61968J0024

ARREST VAN HET HOF VAN 1 JULI 1969. - COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. - ZAAK NO. 24/68.

Jurisprudentie 1969 bladzijde 00193
Deense bijz. uitgave bladzijde 00047
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00055
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00057
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00389
Finse bijz. uitgave bladzijde 00387


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . DOUANERECHTEN - AFSCHAFFING - DOEL

( E.E.G.-VERDRAG, ARTT . 9 EN 12 )

2 . DOUANERECHTEN - AFSCHAFFING - HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING - BEGRIP - OVEREENSTEMMING DER IN HET VERDRAG EN IN DE VERORDENINGEN GEBEZIGDE BEGRIPPEN - NATIONALE BELASTINGEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING - ONDERSCHEID

( E.E.G.-VERDRAG, ARTT . 9, 12 EN 95 )

3 . DOUANERECHTEN - VERBOD - VERBOD VAN NIEUWE RECHTEN - STRINGENT KARAKTER VAN DIT VERBOD

( E.E.G.-VERDRAG, ARTT . 9 EN 12 )

Samenvatting


1 . DE DOUANERECHTEN ZIJN VERBODEN ONAFHANKELIJK VAN IEDERE OVERWEGING NOPENS HET DOEL WAARMEDE ZIJ WERDEN INGEVOERD OF DE BESTEMMING HUNNER OPBRENGSTEN .

2 . A ) EEN EENZIJDIG OPGELEGDE GELDELIJKE LAST - OOK AL MOGE ZIJ GERING ZIJN - DIE WEGENS GRENSOVERSCHRIJDING OP NATIONALE OF BUITENLANDSE GOEDEREN WORDT GELEGD EN GEEN DOUANERECHT IS IN EIGENLIJKE ZIN LEVERT, ONGEACHT BENAMING EN STRUCTUUR, EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 9, 12, 13 EN 16 VAN HET VERDRAG OP, ZELFS WANNEER DEZE LAST NIET TEN BEHOEVE VAN DE STAAT WORDT GEHEVEN, GEEN ENKELE DISCRIMINERENDE OF BESCHERMENDE WERKING HEEFT EN HET BELAST PRODUKT NIET MET ENIGE NATIONALE PRODUKTIE CONCURREERT .

B ) HET HEEFT NIET IN DE BEDOELING GELEGEN IN DE VERORDENINGEN HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER LANDBOUWMARKTEN AAN DE TERM HEFFING VAN GELIJKE WERKING EEN ANDERE STREKKING TE GEVEN DAN DAARAAN IN HET RAAM VAN HET VERDRAG ZELF TOEKOMT, TE MINDER NU DEZE VERORDENINGEN - MET INACHTNEMING VAN DE BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN AAN DE INVOERING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT VOOR LANDBOUWPRODUKTEN EIGEN - DE VERWEZENLIJKING NASTREVEN DER DOELSTELLINGEN VAN DE ARTIKELEN 9 TOT EN MET 13 VAN HET VERDRAG WAARVAN ZIJ DE TOEPASSING VORMEN .

3 . A ) HET VERBOD VAN NIEUWE DOUANERECHTEN OF HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING VORMT, GEBONDEN ALS HET IS AAN HET BEGINSEL VAN HET VRIJE GOEDERENVERKEER, EEN WEZENLIJKE REGEL WELKE, ONVERMINDERD ANDERE VERDRAGSVOORSCHRIFTEN, GEEN UITZONDERINGEN LIJDT .

B ) UIT DE ARTIKELEN 95 EN VOLGENDE BLIJKT, DAT HET BEGRIP HEFFING VAN GELIJKE WERKING NIET MEDE OMVAT BELASTINGEN WELKE OP DEZELFDE WIJZE OP INGEVOERDE OF VERGELIJKBARE NATIONALE PRODUKTEN BINNEN DE STAAT WORDEN GEHEVEN DAN WEL, BIJ GEBREKE VAN VERGELIJKBARE NATIONALE PRODUKTEN, TEN DOEL HEBBEN OM BINNEN DE IN HET VERDRAG GETROKKEN GRENZEN ZODANIGE BINNENLANDSE BELASTINGEN TE COMPENSEREN .

