61974J0036

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. - B. N. O. WALRAVE, L. J. N. KOCH TEGEN ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE EN FEDERATION ESPANOLA CICLISMO. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK UTRECHT). - ZAAK NO. 36/74.

Jurisprudentie 1974 bladzijde 01405
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00563
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00595
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00571
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00409
Finse bijz. uitgave bladzijde 00415


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . GEMEENSCHAPSRECHT - TOEPASSINGSGEBIED - SPORT - BEPERKING TOT ECONOMISCHE ACTIVITEITEN

2 . DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT - VERBOD - TOEPASSINGSGEBIED - ARBEID IN LOONDIENST OF DIENSTVERRICHTINGEN

( EEG-VERDRAG, ARTIKELEN 48, 59 )

3 . DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT - VERBOD - TOEPASSINGSGEBIED - SPORT - SAMENSTELLING VAN SPORTPLOEGEN - UITSLUITING

( EEG-VERDRAG, ARTIKELEN 7, 48, 59 )

4 . DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT - VERBOD - TOEPASSINGSGEBIED - UITBREIDING TOT NIET-OVERHEIDSOPTREDEN

( EEG-VERDRAG, ARTIKELEN 7, 48, 59 )

5 . DISCRIMINATIE - VERBOD - KARAKTER - TERRITORIALE WERKINGSSFEER - LOKALISERING - BEOORDELINGSBEVOEGDHEID VAN DE NATIONALE RECHTER

( EEG-VERDRAG, ARTIKELEN 7, 48, 59 )

6 . DIENSTEN - VRIJ VERRICHTEN DAARVAN - BEPERKINGEN - AFSCHAFFING - DIRECTE WERKING

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 59, EERSTE ALINEA )

Samenvatting


1 . SPORTBEOEFENING VALT SLECHTS ONDER HET GEMEENSCHAPSRECHT IN ZOVERRE ZIJ EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2 VAN HET VERDRAG VORMT .

2 . HET VERBOD VAN DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT OP HET GEBIED VAN DE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN DIE HET KARAKTER VAN ARBEID IN LOONDIENST OF VAN BEZOLDIGDE DIENSTVERRICHTINGEN HEBBEN, BESTRIJKT ALLE ARBEIDSPRESTATIES EN DIENSTVERRICHTINGEN, ONGEACHT DE JUISTE AARD VAN DE RECHTSRELATIE KRACHTENS WELKE DEZE PRESTATIES WORDEN VERRICHT .

3 . HET VERBOD VAN DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT HEEFT GEEN BETREKKING OP DE SAMENSTELLING VAN SPORTPLOEGEN, MET NAME IN DE VORM VAN NATIONALE PLOEGEN, DAAR DE OPSTELLING DEZER PLOEGEN ALLEEN VAN BELANG IS VOOR DE SPORT EN ALS ZODANIG BUITEN DE ECONOMISCHE ACTIVITEIT STAAT .

4 . HET DISCRIMINATIEVERBOD GELDT NIET ALLEEN VOOR HET OPTREDEN VAN HET OPENBAAR GEZAG MAAR STREKT ZICH OOK UIT TOT BEPALINGEN VAN ANDERE AARD, STREKKENDE TOT COLLECTIEVE REGELING VAN ARBEID IN LOONDIENST EN DIENSTVERRICHTINGEN .

5 . DE NON-DISCRIMINATIEREGEL IS VAN TOEPASSING OP ALLE RECHTSBETREKKINGEN, DIE, HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ WORDEN AANGEGAAN, HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ HUN UITWERKING HEBBEN, OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP KUNNEN WORDEN GELOKALISEERD .

6 . ARTIKEL 59, EERSTE ALINEA, DOET, ALTHANS VOORZOVER HET IS GERICHT OP DE AFSCHAFFING VAN ELKE DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT, NA AFLOOP VAN DE OVERGANGSPERIODE VOOR PARTICULIEREN, RECHTEN ONTSTAAN DIE DOOR DE NATIONALE RECHTER MOETEN WORDEN GEHANDHAAFD .

