAR DE GEMEENSCHAP HAAR WERKZAAMHEDEN VERRICHT . GELET OP DEZE DRIE STREEPJES EN OP DE VERKLARINGEN VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN HET PARLEMENT TIJDENS DE PROCEDURE VOOR HET HOF , MAG DE ZINSNEDE VOLGENS WELKE DE WERKWIJZE VAN HET SECRETARIAAT EN VAN DE DIENSTEN ' ' DIENT TE WORDEN HERZIEN ' ' , NIET WORDEN BEGREPEN ALS ZOU ZIJ EEN BESLISSING INHOUDEN OVER CONCRETE MAATREGELEN EN MET NAME OVER EEN OVERPLAATSING VAN PERSONEEL . DE BESLISSING OVER CONCRETE MAATREGELEN DIENDE NOG NADER TE WORDEN BESTUDEERD EN ZIJ ZAL SLECHTS MET EERBIEDIGING VAN DE HIERVOOR OMSCHREVEN BEVOEGDHEDEN KUNNEN WORDEN GENOMEN .

58 DEZE UITLEGGING LEIDT TOT DE SLOTSOM , DAT DE DERDE PARAGRAAF SUB C VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE GEEN INBREUK MAAKT OP DE BESLISSINGEN VAN DE REGERINGEN VAN DE LID-STATEN TERZAKE EN MET NAME NIET OP VOORNOEMD ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT VAN 8 APRIL 1965 . HET PARLEMENT HEEFT DAARMEE ZIJN BEVOEGDHEDEN DUS NIET OVERSCHREDEN .

59 HET MIDDEL VAN ONBEVOEGDHEID IS MITSDIEN ONGEGROND .

2 . DE SCHENDING VAN WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN

60 DE LUXEMBURGSE REGERING HEEFT VOORTS SCHENDING VAN WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN AANGEVOERD , STELLENDE DAT DE VOOR ELKE BESLISSING INZAKE DE ZETEL VEREISTE WILSOVEREENSTEMMING TUSSEN DE LID-STATEN ONTBREEKT EN DAT HET PARLEMENT , ALVORENS DE RESOLUTIE AAN TE NEMEN , ZIJN JURIDISCHE COMMISSIE NIET HEEFT GERAADPLEEGD .

61 OP DIT PUNT KAN WORDEN VOLSTAAN MET VAST TE STELLEN , DAT DE LUXEMBURGSE REGERING NIET HEEFT AANGETOOND DAT WEZENLIJKE VORMVOORSCHRIFTEN DIE HET PARLEMENT BIJ DE AANNEMING VAN EEN RESOLUTIE ALS DE ONDERHAVIGE IN ACHT HAD MOETEN NEMEN , ZIJN GESCHONDEN .

62 MITSDIEN IS DIT MIDDEL ONGEGROND .

63 UIT HET VORENOVERWOGENE VOLGT , DAT HET BEROEP MOET WORDEN VERWORPEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

64 INGEVOLGE ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN , VOOR ZOVER ZULKS IS GEVORDERD . VOLGENS PARAGRAAF 3 VAN HETZELFDE ARTIKEL KAN HET HOF EVENWEL DE PROCESKOSTEN GEHEEL OF GEDEELTELIJK COMPENSEREN , INDIEN PARTIJEN ONDERSCHEIDENLIJK OP EEN OF MEER PUNTEN IN HET ONGELIJK WORDEN GESTELD , EN VOORTS WEGENS BIJZONDERE REDENEN .

65 IN CASU IS EEN DERGELIJKE BIJZONDERE REDEN VOORHANDEN , IN ZOVERRE SOMMIGE PUNTEN VAN DE BESTREDEN RESOLUTIE EN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN WAARONDER ZIJ IS AANGENOMEN , AANLEIDING KONDEN ZIJN TOT REDELIJKE TWIJFEL . BIJGEVOLG ZIJN TERMEN AANWEZIG OM GEBRUIK TE MAKEN VAN DE DOOR ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 3 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING GEBODEN MOGELIJKHEID TOT COMPENSATIE VAN DE KOSTEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

RECHTDOENDE :

1 . VERWERPT HET BEROEP .

2 . VERSTAAT DAT ELK DER PARTIJEN DE EIGEN KOSTEN ZAL DRAGEN .