IN SOMMIGE GEVALLEN MAG VOOR EEN BEPAALDE EN WERKELIJK VERLEENDE DIENST EEN DAARAAN EVENREDIGE TEGENPRESTATIE WORDEN VERLANGD .

Partijen


IN DE ZAAK 24-68

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD EN BIJGESTAAN DOOR MR . S . GAUDENZI, GEMACHTIGDE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ MR . E . REUTER, JURIDISCH ADVISEUR VAN DE COMMISSIE, KANTOOR HOUDENDE ALDAAR 4, BOULEVARD ROYAL,

VERZOEKSTER,

TEGEN

ITALIAANSE REPUBLIEK, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR A . MARESCA, GEVOLMACHTIGD MINISTER, ALS GEMACHTIGDE, BIJGESTAAN DOOR MR . P . PERONACI, PLAATSVERVANGEND RIJKSADVOCAAT ( SOSTITUTO DELL'AVVOCATO GENERALE DELLO STATO ), DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE OP DE ITALIAANSE AMBASSADE TE LUXEMBURG,

VERWEERSTER,

Onderwerp


WAARIN AAN HET HOF VAN JUSTITIE IS VERZOCHT VOOR RECHT TE VERKLAREN, DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK INGEVOLGE HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN HEEFT GESCHONDEN DOOR EEN BELASTING, GENAAMD STATISTIEKRECHT (" DIRITTO DI STATISTICA "), TE HEFFEN OP NAAR ANDERE LID-STATEN UITGEVOERDE WAREN - ZULKS IN STRIJD MET ARTIKEL 16 VAN GENOEMD VERDRAG - EN DOOR EEN BELASTING, GENAAMD STATISTIEKRECHT (" DIRITTO DI STATISTICA ") TE HEFFEN OP UIT ANDERE LID-STATEN INGEVOERDE WAREN WAAROP 'S RAADS VERORDENINGEN BETREFFENDE EEN AANTAL GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENINGEN DER LANDBOUWMARKTEN VAN TOEPASSING ZIJN - ZULKS IN STRIJD MET GENOEMDE VERORDENINGEN -, WIJST

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE ZICH INGEVOLGE ARTIKEL 169 VAN HET VERDRAG TOT HET HOF VAN JUSTITIE HEEFT GERICHT MET HET VERZOEK TE VERSTAAN DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK DOOR HEFFING VAN EEN STATISTIEKRECHT OP NAAR ANDERE LID-STATEN UITGEVOERDE WAREN, DE VERPLICHTINGEN WELKE INGEVOLGE ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP OP HAAR RUSTEN NIET IS NAGEKOMEN;

2 DAT DIT VERZOEK ER EVENEENS TOE STREKT DAT HET HOF ZAL VERSTAAN DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK DOOR EEN STATISTIEKRECHT TE HEFFEN OP UIT ANDERE LID-STATEN INGEVOERDE WAREN WAAROP 'S RAADS VERORDENINGEN BETREFFENDE EEN AANTAL GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENINGEN DER LANDBOUWMARKTEN VAN TOEPASSING ZIJN, DE VERPLICHTINGEN OP HAAR RUSTENDE INGEVOLGE ARTIKEL 189 VAN HET E.E.G.-VERDRAG JUNCTIS DE ARTIKELEN 21, LID 1, VAN VERORDENING NO . 120/67/EEG, 19, LID 1, VAN VERORDENING NO . 121/67/EEG, 13, LID 1, VAN VERORDENING NO . 122/67/EEG, 13, LID 1, VAN VERORDENING NO . 123/67/EEG, 22, LID 1, VAN VERORDENING NO . 804/68/EEG, 22, LID 1, VAN VERORDENING NO . 805/68/EEG, 23, LID 1, VAN VERORDENING NO . 359/67/EEG EN 3, LID 1, VAN VERORDENING NO . 136/66/EEG NIET IS NAGEKOMEN;