Partijen


IN DE ZAAK 36-74,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT, IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

1 . BRUNO NILS OLAF WALRAVE,

2 . LONGINUS JOHANNES NORBERT KOCH,

EN

1 . ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE,

2 . KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE,

3 . FEDERACION ESPANOLA CICLISMO,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 7, 48 EN 59 EEG-VERDRAG EN VAN DE BEPALINGEN VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1612/68 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB NR . L 257 VAN 19 OKTOBER 1968, BLZ . 2 ),

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT BIJ UITSPRAAK VAN 15 MEI 1974, INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 24 MEI 1974, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG VERSCHILLENDE VRAGEN HEEFT GESTELD INZAKE DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 7, EERSTE ALINEA, 48 EN 59, EERSTE ALINEA, VAN HET VERDRAG ALSMEDE VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1612/68 VAN 15 OKTOBER 1968 ( PB NR . L 257, BLZ . 2 ) BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP;

2 DAT IN HOOFDZAAK WORDT GEVRAAGD OF DEZE TEKSTEN ALDUS MOETEN WORDEN UITGELEGD DAT MET HUN INHOUD ONVERENIGBAAR IS EEN REGLEMENTSBEPALING VAN DE UNION CYCLISTE INTERNATIONALE BETREFFENDE WERELDKAMPIOENSCHAPPEN WIELRENNEN MET MOTORGANGMAKING, VOLGENS WELKE "DE GANGMAKER VAN DEZELFDE NATIONALITEIT MOET ZIJN ALS DE WIELRENNER";

3 DAT DEZE VRAGEN ZIJN GESTELD IN EEN GEDING, AANHANGIG GEMAAKT TEGEN DE UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, ALSMEDE TEGEN DE NEDERLANDSE EN SPAANSE WIELERBONDEN, DOOR TWEE NEDERLANDSE ONDERDANEN DIE ALS GANGMAKER PLEGEN DEEL TE NEMEN AAN WEDSTRIJDEN VAN BOVENGENOEMDE SOORT, EN DIE GENOEMDE BEPALING VAN HET UCI-REGLEMENT DISCRIMINATOIR ACHTEN;

4 OVERWEGENDE DAT, GELET OP DE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP, SPORTBEOEFENING SLECHTS ONDER HET GEMEENSCHAPSRECHT VALT INZOVERRE ZIJ EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2 VAN HET VERDRAG VORMT;

5 DAT, WANNEER EEN DERGELIJKE ACTIVITEIT HET KARAKTER VAN ARBEID IN LOONDIENST OF VAN EEN BEZOLDIGDE DIENSTVERRICHTING HEEFT, ZIJ MEER IN HET BIJZONDER BINNEN DE WERKINGSSFEER VAN DE ARTIKELEN 48 TOT EN MET 51, RESPECTIEVELIJK 59 TOT EN MET 66 VAN HET VERDRAG VALT;

6 DAT DEZE BEPALINGEN, DIE DE ALGEMENE REGEL VAN ARTIKEL 7 VAN HET VERDRAG UITWERKEN, ELKE DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT IN DE UITOEFENING DER DAAR GENOEMDE ACTIVITEITEN VERBIEDEN;

7 DAT IN DIT VERBAND DE JUISTE AARD VAN DE RECHTSRELATIE KRACHTENS WELKE DEZE PRESTATIES WORDEN VERRICHT NIET TERZAKE DOET, DAAR DE NON-DISCRIMINATIEREGEL IN GELIJKLUIDENDE BEWOORDINGEN ALLE ARBEIDSPRESTATIES EN DIENSTVERRICHTINGEN BESTRIJKT;

8 DAT DIT VERBOD ECHTER GEEN BETREKKING HEEFT OP DE SAMENSTELLING VAN SPORTPLOEGEN, MET NAME IN DE VORM VAN NATIONALE PLOEGEN, DAAR DE OPSTELLING DEZER PLOEGEN ALLEEN VAN BELANG IS VOOR DE SPORT EN ALS ZODANIG BUITEN DE ECONOMISCHE ACTIVITEIT STAAT;

9 DAT DEZE BEPERKING VAN DE WERKINGSSFEER DER BETROKKEN BEPALINGEN EVENWEL ALLEEN MAG GELDEN VOOR HAAR EIGENLIJKE DOEL;

10 DAT HET AAN DE NATIONALE RECHTER STAAT OM IN VERBAND MET HET VOORAFGAANDE DE AAN ZIJN OORDEEL ONDERWORPEN ACTIVITEIT TE KWALIFICEREN EN MET NAME OM TE BESLISSEN OF IN DE BETROKKEN SPORT GANGMAKER EN WIELRENNER AL DAN NIET EEN PLOEG VORMEN;