TEN AANZIEN VAN HET BEGRIP HEFFING VAN GELIJKE WERKING

3 OVERWEGENDE DAT VOLGENS ARTIKEL 9 VAN HET E.E.G.-VERDRAG DE GEMEENSCHAP IS GEGRONDVEST OP EEN DOUANE-UNIE WELKE BERUST OP HET VERBOD IN HET VERKEER TUSSEN DE LID-STATEN VAN DOUANE-RECHTEN EN VAN ALLE HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING, ALSOOK OP DE INVOERING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJK DOUANETARIEF VOOR HUN BETREKKINGEN MET DERDE LANDEN;

DAT ARTIKEL 12 DE INVOERING VAN NIEUWE IN - EN UITVOERRECHTEN OF HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING EN DE VERHOGING VAN DIE, WELKE REEDS VAN KRACHT ZIJN, VERBIEDT;

DAT VOLGENS DE ARTIKELEN 13 EN 16 DE TUSSEN DE LID-STATEN BESTAANDE DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING, ZOWEL BIJ UITVOER ALS BIJ INVOER, OVEREENKOMSTIG DE MODALITEITEN EN IN DE TERMIJNEN DOOR DEZE ARTIKELEN VOORZIEN, MOETEN WORDEN AFGESCHAFT;

4 OVERWEGENDE DAT HET ESSENTIELE BELANG VAN DE ALDUS OMSCHREVEN VERBODSBEPALINGEN VOLDOENDE BLIJKT UIT DE PLAATSING VAN DEZE ARTIKELEN AAN HET BEGIN VAN HET DEEL GEWIJD AAN DE GRONDSLAGEN VAN DE GEMEENSCHAP, DIE VAN ARTIKEL 9 ALS EERSTE ARTIKEL VAN DE TITEL OVER HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN EN DIE VAN DE ARTIKELEN 12, 13 EN 16 IN DE AFDELING DIE HANDELT OVER AFSCHAFFING VAN DE DOUANERECHTEN;

DAT DEZE VERBODSBEPALINGEN VAN ZO GROOT GEWICHT ZIJN, DAT HET VERDRAG IEDERE MOGELIJKE LEEMTE IN DE TOEPASSING ERVAN HEEFT WILLEN VOORKOMEN, TEN EINDE TE VERMIJDEN DAT DE UITVOERING ZOU WORDEN ONTDOKEN DOOR MAATREGELEN VAN DOUANE-TECHNISCHE OF FISCALE AARD;

5 DAT ALDUS ARTIKEL 17 VOORSCHRIJFT, DAT DE VERBODSBEPALINGEN VAN ARTIKEL 9 ZELFS ZULLEN WORDEN TOEGEPAST OP DOUANERECHTEN VAN FISCALE AARD;

DAT ARTIKEL 95, DAT BEHOORT TOT HET DEEL VAN HET VERDRAG GETITELD "HET BELEID DER GEMEENSCHAP" EN TOT HET HOOFDSTUK OVER "BEPALINGEN BETREFFENDE DE BELASTINGEN", ER TOE STREKT OM DOOR MIDDEL VAN HET VERBOD OP INGEVOERDE WAREN HOGERE BINNENLANDSE BELASTINGEN TE HEFFEN DAN OP DE NATIONALE PRODUKTIE WORDEN GEHEVEN, DE INBREUKEN TE VERMIJDEN DIE LANGS EEN FISCALE OMWEG OP DE VERBODSBEPALINGEN ZOUDEN KUNNEN WORDEN GEMAAKT;

6 OVERWEGENDE DAT WAAR IN HET VERDRAG DOUANERECHTEN WORDEN VERBODEN, TUSSEN GOEDEREN GEEN ONDERSCHEID WORDT GEMAAKT NAAR GELANG ZIJ AL DAN NIET MET DE PRODUKTEN VAN HET INVOERENDE LAND CONCURREREN;