11 OVERWEGENDE DAT DE ANTWOORDEN ZIJN GEGEVEN BINNEN DE BOVENOMSCHREVEN GRENZEN VAN DE WERKINGSSFEER VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT;

12 OVERWEGENDE DAT DE GESTELDE VRAGEN DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 48 EN 59 EN SUBSIDIAIR VAN ARTIKEL 7 VAN HET VERDRAG BETREFFEN;

13 DAT ZIJ IN HOOFDZAAK BETREKKING HEBBEN OP DE TOEPASSELIJKHEID VAN GENOEMDE BEPALINGEN OP RECHTSBETREKKINGEN DIE NIET ONDER HET PUBLIEKRECHT VALLEN, OP DE BEPALING VAN HUN TERRITORIALE WERKINGSSFEER TEN AANZIEN VAN EEN SPORTREGLEMENT, AFKOMSTIG VAN EEN FEDERATIE VAN WERELDOMVANG, ALSMEDE OP DE DIRECTE TOEPASSELIJKHEID VAN SOMMIGE DEZER BEPALINGEN;

14 OVERWEGENDE DAT IN DE EERSTE PLAATS IN VERBAND MET ELK DER BEDOELDE ARTIKELEN WORDT GEVRAAGD OF DE BEPALINGEN VAN EEN REGLEMENT VAN EEN INTERNATIONALE SPORTFEDERATIE ALS ONVERENIGBAAR MET HET VERDRAG KUNNEN WORDEN BESCHOUWD;

15 DAT IS BETOOGD DAT DE VERBODEN VAN DEZE ARTIKELEN SLECHTS BETREKKING HEBBEN OP DE BEPERKINGEN VOORTVLOEIEND UIT OVERHEIDSOPTREDEN EN NIET OP DIE WELKE VOORTVLOEIEN UIT RECHTSHANDELINGEN VAN PERSONEN OF VERENIGINGEN DIE NIET ONDER HET PUBLIEKRECHT VALLEN;

16 OVERWEGENDE DAT DE ARTIKELEN 7, 48 EN 59 IN HUN ONDERSCHEIDENE TOEPASSINGSGEBIEDEN ALLE DISCRIMINATIES OP GROND VAN NATIONALITEIT VERBIEDEN;

17 DAT HET VERBOD VAN DEZE DISCRIMINATIES NIET ALLEEN GELDT VOOR HET OPTREDEN VAN HET OPENBAAR GEZAG MAAR ZICH OOK UITSTREKT TOT BEPALINGEN VAN ANDERE AARD, STREKKENDE TOT COLLECTIEVE REGELING VAN ARBEID IN LOONDIENST EN DIENSTVERRICHTINGEN;

18 DAT IMMERS DE OPHEFFING TUSSEN DE LID-STATEN VAN BELEMMERINGEN VOOR HET VRIJE VERKEER VAN PERSONEN EN HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN - FUNDAMENTELE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP, VERMELD IN ARTIKEL 3, SUB C VAN HET VERDRAG -, IN GEVAAR ZOU WORDEN GEBRACHT, INDIEN DE OPHEFFING VAN DOOR DE STATEN GESTELDE BELEMMERINGEN KAN WORDEN ONTKRACHT DOOR BELEMMERINGEN VOORTVLOEIEND UIT KRACHTENS HUN EIGEN RECHTSBEVOEGDHEID DOOR NIET ONDER HET PUBLIEKRECHT VALLENDE VERENIGINGEN OF LICHAMEN VERRICHTE HANDELINGEN;

19 DAT BOVENDIEN, WAAR DE ARBEIDSVOORWAARDEN IN DE VERSCHILLENDE LID-STATEN NU EENS WORDEN BEHEERST DOOR BEPALINGEN VAN WET OF VERORDENING, DAN WEER DOOR OVEREENKOMSTEN EN ANDERE RECHTSHANDELINGEN VAN PRIVAATRECHTELIJKE AARD, EEN BEPERKING VAN DE BETROKKEN VERBODEN TOT HET OVERHEIDSOPTREDEN ONGELIJKHEDEN IN HUN TOEPASSING KAN DOEN ONTSTAAN;