DAT MET DE AFSCHAFFING VAN BELEMMERINGEN VAN DOUANERECHTERLIJKE AARD DUS NIET ALLEEN IS BEOOGD DAARAAN HET BESCHERMEND KARAKTER TE ONTNEMEN, DOCH DAT HET VERDRAG, INTEGENDEEL, AAN HET BEGINSEL VAN OPHEFFING VAN DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING, TER VERZEKERING VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN, EEN ALGEMENE STREKKING EN WERKING HEEFT WILLEN TOEKENNEN;

7 DAT UIT DIT STELSEL ALS GEHEEL EN UIT DE ALGEMENE EN VOLSTREKTE AARD VAN HET VERBOD VAN ALLE DOUANERECHTEN IN HET GOEDERENVERKEER TUSSEN DE LID-STATEN, BLIJKT DAT DE DOUANERECHTEN VERBODEN ZIJN ONAFHANKELIJK VAN IEDERE OVERWEGING NOPENS HET DOEL WAARMEDE ZIJ WERDEN INGEVOERD OF DE BESTEMMING HUNNER OPBRENGSTEN;

DAT DIT VERBOD ZIJN RECHTVAARDIGING VINDT IN DE BELEMMERINGEN WELKE GELDELIJKE LASTEN WEGENS GRENSOVERSCHRIJDING - AL MOGEN ZIJ GERING ZIJN - VOOR HET GOEDERENVERKEER OPLEVEREN;

8 OVERWEGENDE DAT DE UITBREIDING VAN HET VERBOD VAN DOUANERECHTEN TOT HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING DIENT OM HET VERBOD DER UIT DIE RECHTEN VOORTVLOEIENDE HANDELSBELEMMERINGEN AAN TE VULLEN EN WEL IN DIER VOEGE DAT HET DOELTREFFEND WERKT;

DAT MEN DOOR DEZE BEIDE ELKAAR AANVULLENDE BEGRIPPEN TE BEZIGEN HEEFT WILLEN VOORKOMEN DAT IN DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN ENIGERLEI GELDELIJKE LAST ZOU WORDEN OPGELEGD WEGENS HET OVERSCHRIJDEN DER GRENZEN VAN EEN STAAT DOOR GOEDEREN DIE IN DE GEMEENSCHAP CIRCULEREN;

9 DAT TEN EINDE TE KUNNEN VASTSTELLEN OF EEN BEPAALDE HEFFING GELIJKE WERKING HEEFT ALS EEN DOUANERECHT, DEZE WERKING DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT UIT HET OOGPUNT VAN DE DOELEINDEN VAN HET VERDRAG, GELIJK DIE ZIJN NEERGELEGD IN HET DEEL, DE TITEL EN HET HOOFDSTUK WAARIN DE ARTIKELEN 9, 12, 13 EN 16 ZIJN OPGENOMEN EN IN HET BIJZONDER IN VERBAND MET HET VRIJE GOEDERENVERKEER;

DAT ONGEACHT BENAMING EN STRUCTUUR EEN EENZIJDIG OPGELEGDE GELDELIJKE LAST - OOK AL MOGE ZIJ GERING ZIJN - DIE WEGENS GRENSOVERSCHRIJDING OP NATIONALE OF BUITENLANDSE GOEDEREN WORDT GELEGD EN GEEN DOUANERECHT IS IN EIGENLIJKE ZIN, DERHALVE EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 9, 12, 13 EN 16 VAN HET VERDRAG OPLEVERT, ZELFS WANNEER DEZE LAST NIET TEN BEHOEVE VAN DE STAAT WORDT GEHEVEN, GEEN ENKELE DISCRIMINERENDE OF BESCHERMENDE WERKING HEEFT EN HET BELASTE PRODUKT NIET MET ENIGE NATIONALE PRODUKTIE CONCURREERT;

10 OVERWEGENDE DAT UIT HET GEHEEL DEZER VOORSCHRIFTEN EN UIT HUN VERBAND MET DE ANDERE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG VOLGT DAT HET VERBOD VAN NIEUWE DOUANERECHTEN OF HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING, GEBONDEN ALS HET IS AAN HET BEGINSEL VAN HET VRIJE GOEDERENVERKEER, EEN WEZENLIJKE REGEL IS WELKE, ONVERMINDERD ANDERE VERDRAGSVOORSCHRIFTEN, GEEN UITZONDERINGEN LIJDT;

11 DAT TE DIEN AANZIEN UIT DE ARTIKELEN 95 EN VOLGENDE BLIJKT, DAT HET BEGRIP VAN GELIJKE WERKING NIET MEDE OMVAT BELASTINGEN WELKE OP DEZELFDE WIJZE OP GELIJKSOORTIGE OF VERGELIJKBARE NATIONALE PRODUKTEN BINNEN DE STAAT WORDEN GEHEVEN, DAN WEL, BIJ GEBREKE VAN ZODANIGE PRODUKTEN, IN HET KADER VAN EEN ALGEMENE BINNENLANDSE BELASTING VALLEN OF TOT DOEL HEBBEN OM BINNEN DE IN HET VERDRAG GETROKKEN GRENZEN ZODANIGE BINNENLANDSE BELASTINGEN TE COMPENSEREN;

DAT VERDER, OFSCHOON HET NIET IS UITGESLOTEN DAT IN SOMMIGE GEVALLEN VOOR EEN BEPAALDE EN WERKELIJK VERLEENDE DIENST EEN DAARAAN EVENREDIGE TEGENPRESTATIE MAG WORDEN VERLANGD, ZULKS ZICH SLECHTS IN BIJZONDERE GEVALLEN ZAL VOORDOEN, WELKE NOOIT TOT ONTDUIKING VAN DE VOORSCHRIFTEN DER ARTIKELEN 9, 12, 13 EN 16 VAN HET VERDRAG KUNNEN LEIDEN ;

TEN AANZIEN VAN DE LITIGIEUZE BELASTING

12 OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER BETOOGT DAT DE COMMISSIE HET STATISTIEKRECHT TEN ONRECHTE HEEFT GESPLITST IN TWEE VERSCHILLENDE - RESPECTIEVELIJK DE INVOER EN DE UITVOER BETREFFENDE - RECHTSFIGUREN ZULKS TERWIJL HET RECHTSKARAKTER DER LITIGIEUZE BELASTING NAAR HAAR WEZENLIJKE INHOUD DIENDE TE WORDEN BEOORDEELD EN NIET DOOR DEZELVE IN TWEE VERSCHILLENDE BELASTINGEN UITEEN TE LATEN VALLEN;

DAT HAARS INZIENS DE OMSTANDIGHEID DAT HET STATISTIEKRECHT AL HET GRENSOVERSCHRIJDEND VERKEER TREFT ZONDER DAT TUSSEN UITVOER EN INVOER OF TUSSEN NATIONALE EN BUITENLANDSE WAREN WORDT ONDERSCHEIDEN, OP ZICHZELF REEDS IEDERE MOGELIJKHEID UITSLUIT AAN DE BELASTING EENZELFDE WERKING ALS DIE VAN EEN DOUANERECHT TOE TE KENNEN, AANGEZIEN GEEN ENKELE BESCHERMENDE WERKING TEN BEHOEVE VAN DE NATIONALE PRODUKTIE NOCH OOK ENIGE DISCRIMINERENDE WERKING KON OPTREDEN;

13 DAT DE COMMISSIE DAARENTEGEN HET LITIGIEUZE RECHT ONTLEEDT IN TWEE ONDERSCHEIDEN BELASTINGEN VAN GELIJKE WERKING ALS EEN BIJ INVOER, RESPECTIEVELIJK BIJ UITVOER, GEHEVEN DOUANERECHT, VAN WELKE RECHTEN VOORTS, ZIJ HET IN ZEER GERINGE MATE, EEN BESCHERMENDE OF DISCRIMINERENDE WERKING UITGAAT;