20 DAT ONGETWIJFELD DE ARTIKELEN 60, DERDE ALINEA, 62 EN 64 , OP HET GEBIED VAN DE DIENSTVERRICHTINGEN, SPECIFIEK DE AFSCHAFFING VAN MAATREGELEN VAN DE LID-STATEN BETREFFEN, MAAR DAT DEZE OMSTANDIGHEID GEEN AFBREUK MAG DOEN AAN DE ALGEMENE BEWOORDINGEN VAN ARTIKEL 59, WAARIN BETREFFENDE DE HERKOMST VAN DE TE VERWIJDEREN HINDERPALEN GEEN ONDERSCHEID WORDT GEMAAKT;

21 DAT VOORTS VASTSTAAT DAT ARTIKEL 48 TEN AANZIEN VAN DE AFSCHAFFING VAN ELKE DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT WAT BETREFT ARBEID IN LOONDIENST, ZICH OOK UITSTREKT TOT OVEREENKOMSTEN EN REGELINGEN DIE NIET VAN HET OPENBAAR GEZAG UITGAAN;

22 DAT BIJGEVOLG ARTIKEL 7, LID 4, VAN VERORDENING NR . 1612/68 BEPAALT DAT HET DISCRIMINATIEVERBOD VAN TOEPASSING IS OP ARBEIDSOVEREENKOMSTEN EN ANDERE COLLECTIEVE ARBEIDSREGELINGEN;

23 DAT DE IN ARTIKEL 59 BEDOELDE ACTIVITEITEN NIET DOOR HUN AARD VERSCHILLEN VAN DE IN ARTIKEL 48 BEDOELDE, MAAR ENKEL DOOR DE OMSTANDIGHEID DAT ZIJ NIET KRACHTENS EEN ARBEIDSCONTRACT WORDEN UITGEOEFEND;

24 DAT DIT ENKELE VERSCHIL NIET EEN ENGERE INTERPRETATIE KAN RECHTVAARDIGEN VAN DE TOEPASSELIJKHEID DER TE VERZEKEREN VRIJHEID;

25 DAT HIERUIT VOLGT DAT DE BEPALINGEN VAN DE ARTIKELEN 7, 48 EN 59 VAN HET VERDRAG DOOR DE NATIONALE RECHTER IN AANMERKING KUNNEN WORDEN GENOMEN BIJ DE BEOORDELING DER GELDIGHEID OF DER GEVOLGEN ENER REGLEMENTSBEPALING VAN EEN SPORTORGANISATIE;

26 OVERWEGENDE DAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE VERVOLGENS DE VRAAG STELT IN HOEVERRE DE NON-DISCRIMINATIEREGEL KAN WORDEN TOEGEPAST OP RECHTSBETREKKINGEN DIE WORDEN AANGEGAAN IN HET KADER DER ACTIVITEITEN VAN EEN SPORTFEDERATIE VAN WERELDOMVANG;

27 DAT HET HOF TEVENS WORDT GEVRAAGD OF DE RECHTSTOESTAND KAN VERSCHILLEN NAARGELANG DE SPORTWEDSTRIJD PLAATS VINDT OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP DAN WEL DAARBUITEN;

28 OVERWEGENDE DAT DE NON-DISCRIMINATIEREGEL WEGENS HAAR DWINGENDE AARD GELDT BIJ DE BEOORDELING VAN ALLE RECHTSBETREKKINGEN, IN DE MATE WAARIN DEZE HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ WORDEN AANGEGAAN, HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ HUN UITWERKING HEBBEN, OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP KUNNEN WORDEN GELOKALISEERD;

29 DAT HET AAN DE NATIONALE RECHTER STAAT DEZE LOKALISERING TE BEOORDELEN MET INACHTNEMING VAN DE OMSTANDIGHEDEN VAN ELK BIJZONDER GEVAL, EN TEN AANZIEN VAN HET RECHTSGEVOLG DIER BETREKKINGEN DE CONSEQUENTIES TE TREKKEN UIT EEN EVENTUELE SCHENDING VAN DE NON-DISCRIMINATIEREGEL;

30 OVERWEGENDE DAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE TEN SLOTTE DE VRAAG HEEFT GESTELD OF ARTIKEL 59, EERSTE ALINEA, EN EVENTUEEL ARTIKEL 7, EERSTE ALINEA VAN HET VERDRAG, DIRECTE WERKING HEBBEN IN DE RECHTSORDE DER LID-STATEN;