14 OVERWEGENDE DAT HET BIJ DE KWALIFICATIE DER LITIGIEUZE BELASTING NAAR VERDRAGSRECHT VAN GEEN BELANG IS OF ZIJ ALS EEN ENKELE BELASTING WORDT OPGEVAT DAN WEL IN TWEE VERSCHILLENDE BELASTINGEN - EEN BIJ UITVOER GEHEVEN RECHT ENERZIJDS EN EEN BIJ INVOER GEHEVEN RECHT ANDERZIJDS - WORDT ONTLEED;

DAT DE HIERBEDOELDE BELASTING, DOORDIEN ZIJ IN HET ALGEMEEN BIJ ALLE GRENSOVERSCHRIJDING WORDT GEHEVEN, DE DOOR HET VERDRAG BEOOGDE WEDERZIJDSE PENETRATIE BEMOEILIJKT EN DERHALVE OP HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN EENZELFDE WERKING HEEFT ALS EEN DOUANERECHT;

DAT HET ZEER GERING PERCENTAGE VAN DE HEFFING AAN HAAR KWALIFICATIE NAAR DE BEGINSELEN VAN HET VERDRAG NIETS AFDOET, DAAR HET VERDRAG NIET GEDOOGT DAT BIJ DE CONTROLE OP DE WETTIGHEID DEZER BELASTINGEN EEN PROCENTUELE MAATSTAF IN DE PLAATS WORDT GESTELD VAN DE AAN DE AARD DER HEFFING ONTLEENDE CRITERIA;

15 OVERWEGENDE DAT DE ITALIAANSE REGERING VOORTS BETOOGT, DAT HET LITIGIEUZE RECHT DE TEGENPRESTATIE VOOR EEN BEWEZEN DIENST ZOU VORMEN EN UIT DIEN HOOFDE NIET ONDER DE KWALIFICATIE HEFFING VAN GELIJKE WERKING ZOU VALLEN;

DAT HAARS INZIENS DE HIERBEDOELDE STATISTIEK NAUWKEURIG DE WERKELIJKE GOEDERENBEWEGINGEN EN - BIJGEVOLG - DE WIJZIGING VAN DE MARKTSITUATIE MOET REGISTREREN;

DAT DE ABSOLUTE NAUWKEURIGHEID DER ALDUS VERSTREKTE INLICHTINGEN DE IMPORTEURS EEN BETERE CONCURRENTIEPOSITIE OP DE ITALIAANSE MARKT ZOU VERSCHAFFEN, TERWIJL DE EXPORTEURS BUITENLANDS EENZELFDE VOORDEEL GENIETEN;

DAT DE BIJZONDERE VOORDELEN DOOR DIE EXPORTEURS EN IMPORTEURS VERKREGEN DE RECHTVAARDIGING ZOUDEN VORMEN VOOR EEN FINANCIERING VAN DEZE OPENBARE DIENST TE HUNNEN LASTE EN TEVENS HET REMUNERATOIR KARAKTER VAN HET LITIGIEUZE RECHT IN HET LICHT ZOUDEN STELLEN;

16 OVERWEGENDE DAT DE HIERBEDOELDE STATISTIEKEN VOOR HET GEHELE ECONOMISCHE LEVEN, ONDER MEER VOOR DE BEVOEGDE ADMINISTRATIEVE DIENSTEN VAN NUT ZIJN;

DAT OOK AL ZOUDEN ZIJ MEER IN HET BIJZONDER DE CONCURRENTIEPOSITIE VAN DE IMPORTEURS EN DE EXPORTEURS VERBETEREN, NIETTEMIN IN CASU SPRAKE IS VAN EEN VOORDEEL DAT EEN ZO ALGEMEEN KARAKTER DRAAGT EN WELKS SCHATTING DERMATE ONZEKER IS, DAT DE LITIGIEUZE HEFFING NIET IS TE BESCHOUWEN ALS DE TEGENPRESTATIE VOOR EEN BEPAALD EN WERKELIJK VERSCHAFT VOORDEEL;

17 OVERWEGENDE DAT UIT HET VORENSTAANDE BLIJKT, DAT DE LITIGIEUZE BELASTING, VOOR ZOVEEL OP DE UITVOER GEHEVEN, MET ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG IN STRIJD IS;

18 OVERWEGENDE, TEN AANZIEN VAN HET STATISTIEKRECHT OP UIT ANDERE LID-STATEN INGEVOERDE WAREN WAAROP DE VERORDENINGEN BETREFFENDE DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER LANDBOUWMARKTEN VAN TOEPASSING ZIJN, DAT DE HIERVOOR AANGEHAALDE BEPALINGEN DEZER VERORDENINGEN HET HEFFEN IN DE INTRA-COMMUNAUTAIRE HANDEL VAN ALLE DOUANERECHTEN OF HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING VERBIEDEN;

DAT DE IN VOORNOEMDE VERORDENINGEN GEBEZIGDE TERM "HEFFING VAN GELIJKE WERKING", DIE AANSLUIT BIJ HET BEGRIP "DOUANERECHTEN", AAN DE ARTIKELEN 9, 12 EN 13 VAN HET VERDRAG IS ONTLEEND;

DAT IN DIE VERORDENINGEN NIETS EROP WIJST DAT HET IN DE BEDOELING HEEFT GELEGEN ALDAAR AAN DEZE TERM EEN ANDERE STREKKING TE GEVEN DAN DAARAAN IN HET RAAM VAN HET VERDRAG ZELF TOEKOMT, TE MINDER NU DEZE VERORDENINGEN - MET INACHTNEMING VAN DE BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN AAN DE INVOERING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT VOOR LANDBOUWPRODUKTEN EIGEN - DE VERWEZENLIJKING NASTREVEN DER DOELSTELLINGEN VAN DE ARTIKELEN 9 TOT EN MET 13 VAN HET VERDRAG WAARVAN ZIJ DE TOEPASSING VORMEN;

19 DAT DEZE VERORDENINGEN VOLGENS ARTIKEL 189 VAN HET VERDRAG IN AL HAAR ONDERDELEN VERBINDEND EN IN ELKE LID-STAAT RECHTSTREEKS TOEPASSELIJK ZIJN;

DAT VERWEERSTER DERHALVE DOOR IN STRIJD MET DEZE BEPALINGEN TE HANDELEN, DE INGEVOLGE HET VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN HEEFT GESCHONDEN;

Beslissing inzake de kosten


20 OVERWEGENDE DAT VOLGENS ARTIKEL 69, LID 3, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDT VEROORDEELD;

DAT VERWEERSTER IN HET ONGELIJK WERD GESTELD;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE

VERKLAART VOOR RECHT :

1 . DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK DOOR OP DE UITVOER NAAR DE ANDERE LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP DE IN ARTIKEL 42 VAN HET DECREET VAN DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK, NO . 723, VAN 26 JUNI 1965 VOORZIENE BELASTING TE HEFFEN DE INGEVOLGE ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN;

2 . DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK DOOR OP DE INVOER UIT ANDERE LID-STATEN DE IN ARTIKEL 42 VAN HET DECREET VAN DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK, NO . 723, VAN 26 JUNI 1965 VOORZIENE BELASTING TE HEFFEN, DE VERPLICHTINGEN OP HAAR RUSTENDE INGEVOLGE ARTIKEL 189 VAN HET VERDRAG EN DE ARTIKELEN 21, LID 1, VAN VERORDENING NO . 120/67/EEG, 19, LID 1, VAN VERORDENING NO . 121/67/EEG, 13, LID, VAN VERORDENING NO . 122/67/EEG, 13, LID 1, VAN VERORDENING NO . 123/67/EEG, 22, LID 1, VAN VERORDENING NO 804/68/EEG, 22, LID 1, VAN VERORDENING NO . 805/68/EEG, 23, LID 1, VAN VERORDENING NO . 359/67/EEG EN 3, LID 1, VAN VERORDENING NO . 136/66/EEG, NIET IS NAGEKOMEN;

3 . VEROORDEELT VERWEERSTER IN DE KOSTEN VAN HET GEDING;

4 . WIJST AF HET MEER OF ANDERS GEVORDERDE .