31 OVERWEGENDE DAT, ZOALS BOVEN IS AANGEGEVEN, ARTIKEL 59 TEN DOEL HEEFT OP HET GEBIED DER DIENSTVERRICHTINGEN ONDER MEER ELKE DISCRIMINATIE TE VERBIEDEN OP GROND VAN DE NATIONALITEIT VAN DEGENE DIE DE DIENST VERRICHT;

32 DAT VOOR DE DIENSTVERRICHTINGEN ARTIKEL 59 DE UITWERKING VORMT VAN DE NON-DISCRIMINATIEREGEL DIE IN ARTIKEL 7 IS NEERGELEGD VOOR HET GLOBALE TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG EN IN ARTIKEL 48 VOOR DE ARBEID IN LOONDIENST;

33 DAT, ZOALS REEDS VOOR RECHT IS VERKLAARD ( ARREST VAN 3 DECEMBER 1974 IN ZAAK 33-74, VAN BINSBERGEN ), ARTIKEL 59 BIJ HET EINDE VAN DE OVERGANGSPERIODE EEN ONVOORWAARDELIJK VERBOD INHOUDT, HETWELK TEN AANZIEN VAN DIENSTVERRICHTINGEN - EN VOOR ZOVER HET ONDERDANEN DER LID-STATEN BETREFT - IN DE RECHTSORDE VAN ELKE LID-STAAT VERHINDERT BELEMMERINGEN OF BEPERKINGEN OP GROND VAN DE NATIONALITEIT VAN DEGENE DIE DE DIENST VERRICHT TE STELLEN;

34 DAT OP DE GESTELDE VRAAG MITSDIEN MOET WORDEN GEANTWOORD DAT ARTIKEL 59, EERSTE ALINEA, ALTHANS VOOR ZOVER HET IS GERICHT OP DE AFSCHAFFING VAN ELKE DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT, NA AFLOOP VAN DE OVERGANGSPERIODE VOOR PARTICULIEREN RECHTEN DOET ONTSTAAN DIE DOOR DE NATIONALE RECHTER MOETEN WORDEN GEHANDHAAFD;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

35 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN, DOOR DE COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT, NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KUNNEN KOMEN;

36 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT GESTELDE VRAGEN, VERKLAART VOOR RECHT :

1 . GELET OP DE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP VALT SPORTBEOEFENING SLECHTS ONDER HET GEMEENSCHAPSRECHT INZOVERRE ZIJ EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2 VAN HET VERDRAG VORMT .

2 . HET IN DE ARTIKELEN 7, 48 EN 59 VAN HET VERDRAG NEERGELEGDE VERBOD VAN DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT, HEEFT GEEN BETREKKING OP DE SAMENSTELLING VAN SPORTPLOEGEN, MET NAME IN DE VORM VAN NATIONALE PLOEGEN , DAAR DE OPSTELLING DEZER PLOEGEN ALLEEN VAN BELANG IS VOOR DE SPORT EN ALS ZODANIG BUITEN DE ECONOMISCHE ACTIVITEIT STAAT .

3 . HET VERBOD VAN DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT GELDT NIET ALLEEN VOOR HET OPTREDEN VAN HET OPENBAAR GEZAG MAAR STREKT ZICH OOK UIT TOT BEPALINGEN VAN ANDERE AARD, STREKKENDE TOT COLLECTIEVE REGELING VAN ARBEID IN LOONDIENST EN DIENSTVERRICHTINGEN .

4 . DE NON-DISCRIMINATIEREGEL GELDT BIJ DE BEOORDELING VAN ALLE RECHTSBETREKKINGEN, IN DE MATE WAARIN DEZE HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ WORDEN AANGEGAAN, HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ HUN UITWERKING HEBBEN, OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP KUNNEN WORDEN GELOKALISEERD .

5 . ARTIKEL 59, EERSTE ALINEA, DOET, ALTHANS VOORZOVER HET IS GERICHT OP DE AFSCHAFFING VAN ELKE DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT, NA AFLOOP VAN DE OVERGANGSPERIODE VOOR PARTICULIEREN RECHTEN ONTSTAAN DIE DOOR DE NATIONALE RECHTER MOETEN WORDEN GEHANDHAAFD .